Module 1:
Micro= de beslissingen van individuele agenten (i.e bedrijven en consumenten)
Meso= Sector-niveau (bv. de industrie, het onderwijs)
Macro = hoe al deze beslissingen samenkomen en dé economie vormen. (“De economie van België”-
> Macro perspectief) Deze eco is gevormd door al deze individuele agenten samen.
Macro-economie volgens Mankiw & taylor: Macro-economie bestudeert hoe alle economische
beslissingen die individuele bedrijven/consumenten/spaarders/werkgevers/werknemers maken
samenkomen en het economische systeem vormen.
-> meestal op niveau van een land of regio.
Economische groei: lange termijn (bv 80j ) -> groei van een land
Conjunctuur: korte termijn (bv 10 j) -> inflatie, werkloosheid.
Module 2
1. Macro-Economische kringloop: Alle consumptie-beslissingen van huishoudens en productie-
beslissingen van bedrijven komen samen in de economische kringloop
2. BBP: De marktwaarde van alle finale goederen en diensten die geproduceerd worden in een
land binnen een bepaalde période.
➢ In een gesloten economie, zonder overheid en financiële instellingen: BBP
- ➢ = de totale inkomsten van iedereen in een land
- ➢ = de totale uitgaven van iedereen in een land
- ➢ = de totale productie van iedereen in een land
➢In een open-economie met een overheid en financiële instellingen:
- ➢ Lekken uit het BBP
o ➢ Belastingen
o ➢ Sparen
o ➢ Import
- ➢ Injecties in het BBP
o ➢ Overheidsuitgaven
o ➢ Investeringen
o ➢ Export
In een open-economie met een overheid en financiële instellingen:
➢ 𝑌 ≡ 𝐶 + 𝐼 + 𝐺 + 𝑁X
3. Reëel BBP= De productie van finale goederen en diensten aan een constante prijs
4. Marktwaarde = het bedrag dat mensen bereid zijn te betalen → het nut van goederen en
diensten.
5. BBP/Capita = BBP/totaal aantal inwoners
, 6. BBP deflator : Prijzen ≠, hoeveelheid =. Gemiddelde Prijsverandering meten van alle G&D die
in een land worden geproduceerd.
7. BBP groei : BBP groei ➢ Groei wordt berekend op basis van het reële BBP ➢ ∆𝐵𝐵𝑃𝑡=
𝐵𝐵𝑃𝑡−𝐵𝐵𝑃𝑡−1 𝐵𝐵𝑃𝑡−1 × 100
8. Limieten van BBP als maatstaf :
BBP houdt geen rekening met
Vrije tijd, Huishoudelijk werk, Vrijwilligerswerk, Het milieu, Inkomensverdeling, Dingen die
moeilijk in geld te meten zijn: bv. gezondheid, scholing, cultuur, …
! Maar een hoger inkomen maakt wel dat mensen meer tijd en mogelijkheden hebben voor meer
vrije tijd, een betere gezondheidszorg, etc.
9. Kosten voor levensonderhoud (“cost-of-living”) : hoeveel iemand moet uitgeven om
dezelfde levensstandaard te behouden
10. Prijsniveau : Een momentopname van de prijzen voor goederen en diensten in een economie
op een gegeven moment.
11. Consumptieprijsindex : Een maatstaf van de prijzen van een representatieve korf goederen
en diensten (representatief= gekocht door de typische consument)
12. Inflatie : de percentuele verandering in de index in vergelijking met de vorige période.
Verschillende indexen in belgië
13. Gezondheidsindex : index gebaseerd op een korf zonder alcohol, tabak en
motorbrandstoffen.
14. CPI zonder petroleum :
15. CPI zonder énergie :
16. Afgevlakte index = gemiddelde van de index van de laatste 4 maanden x 0,98
17. Spilindex = een vooropgestelde drempelwaarde
a. Als de afgevlakte gezondheidsindex de spilindex overschrijdt worden uitkeringen en
overheidslonen automatisch geïndexeerd
18. Indexering = het aanpassen van een bedrag (bv. loon, huur) aan een indexcijfer
19. Loonindexatie: lonen worden aangepast aan de inflatie.
a. Enkel in België, Luxemburg, Malta en Cyprus voor alle lonen
b. Afhankelijk van de sector
20. Huurindexering : Huiseigenaren hebben het recht om de huurprijs jaarlijks te indexeren.
a. Tenzij anders bepaald in het contract.
b. Beperking 2022 – 2023: eigenaars mogen de huur niet indexeren in geval van slecht
energiecertificaat
21. BBP deflator = prijzen van alle goederen en diensten geproduceerd in een land.
22. CPI = prijzen van goederen en diensten gekocht door een typische consument.
a. De goederen en diensten die deel uitmaken van de BBP deflator veranderen
automatisch met veranderende productiehoeveelheden
23. Reële rentevoet (𝑟𝑡) ➢ 𝑟𝑡 = 𝑖𝑡 − 𝜋𝑡 ➢ Reële interestvoet = nominale interestvoet – inflatie
24. Inflatie is nadelig voor netto-spaarders en voordelig voor netto-leners.