Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 265 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Arbeidsrecht | VUB | 2025/2026

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 265 pagina's

Samenvatting bestaat uit de PPT + notities + voorbeelden les + passages uit het HB. Behaald resultaat: 19/20

Voorbeeld van de inhoud

Arbeidsrecht
EXAMEN:

o Kruisverwijzingen toegelaten
o Post-it met we=en ook toegelaten
o NIET hele boek kennen à zie leerstofoverzicht.

INDIVIDUEEL ARBEIDSRECHT
1. Algemene arbeidsrechtelijke beschouwingen
Onder arbeid dient men in het arbeidsrecht te begrijpen, de arbeid die is opgenomen in het economisch
verkeer.

De wijze waarop werkgever en werknemer zich tot elkaar verhouden, heeI door de eeuwen heen een
zekere evoluJe gekend. Van een gebondenheid aan een persoon (slavernij), aan de grond (feodaliteit) of
organisaJe (gilde) is geen sprake meer. De arbeid biedt zich nu vrij aan op de markt.

Aanbod en vraag resulteren HETZIJ in zelfstandige arbeid, HETZIJ in arbeid verricht in ondergeschikt
verband:

o De zelfstandige arbeid is een (ver)koop van diensten. Deze arbeidsvorm behoort dan ook tot het
domein van het economisch recht.
o De arbeid verricht in ondergeschikt verband is arbeid die wordt gepresteerd onder gezag en voor
rekening van een andere persoon.
o Wanneer de ondergeschiktheid van statutaire aard is, bevinden we ons op het domein
van het administraJef recht en meer specifiek van het ambtenarenrecht.

1.1. Historiek




De verhouding tussen werkgever en werknemer is doorheen de Jjd sterk geëvolueerd.

1.1.1. 19e eeuw: vrije arbeidsmarkt en beperkt overheidsingrijpen
In de 19e eeuw werd arbeid vrij aangeboden op de markt. Arbeid kwam voor in verschillende vormen:

o Contractuele arbeid: een werknemer verricht arbeid onder het gezag van een werkgever.
o Zelfstandige arbeid: arbeid zonder gezagsverhouding.

De overheid voerde een laissez-faire, laissez-passerbeleid, wat betekent dat ze nauwelijks tussenkwam in
arbeidsrelaJes. Wanneer de regelgever toch optrad, was dit meestal repressief ten aanzien van
werknemers.

ð VOORBEELD: Het algemeen samenspanningsverbod: collec;eve ac;es van zowel werkgevers als
werknemers werden bemoeilijkt.
ð VOORBEELD: Het werkmansboekje: beperkte de vrijheid van werknemers om van werkgever te
veranderen.

Door het gebrek aan bescherming ontstonden wanprakJjken en uitbuiJng. Sociale onrust en opstanden
leidden uiteindelijk tot een eerste vorm van arbeidsregelgeving.


Gemaakt door: Elien Vanderick 1

,1.1.2. 20e eeuw: groeiende regulering en sociale bescherming
In de 20e eeuw werd het arbeidsrecht verder uitgebouwd via wetgeving:

o Na WO I en vooral na WO II werd de vakbondsvrijheid en verenigingsvrijheid erkend.
o Na WO II ontwikkelde zich ook het sociaal overleg tussen werkgevers en werknemers.
o De overheid begon acJever in te grijpen en creëerde meer bestaanszekerheid en werkzekerheid.

De evoluJe van overheidsingrijpen kan worden voorgesteld als een golYeweging: periodes van sterke
regulering worden afgewisseld met periodes van versoepeling:

o In de jaren 70 was er een daling in regulering door de nood aan meer flexibiliteit op de
arbeidsmarkt.
o Tegelijk kwamen grondrechten steeds meer op de voorgrond binnen arbeidsrelaJes, zoals:
o Recht op privacy
o Recht op privéleven
o Vrijheid van godsdienst

1.1.3. 21e eeuw: complexiteit en modernisering
In de 21e eeuw is er sprake van een complex geheel aan regelgeving.

Dit komt onder meer door:

o De ingewikkelde staatsstructuur, waarbij de federale overheid bevoegd is voor arbeidsrecht, maar
ook deelenJteiten een belangrijke rol spelen.
o De nood aan modernisering van regelgeving, aangezien het grootste deel ervan dateert uit de 20e
eeuw.
o De vraag naar codificaJe om de regelgeving overzichtelijker en coherenter te maken.

