KH: WERVELZUIL THEORIE SAMENVATTING
KLINISCH REDENEREN (PG. 1-42)
INLEIDING
- Frequent voorkomen van nek- of lage rugpijn o 80% ooit een episode
- Belangrijkste aandoening vr beperking in dagelijks leven
- Oorzaak van ziekteverzuim en vroegtijdig pensioen
- Enorme impact op mens en maatschappij
- Voorkomen:
o Op alle leeftijden
o Vanaf middelbare leeftijd stijging v prevalentie
o Acute episode? -> 90% spontaan verbeteren
o MAAR veel herval!
70% binnen het jaar herval
50% van die mensen hinder in ADL
15-20% overgang -> chronische nek- of rugklachten
Voorkomen belangrijk!!
- Grote verscheidenheid in patiënten DUS behandeling afstemmen op individu (klinisch redeneren
essentieel)
WAT IS KLINISCH REDENEREN
= proces waarbij de kinesitherapeut in interactie gaat met de patiënt en zo info kan vergaren
Op basis van deze info hypotheses stellen en testen
Uiteindelijke kinesitherapeutische diagnose stellen + optimaal behandelplan
- Info uit anamnese
- Hypothese stellen
- Testen selecteren + uitvoeren
- Hypothese aanvaarden of verwerpen
- Conclusie
- Behandeling opstellen
!! geen zuiver lineair proces -> continu KR nodig tijdens behandeling
Evaluatie + behandeldoelstellingen
!! rekening houden met “bio-psycho-sociale context”
Structuur in KR door “parallelle denkpistes”
1
,PARALLELLE DENKPISTES
RISICO-INSCHATTING
- Rood
o = tekenen van symptomen die kunnen wijzen op pathologie of aandoening waarvoor
doorverwijzing nodig is
o Vermoeden van (ernstig) onderliggend probleem
o Cluster red flags => doorverwijzen!! (1 is “normaal”)
o Aantal voorbeelden:
Onverklaarbaar en/of sterk gewichtsverlies
Koorts
Algemene malaise
(Recente) voorgeschiedenis van kanker
Niet-mechanische pijn (= pijn ≠ beïnvloed word door houding en bew.)
Vermoeidheid (niet te verklaren door andere factoren)
Nachtelijke pijn
Nachtelijk zweten
Verminderde eetlust
Klachten ontstaan na een trauma
Intraveneus druggebruik
Immunodeficiëntie of gebruik van immunodepressieve medicatie
Systematisch gebruik van corticosteroïden
Meer wijdverspreide sensorische klachten (bv bilaterale paresthesieën)
- Oranje
o = mogelijks redenen voor enige bezorgdheid
o Start behandeling oké MAAR met bepaalde voorzorgsmaatregelen
o Belangrijk om klachten grondig op te volgen
o Indien geen goede progressie of toename bezorgdheid doorsturen
- Groen
o = geen redenen voor enige bezorgdheid’
- Screening = zeer belangrijk 1e instantie door huisarts later miss rechtstreeks kine
2
,PIJNMECHANISMES
- Nociceptieve pijn
o = pijn dat afkomstig is van effectieve of gedreigde schade van niet-neurale weefsels en ontstaat
door de activatie van nociceptoren
o Detecteren van gevaar
o Nociceptoren = hoogdrempelig (pas info naar centraal bij voldoende prikkeling)
o Inflammatie? Drempel verlagen = “perifere sensitisatie” ↑ a er. noci input
o Hersenen moduleren nociceptieve input via dalende banen
Facilitatie/inhibitie via dorsale banen thv dorsale hoorn
o Psychologische factoren beïnvloeden nociceptieve pijn:
Aandacht
emoties
cognitie
ervaringen …
o Versch soorten:
Mechanische
Thermische
Chemische
Polymodaal
o GEEN pijnreceptoren, wel gevaarreceptoren
alarmsignaal: dus ook niet altijd weefselschade
o Pijn ~ nociceptieve input
o Kenmerken:
Mechanische pijn
Duidelijke toename of afname bij bewegingen/houdingen
Ontlasting pijn neemt af
Lokale / regionale klachten / gerefereerde pijnpatronen
Bij trauma: pijn is proportioneel aan weefselherstel
Goede reactie op ontstekingsremmende medicatie (vb NSAID)
Lokale drukpijn bij palpatie
Oefentherapie
- Neuropathische pijn
o = pijn afkomstig door letsel of ziekte van het (perifere) somatosensorische zenuwstelsel
o Brandend/ schietend/ scherp/ elektrische shock
o In verloop van de zenuw of binnen dermatoom
o Provocatie door bewegingen waarbij neuronale structuren op spanning
o Sensorische klachten (evt motorische)
o Spontaan verergeren
o In rust aanwezig
o Matig – hoog irritabel
o Antalgische houding komt vaak voor
Vb. elevatie schouder neurogene spanning op plexus brachialis ↓
3
, - Nociplastische pijn
o = pijn dat ontstaat alhoewel er geen duidelijke (dreigende) weefselschade aanwezig is
o Disproportioneel
Afferente banen probleem bij verwerking
Evenwicht tussen inhibitie < facilitatie
Central processing
DUS: Bij nociplastisch: OnEV bij facilitatie/inhibitie inhiberende banen werken
onvoldoende DUS: vnl faciliterend effect = meer pijn
o Constante pijn, verspreid pijn
o Hyperalgesie = stimulus normaal pijn meer pijn
o Allodynia = stimulus normaal geen pijn wel pijn
o Hypervigilantie = overdreven aandacht aan regio en prikkels veel intenser opnemen
Maladaptieve cognities
o Andere problemen (niet gerelateerd aan MSS)
o Geassocieerd met bep risicofactoren chronische klachten:
Maladaptieve cognities
Duidelijke psychologische stressoren (familie, werk, ...)
