MODULE 1 - HISTORISCH PERSPECTIEF IN CRIMINOLOGIE
Waarom criminologen het verleden bestuderen?
• Het verleden vormt het pad waarop huidige en toekomstige opties liggen.
• Zonder historisch perspectief zien sociale wetenschappers vaak alles nieuw en missen
ze de cyclische aard van concepten, beleidsoplossingen en fouten.
• Historisch onderzoek maakt het mogelijk om te herkennen structuurmatige
problemen die al eeuwen bestaan, waardoor we kunnen overwegen nieuwe aanpakken
te ontwikkelen.
• Het identificeert nieuwe fenomenen (bijv. gretso-beschijnend gedrag) en de
samenloop van omstandigheden die tot hun opkomst leiden.
“Geschiedenis is geen enkele waarheid, maar een verhaal dat wordt gevormd door selectie en
perspectief.”
Hoe historisch onderzoek plaatsvindt
• Bronnen: fragmenten van het verleden (voorwerpen, foto’s, film, schilderijen,
documenten).
• Perspectief: de keuze van de historicus beïnvloedt de interpretatie; vaak domineren de
geprivilegieerde klassen vanwege hun rijkere archieven.
• Padafhankelijkheid: de vraag wat verandert en wat blijft gelijk in de loop van de tijd.
“Padafhankelijkheid = het analyseren van continuïteit versus verandering binnen historische
processen.”
• Problemen:
1. Onvolledige of ontbrekende bronnen.
2. Onmogelijkheid om één objectieve waarheid te reconstrueren.
3. Risico op heroïserende verhalen (grote helden-narratieven).
Vergelijking van perspectieven
Perspectief Typische bronnen Focus Mogelijke bias
Geprivilegieerde Dagboeken, Politieke, Overrepresentatie van
(elite) correspondentie, militaire, elite-ervaringen
kunst culturele elite
Minderheden Arbeidsregisters, Dagelijks leven, Vaak
(arbeiders, oral history, lokale onderdrukking ondervertegenwoordigd,
vrouwen) archives fragmentarisch
Post-modern Kritische theorie, Constructie van Accent op relativiteit, kan
media-analyse verhalen objectiviteit ondermijnen
OPBOUW VAN HET VAK
Deel 1 – Theoretisch & methodologisch
• Inleiding tot historische kritiek als fundament van de discipline.
1
, • Bespreking van belangrijke vragen: wat is historisch feit? Hoe verzamel je informatie
over een voorbij tijdvak?
• Verkenning van thema’s zoals geweld en hun evolutie door de tijd.
Deel 2 – Geschiedenis van misdaad en straf
• Ontwikkeling van criminaliteitstypen en sociale reacties (politie, rechtspraak,
bestraffing).
• Analyse van lange-termijnverschuivingen in strafrecht en handhaving.
• Focus op grotere maatschappelijke trends in plaats van detailstudie van elke periode
(gezien de beperkte 11-lesstructuur).
Deel 3 – Historisch perspectief op actuele vraagstukken
• Praktische voorbeelden van hoe men actuele kwesties (bijv. jeugdcriminaliteit,
gender-gerelateerd gedrag) kan terugblikken op het verleden.
• Identificatie van parallellen en verschillen tussen historische en hedendaagse
fenomenen.
PRAKTISCHE ZAKEN
• Handboek: volledige uitgeschreven versie van de slides; bevat alle behandelde
hoofdstukken (deel 1, deel 2, en het hoofdstuk over jongeren & criminaliteit).
• Slides: kern van de stof; dienen als kapstokken voor examenvragen.
• Examen: meerkeuze, gebaseerd op handboek- en slide-inhoud; voorbeeldvragen en
oplossingen worden besproken in de tiende les.
• Rooster:
o Laatste fysieke les: 28 april
o Laatste college (online opname): 5 mei
o Finale les (examenbespreking): 2 juni
• Opname: college wordt opgenomen en beschikbaar gesteld voor later bekijken.
Persoonlijke context van de docent
• 10-jarig jubileum van het vak aan de VUB.
• Dit academisch jaar is de laatste aan de VUB; de docent krijgt een vaste aanstelling in
Gent.
• Combineerde eerdere posities bij de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit
Gent.
• Verwijst naar de emotionele impact van het verlaten van de VUB en het missen van de
studenten.
KERNBEGRIPPEN (SAMENGEVAT)
Historische kritiek: de systematische benadering van het verleden, gericht op het selecteren,
ordenen en interpreteren van overblijfselen.
Padafhankelijkheid: het analyseren van continuïteit versus verandering binnen historische
processen.
2
,Geschiedenissen: meerdere, vaak conflicterende verhalen over het verleden, gevormd door
verschillende perspectieven en bronnen.