1.2. Toepassingsgebied

1.2.1. Toepassingsgebied ra@one personae – personeel toepassingsgebied
PRINCIPE: het personeel toepassingsgebied van het arbeidsrecht heeI betrekking op de tewerkstelling als
werknemer in de privésector.

ð In dat geval sluiten werkgever en werknemer een arbeidsovk waarbij de werknemer arbeid
verricht in ondergeschikt verband, met andere woorden onder het gezag van de werkgever, en dit
in ruil voor loon.
Ä De arbeidsovereenkomst heeI dus als voorwerp het verrichten van arbeid tegen betaling
en binnen een gezagsverhouding.

Naast deze klassieke arbeidsrelaJe bestaan er andere vormen van tewerkstelling:

o In de publieke sector stelt de overheid personeel te werk, voornamelijk in de hoedanigheid van
ambtenaren.
o Ambtenaren worden NIET aangeworven via een arbeidsovk, maar worden eenzijdig
aangesteld.
o Dit verschilt fundamenteel van de contractuele techniek van een overeenkomst.
o Toch zien we dat de overheid steeds meer personeelsleden aanwerI op basis van een
arbeidsovereenkomst, de zogenaamde contractuelen.
o Er is bovendien een tendens om het onderscheid tussen ambtenaren en contractuelen te
verkleinen.
o VOORBEELD: Zo heeC de Vlaamse overheid beslist dat statutairen bij lokale
besturen onderworpen zijn aan dezelfde ontslagregels als contractuelen binnen
die besturen.

o Een andere vorm van arbeidsrelaJe is die van de zelfstandige.

Gemaakt door: Elien Vanderick 2

, o Een zelfstandige biedt zijn of haar diensten aan zonder gezagsverhouding en werkt voor
eigen rekening en risico.
o Er is dus GEEN sprake van een arbeidsovereenkomst.

UITZONDERING: Hoewel de arbeidsrechtelijke regels in principe van toepassing zijn op werknemers,
hebben sommige regelgevingen een verruimd toepassingsgebied.

ð Dit betekent dat zij ook van toepassing kunnen zijn op personen die arbeid verrichten buiten een
arbeidsovereenkomst.
Ä VOORBEELD: de welzijnsreglementering inzake veiligheid, gezondheid en hygiëne op het
werk. Deze regels kunnen ook gelden voor stagiairs en in bepaalde gevallen zelfs voor de
ouders van minderjarige kinderen die arbeid verrichten, aangezien kinderarbeid
uitzonderlijk mogelijk is. Het arbeidsrecht treC dus niet enkel werknemers in strikte zin,
maar ook andere personen die arbeid verrichten buiten het klassieke contractuele kader.
Ä VOORBEELD: ook het sociaal strafwetboek is, naast WG en hun aangestelden of
lasthebbers, soms van toepassing op bijzondere categorieën van personen, zoals de
curator en de vereffenaar.

1.2.2. Toepassingsgebied ra@one materiae – materieel toepassingsgebied

Het materieel toepassingsgebied van het arbeidsrecht omvat verschillende subdomeinen:

o Individueel arbeidsrehct
o CollecJef arbeidsrecht
o Arbeidsreglementering
o Sociaal handhavingsrecht

Een eerste belangrijk onderdeel is het individueel arbeidsrecht.

ð Individueel arbeidsrecht = regelt de verhouding tussen een individuele WN en diens WG.
Ä Het heeI betrekking op rechten en plichten die voortvloeien uit de
arbeidsovereenkomst. De belangrijkste regelgeving binnen dit domein is de
Arbeidsovereenkomstenwet.

Daarnaast is er het collecJef arbeidsrecht. Dit regelt NIET de individuele verhouding, maar de verhouding
tussen groeperingen, zoals werknemersorganisaJes (vakbonden) en één of meerdere werkgevers of
werkgeversorganisaJes.

ð Het collec8ef arbeidsrecht = heeI onder meer betrekking op collecJeve onderhandelingen en
collecJeve arbeidsovereenkomsten. De centrale regelgeving hier is de CAO-wet.

Een derde onderdeel is de arbeidsreglementering.

