DEEL 1 didactische componenten
1.Inleiding
3 Delen (K, DC, L) EDI
fases
Inleidin K3= lln luisteren, feedback lln Activeren voorkennis (! Ied kaartje -> ALLE
g C2= kommagetallen -> gelijkenissen (groepje) lln meedenken)
Rangschikken (K--> G) Lesdoel delen
L2= herinneren komma --> via kaartjes opfrissen
Andere vb: wisbordje (4 manieren) , bingo
Kern K2= luisteren, armen kruisen, zwijgen IK-fase = modelleren (voordoen) welke
C3= wat: dichtbijgelegen gehelen stap zetten
- Herhaling (as) - ! lln zwijgen -> lln uitleggen =
- Getallen juiste plaats slecht => nt helemaal juist ->
- Visueel voorstellen verwarring
- Stuk as apart - Als lk sowieso juiste uitleg
- Te-abel zetten
- Pijltjes
- cirkel rond dichtste (! Ongv niet exact)
L3= lk legt uit
K1= aanmoedigend, foutje -> nt erg (lk blijft rustig
vb. Oscar), extra aandacht lln nt-NED, ied partner
hebben
C6= lk : smartboard
Lln: wisbordje, stoft, doekje
L1
Archiveren: mee samen, WE vorm, willekeurig lln
aanduiden WIJ (llk + lln) -JULLIE (schoudermaatje)
Controleren: wisbordje in lucht , dr klas wandelen fase
Feedback: helpen bij foutje, ”de meeste.;” -> = *begeleide inoefening
weten nog nt ied
Herhaling: zelf oef maken
- - - - - - - - - - - - - -- -
- - -
K5= check check (! Alleen -> zelf weten of je lln
kan) - - - - - - - - - - - - -
C7= zelf oef, hand in lucht (evaluatie soms lln - -
hoger inschatten JIJ- fase =*kleine afsluiting
L3 - Zicht wie al kan
>80% : alleen
Helft : samen
4 lln : apart in miniklas
K6= mini klas, (*verlengde instructie), kaft (lln
nt-Ned) –> op maat gemaakt, wachthoeken (klaar?
HOREN SAMEN = VERWERVING
lezen,.. verbetering = routine
C4= instructie (bord, pagina), korte uitleg wie wat
doet: alleen, klassi,… probleem => stappen =
routine Zelfstandige verwerking
L4=
Slot K4= ja, namen noemen, wachten, op vriendelijke Grote les afsluiting
manier (vb. “2 dames wachten, heren)
C5= juf verteld, klassikaal (WIJ JULLIE FASE)
evaluatie lln
L5= lesdoelen controleren, zelfevaluatie (goed
begrepen,… )
Fragment via canvas herbekijken (juf Katrien)
1.2 Teaching- technieken
- lln optimaal tot leren (effectief werkt) => Dough Lemov (vb van)
, - hij baseerde: verschil in prestaties tussen scholen met lln hogere vs lager
inkomensgroepen
- horizontale as: gratis maaltijd
- verticale as: per school #% vn lln slagen vr gestandaardiseerde wiskunde test
meestal negatief verband= meer armoede = lagere prestaties
MAAR rechterbovenhoek: uitzonderlijke scholen = veel arme lln maar halen
lln daar goede resultaten
hij ging observeren wrm dat kon
- ontdekte patronen en technieken (lk gebr om zo lln goede resul te
laten behalen) ==> *Teaching Techniques
- technieken beschreven in zijn boeken : "Teach Like a Champion".
- Vlaanderen onderwijsongelijkheid hoog : SES; thuistaal, migratiestatus bepalend vr
schooluitkomsten vn lln
Toch kritiek
-Eigen= ‘gestandaardiseerde staatstoetsen’ NT ALLES meten
- Goed punt op deze test voorspelling : grotere kans lln beter in verdere
loopbaan
- Andere= TT reduceren/herleiden lk tot robots: hersenloos programma uitvoeren
->niet Lemov zijn bedoeling natuurlijk
- Hij zegt= technieken in de juiste situatie + manieren toepassen
De effectieve toepassing is uniek, omdat goede lk hun eigen draai
geven (persoonlijkheid)
- Ondz bleek: Uncommon Schools negatieve effect armoede invloed schoolprestaties VALT
WEG
1.3 EDI
- EDI soort van TT
- *EDI= aanpak leseffectiviteit te verhogen + zorgen vr succeservaringen + betere
leerprestaties bij lln
lk centrale rol toegewezen (bij edi)
- EDI geleidelijk opbouwen volgend vaste lesfasen + na tijdje technieken ingezet
BEGRIPPEN
De elementen die aan de basis liggen van een lesontwerp en zowel de
Didactische componenten structuur als de richting van de les bepalen. (De 'ingrediënten' van
een goede les.)
