FISCAAL RECHT – ARTIKELENOVERZICHT
DEEL I – PERSONENBELASTING (PB)
1. Structuur en toepassingsgebied
Art. 3–178/1 WIB 1992 Volledig toepassingsgebied van de personenbelasting
Art. 2, §1, 1° WIB Definitie van de rijksinwoner (woonplaats of zetel van fortuin in
België)
Art. 2, §1, 1°, lid 2 WIB Weerlegbaar vermoeden: inschrijving rijksregister
Art. 2, §1, 1°, lid 3 WIB Onweerlegbaar vermoeden: gezinswoonplaats bij
gehuwden/wettelijk samenwonenden
Art. 3 WIB Rijksinwoners zijn belastingplichtig in de personenbelasting
Art. 4, 1° WIB Uitsluiting buitenlandse diplomaten en hun gezin
Art. 5 WIB Belastbare grondslag PB: wereldwijd inkomen van rijksinwoners
Art. 2, §1, 15° WIB jo. art. 5/5, §4 BFW Definitie van 'eigen woning'
Art. 200 WIB Onderscheid inkomstenjaar en aanslagjaar
Art. 178 WIB Jaarlijkse indexatie van bedragen in de codex
Art. 360 WIB Belastingschuld ontstaat op de laatste dag van het belastbaar tijdperk
2. Onroerende inkomsten
Art. 7–16 WIB Onroerende inkomsten: privévermogen, niet beroepsmatig aangewend
Art. 7, §1, 1° WIB Eigen gebruik of niet-verhuurd onroerend goed: belastbaar op
geïndexeerd KI
Art. 7, §1, 2°, a) WIB Verhuur aan particulier voor privégebruik: belastbaar op
geïndexeerd KI
Art. 7, §1, 2°, bbis) WIB Sociale doorverhuur: belastbaar op geïndexeerd KI + 40%
Art. 8 WIB Gemengde panden (deels privé, deels beroepsmatig gebruik)
Art. 12, §3 WIB Vrijstelling eigen woning van personenbelasting
Art. 37 WIB Professionaliseringsregel: OI/RI worden BI bij beroepsmatig gebruik
Art. 41 WIB Wat tot het beroepsvermogen behoort (aanschaffing/fabricatie/afschrijving)
Art. 482/1 WIB Bijzondere bepaling onroerende inkomsten buitenland
Art. 478 WIB Kadastraal inkomen gebouwde OG in het buitenland: 5,3% op
verkoopwaarde
Art. 487 WIB Algemene perequatie KI om de 10 jaar
Art. 518 WIB Jaarlijkse indexatie van kadastraal inkomen
Art. 2.1.4.0.1 Vlaamse Codex Fiscaliteit Onroerende voorheffing Vlaanderen: 3,97%
op geïndexeerd KI
Art. 464/1 WIB Opcentiemen gemeenten op onroerende voorheffing
Art. 465 WIB Aanvullende gemeentebelasting op personenbelasting
1
, 3. Roerende inkomsten
Art. 17 WIB Definitie roerende inkomsten: opbrengsten uit aangewend roerend
vermogen
Art. 17, §1 WIB 5 subcategorieën roerende inkomsten (dividenden, interesten, verhuur
RG, lijfrenten, auteursrechten)
3.1 Dividenden
Art. 18 WIB Definitie dividenden: ruime omschrijving – alle voordelen van risicodragend
kapitaal
Art. 18, lid 1, 1° WIB Gewone dividenden: hoe ook genaamd, ongeacht tijdstip of wijze
van uitkering
Art. 18, lid 1, 2°ter WIB Inkoopbonus en liquidatiebonus gelijkgesteld met dividend
Art. 18, lid 1, 4° WIB Herkwalificatie van interest als dividend (thin capitalisation)
Art. 186 WIB Inkoop van eigen aandelen: belastbaar als dividend
Art. 209 WIB Vereffening van een vennootschap: liquidatiebonus = belastbaar dividend
Art. 20bis WIB Keuzedividend in natura: waardering op moment van toekenning
Art. 21, lid 1, 14° WIB (AJ 2026) Vrijstelling eerste schijf €859 gewone dividenden
Art. 22 WIB Geen kostenaftrek op dividenden; afzonderlijk tarief
Art. 269, §1 WIB Tarief roerende voorheffing: 30% (standaard)
Art. 269, §2, lid 1 WIB VVPR-bis: niet van toepassing op inkoop-/liquidatieboni
3.2 Interesten
Art. 19, §1, 1° WIB Definitie interesten: alles boven het terugbetaald kapitaal;
gelddeposito's
Art. 2, §1, 8° WIB jo. 19, §2 WIB Vastrentende effecten: pro rata belastbaarheid,
uitgiftepremie
Art. 19, §3 WIB Valse swaps: herkwalificatie als belastbare interest
Art. 21, lid 1, 5° WIB (AJ 2026) Vrijstelling gereglementeerde spaardeposito's: eerste
€1.050 vrijgesteld
Art. 171, 3°quinquies WIB Tarief 15% op het gedeelte boven de vrijgestelde schijf van
spaardeposito's
3.3 Inkomsten uit verhuur van roerende goederen
Art. 17, §1, 3° WIB Inkomsten uit verhuur van roerende goederen (lichamelijk en
onlichamelijk)
Art. 4, lid 1, 2°, b KB/WIB Forfaitaire verdeling verhuur: 40% meubels – 60% onroerend
goed
Art. 3 KB/WIB Forfaitaire kostenaftrek 15% op bruto-inkomen verhuur RG
Art. 111 KB/WIB Geen RV op inkomsten uit verhuur RG: verplichte aangifte in PB
Art. 171, 3° WIB Tarief 30% op inkomsten verhuur roerende goederen
