Hoofdstuk 1: INSPECTIE/SCREENING/PALPATIE/BEWEGINGSIDAGRAM
THEORIE
De thoracale wervelkolom is een belangrijke regio.
- Enerzijds omwille van de biomechanische samenhang met de
overgangsgebieden, thoracolumbale (TLO) en cervicothoracale overgang
(CTO).
- Anderzijds omwille van een neurovegetatief verband: de preganglionaire
neuronen van de orthosympatische grensstreng liggen immers ter hoogte
van de thoracale wervelkolom.
De thoraxwervels en de ribben vormen met elkaar een functioneel geheel
costale gewrichtsvlakken.
ROM van de thoracale WK
- Flexie: 35° door stand van gewrichtsvlakken en kleine disci
- Extensie: 25° door stand gewrichtsvlakken en lange P.S. die caudaal
liggen
- Lateroflexie (bilat): 20°
- Rotatie (bilat): 35° veel
Weinig mobiliteit door costosternale en costovertebrale gewrichtsvlakken.
PRAKTIJK
1.1. SCREENING
Ribbreuk (anamnestisch)
Techniek:
P ligt in buiklig; Armen naast lichaam P. T palpeert rib waar je denkt dat er een
breuk is. Vinger in verloop van de rib (bovenste horizontaal en onderste gaan wat
schuiner). Je klopt op uw vinger door hamertje van uw vinger te maken.--> Als P
het wat voelt klop je rechtstreeks op de rib. Je legt uw vingers op 2 ribben met
ertussen de tussenrib ruimte om te palperen. Dan klop je op de rib
Uitkomstmaat: scherpe gewaarwording pijn doorsturen
Indeukingsfractuur
Wie? Bij trauma of osteoporotisch P die bv te hard niest zit dan niet meer recht
Techniek:
P op tafel met afhangende benen, zo recht mogelijk zitten als die kan. Schouder
vastnemen P om te ondersteunen. T verstevigt zijn hand en klopt met pinkmuis
op de rug thv processus spinosis in de regio waar de fx kan zijn.
Uitkomstmaat Niet lokaal pijn maar een scherpe gewaarwording van pijn
,Screeningstest = niet insluiten, gewoon indicatie om door te sturen
Aanvullend lichamelijk OZ
Graden
- Graad 1: Nek/bovenrug pijn zonder tekenen of symptomen die kunnen
wijzen op grote structurele pathologie en die niet of nauwelijks invloed
heeft op activiteiten in het dagelijks leven. geen ernstig onderliggende
problematiek
- Graad 2: Nek/bovenrug zonder tekenen of symptomen die kunnen wijzen
op grote structurele pathologie, maar die wel een forse invloed heeft op
activiteiten in het dagelijks leven. . geen ernstig onderliggende
problematiek
- Graad 3: Nek/bovenrug pijn zonder tekenen of symptomen die kunnen
wijzen op grote structurele pathologie, waarbij wel neurologische
symptomen aanwezig zijn, zoals verminderde peesreflexen, spierzwakte of
sensibiliteitsstoornissen (hypo- of hyperesthesie) in de bovenste
extremiteit, bijvoorbeeld als gevolg van een cervicale hernia of stenose
CRS
- Graad 4: Nek/bovenrug met tekenen of symptomen die kunnen wijzen op
ernstige
structurele pathologie. Ernstige structurele pathologie omvat (maar is niet
beperkt tot): fracturen, vertebrale dislocaties, schade aan het
ruggenmerg, infecties, tumoren of systemische ziekten, waaronder
gewrichtsontstekingen. ernstig onderliggende problematiek, dus
doorsturen
Profielen
Het aanvullend lichamelijk OZ van de CWK kan bestaan uit het OZ’n van de
cervicale, thoracale wervelkolom, de schoudergordel en de schoudergewrichten
(ROM, richting, weerstand, provocatie/reductie pijn) en spieronderzoek (lengte,
elasticiteit, eindgevoel, gevoeligheid, coördinatie, kracht en uithouding ).
1.2. INSPECTIE
Hiervoor kan je de loodlijnen gebruiken.
, - Ventraal
- Lateraal
- Dorsaal
Hypertonie paravertebraal
Musculatuur van de benen
Huid
Veel patiënten zullen bij het zitten een nekextensie, een hyperlordose cervicaal,
een hyperkyfose thoracaal en schouders in protractie vertonen, deze houding
(wat ineengezakt), indien lang aangehouden (gewoontehouding), kan leiden tot
nekklachten.
1.3. PALPATIE
Oriënterende palpatie thoracaal
- Processi spinosi volgen
- Angulus inferior: T7-T8 (schouderblad moet juist staan dus schouder
opheffen en evt iets onder leggen)
- Angulus superior: T2
- Spina scapulae: T3
- Sternum: incisure jugularis, processus xiphoideus
Verhouding processus spinosi en transversus/ribben:
- T1-3 = 0,5 niveau hoger
- T4-6 = 1 niveau hoger
- T7-9 = 1,5 niveau hoger (wervels zijn meer dakpansgewijs)
- T10-12 = 1,5; 1 en 0,5 niveau hoger
Per 3 wervels half niveau erbij
Hoe zeker zijn dat je op transversus bent? Door deze paar keer naar anterieur te
duwen & dan voel je uw spinosi bewegen.
Palpatie ribben
Eerste rib:
Arm van P op het been van T leggen om structuren daar te doen ontspannen.
Hoofd P beetje kantelen en T ondersteunen. T trekt structuren van de P wat aan
de kant en geeft dan druk met de 1e phalanx (voldoende mediaal uw hand). Zijn
vingers wijzen richting de tegenovergestelde SIAS. T duwt naar hetereolaterale
SIAS. Normaal veert dat. Stug is niet zo goed.
, Bij wie? Ahproblemen: geheven schouders , veel stress/spanning, rib beweegt
minder goed mee
Tuberculum costae & angulus:
P ligt op de buik. De T palpeert over spinosi & spiergoot en botst tegen een
onheffenheid. Dat is tuberculum costae. Als je nog verder gaat heb je nog een
knik naar anterieur en dat is angulus costae.
Rib 1-5:
Langs ventraal. Palperen onder sleutelbeen & vingertoppen in intercostale
ruimten zetten (3 vingers). P moet rustig diep in & uitademen. Voldoende lateraal
van sternum
Normaal volgens ademhaling: ribben ventraal en opwaarts
Rib 6-10:
Langs lateraal. Boven taille 3 vingers tussen ribben te zetten. Dit palpeer je aan
zijkant van romp.
Normaal volgens ademhaling: lateraal en craniaal
Onderscheid C6-C7-T1
Plaats uw vingers op vermoedelijke C6-C7-T1. De P moet extensie doen. C6 moet
verdwijnen en C7 en T1 moeten blijven.
Trigger points
Kenmerken: spanning in de spier (erwt) dat soms een twitch kan geven bij druk.
EBP: goede interbeoordelaarsbetrouwbaarheid voor de spanning strengen, maar
niet voor de twitch.
In het OZ kijken of deze latent (gewoon gevoelig) of actief zijn (herkenbare,
uitstralende pijn, twitch). De actieve behandelen we.
Technieken:
- Platte palpatie
- Pincetgreeppalpatie
SCM P ligt op de rug
T gaat achteraan P aan het hoofd gaan zitten. Orientatie spier:
heterolateraal rotatie & flexie doen
- Hoofd P homolaterale flexie & rotatie waar je dus trp
zoekt (spier ontspannen).
- Heterolateraal kan als je meer spanning wilt geven.