Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Geschiedenis van het Publiekrecht | UA | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
158
Geüpload op
22-05-2026
Geschreven in
2025/2026

geschiedenis : lesnotities - incl. extra uitleg - incl. afbeeldingen - (zonder boek aangezien de ppt voldoende is) stuur gerust een berichtje om het goedkoper te krijgen!:

Voorbeeld van de inhoud

GESCHIEDENIS VAN HET
PUBLIEKRECHT
Christophe Maes - 2025-2026




Inleiding
3 studiepunten
studiemateriaal
-​ blackboard: ppt (met voorbeelden)
-​ ‘Gestolde macht. Historische en vergelijkende inleiding tot het publiekrecht 2024 ​
(= verdieping op wat we in de les zien)
structuur hoorcolleges




examen
-​ schema’s + overzichten
-​ jaartallen kennen (geen dagen, maanden, geboorte- of sterfdata)
-​ personen, gebeurtenissen, publiekrechtelijke documenten situeren in de tijd en
context
-​ 3 niveaus: kennis - inzicht - helder en gestructureerd verwoorden
-​ zie ECTS fiche
-​ begrijpt historische feiten en langetermijnontwikkelingen met betrekking tot
hoe constitutionele principes, concepten en instellingen zijn geëvolueerd in
een breed historisch perspectief.
-​ historische beginselen en de grondslagen van het publiekrecht op
eenvoudige wijze uitleggen, rekening houdend met de specifieke
terminologie, politieke en juridische affiniteiten van de behandelde
rechtsstelsels.
-​ inzicht in de hoofdlijnen van het algemeen internationaal recht en de
interactie ervan met 'nationaal' recht.




1

, -​
begrijpt de mogelijkheden en beperkingen van het (publiek)recht, binnen
een veranderende politieke en socio-economische context. 17
-​ opbouw
-​ MC (cesuur 60%)
-​ open vragen
-​ invulvragen (1 tot 4 woorden)
-​ inhoud van de vragen (zie vb vragen in de ppt)
-​ uitleggen van een juridisch begrip of een doctrine
-​ een verband leggen tussen twee elementen
-​ een korte verklaring voor een historisch feit geven
-​ uitleggen en kaderen van een citaat of van een constitutioneel document
-​ rekening houden met transversale concepten (bv. de contractuele opvatting
in bestuurlijke relaties)
-​ slaagtips
-​ volledig en actief begrijpen
-​ nauwkeurig antwoorden (met jargon)
-​ helder en gestructureerd antwoorden
-​ omvattend inzicht, genuanceerd wijzen op zaken



Inhoudstafel
Inleiding.................................................................................................................................. 1
Inhoudstafel............................................................................................................................ 2
Geschiedenis van het publiekrecht: wat en waarom?........................................................ 7
H1: Het moderne staatsbegrip.............................................................................................. 8
1 Inleiding........................................................................................................................... 8
2 De idee van ‘de staat’......................................................................................................9
2.1 Middeleeuwen........................................................................................................ 9
2.2 Vroegmoderne / nieuwe geschiedenis................................................................. 10
2.3 Moderne / hedendaagse geschiedenis (vandaag)............................................... 11
H2: Soevereiniteit................................................................................................................. 11
1. De notie ‘soevereiniteit’................................................................................................ 11
1.1 Het begrip ‘soevereiniteit......................................................................................12
1.2 Externe soevereiniteit...........................................................................................12
1.3 Interne soevereiniteit............................................................................................ 12
2. De democratisering en constitutionalisering van de staat............................................ 13
2.1 Jean Bodin en de absolute soevereiniteit.............................................................13
2.2 Thomas Hobbes en de secularisering van de soevereine macht.........................15
2.3 John Locke en de verwerping van de absolute soevereiniteit..............................17
2.4 Montesquieu en de opdeling van de soevereiniteit.............................................. 18
2.5 Jean Jacques Rousseau en de democratische opvatting van de soevereiniteit.. 20
3. Macht en soevereiniteit in de constitutionele staat.......................................................21
3.1 Het verder temperen van de soevereiniteit.......................................................... 21
4. Types staten Overzicht.................................................................................................23
4.1 Overzicht.............................................................................................................. 23
4.2 Staatsvormen (verticale indeling)......................................................................... 24