Gebruik de slides als basis, vul aan met notities uit het handboek, en raadpleeg de opname voor
verduidelijking van complexe passages.
VISIES OP GESCHIEDSCHRIJVING
Positivistische traditie
• Doel: het verleden bestuderen omdat het verleden op zichzelf waarde heeft; een soort
“kunst omwille van de kunst”.
• Kernidee: zoveel mogelijk feiten en empirisch materiaal verzamelen; de waarheid
komt vanzelf naar voren.
• Belangrijke figuren:
o Leopold von Lamke – grondlegger van de 19e-eeuwse Duitse historische
wetenschap; legde de basis voor geschiedenis als academische discipline, net
als criminologie, sociologie en psychologie.
• Kenmerken:
1. Objectiviteit wordt als mogelijk gezien.
2. De historicus wordt gezien als een neutrale, functionele verzamelaar van data.
3. Historisch onderzoek heeft geen directe nut-toepassing; het is een culturele
bagage.
“Positivisme = ‘la histoire pour l’histoire’: studeer het verleden omdat het interessant is, niet
omdat het nuttig is.”
Post-modernistische kritiek
• Voornaamste denkers: Keith Jenkins, Daniels May (Harvard).
• Stelling: er bestaan geen objectieve feiten; geschiedenis bestaat uit verhalen (mythen,
legenden, volksvertellingen) die betekenis geven.
• Doel: goede verhalen schrijven die kunnen inspireren, zonder verplichtende claims.
• Kenmerken:
1. Historische narratieven zijn selectief en afhankelijk van perspectief.
2. Historische ‘waarheid’ is een constructie; anything goes binnen narratieve
vrijheid.
3. Historici worden gezien als vertellers die culturele bagage overdragen.
“Geschiedenis is geen politieke wetenschap, maar een antropologische wetenschap die
mens-zijn en samenlevingen probeert te begrijpen.” – Daniels May
VERGELIJKING POSITIVISME ↔ POST-MODERNISME
Aspect Positivisme Post-modernisme
Doel Kennis omwille van kennis Boeiende verhalen, inspiratie
Waarheid Objectief, ontdekt via empirie Constructie, afhankelijk van narratief
Rol historicus Neutrale verzamelaar Verteller, selecteur
Methodiek Feiten-verzameling, kwantitatief Discursieve analyse, verhalen
Voorbeeld Von Lamke’s feitelijke archieven Jenkins’ mythische interpretaties
3
, Geschiedenis als ideologisch wapen
• Gebruik in conflicten: historisch narratief wordt ingezet om territoriaal, religieus of
nationaal recht te claimen.
• Voorbeelden:
o Rusland-Oekraïne – claims op “groot-Russisch” verleden legitimeren huidige
militaire acties.
o Israël-Palestina – beide groepen construeren eigen historische verhalen over
het land, met religieuze en koloniale elementen.
o Belgisch koloniaal verleden – pas in 2010 begonnen met officiële erkenning
van uitbuiting en geweld in Congo; nog steeds onderwerp van maatschappelijke
discussie.
“Owning history has become something on the battleground.” – slide-citaat, herhaald in de les.
CASE-STUDIE: ISRAËL-PALESTINA
Actor Historisch narratief Kernclaim
Beloofde land vanuit religieuze traditie; Britse “Dit is het land van God, wij
Israël
mandaat als legitieme overgang. hebben er recht op.”
Continu bewoning vóór 20e eeuw; verlies door “Dit is ons thuisland, ontnomen
Palestijnen
koloniale mandaat en vestiging. door externe machten.”
CASE-STUDIE: BELGISCH CONGO
• Koloniale structuur: economische exploitatie, gewelddadige onderdrukking,
“modelcolonie” mythe.
• Hedendaagse impact:
o Structurele armoede en politieke instabiliteit.
o Diaspora-ervaringen van racisme en discriminatie.
• Motief achter claims: grondstoffen, macht, winst – historisch precedent blijft de
drijfveer voor hedendaagse geopolitieke belangen.
KRITISCHE REFLECTIE VOOR HISTORICI
1. Wees je bewust van je eigen positie – welke bias breng je mee?
2. Analyseer bronnen kritisch – wie heeft ze geproduceerd, waarom, en welke stemmen
ontbreken?
3. Vergelijk meerdere narratieven – zoek naar tegenstrijdige verhalen en onderhandel
over hun plausibiliteit.
4. Vermijd simplificatie – erken dat complexe geschiedenissen zelden éénvoudige
verklaringen toelaten.
“Versluier je niet achter één ‘waarheid’; verhoud je er juist tot, ken de herkomst van de verhalen,
en zoek actief naar alternatieve perspectieven.”
4