SAMENVATTING - PROFESSIONALISERING EN ETHISCHE ASPECTEN
HC 1
PROLOOG: ETHIEK
TECHNISCHE EN NORMATIEVE PROFESSIONALITEIT
Technische professionaliteit Normatieve professionaliteit
Doe ik de dingen goed? Doe ik de goede dingen?
Omgaan met technologische Ethische vragen stellen over (eigen)
ontwikkelingen, interventies: dragen ze bij en op welke
gespreksvaardigheden, kwalitatieve manier aan goed sociaal werk?
rapportage, omgaan met agressie, …
Metafoor ‘professional als lantaarnpaal of kampvuur’ (P.240) – samen door het
moeras
HET GOEDE DOEN (INTEGER HANDELEN)
Integrity is doing the right thing even if no one is watching (C.S. Lewis)
Als je ooit in de verleiding komt om te zoeken naar goedkeuring van buitenaf,
realiseer je dan dat je je integriteit hebt gecompromitteerd (= in gevaar
gebracht). Als je een getuige nodig hebt, wees die dan zelf (Epictetus)
Autonoom (vs. heteronoom) het goede doen Deze citaten wijzen op
autonomie! => we gaan het goede doen, maar los van eventueel zaken die van
buitenaf ons ten goede kunnen komen! We zijn rationele wezens die onszelf de
wet kunnen opleggen in alle vrijheid, we zijn NIET afhankelijk van anderen!
Moraal: hoe weten we wat goed is?
HOE WETEN WE WAT GOED IS…
Pluralisme binnen samenleving
Moraliteit (waarden en normen) via socialisatie, trial and error
Breder dan wetten en regels: invullingen van het goede
Wetten als tijdelijke morele consensus – wetten kunnen onrechtvaardig zijn
(zie natuurrecht en rechtspositivisme)
Onderscheid moraal – ethiek:
Moraal is intuïtief – scheidsrechter is ons geweten (of in de volksmond: gezond
verstand), beschrijvende ethiek is de studie van de morele overwegingen van
mensen, normatieve ethiek construeert theorieën waarbinnen morele
problemen kunnen behandeld worden en de toegepaste ethiek bestudeert
morele problemen op bepaalde domeinen.
… EN WIE BEPAALT DAT?
Bepalen we dat zelf?*
1
, Als je weet wat goed is, kun je bijna niets anders doen
(Aristoteles)
Gedachte-experiment 1: de vriendelijke buurtmoordenaar met de bijl
* Als rationele en vrije individuen
We vinden het principe ‘niet liegen’ belangrijk, maar vullen dit in al naar
gelang de context > subjectieve moraal is wankele basis
Wie bepaalt dan het goede?
Oplossing: deontologische code?
Deontologie als ethisch perspectief – ‘plichtenleer’ (in vb.: liegen is
immoreel)
Gedachte-experiment 2: het trolley-probleem
Dit is een moreel dilemma => er zijn GEEN oplossingen!
NORMATIEVE ETHIEK
Consequentialisme Deontologie
Een handeling is goed als deze de best Een handeling is goed als deze
mogelijke gevolgen oplevert. vertrekt vanuit de juiste intentie
(principe).
‘The greatest happiness fort he ‘goede wil’ (morele plicht)
greatest number’ Categorische imperatief
Normatieve ethiek = een theorie die een zo consequent mogelijk idee heeft van
wat het goede is!
DE VERWISSELBAARHEIDSGEDACHTE
Principe van gelijkheid
Eigen belangen hebben niet meer waarde dan die van anderen (overstijgen
egoïsme)
Voorbeeld: verdelen van een taart
HET GOEDE OF HET JUISTE DOEN?
