,Hoofdstuk 1: Werk maken van een zorgzame school- zorgcontinuüm
De fasen in het zorgcontinuüm kunnen benoemen en uitleggen.
Het zorgcontinuüm is een theoretisch model dat scholen helpt om kwaliteitsvolle zorg uit
te bouwen voor alle leerlingen. Het wordt gebruikt door scholen, CLB’s, pedagogische
begeleidingsdiensten en andere onderwijsinstanties.
Het doel van onderwijs is elk kind dát onderwijs te geven dat het nodig heeft om
optimaal te ontwikkelen. Daarom probeert de school rekening te houden met de
verschillen tussen kinderen en gelijke onderwijskansen te bieden.
Het zorgcontinuüm bestaat uit 4 fasen waarbij de zorg steeds gerichter en specifieker
wordt.
Fase 0: Brede basiszorg
Brede basiszorg is kwaliteitsvol onderwijs voor alle kinderen.
De klasleerkracht staat centraal en probeert via een krachtige leeromgeving zoveel
mogelijk kinderen optimaal te laten ontwikkelen.
Belangrijke kenmerken:
aandacht voor welbevinden en betrokkenheid
preventief en proactief werken
observeren en opvolgen
differentiatie
krachtige leeromgeving
diversiteit zien als meerwaarde
De leerkracht probeert:
elk kind ontwikkelingskansen te geven,
kinderen niet te vergelijken,
en hen op eigen tempo te laten groeien.
Ongeveer 80 à 85% van de kinderen kunnen voldoende groeien binnen deze fase.
Fase 1: Verhoogde zorg
Wanneer brede basiszorg onvoldoende is en een kind moeilijkheden blijft ervaren,
schakelt men over naar verhoogde zorg.
De leerlingbespreking of het zorgoverleg vormt vaak het scharniermoment tussen fase 0
en fase 1.
Tijdens het zorgoverleg:
bespreekt men de noden van het kind,
zoekt men naar extra ondersteuning,
en worden concrete afspraken gemaakt.
Deze afspraken worden vaak vastgelegd in een zorgplan.
De ondersteuning gebeurt bij voorkeur:
in de klas,
via teaching,
preteaching,
en reteaching.
2
,In deze fase worden vaak REDICODI-maatregelen toegepast:
remediëren
differentiëren
compenseren
dispenseren
Ongeveer 10 à 15% van de leerlingen heeft nood aan verhoogde zorg.
Fase 2: Uitbreiding van zorg
Wanneer de schoolinterne hulp onvoldoende is, schakelt men externe hulp in.
Er wordt een MDO georganiseerd:
een multidisciplinair overleg.
Hieraan nemen deel:
leerkracht
zorgteam
directie
CLB
ouders
eventueel externen zoals logopedist of ondersteuner
De regie ligt bij het CLB.
Het doel van het MDO is:
de situatie beter begrijpen,
doelen formuleren,
en een aangepast aanbod ontwerpen.
Het MDO resulteert vaak in:
een handelingsplan,
leersteun,
of een gemotiveerd verslag.
Fase 3: Individueel aangepast curriculum (IAC) of overstap naar school op maat
Wanneer alle inspanningen onvoldoende effect hebben en de ontwikkeling blijft
stagneren, kan een overstap naar een school op maat nodig zijn.
Dat kan:
regulier onderwijs met IAC,
of buitengewoon onderwijs zijn.
Bij een IAC worden niet alle ontwikkelingsdoelen of eindtermen nagestreefd.
De school, ouders en CLB bespreken samen welke ondersteuning het meest passend is voor
het kind.
Gegeven voorbeelden kunnen plaatsen in het zorgcontinuüm.
Fase 0: Brede basiszorg
Voorbeelden:
pictogrammen gebruiken
duidelijke routines aanleren
3
, hoekenwerk differentiëren
visuele ondersteuning voorzien
preteaching aanbieden
warme klasomgeving creëren
Deze maatregelen zijn bedoeld voor alle kinderen.
Fase 1: Verhoogde zorg
Voorbeelden:
extra taalspelletjes oefenen
werken met een zorgplan
extra instructie geven
begeleiding in kleine groepjes
REDICODI-maatregelen toepassen
Deze ondersteuning is bedoeld voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften.
Fase 2: Uitbreiding van zorg
Voorbeelden:
CLB inschakelen
overleg met logopedist
multidisciplinair overleg organiseren
leersteun aanvragen
externen betrekken
Fase 3: IAC of school op maat
Voorbeelden:
aangepaste doelen volgen
individueel aangepast curriculum
overstap naar buitengewoon onderwijs
aangepast leertraject
De noodzaak van observatie in een zorgbrede aanpak kunnen uitleggen.
Observatie is noodzakelijk omdat je kinderen eerst goed moet leren kennen voor je hen
gepaste zorg kan bieden.
Door observatie:
ontdek je sterktes en noden,
zie je hoe kinderen zich ontwikkelen,
merk je moeilijkheden op,
en kan je onderwijs afstemmen op hun behoeften.
De leerkracht observeert:
welbevinden,
betrokkenheid,
gedrag,
sociale interacties,
4