HOOFDSTUK 8 – CONSTRUCTVALIDITEIT SCHATTEN
Nomologisch netwerk = een diagram/schema dat de verwachte relaties
weergeeft tussen testscores en andere (criterium)variabelen, gebaseerd
op theorie. Kan klein (2 variabelen) of groot zijn. Hoe groter het netwerk,
hoe overtuigender het bewijs voor constructvaliditeit.
Validiteitscoëfficiënten = indexen of statistieken die de relatie tussen
testscores en criteriumvariabelen omschrijven. Kunnen
correlatiecoëfficiënten zijn, maar ook T-testen, chi-kwadraattesten, enz. Ze
geven aan in welke mate geschatte relaties overeenstemmen met
theoretische verwachtingen.
Validiteitsgeneralisatie = het samenvatten van resultaten van meerdere
studies via meta-analyse, om aan te tonen dat verbanden consistent en
significant zijn over verschillende steekproeven heen. Eén studie biedt
onvoldoende bewijs.
MTMM-methode (Multitrait-Multimethod) = methode waarbij meerdere
constructen (traits) gemeten worden met meerdere methoden tegelijk, om
op een minder subjectieve manier bewijs te verzamelen voor convergente
en discriminante validiteit.
MTMM-correlatiematrix = matrix met alle correlaties tussen de
verschillende variabelen (constructen x methoden). Op de diagonaal staan
betrouwbaarheidsschattingen. Bevat 4 soorten correlaties.
Monotrait-monomethode correlatie = correlatie tussen twee metingen van
hetzelfde construct met dezelfde methode. Bron van variantie: gedeelde
trait-variantie én gedeelde methodevariantie. Verwachte sterkte: sterk.
Komt overeen met betrouwbaarheid.
, Monotrait-heteromethode correlatie = correlatie tussen twee metingen
van hetzelfde construct met verschillende methoden. Bron van variantie:
gedeelde trait-variantie, geen gedeelde methodevariantie. Verwachte
sterkte: gemiddeld tot sterk. Dit is een maat voor convergente validiteit.
Heterotrait-monomethode correlatie = correlatie tussen twee metingen
van verschillende constructen met dezelfde methode. Bron van variantie:
geen gedeelde trait-variantie, wel gedeelde methodevariantie. Verwachte
sterkte: zwak tot gemiddeld. Dit is een maat voor discriminante validiteit.
Heterotrait-heteromethode correlatie = correlatie tussen twee metingen
van verschillende constructen met verschillende methoden. Geen
gedeelde trait-variantie, geen gedeelde methodevariantie. Verwachte
sterkte: zwak. Wordt ook “nonsensvaliditeit” genoemd.
Verwacht patroon MTMM = monotrait-mono > monotrait-hetero >
heterotrait-mono > heterotrait-hetero. Dit patroon moet teruggevonden
worden in de data als bewijs voor convergente en discriminante validiteit.
Trait-variantie = het deel van de correlatie tussen twee variabelen dat te
wijten is aan het feit dat beide hetzelfde psychologisch construct meten.
Methodevariantie = het deel van de correlatie tussen twee variabelen dat
te wijten is aan het gebruik van dezelfde meetmethode, niet aan gedeelde
constructinhoud. Zorgt voor artificieel hogere correlaties.
True-score correlatie (r_xtyt) = de werkelijke correlatie tussen de true
scores van twee constructen. Wordt ingeschat via de correlatie tussen de
geobserveerde scores.
Algemene regel voor validiteitscoëfficiënten = r_xiyi = r_xtyt × √(Rxx’ ×
Ryy’). Toevallige meetfouten zorgen voor zwakkere correlaties tussen
geobserveerde scores, zelfs als slechts één van de twee variabelen
onbetrouwbaar gemeten wordt.