NATUURFILOSOFEN (PRESOCRATICI, IONIËRS)
Proberen de kosmos (het heelal, het ‘al’) te beschrijven vanuit één principe, één oerstof
(‘arche’) die constant blijft, overal aanwezig is, bron is van al wat is en al wat leeft
‘bestuurt’. Natuurfilosofen probeerden om de verscheidenheid van alle dingen terug te
brengen naar één concept.
De Ioniërs leggen het kwalitatieve in de wereld uit door middel van kwalitatieve
elementen (lucht, water, het onbegrensde als het geheel van alle kwaliteiten).
THALES
Oerstof = water, het vochtige
ANAXIMENES
Oerstof = lucht, pneuma
ANAXIMANDER
Oerstof = apeiron, het onbegrensde in tijd en ruimte, iets dat zonder eigenschappen is
PYTHAGOREËRS
De Pythagoreërs leggen het kwalitatieve uit aan de hand van het kwantitatieve. Ze gaan
op zoek naar een meetkundige orde van de kosmos.
Pythagoreërs proberen de wereld rondom hen, alles wat ze zien, meetbaar te maken. Om
op die manier orde te brengen. Zij gaan het kwalitatieve (het mooie, het veranderlijke…)
kwantificiëren. Pythagoreërs proberen het kwalitatieve te ordenen aan de hand van de
wiskunde. ⟶ getallenmystiek
HERAKLITUS
Volgens Heraklitus is alles eeuwig in wording, alles is constant in beweging en constant
aan het veranderen.
- De wereld bestaat uit een eeuwig vuur dat continu in verandering is.
- Eeuwige vervloeiing, beweging van de dingen: we kunnen geen tweemaal in
dezelfde rivier stappen.
- Alles vloeit, niets blijft.
- De oorlog is de vader van alle dingen.
o Tegenstellingen hebben elkaar nodig.
1
,PARMENIDES
- Het zijnde is, het niet-zijnde is niet.
o Alles wat is, is noodzakelijk en omdat het noodzakelijk is, kan het niet niets
zijn. Want alles wat is is al en het niets valt buiten het zijn.
o Het zijnde ‘is’ impliceert dat het zijnde niet kan ontstaan. Het is eeuwig en
overgankelijk.
o Het zijnde is niet deelbaar. Er zijn geen gradaties: het is of het is niet. Het
waargenomen verschil is enkel te wijten aan de bedrieglijke zintuigen.
- De weg van de waarheid, die leidt naar het zijn. Dat is de weg van de filosofen.
- De weg van de mening die leidt naar de schijn. Dat is de weg van de gewone
stervelingen.
o De twee wegen zijn onverenigbaar.
- Voor het zijn is het denken dus noodzakelijk. De basisstelling van Parmenides is
dat zijn en denken hetzelfde zijn: de gedachte en datgene waaraan we denken zijn
hetzelfde omdat onze gedachten een weergave zijn van de voorwerpen in de
werkelijkheid.
- Het zijnde is volmaakt. Het is immers niet het resultaat van een wordingsproces.
- Voor Parmenides moet ‘het zijn’ bolvormig zijn. Als we namelijk aanvaarden dat
het volmaakt en begrensd is, moet het overal en in alle richtingen identiek zijn.
Vandaar de conclusie dat de bol de enige mogelijke vorm is.
o Het zijn is bolvormig, wat niet is, moet daarbuiten vallen.
SOFISTEN
De filosofie verschuift inhoudelijk van natuurfilosofie naar ethiek en politieke filosofie.
De sofisten zijn rondtrekkende leraren die tegen betaling tegemoetkomen aan de
behoefte aan vorming en kennis, die bruikbaar is om het eigen handelen te legitimeren.
(context: democratie, debatten)
De facto gaven zij onderricht in retoriek, grammatica en disputeren. Zo maakten ze van
de logos een machtsmiddel. De rede wordt rede-voering. Vooral jonge Atheense burgers
maakten gebruik van de diensten van deze leraren.
Sofisten zijn niet geïnteresseerd in de waarheid of de verklaring van de kosmos. Voor hen
is filosofie gewoon de kunst van het redeneren, ze willen goed kunnen discussiëren.
