Leven (= het bestaan, to exist)
Fysiek leven
o Jonge mensen kunnen ook sterven als ze fysiek niet OK zijn
o Vroeger: “alleen oude mensen kunnen sterven” (niet meer mee en
bleven achter)
Ik heb een lichaam => inzicht mensen
Ik ben een lichaam => beseffen mensen pas later (bij ziekte)
Mentaal leven
o Psychologisch: invulling v/d bestaansreden: Waarom leef je
o Regels volgen (bv. religieus: als je zo leeft, leef je goed)
o Mensen worden rustiger
o Niet volgens regels? => zelf invullen
o Meer zelfmoord in Vlaanderen dan Europa => psychosociale
factoren
Sociaal leven
o omringd zijn, aanvaard / gewaardeerd worden door mensen
o wie je bent, niet wat je hebt of welk beroep je doet
o je leeft om te werken, of je werkt om te leven
o wat je hebt is niet altijd wie je bent
Verandering
Tijdsperk
= periode
We zijn op punt (x) gekomen dat iets voorbij zal zijn en dat iets zich een
nieuw tijdperk inbrengt
1 v/d verschijnselen = ecologisch principe = op 100 jaar hebben we zo’n
impact gehad op natuur dat het in 100 jaar tijd verprutst is
o Onze eigen gezondheid valt hier onder
nu veel meer allergieën dan vroeger
meer co² => meer luchtvervuiling => verband borstkanker
Hfdstk 1: Het fenomeen “tijd”
je kan gevolgen van tijd waarnemen MAAR tijd opzich is niet meetbaar
tenzij je met instrument meet
verschil dag en nacht => wel meten (tijdsdimensie, cyclus)
o Dichotoom: ofwel het een ofwel het ander (dag of nacht)
“in het begin schiep God de wereld, hemel en aarde”
Tijd = relatief
Relativiteitstheorie van Einstein
= iedereen heeft andere mening, mening hebben is relatief
o Bv. mensen kiezen zelf hoe hun rijgedrag is, rij je meer of minder
dan 120 dat is jouw keuze
,Tijd = absoluut
= dat is geen mening, we moeten daar allemaal achter staan, telt voor
iedereen, daar valt niet aan te twijfelen
o Bv. je mag in België 120 rijden => en dat is de Wet
100% absoluut = als je geboren wordt, weet je 1 ding zeker => je zal
sterven
Tijd = geld
Uurloon: je werkt per uur => verband met tijd
Pareto: 80% besteden van uw tijd aan 20% van uw klanten
2 vormen van tijd:
1. Chronos tijd
o = gemeten tijd
Bv. sporten met exacte tijdsmeting, geneeskunde, arbeid
o Objectieve tijd
o Dissociatie (leert afstand inbouwen)
2. Kairos tijd
o = tijd waarin we iets beleven, hoe iemand iets beleefd
o Subjectief (dus ook stukje relatief)
o Associatie
o Als je nu in klas zit, beleef je de tijd, ookal is er ook chronos (want
het duurt 90 min. voorbeeld)
o Als je in de tijd zit, verlies je chronos tijd => je zit er niet meer in
Bv. film kijken:
- Chronos: 1u30 min.
- Kairos: vind je het leuk of niet
- de 2 bestaan omdat wij een brein hebben
- zoals de tijd verloopt, beleef je ook die tijd
De tijdmatrix van Stephen Covey
= matrix die zorgt voor goede tijdsbesteding
Taken opdelen in 4 kwadranten => hierna planning maken
4 vlakken
o Belangrijk en dringend = CRISISKWADRANT
= taken die je vaak uit jezelf als 1ste doet
Belangrijke taken => dringend
Dringende problemen, last minute vragen, deadlines
Max. 5-10% van je taken mogen hierin vallen
Teveel? => leiden tot stress
o Niet belangrijk en dringend = DELEGEERKWADRANT
, Taken die gevoelsmatig zo snel mogelijk gedaan moeten
worden => maar niet zo belangrijk
Bijwerken mailbox, onbelangrijke meetings,
onderbrekingen en problemen van anderen
Zouden moeten uitgevoerd worden door iemand anders
Je moet assertief genoeg zijn en durven nee zeggen
o Belangrijk en niet dringend = KWALITEITSKWADRANT
Taken belangrijk voor je werk => maar geen haast
Moet kwaliteit leveren voor deze taken
Planningen maken, activiteiten voorbereiden
Helemaal onderaan to-do lijstje
90% van je dag hiermee gevuld
o Niet belangrijk en niet dringend
Taken die tijd verspillen
Vorm van vluchtgedrag bij stress
Irrelevante e-mails, facebook, instagram, dagdromen
focus: belangrijke, niet
dringende taken
meest relationele
kwadrant
dringend = altijd voorrang
op belangrijk
Rode vak: wat is tijd?
o In filosofie spreken we niet over zaken die we NIET kunnen bewijzen
Bv. leven na dood
o Je vindt het pas erg als je hond sterft, als hij gestorven is
o Als je wil zeggen tegen iemand dat je die persoon graag ziet, is het
niet dringend, maar als die persoon dood is dan besef je pas dat het
eigenlijk wel dringend is maar het is al te laat. Aangezien het punt
van dringendheid voorbij is omdat die persoon dood is.