Leerdoelen per hoofdstuk
H1 : Inleiding
Onderscheid tussen verschillende onderzoeksdesigns uitleggen en de
verschillende stappen van deze designs toepassen
De relevantie van onderzoek kunnen illustreren voor het management en het
beleid in de gezondheidszorg
H2 : Cyclus empirisch onderzoek
Cyclus wetenschappelijk onderzoek beschrijven en in eigen woorden uitleggen
Onderscheid tussen verschillende onderzoeksdesigns uitleggen en de
verschillende stappen van deze designs toepassen
De relevantie van onderzoek kunnen illustreren voor het management en het
beleid in de gezondheidszorg
H3: Onderzoeksplan
Een onderzoeksvoorstel uitwerken (de student gaat dit later kunnen toepassen
voor de masterproef)
De relevantie van onderzoek kunnen illustreren voor het management en het
beleid in de gezondheidszorg
Een kritisch en beargumenteerd oordeel vellen over andere onderzoeken,
gerapporteerd in wetenschappelijke literatuur of in de media en verbeteringen
suggereren
voor- en nadelen verschillende onderzoeksmethodes uitleggen en de juiste
onderzoeksmethode selecteren voor het beantwoorden van een bepaalde
onderzoeksvraag
H4: operationalisering
Fouten in operationalisering herkennen en verbetering voorstellen
Een kritisch en beargumenteerd oordeel
De relevantie van onderzoek kunnen illustreren voor het management en het
beleid in de gezondheidszorg
H5: experimentele en quasi-experimentele designs
Onderscheid tussen verschillende onderzoeksdesigns uitleggen en de
verschillende stappen van deze designs toepassen
voor- en nadelen verschillende onderzoeksmethodes uitleggen en de juiste
onderzoeksmethode selecteren voor het beantwoorden van een bepaalde
onderzoeksvraag
kritisch beargumenteerd oordeel
De relevantie van onderzoek kunnen illustreren voor het management en het
beleid in de gezondheidszorg
H6: steekproeven
Voorstellen geven over hoe men een representatieve steekproef kan nemen
uit een populatie
Een kritisch en beargumenteerd oordeel vellen over andere onderzoeken,
gerapporteerd in wetenschappelijke literatuur of in de media en verbeteringen
suggereren
De relevantie van onderzoek kunnen illustreren voor het management en het
beleid in de gezondheidszorg
H7: vragenlijsten en surveyonderzoek
Een goede vragenlijst opstellen, slechte vragen verbeteren
voor- en nadelen verschillende onderzoeksmethodes uitleggen en de juiste
onderzoeksmethode selecteren voor het beantwoorden van een bepaalde
onderzoeksvraag
De relevantie van onderzoek kunnen illustreren voor het management en het
beleid in de gezondheidszorg
H8: paper schrijven
geen leerstof
1
,H1: Inleiding
1.1 Wat is sociaal-wetenschappelijk onderzoek?
Onderzoekers stellen voortdurend vragen over allerhande verschijnselen in de
samenleving
Proberen verschijnselen te beschrijven en te verklaren -> gebruiken bestaande
theorieën om inzicht te krijgen.
Wetenschappelijke onderzoekers houden zich aan stricte regels op kwaliteit van oz
te waarborgen.
1.2 Waarom sociaal-wetenschappelijk onderzoek?
Nieuwsgierigheid, academische belangstelling
Wisselwerking tussen persoonlijke betrokkenheid, beleidsvragen en academische
vereisten
PP Een hierarchie van bewijs?
De hiërarchie van evidentiee toont
welke artikels een betere evidentie hebben. Zo geven de artikels uit level 1 een hogere
evidentie vergeleken met de artikels uit level 7. In level 7 gaat het vaak over opinies van
experten. Hun opinie is gebaseerd op wat ze klinisch ervaren, maar dat geefty daarom
niet noodzakelijk de best mogelijke evidntie. Er kunnen namelijk veel bronnen van
vertekening aanwezig zijn en confounding, wat wil zeggen dat er een verstorende
variabele is die de resultaten kan beïnvloeden, waardoor twee groepen of situaties niet
goed met elkaar te vergelijken zijn.
RCT: gerandomiseerd gecontroleerde proef inzicht te krijgen. (gerandomiseerd control
trial). Single RCT : eenvoudige studie (maar 1 studie over dit
onderwerp)
Observationeel : kijken en overheen in de tijd -> cohorts opvolgen
Cohortstudie is een studie waar mensen herhaaldelijk gemeten worden in een
lange tijd
Cohortstudie is een onderdeel van observationeel onderzoek
2
, Correlatie = link leggen
PP Cruciale aspecten bij beoordeling evidentie
Een aantal cruciale aspecten bij de beoordeling van de evidentie van onderzoeken zijn:
- Betrouwbaarheid = Als je in een onderzoek een aantal zaken moet meten, dan
verwacht je dat deze resultaten ook gelijkaardig zijn wanneer ze gemeten worden
door iemand anders.