ð Arbeidsreglementering = omvat alle arbeidsbeschermende regels die bedoeld zijn om
werknemers te beschermen Jjdens de uitvoering van hun arbeid.
Ä Hieronder valt bijvoorbeeld de welzijnsreglementering, die regels bevat over veiligheid,
gezondheid en psychosociaal welzijn op het werk, zoals bepalingen rond pesten of
grensoverschrijdend gedrag.
ð De belangrijkste regelgeving in dit kader is de Codex over het welzijn op het
werk.

Tot slot is er het sociaal handhavingsrecht. Dit domein zorgt ervoor dat de arbeidsrechtelijke regels
effecJef worden nageleefd.

ð Wanneer regelgeving NIET wordt gerespecteerd, kunnen sancJes volgen. Dit behoort tot het
sociaal strafrecht en omvat de mechanismen waarmee de overheid toeziet op en optreedt tegen
inbreuken op het arbeidsrecht.

1.2.3. Ra@one loci – territoriaal toepassingsgebied

Gemaakt door: Elien Vanderick 3

, PRINCIPE: Het territoriaal toepassingsgebied van het arbeidsrecht vertrekt van de regel dat het Belgische
arbeidsrecht van toepassing is in België. Dit betekent dat het geldt voor iedereen die in België wordt
tewerkgesteld, ongeacht de naJonaliteit.

UITZONDERING: Arbeidsovereenkomsten vertonen vaak een grensoverschrijdend karakter. Het gaat dus
NIET enkel om WN die in België werken voor een onderneming met vesJging in België. Een
arbeidsovereenkomst kan aanknopingspunten hebben met verschillende landen.

ð VOORBEELD: Zo kan bijvoorbeeld een Franse onderdaan afwisselend werken in België, Spanje en
Italië. In dat geval is sprake van een grensoverschrijdende arbeidsrela;e, waarop onder meer
interna;onale verdragen en het interna;onaal privaatrecht van toepassing kunnen zijn.

Specifiek voor arbeidsrelaJes is binnen de EU de Rome I-Verordening (Verordening 593/2008) van groot
belang:

o Verordeningen zijn rechtstreeks van toepassing in de lidstaten van de EU, en dus ook in BE.
o voor de Rome 1 verordening zijn voornamelijk arJkelen 8 en 9 relevant voor
arbeidsovereenkomsten met een grensoverschrijdend karakter.
o PRINCIPE: parJjen zijn vrij om te kiezen welk recht op hun arbeidsovereenkomst van toepassing is
wanneer er een arbeidsovk is met een grensoverschrijdend karakter.
o Deze rechtskeuze kan betrekking hebben op de volledige overeenkomst of slechts op een
bepaald onderdeel ervan.
o VOORBEELD: Zo kunnen par;jen bijvoorbeeld bepalen dat het Duitse recht enkel van
toepassing is op de beëindiging van de overeenkomst, terwijl voor de overige aspecten
het Franse recht geldt. Het basisprincipe is dus de vrije rechtskeuze.

o Deze vrije rechtskeuze is NIET absoluut: de gekozen rechtsorde mag GEEN aYreuk doen aan de
bescherming die de werknemer zou genieten op basis van de dwingende bepalingen van het
recht dat van toepassing zou zijn indien er geen rechtskeuze was gemaakt.
o Het gaat hier om dwingende wetsbepalingen die de werknemer beschermen.
o Het gunsJgheidsbeginsel speelt dus een belangrijke rol à indien het objecJef toepasselijke recht
(bij gebrek aan rechtskeuze) gunsJger is voor de werknemer dan het gekozen recht, dan worden
de dwingende bepalingen van dat objecJeve recht toegepast.
o VOORBEELD: indien par;jen kiezen voor Duits recht, maar zonder rechtskeuze Belgisch
recht van toepassing zou zijn en het Belgische ontslagrecht voorziet in een langere
opzeggingstermijn dan het Duitse recht, dan zullen de Belgische dwingende bepalingen
inzake opzegging voorrang krijgen.

o Daarom is het steeds noodzakelijk om na te gaan welk recht van toepassing zou zijn indien de
parJjen GEEN rechtskeuze hadden gemaakt.
o Wanneer er GEEN rechtskeuze is, geldt als hoofdregel het recht van het land waar de
werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht.
o Indien dit NIET kan worden bepaald, bijvoorbeeld omdat de werknemer in meerdere
landen werkt, dan is in principe het recht van toepassing van het land waar de
onderneming gevesJgd is die de werknemer in dienst heeI genomen.
o Daarnaast bestaat er nog een uitzonderingsregel: wanneer uit het geheel van de
omstandigheden blijkt dat de arbeidsovereenkomst een KENNELIJK nauwere band heeI
met een ander land, dan kan het recht van dat land toch van toepassing zijn. Dit gebeurt
slechts uitzonderlijk = nauwstebandcriterium.

