Intimacy intimiteit
Mass communication massacommunicatie
Personal communicatie vanuit 1 persoon, meestal gericht op 1 ontvanger
communication
Interpersonal communicatie tussen 2 personen, die in interactie zijn
communication
Active communication communicatie waarbij je actief mee doet, en bewust creëert of reageert
Passive communication communicatie waarbij je consumeert, zonder interactie, dus je kijkt/leest alleen
Utility bruikbaarheid/nut
Accessibility toegankelijkheid
Universality universaliteit
Controllability controleerbaarheid
Private accesibility digitale media kunnen persoonlijk en privé gebruikt worden, zonder toezicht van ouders,
leerkrachten of anderen
Metamedia media die andere media bevatten, combineren of hergebruiken. Ze integreren verschillende vormen
van content (zoals tekst, beeld, video en audio)
To enhance verbeteren/versterken/vergroten (werkwoord)
Susceptibility vatbaarheid/gevoeligheid
Psychopathology / Ernstige verstoring van psychologisch functioneren (bv. depressie)
ill-being
Well-being welzijn: zich goed voelen en psychologisch goed functioneren
Risk factors kenmerken die de kans op problemen verhogen of welzijn verlagen / risico factoren
Resilience factors veerkrachtfactoren: beschermende kenmerken die problemen verminderen of welzijn verhogen
Competence bekwaamheid / gevoel dat je iets goed kan en effectief bent
Hedonic well-being Hedonisch welzijn / zich goed voelen door plezier, geluk en positieve emoties te ervaren
Eudaimonic well-being Eudaimonisch welzijn / zich goed voelen door zingeving, persoonlijke groei en het bereiken van je
potentieel
Distinct duidelijk verschillend / afzonderlijk
Jingle-jangle probleem Probleem in onderzoek waarbij dezelfde naam voor verschillende dingen wordt gebruikt of
verschillende namen voor hetzelfde concept
Moderate matig gebruik
Overuse / excessive overmatig gebruik
Appearance focused content die zich focust op uiterlijk-gerelateerde dingen
content
, Cross-sectional onderzoek waarbij data op één moment in de tijd wordt verzameld
Trait-level measures metingen die stabiele persoonlijkheidskenmerken (traits) beoordelen, dus hoe iemand meestal of in
het algemeen is, niet hoe iemand zich op een specifiek moment voelt
Intensive longitudinal onderzoek waarbij deelnemers heel vaak en over korte tijdsintervallen worden gemeten
research
Nomothetic approach onderzoeksbenadering die zoekt naar algemene regels en patronen die gelden voor groepen
mensen, met de focus op gemiddelden en wetmatigheden.
Ideographic approach onderzoeksbenadering die zich richt op het begrijpen van het unieke individu, met aandacht voor
persoonlijke ervaringen en context in plaats van algemene regels.
SMILE model kader voor mediawijsheid dat vijf aspecten benadrukt van kritisch en bewust mediagebruik: Source
(bron), Message (boodschap), Intent (bedoeling), Language (taal/vorm) en Effect
Within person level Binnen-persoonsniveau: analyse van veranderingen binnen dezelfde persoon over tijd, dus hoe
iemands gedrag, gevoelens of gedachten variëren van moment tot moment
Between person level Tussen-persoonsniveau: vergelijking van verschillen tussen verschillende personen, dus hoe
mensen van elkaar verschillen in gedrag, gevoelens of kenmerken
Positivity bias de neiging om positieve informatie, ervaringen of interpretaties te verkiezen of te overwaarderen
boven negatieve
Exposure literacy het vermogen om te begrijpen en kritisch te reflecteren op de invloed van blootstelling aan
media-inhoud, en bewust om te gaan met wat je ziet en hoe vaak je eraan wordt blootgesteld
Self-literacy het vermogen om je eigen gedachten, gevoelens en reacties op media te herkennen en begrijpen,
zodat je bewust kunt omgaan met hoe media jou beïnvloedt
Affective literacy het vermogen om emoties te herkennen, begrijpen en ermee om te gaan, zowel bij jezelf als bij
anderen, vooral in (digitale) communicatie en media.
Reciprocal wederkerig bv. wederkerige relatie
Formal development ontwikkeling die bewust en gestructureerd wordt gestimuleerd via onderwijs of training (bv. leren op
school, cursussen, opleidingen)
Vibe Check Project educatief format waarin jongeren media-inhoud analyseren obv emoties, sfeer en sociale
dynamieken, om zo bewustzijn te vergroten over hoe media gevoelens, gedrag beïnvloeden
Cluster randomized cluster-gerandomiseerde gecontroleerde studie: een experimenteel onderzoeksdesign waarbij niet
controlled trial individuen, maar groepen (clusters) zoals klassen, scholen of gemeenschappen willekeurig worden
toegewezen aan een interventie- of controlegroep
Digital flourishing het optimaal mentaal en sociaal functioneren in een digitale omgeving, waarbij digitale technologie
bijdraagt aan welzijn, persoonlijke groei en positieve sociale verbindingen.