`
2
DEEL I – PERSONENBELASTING (PB)
1. Structuur en toepassingsgebied
Art. 3–178/1 WIB 1992 Volledig toepassingsgebied van de personenbelasting
Art. 2, §1, 1° WIB Definitie van de rijksinwoner (woonplaats of zetel van fortuin in
België)
Art. 2, §1, 1°, lid 2 WIB Weerlegbaar vermoeden: inschrijving rijksregister
Art. 2, §1, 1°, lid 3 WIB Onweerlegbaar vermoeden: gezinswoonplaats bij
gehuwden/wettelijk samenwonenden
Art. 3 WIB Rijksinwoners zijn belastingplichtig in de personenbelasting
Art. 4, 1° WIB Uitsluiting buitenlandse diplomaten en hun gezin
Art. 5 WIB Belastbare grondslag PB: wereldwijd inkomen van rijksinwoners
Art. 2, §1, 15° WIB jo. art. 5/5, §4 BFW Definitie van 'eigen woning'
Art. 200 WIB Onderscheid inkomstenjaar en aanslagjaar
Art. 178 WIB Jaarlijkse indexatie van bedragen in de codex
Art. 360 WIB Belastingschuld ontstaat op de laatste dag van het belastbaar tijdperk
2. Onroerende inkomsten
Art. 7–16 WIB Onroerende inkomsten: privévermogen, niet beroepsmatig aangewend
Art. 7, §1, 1° WIB Eigen gebruik of niet-verhuurd onroerend goed: belastbaar op
geïndexeerd KI
Art. 7, §1, 2°, a) WIB Verhuur aan particulier voor privégebruik: belastbaar op
geïndexeerd KI
Art. 7, §1, 2°, bbis) WIB Sociale doorverhuur: belastbaar op geïndexeerd KI + 40%
Art. 8 WIB Gemengde panden (deels privé, deels beroepsmatig gebruik)
Art. 12, §3 WIB Vrijstelling eigen woning van personenbelasting
Art. 37 WIB Professionaliseringsregel: OI/RI worden BI bij beroepsmatig gebruik
Art. 41 WIB Wat tot het beroepsvermogen behoort (aanschaffing/fabricatie/afschrijving)
Art. 482/1 WIB Bijzondere bepaling onroerende inkomsten buitenland
Art. 478 WIB Kadastraal inkomen gebouwde OG in het buitenland: 5,3% op
verkoopwaarde
Art. 487 WIB Algemene perequatie KI om de 10 jaar
Art. 518 WIB Jaarlijkse indexatie van kadastraal inkomen
Art. 2.1.4.0.1 Vlaamse Codex Fiscaliteit Onroerende voorheffing Vlaanderen: 3,97%
op geïndexeerd KI
Art. 464/1 WIB Opcentiemen gemeenten op onroerende voorheffing
Art. 465 WIB Aanvullende gemeentebelasting op personenbelasting
1
, 3. Roerende inkomsten
Art. 17 WIB Definitie roerende inkomsten: opbrengsten uit aangewend roerend
vermogen
Art. 17, §1 WIB 5 subcategorieën roerende inkomsten (dividenden, interesten, verhuur
RG, lijfrenten, auteursrechten)
3.1 Dividenden
Art. 18 WIB Definitie dividenden: ruime omschrijving – alle voordelen van risicodragend
kapitaal
Art. 18, lid 1, 1° WIB Gewone dividenden: hoe ook genaamd, ongeacht tijdstip of wijze
van uitkering
Art. 18, lid 1, 2°ter WIB Inkoopbonus en liquidatiebonus gelijkgesteld met dividend
Art. 18, lid 1, 4° WIB Herkwalificatie van interest als dividend (thin capitalisation)
Art. 186 WIB Inkoop van eigen aandelen: belastbaar als dividend
Art. 209 WIB Vereffening van een vennootschap: liquidatiebonus = belastbaar dividend
Art. 20bis WIB Keuzedividend in natura: waardering op moment van toekenning
Art. 21, lid 1, 14° WIB (AJ 2026) Vrijstelling eerste schijf €859 gewone dividenden
Art. 22 WIB Geen kostenaftrek op dividenden; afzonderlijk tarief
Art. 269, §1 WIB Tarief roerende voorheffing: 30% (standaard)
Art. 269, §2, lid 1 WIB VVPR-bis: niet van toepassing op inkoop-/liquidatieboni
3.2 Interesten
Art. 19, §1, 1° WIB Definitie interesten: alles boven het terugbetaald kapitaal;
gelddeposito's
Art. 2, §1, 8° WIB jo. 19, §2 WIB Vastrentende effecten: pro rata belastbaarheid,
uitgiftepremie
Art. 19, §3 WIB Valse swaps: herkwalificatie als belastbare interest
Art. 21, lid 1, 5° WIB (AJ 2026) Vrijstelling gereglementeerde spaardeposito's: eerste
€1.050 vrijgesteld
Art. 171, 3°quinquies WIB Tarief 15% op het gedeelte boven de vrijgestelde schijf van
spaardeposito's
3.3 Inkomsten uit verhuur van roerende goederen
Art. 17, §1, 3° WIB Inkomsten uit verhuur van roerende goederen (lichamelijk en
onlichamelijk)
Art. 4, lid 1, 2°, b KB/WIB Forfaitaire verdeling verhuur: 40% meubels – 60% onroerend
goed
Art. 3 KB/WIB Forfaitaire kostenaftrek 15% op bruto-inkomen verhuur RG
Art. 111 KB/WIB Geen RV op inkomsten uit verhuur RG: verplichte aangifte in PB
Art. 171, 3° WIB Tarief 30% op inkomsten verhuur roerende goederen
`
2