Klasmanagement is het installeren en onderhouden van een positief
Klasmanagement en motiverend klasklimaat, wat het mogelijk maakt de
vooropgestelde lesdoelen te bereiken.
Een gestructureerde manier van lesgeven waarbij de leerkracht de
Expliciete Directe Instructie
leerstof expliciet en stapsgewijs uitlegt, voordoet en begeleidt.
De wetenschap die onderzoekt hoe kennis, vaardigheden en attitudes
Didactiek (didactisch)
kunnen worden aangeleerd.
Pedagogie (pedagogisch) De wetenschap die bestudeert hoe kinderen worden opgevoed.
Concrete handelingen die je als leerkracht in staat kunnen stellen om
Teaching-technieken voor alle leerlingen een zo krachtig mogelijk leerklimaat te
onderhouden.
2. component ‘doelen’
2.1 wat verstaan we onder doelen
- *doelen= vooropgestelde gedragsverandering van lln rekening houdend met beginsituatie, lln
kan evolueren v/h niet kunnen naar het kunnen
=> aangeven wat wil bereiken met les
- in model krachtige leeromgeving: doelbewuste aanpak = belangrijk component
- *doelbewuste aanpak= je hebt duidelijk doel met wat je uiteindelijk bij de kinderen
- scherpstellen van beoogde doelen biedt structuur vr lk en lln
, - doel vertelt veel over andere componenten
doelen zijn:
1) ruggengraat van de les = vr lk onmisbaar vertrekpunt bij ontwerpen van effectieve
onderwijsleersituaties
- lk rekening met wat lln kunnen, kennen
- OOK bepaalt einde les of lln nog meer + beter zouden kennen of kunnen
2) tijdens lesgeven is doel ene kompas = op welke inbreng vn lln dieper ingaan ofwelke besteed
minder aandacht
- lk navigeren zodat niet te veel afleiding is
3) ook! is leerlingen mede-eigenaar in leerproces = lk moet ook inzicht geven in de doelen die je
vooropstelt
- dr doelen expliciteren lln beter zicht wat er verwacht w => kan zorgen voor motivatie en
betrokkenheid
- nadenken over doelen: richting aan leerproces
- niet goed uitgelegd: lln leren iets bij MAAR moeilijker wie op welk vlak vordering
- miss werkt contraproductief = doorheen doelloze activiteiten w bepaalde opvattingen die je net
graag zou willen veranderen toch hetzelfde of sterker (kijk schema pagina 12)
2.2 ontwikkeling van de gehele persoon hoofd hart handen
- goed onderwijs: focust niet alleen op bovenste 10 cm WEL hele ontwikkeling persoon
2. 2.1 cognitieve doelen (hoofd)
- cognitie: kennen + vermogen om kennis te verwerven
vb. maaltafels, landen EU
- *metacognitieve = kennis hebben over je eigen kennis
- bewustzijn wat je weet en hoe kennis verwerft en kan toepassen
vb. verwoorden hoe eigen werk tt stand is gekomen o.b.v aanpak + organisatie
(hoe prob opgelost)
2.2.2 dynamisch affectieve doel (hart)
- affectief: iets betrekking op iem gevoelswereld
- dynamisch = gevoelswereld veranderlijk -> dr wisselwerking met omgeving
- doelen= betrekking op zelfbeeld, motivatie, sociale vaardigheden en zelfregulering
- door doelen lln beter omgaan eigen gevoelens & anderen + hoe reageren in bepaalde
situaties
vb. in klas : respect materiaal, in orde zijn op tijd komen
vb. opkomen voor jezelf
2.2.3 psychomotorische doelen (handen)
- Bewegingen gebk om doel bereiken
- onderscheidt grove motoriek en fijne motoriek
1. grove= schoolslag, dansen...