2

, 4.3 Regeringsvormen (horizontale indeling)...............................................................25
H3: Verhoudingen tussen staten sinds 1453 en de opkomst van de natiestaat............ 27
1. De internationale betrekkingen van Karel V tot de Franse Revolutie...........................28
1.1. De strijd tussen Valois/Bourbon en Bourgondië/Habsburg..................................28
1.2. De strijd tussen De Duitse keizer, Duitse Rijksvorsten en buitenlandse
concurrenten.............................................................................................................. 30
1.3. Europa en daarbuiten..........................................................................................32
1.4. De absolute monarchie en de trans-atlantische revoluties..................................34
2. De geboorte van het internationaal recht..................................................................... 34
2.1. Spaanse neoscholastiek..................................................................................... 35
2.2. Brugfiguren............................................................................................................ 1
2.3. De school van het natuurrecht.............................................................................. 1
2.4. Positivisme............................................................................................................ 1
3. De achttiende eeuw........................................................................................................1
3.1. De absolute monarchie......................................................................................... 1
3.2. Revoluties..............................................................................................................1
3.3. Het Congres van Wenen....................................................................................... 1
4. De negentiende eeuw.................................................................................................... 1
4.1. De geboorte van de natiestaat.............................................................................. 1
4.2. Het nieuw volkenrecht........................................................................................... 1
5. De twintigste eeuw......................................................................................................... 1
5.1. Eerste Wereldoorlog..............................................................................................1
5.2. Tweede Wereldoorlog............................................................................................1
5.3. De bipolaire en unipolaire wereld Inleiding............................................................1
H4: Frankrijk........................................................................................................................... 1
1. De Franse Revolutie (1789)........................................................................................... 1
1.1. Crisis, Ancien Régime en Staten-Generaal...........................................................1
1.2. Van Staten-Generaal naar Assemblée Nationale..................................................1
1.3. Bestorming van de Bastille en afschaffing leenrecht.............................................1
1.4. Universele rechten van de mens en de burger..................................................... 1
2. De constitutionele monarchie (1791)..............................................................................1
2.1. Totstandkoming..................................................................................................... 1
2.2. De ondeelbaarheid van de Franse natie............................................................... 1
2.3. Uitvoerende macht................................................................................................ 1
2.4. Wetgevende macht................................................................................................1
2.5. Rechterlijke macht................................................................................................. 1
3. De Convention en de Grondwet van het jaar VIII (1793)............................................... 1
3.1 De vlucht naar Varennes en de radicalisering........................................................ 1
3.2 Van Assemblée Nationale naar Convention Nationale...........................................1
4. Het Comité de Salut Public en de democratische dictatuur (1793-1794).......................1
4.1 De machtsconcentratie...........................................................................................1
4.2 De Grote Terreur.................................................................................................... 1
5. Het Directoire en de Grondwet van het jaar III (1795)....................................................1
5.1 De (nieuwe) Verklaring van de Rechten en Plichten van de Mens en de Burger...1