- Validiteit = de mate waarin je resultaten geldig zijn en overeenkomen met de
werkelijkheid. De validiteit kan worden onderzocht door te bepalen of je
daadwerkelijk hebt gemeten wat je wilde meten, bijvoorbeeld door kritisch te
kijken naar je onderzoeksopzet en meetinstrumenten.
- Verstoring (confounding) = en storende variabele (confounding variabele) is een
derde variabele die de relevante variabelen beïnvloedt, waardoor ze gerelateerd
lijken terwijl ze dat niet zijn. 1 van de cruciale aspecten waarom RCT vanboven
staat. Een 'confounder' is een factor die gerelateerd is aan de te onderzoeken
risicofactor of blootstelling en ook aan de uitkomst. Een 'confounder' kan een
verband tussen blootstelling en uitkomst verzwakken of versterken. Door
confounding kan een verband dat in werkelijkheid afwezig is, worden
gesuggereerd of kan een bestaand verband worden ontkend.
- Vertekening/bias = een systematische fout in onder meer de analyse, de
resultaten of de conclusies van een onderzoek. Deze vertekening kan het
werkelijke resultaat zowel over- als onderschatten, ofwel niet beïnvloeden. Het is
dus correcter om te spreken over een 'risico van bias'.
Veralgemeenbaarheid = Onderzoeksresultaten worden beschouwd als
generaliseerbaar/veralgemeenbaar als de bevindingen kunnen worden toegepast
op de breedste context, de meeste mensen, het grootste deel van de tijd.
Typen van onderzoek
1.2.1 Theoretisch onderzoek
= fundamenteel onderzoek
Als doel iets te gaan beschrijven (vb vgl van frequenties/prevalenties),
begrijpen (vb over ervaringen), verklaren (vb over oorzaken) , of
voorspellen (vb over prognose). De bedoeling is hypothesen die uit
bestaande theorieën afgeleid zijn te falsifiëren, en theorieën voort te
ontwikkelen om iets beter te begrijpen. Het oz hoeft niet direct voor de
praktijk belangrijk te zijn, maar vroeg of laat kan het onrechtstreeks van
belang zijn voor de praktijk.
1.2.2 Praktijkgericht onderzoek
= beleidsgericht onderzoek
Het accent ligt op het verkrijgen van kennis die ons in staat stelt om
verschijnselen (menselijk gedrag, processen in de zorg etc.) te beïnvloeden
en bepaalde zaken (sociale processen, maatschappelijke siutaties etc.) te
veranderen. Een vb is evaluatieonderzoek :
1. Planevaluatie
2. Procesevaluatie
3. Uitkomstevaluatie
3
, Dit oz is niet altijd even doordringens en is soms een eenvoudige vraag. Het
bestaat uit het regelmatig registreren van een toestand in de bevolking. Die
toestand heeft betrekking op objectieve kenmerken van individuen als
subjectieve en mentale toestanden (opinies, attitudes). Overheden
gebruiken die informatie om hun beleid op te stellen of te legitimeren.
Types van onderzoek: vb
1.3 Inlvoed van houdingen op levensbeslissingen (1961)
Studie over vrouwen die kort na de geboorte van hun kind en later op
verschillende meetpunten in de tijd terug werden geïnterviewd.
Onderzoekt in welke mate houdingen en sociale context van invloed zijn op
de levensbeslissingen die mensen nemen door de interacties tussen
generaties te analyseren. Het onderzoek kijkt naar hoe waarden,
overtuigingen en ervaringen van ouders worden overgedragen op hun
kinderen en hoe sociale omstandigheden, zoals sociaaleconomische status,
onderwijs en culturele normen, de keuzes van individuen beïnvloeden.
= longitudinale (prospectieve cohorte studie): corhort/groepen
opgevolgd in tijd
Gebaseerd op theorie over gepland gedrag
Niet in crossectioneel want:
-temporaliteit en confounding
-krijgen recall bias
-verleden reconstrueren vanuit het heden: weten niet wat er precies was in
die tijd en de volgorde.
In welke mate bepalen houdingen en sociale context de
levensbeslissingen die mensen nemen?
Houdingen: Overtuigingen en waarden die binnen gezinnen worden
doorgegeven, spelen een belangrijke rol bij levensbeslissingen. Mensen
nemen vaak beslissingen die aansluiten bij de normen en waarden die ze
van hun ouders hebben meegekregen.
Sociale context: Omgevingsfactoren zoals de economische situatie,
onderwijsniveau, en sociale netwerken zijn eveneens bepalend voor
keuzes.
1.3.2 Street corner society (1943)
Whyte's onderzoek richtte zich op een groep jonge mannen in Cornerville
die hun tijd doorbrachten op straat ("street corner"). Hij wilde begrijpen
hoe deze informele groepen functioneerden binnen de bredere
gemeenschap. Het toonde aan dat er binnen chaotische groepen vaak
complexe sociale structuren en regels bestaan.
Doel : begrijpen van sociale structuren en gedragspatronen in sloppenwijk.
4