2. fijne= pengreep, veterstrikken, metend rekenen (geodriehoek)
2.3 niveaus van doelen
- in praktijk = 4 soorten doelen (geordend)
- ! duidelijke samenhang tussen verschillende doelen
- ruim naar concreet
2.3.1 minimumdoelen
- minimum doelen 70% halen 30% zelf invullen
- door overheid: doelen afgebakend die behoren tt minimale basisvorming
- eindtermen lagen laag dus => lat hoger leggen= minimumdoelen opgesteld
- *minimum doelen= kwaliteitseisen die aan onderwijs worden gesteld
- nadruk zoveel mogelijk lln doelen bereiken
- minimumdoelen gemaakt: lk zelf kunnen invullen op schoolniveau
- focus = Nederlands wiskunde en wetenschap
, dr kennis curriculum = zorgt lln duidelijk en systematische opbouw van kennis krijgt
- OOK leren verbanden leggen en werken ze aan diepgaande kennis
2.3.2 leerplandoelen
- leerplannen uitgangspunt van lesvoorbereidingen h
- opmaken eerplannen: maken dr van inrichtende macht OF schoolbestuur
- MAAR IN PRAKTIJK gemaakt dr koepels van onderwijsnetten
- 3 koepels
1) katholiek : vrij gesubsidieerde onderwijs (ZILL)
2) gemeenschappelijk onderwijs: GO
3) stedelijk en gemeentelijk: gesubsidieerd officieel onderwijs (leerlokaal= OVSG)
- leerplannen door overheid goedkeuren
- verschillen type leerplan
1) gelsoten: details
2) open: meer keuzevrijheid
->school bepaald wnr realiseren
- IN leerplan vind *leerlijn = chronologische orde, zoals doelen bij voorkeur w nagestreefd
- school ook zelf leerlijnen uitwerken in leerplandoelen
verticale leerlijnen en horizontale leerlijnen
- *verticaal = opbouw doorheen kleuter en lager onderwijs
- wat verwacht op welke leeftijd
vb. Kleuterschool erbij en eraf in een lagere school plus en min (verder bouwen op)
- *horizontale = geven opbouw binnen EEN leerjaren
vb. leren z 10 tellen in hetzelfde lj 10 tot 20
- school kiezen om beide ontwikkeling stappen in het zesde leerjaar in te plannen
vb. kenmerken landelijk stedelijk en industrieel -> eigen streek gaan kijken hoe het in België zit
(bosklassen )
zin in leren zin in leven katholiek onderwijs (zill) 1
- centraal = elke lln is unieke
- streven nr harmonische ontplooiing van totale persoon
- ordeningskader (cirkel)
1) kern = persoonsgebonden ontwikkeling
2) buiten= cultuurgebonden ontwikkeling
- kern & buitencirkel verhouden zich dynamisch ten opzichte van elkaar
- persoonsgebonden en cultuurgebonden ontwikkeling opsplitsen in 4 en 6 ontwikkelingsvelden
elk ontwikkelingsveld opgedeeld in ontwikkelingsthema’s concreter in generkieke doelen
- *generieke doelen = gelden voor alle leerlingen vn basisschool
- OOK voor de IK- zinnen ( die in elks veld en thema staan)
uitdrukken waar met thema nrtoe wille, (lln over zichzelf kan zeggen)
- IK zinnen & doelststelling generiek zijn = !! keuze
betekent: leeruitkomsten bij alle kinderen nagestreefd w
- welke manier en hoe snel kind ontw = afhankelijk individuele leerbehoefte
- In meeste generieke doelen = leerlijn ontw
hierin zicht op ontwikkelingstappen: die verbonden zijn met referentieperiodes o.B.v leeftijd
lln
kijk PP hoe opschrijven voor lesvoorbereiding
leer lokaal (ovsg) 2
- kiest ervoor om werken met herkenbare leergebieden
- groene cirkel zoveel mogelijk geïntegreerd in ander leergebieden
1.Inleiding
3 Delen (K, DC, L) EDI
fases
Inleidin K3= lln luisteren, feedback lln Activeren voorkennis (! Ied kaartje -> ALLE
g C2= kommagetallen -> gelijkenissen (groepje) lln meedenken)
Rangschikken (K--> G) Lesdoel delen
L2= herinneren komma --> via kaartjes opfrissen
