1. De neus en de neusbijholten
1.1 anatomie
1.1.1 De uitwendige neus (nasus externus)
De uitwendige neus bestaat uit:
Een benig deel: os nasale
Een kraakbenig deel: blauwige structuur – 3 structuren
o Driehoekig (lateraal) kraakbeen: cartilagines nasi laterales
o Neusvleugelkraakbeen:
cartilago alaris major laterale
cartilago alaris major mediale
cartilagines alares minores
o Neustussenschot: cartilago septi nasi
Spieren= ook aanwezig in de neus
1.1.2 de neusholte ( cavum nasi)
2 neusholten= Linker- en rechterneusholte: gescheiden door
neustussenschot ( septum navi)
Bestaat uit:
een kraakbenig deel: het cartilago septi nasi
een benig deel:
o de lamina perpendicularis van het os ethmoidale
o het os vomer
o delen van maxillae, os palatinum, ossa nasalia, os sphenoidale
Begrenzing van de neusholten:
vooraan:
o de neusgaten: nares met een krans van naar buiten gerichte
haren
achteraan:
o de achterste neusopeningen: choanae= vormen verbinding
tussen neus-en keelholte
o openingen liggen tussen de neusholte en de nasopharynx
onderaan:
o het harde verhemelte: os palatinum
zijwand:
o Mediaal: Het septum nasi= neustussenschot
o Lateraal: de neusschelpen= concha
De concha nasalis superior
De concha nasalis media
, De concha nasalis inferior
o De neusgang onder elke neusschelp
De meatus nasi superior
De meatus nasi medius
De meatus nasi inferior
Boven:
o Os sphenoidale
o Os ethmoidale
o Os frontale
o Os nasale
o Cartilago septi nasi
o Cartilagines nasi laterales
Neusholten= binnenkant bedekt met slijmvlies: onderscheiden:
De regio respiratoria:
o Onderste en middenste neusschelp
o Tegenoverliggende deel van het septum nasi
o Bodem van de neusholte
De regio olfactoria:
o Bovenste neusschelp
o Tegenoverliggende deel van het septum nasi
o Dak van de neusholte
Reukepitheel= zorgt voor het waarnemen van reukstoffen
Trilhaarcellen= zorgen voor het naar buiten bewegen van de slijmlaag in
de luchtwegen
Slijmbekercellen= zorgen voor het produceren van slijm
1.1.3 De neusbijholten ( sinus paranasales)
De neusbijholten= met lucht gevulde holten die via een kleine opening in
verbinding staan met de neusholte + bekleed met slijmvlies.
4 neusbijholten:
Sinus frontales= meatus nasi medius
Sinus maxillares= meatus nasi medius
Sinus ethmoidales= meatus nasi medius+ meatus nasi superior
Sinus sphenoidales = meatus nasi superior
Gelinkt aan 4 beenderen :
Zeefbeen : os ehtmoidale
Wiggebeen : os sphenoidale
Bovenkaakbeen= maxilla
, Voorhoofdsbeen= os frontale
1.2 Fysiologie
De spieren van de neus= dragen bij tot gezichtsexpressie tijdens het
spreken
Drie functies van de neus + dient als reukorgaan
Het verwarmen van ingeademde lucht
Het bevochtigen van ingeademde lucht
Het zuiveren van ingeademde lucht
Functies van de sinussen:
Gewichtsafname schedel
Bufferfunctie bij trauma
Stemgeving resonantie
Bevochting neus-keel-oorzone
Nog een vraagteken
2. De mondholte
De mond= cavitas oris : een ovale holte, begrensd door:
Vooraan:
o Lippen
Achteraan:
o De verhemeltebogen
Onderaan:
o De mondbodemspieren
Bovenaan;
o Het verhemelte
Lateraal:
o De wangen
De kaakbeenderen en tanden verdelen de mond in twee delen:
De voorhof: vestibulum oris
o Grenzen:
Tussen wangen en lippen
Tanden an alveolaire uitsteeksels van de kaakbeenderen
De eigenlijke mondholte: cavum oris
o Achter de tanden en reikt tot keellengte