3

, 5.2 Politieke structuur onder het Directoire.................................................................. 1
6. Het Consulaat in het jaar VIII (1799).............................................................................. 1
6.1 De staatsgreep van Napoleon................................................................................1
6.2. De oprichting van het Consulaat........................................................................... 1
6.3. Concordaat en codificatie......................................................................................1
7. Het Eerste Keizerrijk (1804-1814/15)............................................................................. 1
7.1. Het Franse Keizerrijk............................................................................................. 1
7.2. De val van het Franse Keizerrijk........................................................................... 1
8. De Restauratie (1814/15)............................................................................................... 1
8.1. De Restauratie...................................................................................................... 1
8.2. De Honderd Dagen en de Tweede Restauratie.................................................... 1
8.3. De Trois Glorieuses...............................................................................................1
9. De Julimonarchie (1830)................................................................................................ 1
9.1. De Charte van 1830.............................................................................................. 1
9.2. De revoluties van 1848..........................................................................................1
10. De Tweede Republiek (1848-1851)..............................................................................1
10.1 De Gw van het Tweede Republiek....................................................................... 1
10.2. Lodewijk Napoleon Bonaparte als president....................................................... 1
11. Het Tweede Keizerrijk (1852-1870).............................................................................. 1
11.1. Machtsconsolidatie en de Grondwet van 1852....................................................1
11.2. Het Tweede Keizerrijk..........................................................................................1
11.3. De val van het Tweede Keizerrijk........................................................................ 1
12. De Derde Republiek (1871-1940)................................................................................ 1
12.1. De Commune van Parijs..................................................................................... 1
12.2. De Lois constitutionnelles van 1875....................................................................1
12.3. Kenmerken van de Derde Republiek.................................................................. 1
13. De Vierde Republiek (1946-1958)................................................................................1
13.1. Wereldoorlog II en het Vichy-regime (1940-1945)...............................................1
13.2. De bevrijding en de nieuwe Grondwet van 1946.................................................1
14. De Vijfde Republiek (1958-heden)............................................................................... 1
14.1. De instabiliteit van de jaren 1950........................................................................ 1
14.2. De Grondwet van 1958....................................................................................... 1
H5: Het Verenigd Koninkrijk.................................................................................................. 1
1. Terminologie en structuur............................................................................................... 1
1.1. Het ‘Verenigd Koninkrijk’....................................................................................... 1
1.2. Bevoegdheden en grondwettelijke structuur......................................................... 1
2. Grondwettelijke documenten en instellingen..................................................................1
Vooraf: vroege Middeleeuwen tot de 13de eeuw......................................................... 1
2.1. Magna Carta libertatum......................................................................................... 1
2.2. Centralisatie vanaf de 16de eeuw......................................................................... 1
2.3. Het common law....................................................................................................1
2.4. De Engelse burgeroorlog (1642-1651)..................................................................1
2.5. De Glorious Revolution (1688-1689).....................................................................1
2.6. De Act of Settlement (1701) & Act of Union (1706-07)......................................... 1


4

, 2.7. Groot-Brittanië vanaf 19de eeuw...........................................................................1
2.8. Het Verenigd Koninkrijk en Europa....................................................................... 1
3. Het ‘Verenigd Koninkrijk’................................................................................................ 1
Vooraf: de ‘devolution’.................................................................................................. 1
3.1. Schotland.............................................................................................................. 1
3.2. Ierland................................................................................................................... 1
3.3. Noord-Ierland........................................................................................................ 1
3.4. Wales.....................................................................................................................1
H6: De Verenigde Staten........................................................................................................1
1. Kolonisatie, verovering, expansie...................................................................................1
1.1 Kolonisatie.............................................................................................................. 1
1. 2 Verovering............................................................................................................. 1
1.3 Expansie.................................................................................................................1
2. De institutionele uitbouw (van kolonies) onder het Brits regime.....................................1
2.1 Kolonies en instellingen..........................................................................................1
2.2 Spanningen en revolutie.........................................................................................1
3. De onafhankelijkheid en confederatie............................................................................ 1
3.1 De onafhankelijkheid (1776)...................................................................................1
3.2 Articles of Confederation (1777).............................................................................1
3.3. De Federale Grondwet (1787)...............................................................................1
3.4. Bill of Rights (1791)............................................................................................... 1
4. Institutionele structureren: checks & balances............................................................... 1
Vooraf: checks & balances........................................................................................... 1
4.1. De wetgevende macht...........................................................................................1
4.2. De uitvoerende macht........................................................................................... 1
4.3. De rechterlijke macht.............................................................................................1
H7: Rusland............................................................................................................................ 1
1. De Tsaristische periode (tot 1917)..................................................................................1
1.1. Gebied................................................................................................................... 1
1.2. Bewind...................................................................................................................1
1.3. Russisch Recht..................................................................................................... 1
1.4 Europese expansie.................................................................................................1
1.5. Rusland in de 19de eeuw......................................................................................1
2. De februari en Oktoberrevoluties (1917).................................................................... 1
2.1 Eerste Wereldoorlog en de Februarirevolutie.........................................................1
2.2 Vladimir Lenin en de Oktoberrevolutie................................................................... 1
3. De Sovjetunie en de Sovjet grondwetten (1917-1989)...................................................1
3.1. De Grondwetgevende Vergadering....................................................................... 1
3.2. De Grondwet van 10 juli 1918............................................................................... 1
3.3. De Grondwet van 31 januari 1924.........................................................................1
3.4. De Grondwet van 5 december 1936..................................................................... 1
3.5. De Tweede Wereldoorlog...................................................................................... 1
4. De Russische Federatie................................................................................................. 1
4.1 Het uiteenvallen van de USSR...............................................................................1