Andere vb: wisbordje (4 manieren) , bingo
Kern K2= luisteren, armen kruisen, zwijgen IK-fase = modelleren (voordoen) welke
C3= wat: dichtbijgelegen gehelen stap zetten
- Herhaling (as) - ! lln zwijgen -> lln uitleggen =
- Getallen juiste plaats slecht => nt helemaal juist ->
- Visueel voorstellen verwarring
- Stuk as apart - Als lk sowieso juiste uitleg
- Te-abel zetten
- Pijltjes
- cirkel rond dichtste (! Ongv niet exact)
L3= lk legt uit
K1= aanmoedigend, foutje -> nt erg (lk blijft rustig
vb. Oscar), extra aandacht lln nt-NED, ied partner
hebben
C6= lk : smartboard
Lln: wisbordje, stoft, doekje
L1
Archiveren: mee samen, WE vorm, willekeurig lln
aanduiden WIJ (llk + lln) -JULLIE (schoudermaatje)
Controleren: wisbordje in lucht , dr klas wandelen fase
Feedback: helpen bij foutje, ”de meeste.;” -> = *begeleide inoefening
weten nog nt ied
Herhaling: zelf oef maken
- - - - - - - - - - - - - -- -
- - -
K5= check check (! Alleen -> zelf weten of je lln
kan) - - - - - - - - - - - - -
C7= zelf oef, hand in lucht (evaluatie soms lln - -
hoger inschatten JIJ- fase =*kleine afsluiting
L3 - Zicht wie al kan
>80% : alleen
Helft : samen
4 lln : apart in miniklas
K6= mini klas, (*verlengde instructie), kaft (lln
nt-Ned) –> op maat gemaakt, wachthoeken (klaar?
HOREN SAMEN = VERWERVING
lezen,.. verbetering = routine
C4= instructie (bord, pagina), korte uitleg wie wat
doet: alleen, klassi,… probleem => stappen =
routine Zelfstandige verwerking
L4=
Slot K4= ja, namen noemen, wachten, op vriendelijke Grote les afsluiting
manier (vb. “2 dames wachten, heren)
C5= juf verteld, klassikaal (WIJ JULLIE FASE)
evaluatie lln
L5= lesdoelen controleren, zelfevaluatie (goed
begrepen,… )
Fragment via canvas herbekijken (juf Katrien)
1.2 Teaching- technieken
- lln optimaal tot leren (effectief werkt) => Dough Lemov (vb van)
, - hij baseerde: verschil in prestaties tussen scholen met lln hogere vs lager
inkomensgroepen
- horizontale as: gratis maaltijd
- verticale as: per school #% vn lln slagen vr gestandaardiseerde wiskunde test
meestal negatief verband= meer armoede = lagere prestaties
MAAR rechterbovenhoek: uitzonderlijke scholen = veel arme lln maar halen
lln daar goede resultaten
hij ging observeren wrm dat kon
- ontdekte patronen en technieken (lk gebr om zo lln goede resul te
laten behalen) ==> *Teaching Techniques
- technieken beschreven in zijn boeken : "Teach Like a Champion".
- Vlaanderen onderwijsongelijkheid hoog : SES; thuistaal, migratiestatus bepalend vr
schooluitkomsten vn lln
Toch kritiek
-Eigen= ‘gestandaardiseerde staatstoetsen’ NT ALLES meten
- Goed punt op deze test voorspelling : grotere kans lln beter in verdere
loopbaan
- Andere= TT reduceren/herleiden lk tot robots: hersenloos programma uitvoeren
->niet Lemov zijn bedoeling natuurlijk
- Hij zegt= technieken in de juiste situatie + manieren toepassen
De effectieve toepassing is uniek, omdat goede lk hun eigen draai
geven (persoonlijkheid)
- Ondz bleek: Uncommon Schools negatieve effect armoede invloed schoolprestaties VALT
WEG
1.3 EDI
- EDI soort van TT
- *EDI= aanpak leseffectiviteit te verhogen + zorgen vr succeservaringen + betere
leerprestaties bij lln
lk centrale rol toegewezen (bij edi)
- EDI geleidelijk opbouwen volgend vaste lesfasen + na tijdje technieken ingezet
BEGRIPPEN
De elementen die aan de basis liggen van een lesontwerp en zowel de
Didactische componenten structuur als de richting van de les bepalen. (De 'ingrediënten' van
een goede les.)