De ingenieur en de rechter
Dominantie deontologisch perspectief
Het drijfzand van het relativisme en de kale woestijn van het dogmatisme
KIEZEN IS VERLIEZEN…
Beide theorieën hebben sterktes en zwaktes, maar zijn beiden ethisch
voldoen aan verwisselbaarheidsgedachte
Sterkte consequentialisme: flexibel (hangt af van gevolgen)
Risico consequentialisme: berekening – ethiek afhankelijk van context (dus
‘relatief’) + geen glazen bol
Sterkte deontologie: morele intuïtie
Risico deontologie: dogmatisme en wereldvreemdheid
Onderscheid handelen en niet-handelen (doctrine van het dubbel effect)
Bedoelde en voorziene gevolgen – negatieve en positieve plichten
2
,Midden tussen relativisme en dogmatisme
Belang van principes (fundamentele waarden en normen) maar steeds binnen
de context (we moeten rekening houden met de gevolgen)
SYNTHESE: TELEOLOGIE
DEUGDENETHIEK ALS SYNTHESE (EN DERDE MODEL)
Handelend persoon staat centraal
Een handeling is goed als deze bijdraagt aan (de vorming van) een goed
persoon – handelen naar best vermogen
Synthese: gericht op een betere wereld (consequentialisme) en deugden als
‘juiste’ kwaliteiten
Belang van praktische wijsheid (leerproces)
Zorgethiek: feministische kritiek op dominant deontologisch perspectief =>
Zorgethiek kunnen we beschouwen als een feministische kritiek, maar
anderzijds ook als een hedendaagse invulling van een deugdenethiek!
Relatie centraal stellen!
Zorg als basisrecht – principe, maar particulier en relationeel bekijken
DEUGDETHIEK (ZORGETHIEK)
Deontologie (en consequentialisme) = ‘Verlichtingsdenken’
Te individueel (autonomie) en te abstract (los van context) of te berekend
Alternatief: ‘being’ ipv. ‘doing’
Tronto: zorg is politiek Handeling
Zorg is een publieke verantwoordelijkheid
DEONTOLOGIE CONSEQUENTIALISME
Handelend persoon
3
TELEOLOGIE
ZORGETHIEK
, WAT HEBBEN WE GELEERD?
Gezond verstand is niet genoeg (moraal en ethiek) – normatief aspect van
het beroep vereist ethische reflectie
Nadruk binnen ethiek op deontologie (geeft duidelijkheid en houvast)
Het volgen van een code maakt je nog geen goed mens – deontologische code
als instrument
De letter van de wet en de geest van de wet
Deontologie als perspectief, naast consequentialisme en deugdenethiek
/zorgethiek
Moreel leren: belang van reflectie en dialoog (ethiek als praktische wijsheid).
Het volgen van een ethische code maakt je geen goed mens!
Je moet niet zomaar slaafs die codes volgen!
Klemtoon op geest van de wet en NIET louter op letter van de wet!
Welke ethische zaken schuilen achter die wet?
Moreel leren => we gaan ons oefenen en in dat leren = reflectie en dialoog
van ontzettend groot belang!
COMMUNICATIEVE RATIONALITEIT (HABERMAS)
Middel om ethische dialoog aan te gaan – opbouwen van argumenten en
tegensprekelijkheid
Ethische argumenten op een
Objectief niveau (feiten – consequentialisme)
Intersubjectief niveau (principes – deontologie)
Subjectief niveau (deugden – deugdenethiek)
Ethische dialoog hanteert deze drie soorten argumenten door elkaar
Wat kan je doen – waar ga je voor?
(BEROEPS)positie en rolverwachtingen – belanghebbenden en gevolgen van
handelingen
Wat moet je doen – waar dien je voor?
Mandaat – wat moet en mag je doen (vanuit beroepspositie)?
Wat wil je doen – waar sta je voor?
Hoe dragen je handelingen bij aan de ontwikkeling van jezelf als ‘goede’
professional (authenticiteit – integriteit)
Dit past bij Habermas!
We leven in een samenleving waar het onmogelijk is om als autonoom
individu tot een bepaald moreel standpunt te komen!
We moeten in dialoog gaan met anderen om ergens tot een standpunt te
komen!
Habermas = hoe kunnen mensen machtsvrij communiceren met elkaar?