UITLEG HB:
De Rome 1 – Verordening is van toepassing op de wetsconflicten met betrekking tot de uitvoering van een
grensoverschrijdende arbeidsovereenkomst in België.

Het bepaalt de regels die het recht vastleggen dat van toepassing is op internaAonale arbeidsovereenkomsten.


Gemaakt door: Elien Vanderick 4

Inhoudsopgave

  1. 01 Arbeidsrecht 1
    1. INDIVIDUEEL ARBEIDSRECHT 1
    2. 1. Algemene arbeidsrechtelijke beschouwingen 1
    3. 1.1.1. 19e eeuw: vrije arbeidsmarkt en beperkt overheidsingrijpen 1
    4. 1.1.2. 20e eeuw: groeiende regulering en sociale bescherming 2
    5. 1.1.3. 21e eeuw: complexiteit en modernisering 2
    6. 1.2.1. Toepassingsgebied ra@one personae – personeel toepassingsgebied 2
    7. 1.2.2. Toepassingsgebied ra@one materiae – materieel toepassingsgebied 3
    8. 1.2.3. Ra@one loci – territoriaal toepassingsgebied 3
    9. 1.3.1. Internationale rechtsbronnen 6
    10. 1.3.2. Nationale rechtsbronnen 7
    11. 1.3.3. Arbeidsrechtelijke bronnen: specifieke hiërarchie 7
    12. 1.3.4. Toelichting bij de specifieke 'arbeidsrechtelijke' hiërarchie 8
    13. 1.4.1. Rechtscolleges 9
    14. 1.4.2. Inspectiediensten 11
    15. 1.4.3. Sociaal strafrecht 11
    16. 2. Arbeidsmarktrecht 12
    17. 2.1.1. Algemeen 12
    18. 2.1.2. Beperking van de toegang tot de arbeidsmarkt 13
    19. 2.2.1. Bespreking (organisatie arbeidsbemiddeling) 16
    20. 2.3.1. Algemene werkgelegenheidsvorderende maatregelen 17
    21. 2.3.2. Specifieke werkgelegenheidsbevorderende maatregelen 18
    22. 3. Individueel arbeidsrecht 18
    23. 3.1.1. Essentiële bestanddelen 19
    24. 3.1.2. Onderscheid met andere arbeidsrelaties 20
    25. 3.1.3. Band van ondergeschiktheid 21
    26. 3.2.1. Algemeen 29
    27. 3.2.2. Selectiecriteria 37
    28. 3.2.3. Verplichtingen van de WG (CAO nr. 38) 37
    29. 3.2.4. Aanwervingsonderzoek 38
    30. 3.2.5. Aanwervingsmelding 39
    31. 3.3.1. Algemene beginselen contractenrecht 40
    32. 3.3.2. Geldigheidsvereisten 41
    33. 3.3.3. Vormvereisten 43
    34. 3.3.4. Arbeidsovereenkomst - Bewijs 44
    35. 3.4.1. Inleiding 45
    36. 3.4.2. Duur (art. 7 + 9-11 AOW) 46
    37. 3.4.3. Te verrichten werk (art. 7 + 9-10 AOW) 48
    38. 3.4.4. Hoedanigheid WN (art. 2 & 3 AOW) 49
    39. 3.4.5. Vervangingsovereenkomst (art. 11ter-11quater AOW) 51
    40. 3.4.6. Deeltijdse arbeid (art. 11bis AOW) 52
    41. 3.4.7. Flexijobs (wet 16/11/2015) 54
    42. 3.4.8. Studenten (art. 120 en verder AOW) 56
    43. 3.4.9. Handelsvertegenwoordigers (art. 87 en verder AOW) 58
    44. 3.4.10. Telewerkers (CAO nr.85) 60
    45. 3.4.11. Uitzendarbeid (wet 24/7/1987 en CAO nr. 108) 62
    46. 3.5.1. Verboden bedingen 66
    47. 3.5.2. Bedingen geregeld door de wetgever 67
    48. 3.5.3. Niet door de wetgever geregelde bedingen 69
    49. 3.6.1. Rechten en plichten van partijen: algemeen 71
