HEDENDAAGSE BIOSOCIALE EN
EVOLUTIONAIRE CRIMINOLOGIE
1. INLEIDING
- Uitdaging van een biosociale criminologie:
o Introductie van een biosociale wetenschap op een toegankelijke en
begrijpelijke manier.
- (Anti)sociaal gedrag, en in feite elk gedrag, is altijd resultaat van combinatie van
[wisselwerking / convergentie] van biologische, psychologische en sociale
factoren.
- ‘Nature EN Nurture’
2. MENSELIJKE SOCIALE GEDRAGSSTRATEGIEËN
DOOR BIOSOCIALE LENS
- Biosociale en evolutionaire benaderingen vullen elkaar aan, maar zijn niet
hetzelfde.
• Een biosociale benadering is niet noodzakelijk evolutionair.
• Omgekeerd is een evolutionaire benadering niet altijd puur biologisch, omdat
ook cultuur zich kan ontwikkelen en evolueren.
o Evolutionaire benaderingen onderzoeken hoe pro- en antisociaal
gedrag zich doorheen de evolutie heeft ontwikkeld en welke rol ons
genetisch erfgoed daarin speelt.
o Daarnaast bestuderen ze ook culturele evolutie: de manier waarop
normen, waarden en gedragingen in samenlevingen veranderen en
worden doorgegeven.
- Er is bijzondere aandacht voor:
• betrokkenheid bij antisociaal gedrag en samenhangende fenotypische
kenmerken, zoals middelenstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen;
1
, • de gevolgen van antisociaal gedrag voor slachtoffers, bijvoorbeeld op het vlak
van mentaal welzijn;
• reacties op antisociaal gedrag, zoals bestraffing en de neiging om te straffen.
- Deze benaderingen richten zich dus op veel meer dan enkel antisociaal gedrag.
- Wat is criminaliteit?
o Handelingen die een overtreding zijn van een specifieke gedragsregel
inhouden.
▪ De gedragsregel is (1) in een wet verankerd en (2) bij overtreding
volgt een sanctie.
o Vorm van morele regelovertreding (Wikström, 2017)
▪ Met morele regels wordt bedoeld dat het gaat over regels die iets
zeggen over wat goed of fout is (op een bepaald moment in de tijd
en in een bepaalde samenleving).
▪ Persoonlijke morele normen spelen een cruciale, niet de enige rol!
• Dit is mijn morele grens of niet → het is een drempel of je
crimineel gedrag gaat stellen of niet
• Het is niet absolutistisch
▪ Versterkende rol van (sociale) emoties
• Biosociale criminologie maakt deel uit van de etiologische criminologie, die zich
richt op het onderzoeken van de oorzaken van crimineel gedrag.
• Keuzegedrag wordt bestudeerd binnen zijn context, met aandacht voor de
neurologische en hormonale basis van besluitvormingsprocessen. Daarbij staat
de vraag centraal: wat activeert of beïnvloedt het “beslissende” brein?
o Ook de ontogenetische ontwikkeling speelt hierin een belangrijke rol: hoe
ontwikkelt gedrag en besluitvorming zich gedurende het leven van een
individu?
• Het bio-ecologisch ontwikkelingsmodel, ook wel het levensloopperspectief of de
Life History Theory uit de gedragsecologie genoemd, onderzoekt de
wisselwerking tussen biologische factoren en de omgeving. Belangrijke vragen
hierbij zijn:
o Wat is de biologische basis van persoonlijkheid, emoties en zowel sociale
als egoïstische drijfveren?
o Hoe interageren genen, het zenuwstelsel (het brein en het autonoom
zenuwstelsel) en signaalstoffen zoals neurotransmitters en hormonen met
de omgeving?
2
, o Wat is de biosociale en genetische basis van de ontwikkeling en evolutie
van bepaalde individuele kenmerken en omgevingsfactoren?
• Mensen verschillen in hun ontvankelijkheid voor invloeden uit de omgeving.
