U ASK ME
IMMUNOLOGIE
KLINISCH EINDEXAMEN 2025-2026
,INHOUDSTAFEL
Korte inleiding in de afweer .................................................................................................................................... 3
1. Inhalatie allergie ............................................................................................................................................. 7
2. Latexallergie ................................................................................................................................................. 14
3. Voedselallergie ............................................................................................................................................. 15
4. Hymenopteragif allergie ............................................................................................................................... 20
5. Urticaria en angio-oedeem ........................................................................................................................... 23
6. Pediatrische aspecten allergie ...................................................................................................................... 27
7. Immuundeficiëntie ....................................................................................................................................... 31
8. Geneesmiddelenallergie ............................................................................................................................... 37
9. Atopische dermatitis (= atopisch eczeem).................................................................................................... 43
10. Anafylaxie ................................................................................................................................................. 46
11. Mastocytose ............................................................................................................................................. 48
2
,KORTE INLEIDING IN DE AFWEER
Type cel Functie
Neutrofiele granulocyt - Deel van de niet specifieke afweer
- Belangrijk bij ontstekingsreacties
- Belangrijk bij bestrijding van schimmels
Eosionofiele granulocyt - Afweer tegen parasieten
- Ruimen antigeen-antilichaamcomplexen op
Basofiele granulocyt - Niet specifieke afweer
- Belangrijk voor parasitaire bestrijding
Mestcellen (mastocyten) - Bij activatie komen ontstekingsmediatoren (oa histamine) vrij die
zich kunnen verdedigen tegen parasieten
- Rol bij allergische reacties
B lymfocyten - Specifieke afweer, geheugen
Markers: CD19+, CD20+, IgM - Naïeve B lymfocyt: geïnactiveerde B lymfocyt
- Plasmacel: productie en uitscheiding IgG na activatie Th-cel
- Geheugen B-lymfocyt: geheugen na infectie, snellere reactie bij
herinfectie
T lymfocyten - Specifieke afweer, geheugen, ondersteuning immuunrespons
Markers: CD3+ - Th: regulatie immuunrespons CD4+
- CTL: doden virusgeïnfecteerde- en tumorcellen mbv cytotoxische
granulen CD8+
- T-regulerend: reguleren immuunrespons CD4+, CD25+
- Geheugen T lymfocyt: geheugen na infectie, bij recidief snellere
reactie
Monocyten - Niet specifieke afweer
Macrofagen - Fagocyteren van pathogenen, dode cellen, weefselresten en
Ontstaan vanuit monocyten onbekend materiaal (ruimt op na ontsteking) → gebruiken
hiervoor oa zuurstofradicalen en lysosomen
- Functioneert ook als APC
- Belangrijk in bestrijding schimmels
- Bv. Microglia in de hersenen, Kupffercellen in de lever, alveolaire
macrofagen in de longen
NK cellen - Niet specifieke afweer
Markers: CD16+, CD25+
Dendritrische cellen - Controle op aanwezigheid van pathogenen
- Herkenning pathogeen → activatie DC → uitscheiding cytokinen
en presentatie antigenen op celmembraan aan CD4+ en CD+ Tly
3
, Stof Functie Celtypen
Cytotoxische cellen Belangrijk bij IC celschade (oa virale CTL, eosinofiele granulocyten, NK
infectie, tumorcellen) cellen
Antigeen presenterende Presentatie van antigeen ter activatie van B lymfocyt, DC, monocyten,
cellen APC de celgemedieerde en humorale afweer macrofagen
Fagocyten Fagocytose van oa antigenen Neutrofiele granulocyten,
monocyten, macrofagen en
eosinofielen
Granulocyten PMN cellen met granulen met enzymen. Eosinofiele, neutrofiele en
Belangrijk in verdediging tegen schimmels basofiele granulocyten,
en bacteriën mestcellen
Immunoglobulines
IgA Meest voorkomend in extra-vasculaire secreties, zoals moedermelk, speeksel, tranen,
luchtweg- en darmmucus, secreties geslachtsorganen
IgD Geassocieerd met primaire afweerreacties, exacte functie onduidelijk
IgE Associatie met allergische reacties. Hoge affinitiet voor mastcellen en basofiele granulocyten.
Betrokken bij afweer tegen parasieten.
IgG Productie bij secundaire afweerreactie. Belangrijk bij ingekapselde bacteriën. Bescherming baby
gedurende 3-6 mnd (enige Ig dat placenta passeert).
IgM Geassocieerd met primaire afweerreacties en met de reactie op bloedgroepantigenen. Eerste Ig
die wordt geproduceerd tgv antigeencontact. Vooral effectief tegen bacteriën en virussen.
Complementeactivatie bij IgG en IgM. IgG is 80% vd Ig in het bloed.
MHC complexen = HLA moleculen ( = humane leukocyten antigenen)
MHCI MHC II
Aanwezig op Alle gastheercellen met kern Vooral op APC’s: MF, B-lymfocyten, DC
(niet retina en brein)
Presenteert Intracellulaire/endogene eiwitten (kan Extracellulaire/exogene eiwitten (bv. Een
lichaamseigen zijn, waarop geen reactie gefagocyteerd pathogeen)
volgt, of van bv. een virus waarop wel
een reactie volgt) aan T-lymfocyten
Herkend door CTL (CD8+) Th (CD4+)
Actie Doden van de cel Uitscheiding cab cytokinen
4