PRIVACY
DEONTOLOGIE “PLICHTENLEER”
4
HC 1
PROLOOG: ETHIEK
TECHNISCHE EN NORMATIEVE PROFESSIONALITEIT
Technische professionaliteit Normatieve professionaliteit
Doe ik de dingen goed? Doe ik de goede dingen?
Omgaan met technologische Ethische vragen stellen over (eigen)
ontwikkelingen, interventies: dragen ze bij en op welke
gespreksvaardigheden, kwalitatieve manier aan goed sociaal werk?
rapportage, omgaan met agressie, …
Metafoor ‘professional als lantaarnpaal of kampvuur’ (P.240) – samen door het
moeras
HET GOEDE DOEN (INTEGER HANDELEN)
Integrity is doing the right thing even if no one is watching (C.S. Lewis)
Als je ooit in de verleiding komt om te zoeken naar goedkeuring van buitenaf,
realiseer je dan dat je je integriteit hebt gecompromitteerd (= in gevaar
gebracht). Als je een getuige nodig hebt, wees die dan zelf (Epictetus)
Autonoom (vs. heteronoom) het goede doen Deze citaten wijzen op
autonomie! => we gaan het goede doen, maar los van eventueel zaken die van
buitenaf ons ten goede kunnen komen! We zijn rationele wezens die onszelf de
wet kunnen opleggen in alle vrijheid, we zijn NIET afhankelijk van anderen!
Moraal: hoe weten we wat goed is?
HOE WETEN WE WAT GOED IS…
Pluralisme binnen samenleving
Moraliteit (waarden en normen) via socialisatie, trial and error
Breder dan wetten en regels: invullingen van het goede
Wetten als tijdelijke morele consensus – wetten kunnen onrechtvaardig zijn
(zie natuurrecht en rechtspositivisme)
Onderscheid moraal – ethiek:
Moraal is intuïtief – scheidsrechter is ons geweten (of in de volksmond: gezond
verstand), beschrijvende ethiek is de studie van de morele overwegingen van
mensen, normatieve ethiek construeert theorieën waarbinnen morele
problemen kunnen behandeld worden en de toegepaste ethiek bestudeert
morele problemen op bepaalde domeinen.
… EN WIE BEPAALT DAT?
Bepalen we dat zelf?*
1
, Als je weet wat goed is, kun je bijna niets anders doen
(Aristoteles)
Gedachte-experiment 1: de vriendelijke buurtmoordenaar met de bijl
* Als rationele en vrije individuen
We vinden het principe ‘niet liegen’ belangrijk, maar vullen dit in al naar
gelang de context > subjectieve moraal is wankele basis
Wie bepaalt dan het goede?
Oplossing: deontologische code?
Deontologie als ethisch perspectief – ‘plichtenleer’ (in vb.: liegen is
immoreel)
Gedachte-experiment 2: het trolley-probleem
Dit is een moreel dilemma => er zijn GEEN oplossingen!
NORMATIEVE ETHIEK
Consequentialisme Deontologie
Een handeling is goed als deze de best Een handeling is goed als deze
mogelijke gevolgen oplevert. vertrekt vanuit de juiste intentie
(principe).
‘The greatest happiness fort he ‘goede wil’ (morele plicht)
greatest number’ Categorische imperatief
Normatieve ethiek = een theorie die een zo consequent mogelijk idee heeft van
wat het goede is!
DE VERWISSELBAARHEIDSGEDACHTE
Principe van gelijkheid
Eigen belangen hebben niet meer waarde dan die van anderen (overstijgen
egoïsme)
Voorbeeld: verdelen van een taart
HET GOEDE OF HET JUISTE DOEN?