Daardoor ervaart en verwerkt iedereen situaties op een andere manier, wat ook
leidt tot verschillende reacties en gedragingen.
Waarom zien we vaak een intergenerationele concentratie van regelovertredend gedrag?
Met andere woorden: waarom vertonen sommige mensen een grotere neiging tot
antisociaal of kwaadaardig gedrag?
Hiervoor worden verschillende verklaringen gegeven:
1. Genetische overdracht
o Er kan sprake zijn van een erfelijke kwetsbaarheid voor kenmerken die
samenhangen met delictgedrag. Bepaalde genetische factoren kunnen
bijvoorbeeld invloed hebben op impulsiviteit, agressie of emotieregulatie.
2. Aangeleerd gedrag binnen de sociale omgeving
o Gedrag wordt aangeleerd binnen het gezin en via leeftijdsgenoten.
Factoren zoals groepsdruk, status, prestige en rangorde binnen een groep
kunnen antisociaal gedrag versterken.
o Mensen leren sommige gedragingen bovendien sneller dan andere.
Vaardigheden die belangrijk zijn voor overleving of onmiddellijke beloning
worden vaak sneller aangeleerd dan complexe theoretische kennis.
3. Langdurige blootstelling aan stressvolle omstandigheden
o Chronische stress en moeilijke leefomstandigheden kunnen bijdragen aan
regelovertredend gedrag. Dit geldt zowel binnen gezinnen als op
maatschappelijk niveau.
o Voorbeelden hiervan zijn verwaarlozing binnen het gezin, sociale
ongelijkheid, armoede, voortdurende competitiedruk of onveilige
leefomstandigheden.
- De focus van een evolutionair geïnspireerd perspectief is nog ruimer dan die van
andere benaderingen.
- Het is de enige echt overkoepelende en interdisciplinaire benadering, omdat ze
inzichten uit verschillende disciplines met elkaar verbindt, zoals biologie,
psychologie, sociologie en criminologie.
3
, - Binnen deze benadering bestudeert men zowel prosociale als antisociale
gedragsstrategieën en hun oorzaken of antecedenten.
• Welke strategie iemand gebruikt, hangt sterk af van de context en
omstandigheden.
- Daarnaast onderzoekt men welke persoonlijke eigenschappen en
gedragsstrategieën in het verleden mogelijk een adaptieve functie hadden. Met
andere woorden: bepaalde kenmerken of gedragingen konden ooit voordelig zijn
voor overleving of voortplanting.
- Tegelijk wordt ook aandacht besteed aan maladaptieve kenmerken en
neveneffecten of “bijproducten” van evolutionaire processen. Niet elk
geëvolueerd kenmerk is vandaag nog nuttig of aangepast aan de huidige
samenleving.
- Een belangrijk concept hierbij is antagonistische pleiotropie.
• Dit betekent dat een bepaald kenmerk in een bepaalde levensfase of
evolutionaire context voordelig kan zijn, maar later nadelige gevolgen kan
hebben.
• Een eigenschap kan bijvoorbeeld tijdens de jonge volwassenheid bijdragen
aan succes, status of voortplanting, terwijl diezelfde eigenschap op latere
leeftijd minder nuttig of zelfs schadelijk wordt.
3. DE VIER VRAGEN VAN TINBERGEN ALS
UITGANGSPUNT VOOR EEN EVOLUTIONAIR
PARADIGMA
- Het evolutionaire perspectief is een overkoepelende
benadering.
• Het richt zich op ultieme verklaringen: waarom
bepaalde eigenschappen, gedragingen of
mechanismen zich over generaties heen hebben
ontwikkeld. Daarbij wordt gekeken naar functies,
dysfuncties en mogelijke neveneffecten of
bijproducten van evolutie.
- Evolutionaire benaderingen staan niet in concurrentie met traditionele
criminologische theorieën, maar vullen deze juist aan. Ze bieden een extra
verklaringsniveau naast sociale, psychologische en biologische verklaringen.
4