5

, 4.2 De grondwet van 1933 en de vestiging van de Russische Federatie.................... 1
H8: Duitsland.......................................................................................................................... 1
1. Het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie (967-1806)..................................................... 1
1.1. Het Heilig Roomse Rijk......................................................................................... 1
1.2. Het recht in het HRR............................................................................................. 1
2. De Duitse Bond (1815-1866)..........................................................................................1
3. Het Frankfurter Parlement (1848-1849)......................................................................... 1
4. De Duitse eenmaking (1864-1871)................................................................................ 1
4.1. De kwestie Sleeswijk-Holstein (1864)................................................................... 1
4.2. De oorlog tegen Oostenrijk (1866-1867)............................................................... 1
4.3. De eenmaking (1871)............................................................................................1
5. Het Tweede Duitse keizerrijk (1871-1919)..................................................................... 1
6. De Weimarrepubliek (1919-1933).................................................................................. 1
6.1. De sociale rechtsstaat........................................................................................... 1
6.2. Het politiek systeem.............................................................................................. 1
6.3. De staatsstructuur................................................................................................. 1
6.4. Instabiliteit............................................................................................................. 1
7. Het Derde Rijk (1933-1945)........................................................................................... 1
7.1. De overgang van de democratie naar de dictatuur............................................... 1
7.2 Duitse juristen en nazirecht................................................................................... 1
8. De DDR en de Bondsrepubliek (1949-1990)..................................................................1
8.1. De Duitse Democratische Republiek (DDR)......................................................... 1
8.2. De Duitse Bondsrepubliek (BRD).......................................................................... 1
9. De Berliner Republik (1990-heden)................................................................................1
H9: China................................................................................................................................ 1
1. China voor de 19e eeuw................................................................................................ 1
1.1. De Chinese samenleving en het recht.................................................................. 1
1.1. De Chinese samenleving en het recht.................................................................. 1
1.2. De evolutie tot de Qing dynastie........................................................................... 1
1.3. De bureaucratie..................................................................................................... 1
1.4. Het gerechtelijk apparaat...................................................................................... 1
2. China in de 19e eeuw.....................................................................................................1
2.1. De problemen met de buitenlandse grootmachten............................................... 1
2.2. De interne problemen............................................................................................1
3. China tussen revolutie en burgeroorlog (1911-1949)..................................................... 1
3.1 De geopolitieke ontwikkelingen.............................................................................. 1
3.2 De veranderingen in het Chinese recht..................................................................1
4. De Chinese volksrepubliek (1949-heden)...................................................................... 1
4.1. De dictatuur van het proletariaat........................................................................... 1
4.2. De toenadering vanuit het Westen........................................................................ 1
4.3. De Grondwet van 4 december 1982..................................................................... 1
4.4. De Chinese Communistische Partij....................................................................... 1
4.5. De ondergeschikte besturen................................................................................. 1
4.6. Een globale grootmacht........................................................................................ 1


6

,Geschiedenis van het publiekrecht: wat en waarom?
Wat is geschiedenis van het publiekrecht?
publiekrecht leunt aan bij alles dat politiek
is: de politieke theorieën zijn dingen waar
Plato en Aristoteles over filosoferen