PROTAGORAS
- De mens is de maat van alle dingen (homo mensura)
o Er is geen kennis van de ultieme waarheid mogelijk: de dingen zijn zoals ze
ons toeschijnen.
o Er is geen algemeen geldende maatstaf om de dingen te beoordelen,
behalve de individuele mens zelf.
- Relativisme
2
, o Iedere mens ziet de waarheid op zijn eigen wijze.
o Het waarnemende subject en het waargenomen object veranderen
voortdurend
o De waarneming ,en dus de kennis, is subjectief.
o Het subject staat centraal.
- Pragmatisme
o Protagoras brengt een hiërarchie aan in wat ‘waar’ is.
Sommige waarheden zijn nuttiger, waardevoller dan andere.
o Op die manier is Protagoras de grondlegger van het pragmatisme.
SOCRATES
Socratische methode:
- = de dialectiek (waarheidsvinding door de dialoog)
- Doel:
o Medeburgers aanzetten om zelf te denken, aanzetten tot deugd
- Om dat doel te bereiken, gaat Socrates met alleman in gesprek.
- Verschillende methoden:
1. De ironie
2. De maieutiek
3. De begripsvorming
De ironie:
- Socrates doet zich voor als de onwetende.
- Hij stelt vragen om zijn gesprekspartners zichzelf te laten
tegenspreken.
- Doel:
o De ander erop te wijzen dat die niets weet.
De maieutiek:
- = de geestelijke verloskunde
- Door zijn vragen brengt Socrates zijn gesprekspartner ertoe de kennis
waarvan ze ‘zwanger’ zijn, de kennis die ze in zich hebben, naar buiten
te laten komen.
o Zo bevrijden ze zich van hun schijnweten en verwerven ze
inzicht in wat ze wel weten.
De begripsvorming:
- Tot heldere, algemeen geldende definities komen die het wezen van
iets uitdrukken
o Socrates gaat op zoek naar algemene begrippen, hij gaat in
tegen het relativisme van de sofisten.
- Door inductie
o Van het concrete naar het abstracte, van het bijzondere naar het
algemene
- Door deductie
o Van het algemene naar het bijzondere
3
, De socratische ethiek:
- Arète is heel belangrijk voor Socrates.
o Arète is meer dan deugd; het is goed-zijn, voortreffelijkheid,
bekwaamheid.
- Het goede kennen is het goede doen.
o Weten wat goed handelen is en het dan vervolgens niet doen, is
ondenkbaar.
- Intellectualistische opvatting van de moraal
PLATO
Plato schrijft in de vorm van een dialoog. Dit geeft de lezer de kans zelf mee te denken en
niet onderworpen te worden aan een door de schrijver bepaalde denkweg.
Ideeënleer:
- Een idee als een op zich bestaande essentie die we schouwen met onze geest, los
van de zintuigelijke wereld
- Ideeën zijn archetypen of paradigma’s <-> de dingen zijn afbeeldingen of
afschaduwingen
- Ideeënwereld <-> zintuigelijke wereld
Kennis:
- Zintuigelijke kennis:
o Louter zintuigelijke ervaring
o De doxa
- Episteme
o Hogere kennis (<-> doxa)
o Komt uit de leer van de anamnese, de wederherinnering
Kennis = terug herinneren wat je al wist
Menselijke ziel heeft ooit al de Ideeën aanschouwt en het is zijn taak
zich die opnieuw te herinneren
- Allegorie van de grot
o https://youtu.be/1RWOpQXTltA?si=PC2BejRTE1fGafC3
Ethiek:
- Het hoogste doel van ethiek is eudaimonia, het geluk.
- Geluk = kennis van de Ideeën
De ziel:
- Religieus
o Dualistische visie: sterfelijk lichaam met eeuwige ziel
- Kentheorethisch
o Als de ziel voor de verbinding met het lichaam de Ideeën kon schouwen en
dus pre-existeerde, zal zij zeer waarschijnlijk ook blijven voortbestaan.
- Ethisch
4