‘Children and young people are a distinctive and significant cultural grouping in their
own right – a sizeable market share, a subculture even, and one which often leads the
way in the use of new media’
Les 1:
Mediagebruik bij kinderen en adolescenten
1 Mediagebruik van kinderen en jongeren vandaag
Publiek discours tav media en kinderen: veelal negatief;
-Seksualiserende media
-Gewelddadige/gevaarlijke media
-Impact op cognitieve & sociale ontwikkeling, obesitas
-Geld uitgeven aan/in media
-Toegang tot ‘dark’ activities (gokken)
Indonesie censureert kinderprogramma SpongeBob->
Problematische scenes volgens Indonesische omroepvereniging KPI
-voedselgevecht
-vechtende konijnen
-> zet kinderen aan tot geweld in dagelijkse leven volgens statement omroep
-> Indonesische regels ‘tekenfilms mogen kinderen niet aanzetten om iets te vernemen
of leren over ‘ongepast gedrag’ over hun leeftijdscategorie
Tendensen binnen medialandschap
1) Sterke toename in aanbod technologie
1 Convergentie van mediatechnologie (bv van video casettes -> videoplatformen op
smartphone, interactieve live streams)
2 Concentratie in ownership. Niet elk bedrijf heeft 1 kanaal. Bijvoorbeeld Disney heeft
meerdere kanalen, Disney channel, national geo, etc
3 Toename in commercialisatie
2) Kinderen als doelpubliek
3 Digitalisering biedt intense media-ervaringen
Samsonworst. Pester power-> via de kinderen ouders overtuigen een bepaalde
aankoop te doen.
‘Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat (bekende) figuurtjes wel degelijk een grote
impact hebben op het consumptiepatroon van kinderen. Kort samengevat: als zoon- of
dochterlief Kabouter Plop of een van de K3’tjes ziet, zal hij of zij bij papa of mama gaan
jengelen om dat product. In marketingtermen heet dat ‘Pester Power’ - of de kracht
van het gezeur.
,Zeer snel veranderend medialandschap:
BV: Moore’s law: hoeveelheid transistoren (en dus kracht van processoren) verdubbelt
elke 2 jaar.
-Computers & andere elektronische apparaten worden steeds krachtiger, sneller,
goedkoper
-Introductie van nieuwe technologieën en verdwijnen van oudere
-Media-effecten = domein dat steeds veranderingen en hun impact dient bij te benen
1) Persoonlijk bezit stijgt:
Bij kinderen (8-12)
-1ste middelbaar was sleutelmoment, maar nu al 5e - 6e leerjaar.
-Op 4 jaar tijd is de gemiddelde leeftijd voor bezit smartphone met vier jaar gezakt (van
12 naar 8 jaar)
2) Mobiele communicatie enorm prominent
-Smartphone is toegangspoort tot de wereld geworden (nieuws, communicatie met
vrienden, maar ook mensen die ze nog niet kennen)
-Weinig restricties : 72.7 % van de kinderen mag zelf apps installeren (8-12 jaar)
3) Schermtijd enorm hoog: meestal meerdere uren per dag
Dus:
-Persoonlijk bezit neemt toe
-Mobiele media en vooral smartphone transformeren mediabeleving (bv passief <->
interactief)
-Schermtijd sterk gestegen
-Schermtijd begint erg vroeg
-Weinig restricties door ouders
Dit samen laat het belang van media-effecten onderzoek bij kinderen en adolescenten
zien
2. Kinderen als mediaconsument: een apart doelpubliek
a) Kinderen versus volwassenen
Third person effect:
-Perceptie dat anderen kwetsbaarder zijn voor invloed van media
-Effect neemt toe indien ‘de andere’ jonger is
Morele paniek:
Overdreven angst dat iets nieuw (bijvoorbeeld medium) onze normen en vooral
jongeren/kinderen schaadt, aangewakkerd door media/autoriteiten terwijl het bewijs
beperkt is (bv videogames maken kinderen gewelddadig)
1) Verschil in technologische expertise
-Potentiële risico’s moeilijk in te schatten door ouders (onwetend)
,-Gevolgen voor ouderlijke begeleiden
-> Kinderen moeten zelf controle krijgen over hun eigen mediagebruik (autonomie)
VS.
2) Kinderen zijn kwetsbaar en hebben bescherming nodig -> media moral panics
Loslaten vs beschermen
Waarheid ligt in het midden
Beperkte achtergrondkennis over de wereld heeft impact op:
-Begrip mediaboodschap (Kortjakje)
-Beoordeling waarachtigheid mediaboodschap (Hoe waar zijn de boodschappen?
Moeilijk in te schatten voor kinderen. Bijv energy reclame)
2) Sterke leergierigheid:
Kinderen leren van media
Positief
Negatief: stereotyperend, normen/waarden, gedrag
Social learning theory (Bandura) en de bobo doll
Kinderen leren door observeren en volgen. Bij beloning extra kans op imitatie. Pop
slaan.
3) Minder ervaring met media
-Conventies binnen medium (bv filmtechnieken) flashbacks, droomscene etc
-Productiecontext (bv commerciele motieven) weten niet wat advertenties zijn
-Genres zijn onbekendzoals satire
Bv het herkennen van flashbacks: zwart/wit; dissolve; signalering door geluid.
The child effect:
-Ouders socialiseren kinderen.
-Maar kinderen socialiseren ook ouders
-Vooral zeer zichtbaar bij introductie nieuwe technologieën (bv tablets. Internet)
B) Kinderen: een heterogene groep
Kinderen als mediaconsument
1) Leeftijd: cognitieve ontwikkeling
-Hersenen ontwikkelen zich in snel tempo
-5 jarigen -/- 9 jarigen
-> maar ook Socio-emotionele ontwikkeling van belang
2) Persoonlijkheidskenmerken
-Extravert/introvert
, -Prosociaal gedrag
-Reguleren van emoties
-Mate van sensation seeking
3) Geslacht
-Mediagebruik is zeer geslachtsgebonden
-Uit zich in keuze tv-programma’s, muziek, videogames
-Biologisch? Cultureel?
-Socialisatie
-Begint te veranderen (genderneutrale kleding-collecties bijvoorbeeld)
C) Adolescenten versus kinderen
Onderscheid kinderen/adolescenten
->12 jaar
-Blijvende groei hersenen: groei in abstract denken, empathie, etc.
-Graduele verandering
Negatieve reputatie
-’Storm and stress’ mythe; pubers zijn stormachtig en hebben stress
-Maar: toename in onafhankelijkheid, ontwikkeling identiteit
1 Identiteitsontwikkeling
-Ontwikkeling volwassen identiteit
-Experimenteren met verschillende identiteiten
-Belang van zelfexpressie/zelfpresentatie
Ook toegenomen belang zelfexpressie/zelfpresentatie online
2 Sterkere onafhankelijkheid
-Meer buitenshuis (weg van ouders)
-Binnenshuis: mediaconsumptie in eigen kamer
Bedroom culture: slaapkamer als privé ruimte: op zoek naar onafhankelijkheid
3 Risk behavior
-Roken, delicten, onveilige seks
-Verklaringen:
-Onafhankelijkheidsclaims (grenzen aftasten)
-Adolescent egocentrism (uniek en afzetten maatschappij)
-Hersenen nog niet volgroeid (risico onderschatting)
invloed media in riscogedrag? Bv vape challenge
4 Peers:
-Positieve invloed: sociale steun, bron zelfvertrouwen
Bv sociale steun via sociale media (bv likes)
-Negatieve invloed: riscogedrag: antisociale groepsdruk
-Goede band met ouder als buffer