o Dominant nociplastische pijn
Vermoeidheid
Slecht slapen
Slechter concentreren
Overgevoeligheid stimuli licht/geluid
Vb. fybromyalgie, chronische wiplash
Cognitieve gedragstherapie + medicatie
- Waarom belangrijk rekening houden met pijnmechanismes
o Oefentherapie vooral werkt bij nociceptieve pijn
o Zelfde oefentherapie werkt veel minder bij nociplastische pijn centrale aanpak nodig
o Behandeling moet altijd aansluiten bij dominante pijnmechanisme
WEEFSELMECHANISMES
o Geen weefselschade
Behandeling reeds starten met meer belastende oef indien aangewezen
WEL: rekening houden met belastbaarheid P
o WEL Weefselschade:
Belastbaarheid ↓ = scheurtjes in BW-structuren + bindweefsel = gedesoriënteerd
gestoorde integriteit
verminderde functie
versch weefsel = versch snelheid (sterk doorbloed = sneller)
Duur afh van de ernst vd weefselschade
4
KLINISCH REDENEREN (PG. 1-42)
INLEIDING
- Frequent voorkomen van nek- of lage rugpijn o 80% ooit een episode
- Belangrijkste aandoening vr beperking in dagelijks leven
- Oorzaak van ziekteverzuim en vroegtijdig pensioen
- Enorme impact op mens en maatschappij
- Voorkomen:
o Op alle leeftijden
o Vanaf middelbare leeftijd stijging v prevalentie
o Acute episode? -> 90% spontaan verbeteren
o MAAR veel herval!
70% binnen het jaar herval
50% van die mensen hinder in ADL
15-20% overgang -> chronische nek- of rugklachten
Voorkomen belangrijk!!
- Grote verscheidenheid in patiënten DUS behandeling afstemmen op individu (klinisch redeneren
essentieel)
WAT IS KLINISCH REDENEREN
= proces waarbij de kinesitherapeut in interactie gaat met de patiënt en zo info kan vergaren
Op basis van deze info hypotheses stellen en testen
Uiteindelijke kinesitherapeutische diagnose stellen + optimaal behandelplan
- Info uit anamnese
- Hypothese stellen
- Testen selecteren + uitvoeren
- Hypothese aanvaarden of verwerpen
- Conclusie
- Behandeling opstellen
!! geen zuiver lineair proces -> continu KR nodig tijdens behandeling
Evaluatie + behandeldoelstellingen
!! rekening houden met “bio-psycho-sociale context”
Structuur in KR door “parallelle denkpistes”
1
,PARALLELLE DENKPISTES
RISICO-INSCHATTING
- Rood
o = tekenen van symptomen die kunnen wijzen op pathologie of aandoening waarvoor
doorverwijzing nodig is
o Vermoeden van (ernstig) onderliggend probleem
o Cluster red flags => doorverwijzen!! (1 is “normaal”)
o Aantal voorbeelden:
Onverklaarbaar en/of sterk gewichtsverlies
Koorts
Algemene malaise
(Recente) voorgeschiedenis van kanker
Niet-mechanische pijn (= pijn ≠ beïnvloed word door houding en bew.)