Klasmanagement is het installeren en onderhouden van een positief
Klasmanagement en motiverend klasklimaat, wat het mogelijk maakt de
vooropgestelde lesdoelen te bereiken.
Een gestructureerde manier van lesgeven waarbij de leerkracht de
Expliciete Directe Instructie
leerstof expliciet en stapsgewijs uitlegt, voordoet en begeleidt.
De wetenschap die onderzoekt hoe kennis, vaardigheden en attitudes
Didactiek (didactisch)
kunnen worden aangeleerd.
Pedagogie (pedagogisch) De wetenschap die bestudeert hoe kinderen worden opgevoed.
Concrete handelingen die je als leerkracht in staat kunnen stellen om
Teaching-technieken voor alle leerlingen een zo krachtig mogelijk leerklimaat te
onderhouden.
2. component ‘doelen’
2.1 wat verstaan we onder doelen
- *doelen= vooropgestelde gedragsverandering van lln rekening houdend met beginsituatie, lln
kan evolueren v/h niet kunnen naar het kunnen
=> aangeven wat wil bereiken met les
- in model krachtige leeromgeving: doelbewuste aanpak = belangrijk component
- *doelbewuste aanpak= je hebt duidelijk doel met wat je uiteindelijk bij de kinderen
- scherpstellen van beoogde doelen biedt structuur vr lk en lln
, - doel vertelt veel over andere componenten
doelen zijn:
1) ruggengraat van de les = vr lk onmisbaar vertrekpunt bij ontwerpen van effectieve
onderwijsleersituaties
- lk rekening met wat lln kunnen, kennen
- OOK bepaalt einde les of lln nog meer + beter zouden kennen of kunnen
2) tijdens lesgeven is doel ene kompas = op welke inbreng vn lln dieper ingaan ofwelke besteed
minder aandacht
- lk navigeren zodat niet te veel afleiding is
3) ook! is leerlingen mede-eigenaar in leerproces = lk moet ook inzicht geven in de doelen die je
vooropstelt
- dr doelen expliciteren lln beter zicht wat er verwacht w => kan zorgen voor motivatie en
betrokkenheid
- nadenken over doelen: richting aan leerproces
- niet goed uitgelegd: lln leren iets bij MAAR moeilijker wie op welk vlak vordering
- miss werkt contraproductief = doorheen doelloze activiteiten w bepaalde opvattingen die je net
graag zou willen veranderen toch hetzelfde of sterker (kijk schema pagina 12)
2.2 ontwikkeling van de gehele persoon hoofd hart handen
- goed onderwijs: focust niet alleen op bovenste 10 cm WEL hele ontwikkeling persoon
2. 2.1 cognitieve doelen (hoofd)
- cognitie: kennen + vermogen om kennis te verwerven
vb. maaltafels, landen EU
- *metacognitieve = kennis hebben over je eigen kennis
- bewustzijn wat je weet en hoe kennis verwerft en kan toepassen
vb. verwoorden hoe eigen werk tt stand is gekomen o.b.v aanpak + organisatie
(hoe prob opgelost)
2.2.2 dynamisch affectieve doel (hart)
- affectief: iets betrekking op iem gevoelswereld
- dynamisch = gevoelswereld veranderlijk -> dr wisselwerking met omgeving
- doelen= betrekking op zelfbeeld, motivatie, sociale vaardigheden en zelfregulering
- door doelen lln beter omgaan eigen gevoelens & anderen + hoe reageren in bepaalde
situaties
vb. in klas : respect materiaal, in orde zijn op tijd komen
vb. opkomen voor jezelf
2.2.3 psychomotorische doelen (handen)
- Bewegingen gebk om doel bereiken
- onderscheidt grove motoriek en fijne motoriek
1. grove= schoolslag, dansen...