De ingenieur en de rechter
Dominantie deontologisch perspectief
Het drijfzand van het relativisme en de kale woestijn van het dogmatisme
KIEZEN IS VERLIEZEN…
Beide theorieën hebben sterktes en zwaktes, maar zijn beiden ethisch
voldoen aan verwisselbaarheidsgedachte
Sterkte consequentialisme: flexibel (hangt af van gevolgen)
Risico consequentialisme: berekening – ethiek afhankelijk van context (dus
‘relatief’) + geen glazen bol
Sterkte deontologie: morele intuïtie
Risico deontologie: dogmatisme en wereldvreemdheid
Onderscheid handelen en niet-handelen (doctrine van het dubbel effect)
Bedoelde en voorziene gevolgen – negatieve en positieve plichten
2
,Midden tussen relativisme en dogmatisme
Belang van principes (fundamentele waarden en normen) maar steeds binnen
de context (we moeten rekening houden met de gevolgen)
SYNTHESE: TELEOLOGIE
DEUGDENETHIEK ALS SYNTHESE (EN DERDE MODEL)
Handelend persoon staat centraal
Een handeling is goed als deze bijdraagt aan (de vorming van) een goed
persoon – handelen naar best vermogen
Synthese: gericht op een betere wereld (consequentialisme) en deugden als
‘juiste’ kwaliteiten
Belang van praktische wijsheid (leerproces)
Zorgethiek: feministische kritiek op dominant deontologisch perspectief =>
Zorgethiek kunnen we beschouwen als een feministische kritiek, maar
anderzijds ook als een hedendaagse invulling van een deugdenethiek!
Relatie centraal stellen!
Zorg als basisrecht – principe, maar particulier en relationeel bekijken
DEUGDETHIEK (ZORGETHIEK)
Deontologie (en consequentialisme) = ‘Verlichtingsdenken’
Te individueel (autonomie) en te abstract (los van context) of te berekend
Alternatief: ‘being’ ipv. ‘doing’
Tronto: zorg is politiek Handeling
Zorg is een publieke verantwoordelijkheid
DEONTOLOGIE CONSEQUENTIALISME
Handelend persoon
3
TELEOLOGIE
ZORGETHIEK
, WAT HEBBEN WE GELEERD?
Gezond verstand is niet genoeg (moraal en ethiek) – normatief aspect van
het beroep vereist ethische reflectie
Nadruk binnen ethiek op deontologie (geeft duidelijkheid en houvast)
Het volgen van een code maakt je nog geen goed mens – deontologische code
als instrument
De letter van de wet en de geest van de wet
Deontologie als perspectief, naast consequentialisme en deugdenethiek
/zorgethiek
Moreel leren: belang van reflectie en dialoog (ethiek als praktische wijsheid).
Het volgen van een ethische code maakt je geen goed mens!
Je moet niet zomaar slaafs die codes volgen!
Klemtoon op geest van de wet en NIET louter op letter van de wet!
Welke ethische zaken schuilen achter die wet?
Moreel leren => we gaan ons oefenen en in dat leren = reflectie en dialoog
van ontzettend groot belang!
COMMUNICATIEVE RATIONALITEIT (HABERMAS)
Middel om ethische dialoog aan te gaan – opbouwen van argumenten en
tegensprekelijkheid
Ethische argumenten op een
Objectief niveau (feiten – consequentialisme)
Intersubjectief niveau (principes – deontologie)
Subjectief niveau (deugden – deugdenethiek)
Ethische dialoog hanteert deze drie soorten argumenten door elkaar
Wat kan je doen – waar ga je voor?
(BEROEPS)positie en rolverwachtingen – belanghebbenden en gevolgen van
handelingen
Wat moet je doen – waar dien je voor?
Mandaat – wat moet en mag je doen (vanuit beroepspositie)?
Wat wil je doen – waar sta je voor?
Hoe dragen je handelingen bij aan de ontwikkeling van jezelf als ‘goede’
professional (authenticiteit – integriteit)
Dit past bij Habermas!
We leven in een samenleving waar het onmogelijk is om als autonoom
individu tot een bepaald moreel standpunt te komen!
We moeten in dialoog gaan met anderen om ergens tot een standpunt te
komen!
Habermas = hoe kunnen mensen machtsvrij communiceren met elkaar?
PRIVACY
DEONTOLOGIE “PLICHTENLEER”
4