Vermoeidheid (niet te verklaren door andere factoren)
Nachtelijke pijn
Nachtelijk zweten
Verminderde eetlust
Klachten ontstaan na een trauma
Intraveneus druggebruik
Immunodeficiëntie of gebruik van immunodepressieve medicatie
Systematisch gebruik van corticosteroïden
Meer wijdverspreide sensorische klachten (bv bilaterale paresthesieën)
- Oranje
o = mogelijks redenen voor enige bezorgdheid
o Start behandeling oké MAAR met bepaalde voorzorgsmaatregelen
o Belangrijk om klachten grondig op te volgen
o Indien geen goede progressie of toename bezorgdheid doorsturen
- Groen
o = geen redenen voor enige bezorgdheid’
- Screening = zeer belangrijk 1e instantie door huisarts later miss rechtstreeks kine
2
,PIJNMECHANISMES
- Nociceptieve pijn
o = pijn dat afkomstig is van effectieve of gedreigde schade van niet-neurale weefsels en ontstaat
door de activatie van nociceptoren
o Detecteren van gevaar
o Nociceptoren = hoogdrempelig (pas info naar centraal bij voldoende prikkeling)
o Inflammatie? Drempel verlagen = “perifere sensitisatie” ↑ a er. noci input
o Hersenen moduleren nociceptieve input via dalende banen
Facilitatie/inhibitie via dorsale banen thv dorsale hoorn
o Psychologische factoren beïnvloeden nociceptieve pijn:
Aandacht
emoties
cognitie
ervaringen …
o Versch soorten:
Mechanische
Thermische
Chemische
Polymodaal
o GEEN pijnreceptoren, wel gevaarreceptoren
alarmsignaal: dus ook niet altijd weefselschade
o Pijn ~ nociceptieve input
o Kenmerken:
Mechanische pijn
Duidelijke toename of afname bij bewegingen/houdingen
Ontlasting pijn neemt af
Lokale / regionale klachten / gerefereerde pijnpatronen
Bij trauma: pijn is proportioneel aan weefselherstel
Goede reactie op ontstekingsremmende medicatie (vb NSAID)
Lokale drukpijn bij palpatie
Oefentherapie
- Neuropathische pijn
o = pijn afkomstig door letsel of ziekte van het (perifere) somatosensorische zenuwstelsel
o Brandend/ schietend/ scherp/ elektrische shock
o In verloop van de zenuw of binnen dermatoom
o Provocatie door bewegingen waarbij neuronale structuren op spanning
o Sensorische klachten (evt motorische)
o Spontaan verergeren
o In rust aanwezig
o Matig – hoog irritabel
o Antalgische houding komt vaak voor
Vb. elevatie schouder neurogene spanning op plexus brachialis ↓
3
, - Nociplastische pijn
o = pijn dat ontstaat alhoewel er geen duidelijke (dreigende) weefselschade aanwezig is
o Disproportioneel
Afferente banen probleem bij verwerking
Evenwicht tussen inhibitie < facilitatie
Central processing
DUS: Bij nociplastisch: OnEV bij facilitatie/inhibitie inhiberende banen werken
onvoldoende DUS: vnl faciliterend effect = meer pijn
o Constante pijn, verspreid pijn
o Hyperalgesie = stimulus normaal pijn meer pijn
o Allodynia = stimulus normaal geen pijn wel pijn
o Hypervigilantie = overdreven aandacht aan regio en prikkels veel intenser opnemen
Maladaptieve cognities
o Andere problemen (niet gerelateerd aan MSS)
o Geassocieerd met bep risicofactoren chronische klachten:
Maladaptieve cognities
Duidelijke psychologische stressoren (familie, werk, ...)
o Dominant nociplastische pijn
Vermoeidheid
Slecht slapen
Slechter concentreren
Overgevoeligheid stimuli licht/geluid
Vb. fybromyalgie, chronische wiplash
Cognitieve gedragstherapie + medicatie
- Waarom belangrijk rekening houden met pijnmechanismes
o Oefentherapie vooral werkt bij nociceptieve pijn
o Zelfde oefentherapie werkt veel minder bij nociplastische pijn centrale aanpak nodig
o Behandeling moet altijd aansluiten bij dominante pijnmechanisme
WEEFSELMECHANISMES
o Geen weefselschade
Behandeling reeds starten met meer belastende oef indien aangewezen
WEL: rekening houden met belastbaarheid P
o WEL Weefselschade:
Belastbaarheid ↓ = scheurtjes in BW-structuren + bindweefsel = gedesoriënteerd
gestoorde integriteit
verminderde functie
versch weefsel = versch snelheid (sterk doorbloed = sneller)
Duur afh van de ernst vd weefselschade
4