2. fijne= pengreep, veterstrikken, metend rekenen (geodriehoek)
2.3 niveaus van doelen
- in praktijk = 4 soorten doelen (geordend)
- ! duidelijke samenhang tussen verschillende doelen
- ruim naar concreet
2.3.1 minimumdoelen
- minimum doelen 70% halen 30% zelf invullen
- door overheid: doelen afgebakend die behoren tt minimale basisvorming
- eindtermen lagen laag dus => lat hoger leggen= minimumdoelen opgesteld
- *minimum doelen= kwaliteitseisen die aan onderwijs worden gesteld
- nadruk zoveel mogelijk lln doelen bereiken
- minimumdoelen gemaakt: lk zelf kunnen invullen op schoolniveau
- focus = Nederlands wiskunde en wetenschap
, dr kennis curriculum = zorgt lln duidelijk en systematische opbouw van kennis krijgt
- OOK leren verbanden leggen en werken ze aan diepgaande kennis
2.3.2 leerplandoelen
- leerplannen uitgangspunt van lesvoorbereidingen h
- opmaken eerplannen: maken dr van inrichtende macht OF schoolbestuur
- MAAR IN PRAKTIJK gemaakt dr koepels van onderwijsnetten
- 3 koepels
1) katholiek : vrij gesubsidieerde onderwijs (ZILL)
2) gemeenschappelijk onderwijs: GO
3) stedelijk en gemeentelijk: gesubsidieerd officieel onderwijs (leerlokaal= OVSG)
- leerplannen door overheid goedkeuren
- verschillen type leerplan
1) gelsoten: details
2) open: meer keuzevrijheid
->school bepaald wnr realiseren
- IN leerplan vind *leerlijn = chronologische orde, zoals doelen bij voorkeur w nagestreefd
- school ook zelf leerlijnen uitwerken in leerplandoelen
verticale leerlijnen en horizontale leerlijnen
- *verticaal = opbouw doorheen kleuter en lager onderwijs
- wat verwacht op welke leeftijd
vb. Kleuterschool erbij en eraf in een lagere school plus en min (verder bouwen op)
- *horizontale = geven opbouw binnen EEN leerjaren
vb. leren z 10 tellen in hetzelfde lj 10 tot 20
- school kiezen om beide ontwikkeling stappen in het zesde leerjaar in te plannen
vb. kenmerken landelijk stedelijk en industrieel -> eigen streek gaan kijken hoe het in België zit
(bosklassen )
zin in leren zin in leven katholiek onderwijs (zill) 1
- centraal = elke lln is unieke
- streven nr harmonische ontplooiing van totale persoon
- ordeningskader (cirkel)
1) kern = persoonsgebonden ontwikkeling
2) buiten= cultuurgebonden ontwikkeling
- kern & buitencirkel verhouden zich dynamisch ten opzichte van elkaar
- persoonsgebonden en cultuurgebonden ontwikkeling opsplitsen in 4 en 6 ontwikkelingsvelden
elk ontwikkelingsveld opgedeeld in ontwikkelingsthema’s concreter in generkieke doelen
- *generieke doelen = gelden voor alle leerlingen vn basisschool
- OOK voor de IK- zinnen ( die in elks veld en thema staan)
uitdrukken waar met thema nrtoe wille, (lln over zichzelf kan zeggen)
- IK zinnen & doelststelling generiek zijn = !! keuze
betekent: leeruitkomsten bij alle kinderen nagestreefd w
- welke manier en hoe snel kind ontw = afhankelijk individuele leerbehoefte
- In meeste generieke doelen = leerlijn ontw
hierin zicht op ontwikkelingstappen: die verbonden zijn met referentieperiodes o.B.v leeftijd
lln
kijk PP hoe opschrijven voor lesvoorbereiding
leer lokaal (ovsg) 2
- kiest ervoor om werken met herkenbare leergebieden
- groene cirkel zoveel mogelijk geïntegreerd in ander leergebieden