    50. 3.6.2. Plichten van de WG 72
    51. 3.6.3. Plichten WN (art. 16 en 17 AOW) 84
    52. 3.7.1. Algemeen (art. 18 AOW) 86
    53. 3.7.2. Aansprakelijkheidsbeperkend mechanisme 87
    54. 3.7.3. Overzicht 89
    55. 3.7.4. CASUS 90
    56. 3.8.1. Begrip 92
    57. 3.8.2. Overmacht (art. 26 AOW) 93
    58. 3.8.3. Vertraging en afwezigheid (Art. 27, 1° en 2° AOW) 94
    59. 3.8.4. Jaarlijkse vakantie 96
    60. 3.8.5. Klein verlet (Art. 30 AOW - KB 28 08 1963) 103
    61. 3.8.6. Feestdagen (Wet 04 01 1974) 105
    62. 3.8.7. Ziekte en ongeval (Art. 31 AOW) 106
    63. 3.8.8. Zwangerschap (Art. 28, 2° en 2bis° AOW) 113
    64. 3.8.9. Opleidingsverlof en recht op opleiding 118
    65. 3.8.10. Tijdskrediet (CAO nr. 103 + KB 12 12 01) 119
    66. 3.8.11. Thematisch verlof 121
    67. 3.8.12. Verlof om dwingende reden (Art. 30bis AOW + CAO nr. 45) 123
    68. 3.8.13. Slecht weer (art. 50 AOW) 124
    69. 3.8.14. Technische storing (art. 49 AOW) 125
    70. 3.8.15. Economische redenen (Art. 51 AOW) 126
    71. 3.9.1. Begrippenkader 128
    72. 3.9.2. Civielrechtelijke beëindigingswijzen 129
    73. 3.9.3. Arbeidsrechtelijke beëindigingswijzen 133
    74. 3.9.4. Aandachtspunten 157
    75. 3.10.1. Introductie 161
    76. 3.10.2. Collectief ontslag 163
    77. 3.10.3. Sluiting van de onderneming 169
    78. 3.10.4. Overdracht van onderneming (CAO nr. 32bis) 171
    79. 3.10.5. Overname van activa na faillissement (CAO nr. 32bis) 175
    80. 3.10.6. Overdracht van onderneming onder gerechtelijk gezag 176
    81. 4. Collectief arbeidsrecht 179
    82. 4.2.1. Historiek 179
    83. 4.2.2. Rechtsbronnen 181
    84. 4.2.3. Why should we care? 184
    85. 4.3.1. Vakorganisatie van WN 186
    86. 4.3.2. Vakorganisaties van WG 189
    87. 4.4.1. Inleiding 190
    88. 4.4.2. Nationaal niveau 194
    89. 4.4.3. Regionaal niveau 198
    90. 4.4.4. Sectoraal niveau: paritaire comités 200
    91. 4.4.5. Ondernemingsniveau 206
    92. 4.5.1. Definitie 232
    93. 4.5.2. Partijen 234
    94. 4.5.3. Bestanddelen 235
    95. 4.5.4. Juridische aard 237
    96. 4.5.5. Hiërarchie 237
    97. 4.5.6. Binding 240
    98. 4.5.7. Geldigheids- en vormvereisten 243
    99. 4.5.8. Interpretatie en naleving 245
    100. 4.5.10. Exit ticket 245
    101. 4.6.1. Definitie 247
    102. 4.6.2. Staking 248
    103. 4.6.3. Lock-out 257
    104. 4.6.4. Collectieve conflicten reguleren 258
    105. 4.6.5. Collectieve conflicten beëindigen 260
    106. 4.6.6. Collectieve conflicten de lege ferenda 263

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
13 juli 2026
Aantal pagina's
265
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€20,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
elienvanderick
4,5
(2)
Verkocht
31
Volgers
0
Items
12
Laatst verkocht
2 dagen geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen