Inhoud bespreking
Foxconn in china (delen van iphone maken)
- veel zelfmoord arbeiders door slechte arbeids omstandigheden
= netten rond gebouw voor mensen die springen
→ visie op de mens: mensen als wegwerp object!
Zalando
- bewakers die controleren of je hard genoeg werkt
- toiletten in het midden
→ pessimistisch beeld op de mens: mensen zijn lui
Onbeperkte vakantiedagen bij bedrijven
→ gaan minder vakantie nemen = competitieve cultuur
→ gecompenseerd door een minimum aantal te geven
Workday onder vuur in verenigde staten want doen selectie via AI
- oudere mensen gediscrimineerd
Academische schaak
- van meer vrouwen naar meer mannen
- 1 op de 3 profesoren moet een vrouw zijn → diversiteit
Inhoudstafel
– Inleiding en situering
– Evidencebased management
– Determinanten van gedrag
– Motivatie op het werk
– Leiderschap
– Werk en welzijn
– Werving, selectie en beoordeling
– Loopbanen en ontwikkeling
– Diversiteit en inclusie
– Organisatieontwerp en -verandering
Zinvol werk: werk is relevant en betekenis vol = 2 mogelijkheden
- Andere behoeften: collectief doen, andere helpen, verbonden
- Eigen behoeften: jezelf zijn, ideeën delen, talenten ontwikkelen, passie
Aandachtspunten voor zinvol werk
1. Veilige werkvloer: fysiek en metaal
2. Voldoende loon
3. Leiderschap: feedback & erkenning
4. Individuele jobs: competenties en interesses aansluiten (jobdesign)
5. Cultuur: aandacht aan ontwikkeling & ontplooiing
1
,Het belang van werk?
- grootste deel van onze tijd, meer dan tijdverdrijf en inkomsten!
- financiële mogelijkheid om te stoppen met werken?
= grootste deel zou blijven werken (cijfers wel gedaald)
tevredenheid heeft hier een effect op, MAAR minder groot dan verwacht
1. Werkloos slecht welzijn: mentaal & fysiek welzijn, familie en relationele problemen,
angst, depressie, gezondheid, risicogedrag → verdwijnt met vinden van nieuwe job
! Werken staat centraal in het leven, bepaald identiteit !
2. Ritme
3. Collectief doel: iets betekenen voor andere
4. Sociale contacten
5. Identiteit
6. Actief
A&O fundamentele principes
- Wetenschappelijke onderbouwing - oplossingen zoeken voor
- Pragmatiek problemen van mens en
organisatie: beiden gelijkwaardig
en versterken elkaar
Hoofdstuk 1
Inleiding en situering
Wisselwerking = Fundamenteel - Toegepast - Praktische problemen en opportuniteiten
Fundamenteel: psychologisch onderzoek
bv. aandacht, geheugen, taal
Toegepaste: ook toepassing van experimentele methoden en inzichten in problemen
a) Klinische d) A&O
b) Gezondheid e) Educatief
c) Forensisch
1. Afbakening
werknemer <-> organisatie = wederzijdse beïnvloeding ‘mensen in de context van werk’
= maar ook buiten de context van werk
bv. invloed op thuis situatie
– Arbeidspsychologie: focus op kenmerken van werk zelf en impact ervan op werknemers
• Taakverdeling (gevarieerd of nauw), veiligheid, werktijden, omstandigheden,
inhoud, organisatie, verhouding, voorwaarden
– Organisatiepsychologie: begrijpen van menselijk gedrag in context van een organisatie
• Motivatie, leiderschap, teams,…
– Personeelspsychologie: produceren in organisatie voor loon
• Beperking: geen brede context (vrijwilligerswerk, hobby) → wel generaliseerbaar
• Menselijk kapitaal maximaliseren: aandacht voor productiviteit, welzijn, uitkomst
– Consumentenpsychologie: economische gedragingen (na WO), consumenten als
potentiële kopers (behoeften, attitudes tov product)
2
,Heel wat synoniemen/verwante termen = verwarring (niet kennen)
– A&O psychologie
– Bedrijfspsychologie
– Work and Organizational Psychology
– Industrial-Organizational Psychology (personeels): optimaal inzetten van medewerkers
2. Historische achtergrond: wetenschappelijke evoluties
Moderne staat, verstedelijking, industrialisatie, technologie → nieuwe sociale problemen
2.1 Natuurwetenschappelijke methode: gestructureerde manier om naar realiteit te kijken
observatie ➔ hypothese ➔ toetsing (vaak experimenteel) ➔ verwerping/aanvaarding
hypothese
onafhankelijke variëren en effect op afhankelijke bekijken = causaal verband (oorzaak)
Vb. Milgram experiment: electroshock = observatie van WO komt tot hypothese een
hypothese wordt aanvaard na experiment
! natuurwetenschappelijke methode systematisch gebruiken op psychologische
fenomenen = wetenschap !
2.2 Eerste academische ontwikkelingen
Wilhelm Wundt:
• Focus op fundamenteel/experimentele psychologische processen (aandacht, geheugen,…)
• Twee methoden:
– Experimentele methode (zo snel mogelijk antwoorden, bepaalde variabele moeilijk
te isoleren)
– Introspectie (wat dacht ik terwijl = nu niet meer gebruikt, moeilijk verwoorden,
controleren individuele verschillen vaardigheden)
• Studenten van Wundt worden de echte grondleggers van de A&O Psychologie
Hugo Münsterberg (student wundt) = grondlegger A&O !
• Switch van bestuderen van eerst fundamenteel psychologische processen zoals wundt
(experimentele psychologie, zag eerst geen nut in A&O) naar toegepaste psychologie
3
, • Toepassen van empirisch – natuurwetenschappelijke methode op selectie
= pearson correlatie coëfficiënt: rudimentaire statistieken
bv. trambestuurder heeft goede reactiesnelheid (brandend lichtje) en goede cirkel
beweging (in rondje gaan)
= later gebruikt voor personeelsselectie
→ eerste link tussen psychologie (‘abilities’ meten) en werkprestaties = oorsprong A&O !
+ grote nadruk op economische psychologie: overheid overtuigen van het nut
Eerste A&O boek: "psychological and industrial efficiency”
McKeen Cattell
• Sterke interesse in individuele verschillen <=> Wundt algemene wetmatigheden (wat voor
iedereen telden de rest is RUIS)
Scott, Bingham
• Grootschalige intelligentietesten (Binet veranderen + helpen WOII) = tools op korte tijd
grote groep
Scott
• Toespraak over psychologie en reclame
• Voor eerst commerciële activiteit linken aan psychologische inzichten
Conclusie: vaardigheidstesten belangrijke rol in ontstaan, verschillende subdimensies,
gemeenschappelijk vooral individu en niet omgeving/cultuur + productiviteit verhogen
3. Evolutie van maatschappelijke beeld over de mens in een arbeidssituatie
3.1 < 20 eeuw:
Werknemer volgt slaafs instructies en heeft geen eigen mening
bv. film Daens (priester die opkwam voor arbeiders, industriële revolutie waardoor
werk voor kinderen en gevaarlijk = instrument en vervangbaar)
bv. Foccon zelfmoorden; netten en beloofd geen zelfmoord in contract
3.2 De rationeel-economische mens:
Visie op werkende mens → er komt meer focus op de mens
• Mensen zijn van nature lui en moeten extern gestimuleerd worden
• Mensen hebben vooral rationeel of economische motieven (homo economicus)
= gaan alleen werken voor economische doelen, er zelf beter van worden
• Atomistische visie op de mens = alleen mens zelf en niet omgeving
→ opeenvolgende beperkte handelingen
→ Fordisme = henry ford = atomistische visie (isoleren en context niet bekijken)
4