,1 Wat is de vroegmoderne periode?
1.1 Definitie en afbakening
De vroegmoderne periode is een historisch tijdvak dat zich in de Europese geschiedenis
situeert tussen het einde van de middeleeuwen en het begin van de moderne tijd. Het is een
overgangstijdperk dat niet volledig modern is, maar evenmin middeleeuwse trekken draagt:
het bevindt zich in een tussenzone die zowel naar het verleden als naar de toekomst kijkt.
Dit ambivalente karakter wordt verbeeld door een Januskop een Romeinse god met twee
gezichten die tegelijkertijd voor- en achteruit kijkt. De Januskop werd gepubliceerd te
Antwerpen door Balthasar Moretus in 1638 en dient als metafoor voor de tweezijdige aard
van dit tijdvak.
Chronologisch omvat de vroegmoderne periode ruwweg 1500 tot 1800, al zijn die grenzen
niet absoluut en worden ze vanuit verschillende invalshoeken anders getrokken.
1.2 Periodes en concepten per domein
De vroegmoderne periode kan worden beschreven aan de hand van vijf domeinen, die elk
een eigen definitiecriterium aanreiken:
Politiek gezien staat dit tijdvak bekend als het Ancien regime, een term die verwijst naar de
pre-revolutionaire staatsvorm die gekenmerkt wordt door absolute of semi-absolute
monarchie, standenmaatschappij en de afwezigheid van constitutionele democratie. In de
Lage Landen is dit ook de Habsburgse tijd, de periode waarin de Nederlanden onder
Spaans-Habsburgs gezag vielen.
Cultureel omvat de periode stromingen als de Renaissance (de herontdekking van de
klassieke oudheid), het humanisme (nadruk op de menselijke waardigheid en het individu),
de Barok (een kunststroming gekenmerkt door overdaad en drama), de Verlichting (de
rede als leidraad voor politiek en samenleving) en de Wetenschappelijke Revolutie (een
fundamentele omwenteling in het wetenschappelijk denken).
Economisch zijn de kernvragen of het kapitalisme in deze periode zijn wortels heeft en of er
sprake is van een consumptierevolutie, een democratisering van de consumptie voorbij de
elite.
Op het vlak van globalisering markeert de vroegmoderne periode de Europese expansie via
de Columbian Exchange (de uitwisseling van goederen, gewassen, ziekten en mensen
tussen de Oude en de Nieuwe Wereld na 1492) en de opkomst van het kolonialisme.
Religieus is de periode gekenmerkt door de Reformatie(s), de religieuze breuken binnen
het westerse christendom.
3
,1.3 Startschot van de vroegmoderne periode
Er bestaat geen eenduidige begindatum van de vroegmoderne periode; wel een reeks van
mogelijke startpunten die elk een andere dimensie van de overgang benadrukken:
● De Italiaanse stadsstaten (14de-15de eeuw) als wieg van de Renaissance
● 1440: Johannes Gutenberg bouwt de eerste drukpers, waardoor informatie op grote
schaal verspreid kan worden
● 1453: De val van Constantinopel (einde van het Byzantijnse Rijk) en het einde van
de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk
● 1455: De eerste druk van de Gutenbergbijbel
● 1492: Columbus' aankomst in de Amerika's, startpunt van de Europese expansie
● 1492: De Reconquista, de herovering van het Iberisch schiereiland op de
moslimheersers, ook wel de val van al-Andalus genoemd
● 1500: De geboorte van Karel V te Gent, die landsheer der Nederlanden, koning van
Spanje en keizer van het Heilige Roomse Rijk zou worden
● 1517: Maarten Luthers 95 stellingen, het startschot van de protestantse Reformatie
● 1616-1628: William Harvey beschrijft het hart als een pomp, een revolutionaire
wetenschappelijke doorbraak
● 1675: Brussel krijgt straatverlichting
1.4 Einde van de vroegmoderne periode
Het einde is even betwistbaar als het begin, maar er is een reeks van mogelijke eindpunten:
● 1679: De straatverlichting in Brussel wordt wegbezuinigd (als anekdotisch
contragewicht voor 1675)
● 1776: De Amerikaanse Revolutie
● 1789: De Franse Revolutie
● 1791: De Haïtiaanse Revolutie
● ca. 1780: De eerste stoommachine in Gent, startpunt van de Industriele Revolutie in
de Zuidelijke Nederlanden
● 1815: Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
● 1830: De Belgische Revolutie
● 1914: De Eerste Wereldoorlog
Deze brede waaier toont dat de afbakening van een historische periode altijd afhangt van
het gekozen criterium en de gekozen regio.
1.5 Jacob Burckhardt en de eerste moderne mensen
Jacob Burckhardt (1818-1897) was een Zwitserse cultuurhistoricus wiens werk The
Civilization of the Renaissance in Italy (eerste druk 1860, Engelse vertaling 1878) een
fundamentele invloed had op hoe de vroegmoderne periode werd begrepen.
4
, Burkhardt stelde dat de Italianen de eerste
moderne mensen van Europa waren,
gekenmerkt door een cultuur van
individualisme, zelfontplooiing en twijfel. In
zijn visie leidde de herontdekking van de
klassieke oudheid tot een fundamenteel
scepticisme: het geloof in God begon te
wankelen en de kijk op de wereld werd
fatalistisch. De Italianen waren de eersten die
vrijmoedig speculeerden over vrijheid en
noodzaak, en deden dit bovendien onder
gewelddadige en wetteloze politieke
omstandigheden. Dit argument van Burckhardt is van belang omdat het een verband legt
tussen culturele vernieuwing (Renaissance, humanisme) en een bredere modernisering van
het denken.
5