Preliminary conclusion voorlopige conclusie
Positive social vermogen om jezelf op een positieve manier online te vergelijken met anderen
comparison
Civil participation actief & constructief deelnemen aan online maatschappelijke en sociale activiteiten
Authentic Het vermogen om je eigen online gedrag te reguleren
self-representation
Mass communication massacommunicatie
Personal communicatie vanuit 1 persoon, meestal gericht op 1 ontvanger
communication
Interpersonal communicatie tussen 2 personen, die in interactie zijn
communication
Active communication communicatie waarbij je actief mee doet, en bewust creëert of reageert
Passive communication communicatie waarbij je consumeert, zonder interactie, dus je kijkt/leest alleen
Utility bruikbaarheid/nut
Accessibility toegankelijkheid
Universality universaliteit
Controllability controleerbaarheid
Private accesibility digitale media kunnen persoonlijk en privé gebruikt worden, zonder toezicht van ouders,
leerkrachten of anderen
Metamedia media die andere media bevatten, combineren of hergebruiken. Ze integreren verschillende vormen
van content (zoals tekst, beeld, video en audio)
To enhance verbeteren/versterken/vergroten (werkwoord)
Susceptibility vatbaarheid/gevoeligheid
Psychopathology / Ernstige verstoring van psychologisch functioneren (bv. depressie)
ill-being
Well-being welzijn: zich goed voelen en psychologisch goed functioneren
Risk factors kenmerken die de kans op problemen verhogen of welzijn verlagen / risico factoren
Resilience factors veerkrachtfactoren: beschermende kenmerken die problemen verminderen of welzijn verhogen
Competence bekwaamheid / gevoel dat je iets goed kan en effectief bent
Hedonic well-being Hedonisch welzijn / zich goed voelen door plezier, geluk en positieve emoties te ervaren
Eudaimonic well-being Eudaimonisch welzijn / zich goed voelen door zingeving, persoonlijke groei en het bereiken van je
potentieel
Distinct duidelijk verschillend / afzonderlijk
Jingle-jangle probleem Probleem in onderzoek waarbij dezelfde naam voor verschillende dingen wordt gebruikt of
verschillende namen voor hetzelfde concept
Moderate matig gebruik
Overuse / excessive overmatig gebruik
Appearance focused content die zich focust op uiterlijk-gerelateerde dingen
content
, Cross-sectional onderzoek waarbij data op één moment in de tijd wordt verzameld
Trait-level measures metingen die stabiele persoonlijkheidskenmerken (traits) beoordelen, dus hoe iemand meestal of in
het algemeen is, niet hoe iemand zich op een specifiek moment voelt
Intensive longitudinal onderzoek waarbij deelnemers heel vaak en over korte tijdsintervallen worden gemeten
research
Nomothetic approach onderzoeksbenadering die zoekt naar algemene regels en patronen die gelden voor groepen
mensen, met de focus op gemiddelden en wetmatigheden.
Ideographic approach onderzoeksbenadering die zich richt op het begrijpen van het unieke individu, met aandacht voor
persoonlijke ervaringen en context in plaats van algemene regels.
SMILE model kader voor mediawijsheid dat vijf aspecten benadrukt van kritisch en bewust mediagebruik: Source
(bron), Message (boodschap), Intent (bedoeling), Language (taal/vorm) en Effect
Within person level Binnen-persoonsniveau: analyse van veranderingen binnen dezelfde persoon over tijd, dus hoe
iemands gedrag, gevoelens of gedachten variëren van moment tot moment
Between person level Tussen-persoonsniveau: vergelijking van verschillen tussen verschillende personen, dus hoe
mensen van elkaar verschillen in gedrag, gevoelens of kenmerken
Positivity bias de neiging om positieve informatie, ervaringen of interpretaties te verkiezen of te overwaarderen
boven negatieve
Exposure literacy het vermogen om te begrijpen en kritisch te reflecteren op de invloed van blootstelling aan
media-inhoud, en bewust om te gaan met wat je ziet en hoe vaak je eraan wordt blootgesteld
Self-literacy het vermogen om je eigen gedachten, gevoelens en reacties op media te herkennen en begrijpen,
zodat je bewust kunt omgaan met hoe media jou beïnvloedt
Affective literacy het vermogen om emoties te herkennen, begrijpen en ermee om te gaan, zowel bij jezelf als bij
anderen, vooral in (digitale) communicatie en media.
Reciprocal wederkerig bv. wederkerige relatie
Formal development ontwikkeling die bewust en gestructureerd wordt gestimuleerd via onderwijs of training (bv. leren op
school, cursussen, opleidingen)
Vibe Check Project educatief format waarin jongeren media-inhoud analyseren obv emoties, sfeer en sociale
dynamieken, om zo bewustzijn te vergroten over hoe media gevoelens, gedrag beïnvloeden
Cluster randomized cluster-gerandomiseerde gecontroleerde studie: een experimenteel onderzoeksdesign waarbij niet
controlled trial individuen, maar groepen (clusters) zoals klassen, scholen of gemeenschappen willekeurig worden
toegewezen aan een interventie- of controlegroep
Digital flourishing het optimaal mentaal en sociaal functioneren in een digitale omgeving, waarbij digitale technologie
bijdraagt aan welzijn, persoonlijke groei en positieve sociale verbindingen.
Preliminary conclusion voorlopige conclusie
Positive social vermogen om jezelf op een positieve manier online te vergelijken met anderen
comparison
Civil participation actief & constructief deelnemen aan online maatschappelijke en sociale activiteiten
Authentic Het vermogen om je eigen online gedrag te reguleren
self-representation