metajuridisch vak: op het snijvlak van academische disciplines
-​ (filosofie, politiek, recht)
hoe het recht tot stand kwam / ontwikkelde
-​ op een bepaalde plaats / in een bepaalde tijd
-​ wie maakt het recht? koning? Jan zonder land
(Magna Carta)? …
-​ voor wie? elite? hele gemeenschap?
-​ hoe? procedures? participatie?
-​ wanneer en waarom?
-​ hoe laten gelden en door wie gehandhaafd?
burgers in het algemeen? slechts een deel van de gemeenschap? code noir:
slaven?
-​ staatsbestel: structuur, staatsorganen, bevoegdheden, …
-​ grondrechtenbescherming
-​ relatie bestuurders en bestuurden → meer aandacht voor grondrechten
(democratie ≠ automatisch beschermde burgers)
-​ algemene politieke principes en rechtsbeginselen
-​ juridische begrippen, regels, procedures

voornamelijk:
recht is onderdeel van sociaal-maatschappelijk geheel
-​ rechtssystemen = continu in ontwikkeling →
o.b.v. verschuivende machtsrelaties
-​ vorm en verandering rechtssystemen = impact
samenstelling / ontwikkeling van het rech


waarom dingen gebeuren: vanuit het recht
maar ook vanuit andere maatschappelijke
elementen (pol keuzes, religieuze
opvattingen, …)




Waarom geschiedenis van het publiekrecht?


7

,“De geschiedenis rijmt”
-​ context en geschiedenis kennen om dit te begrijpen
vb. USA: polarisatie
-​ steeds vaker verband tussen privé milities die op straat zonder regels het
geweldsmonopolie van de staat toe eigenen en Duitsland 1940 (Nazi’s)
vb. BE revolutie 1830-1831
-​ onze Gw: samengesteld van verschillende constitutionele modellen
-​ conservatieven zagen het als een bedreigen en die gaan er tussen komen en sturen
troepen die bedoeld zijn om de revolutie tegen te houden
-​ politieke klachten: ondervertegenwoordiging Zuiden in Staten-Generaal VKN
-​ religieuze overwegingen: Zuiden overwegend katholiek, Noorden overwegend
protestant
-​ economische gronden: perceptie in Z. dat N. economisch voorgetrokken, terwijl even
zwaar belast
-​ culturele motieven: taalbeleid Willem I + culturele en politieke blik gericht op Frankrijk
-​ constitutionele bezwaren: rol regering en vorst t.o.v. vertegenwoordigende
vergaderingen; onderdrukking van oppositie via inperkingen van grondrechten

voornamelijk om deze 3 dingen:
-​ rechtshistorisch onderzoek = basis voor goed begrip van het hedendaagse recht
-​ redenen voor aannemen regels en normen + verandering/behoud ervan
-​ vb. FR: scheiding der machten → nood aan bijkomende regels
-​ bij het aannemen van regels: rekening houden met waarden (vb.
rechtvaardigheid)
-​ rechtshistorisch onderzoek = inzicht in aangeleverde rechtshistorische argumenten
-​ inzicht in de pro’s en contra’s van welbepaalde aanpak
-​ inhoud van het rechtvaardigheidsbegrip = variabel van aard → impact op
keuzes
-​ rechtshistorische dimensie = belang voor hedendaags rechtsvergelijkende onderzoek

essentie:
blik op verleden om inzicht te krijgen in
-​ potentieel van staatsbestel / rechtssysteem
-​ beperkingen van staatsbestel / rechtssysteem
-​ onderscheid essentiële en incidentele


H1: Het moderne staatsbegrip

1 Inleiding
Hoe regelen we de manier waarop we onszelf besturen?
-​ adhv (normatieve) regels / normen = het recht

Gemeenschappelijk element in bestuur van staten
-​ 1) Legitimiteit (rechtvaardiging): waarom mag de ene wel en de andere niet
besturen? = verschil bestuurders-bestuurden



8

, -​ die legitimiteit verschilt per staat (geen uniform model)
-​ bestuurders zullen altijd manier zoeken om zichzelf te legitimeren
-​ 2) Representatief regime
-​ iemand vertegenwoordigt iemand anders
-​ wie wordt gerepresenteerd? enkel elite, God, de hele gemeenschap, …
-​ vb. stemrecht invoeren

Essentiële problematiek publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven
-​ Benjamin Franklin: “Democracy is two wolves and a lamb voting on what to have for
lunch”
-​ hoe rechten waarborgen:
-​ rechten van burgers tov overheid
-​ rechten van de minderheid in een democratie
-​ hoe institutioneel denken:
-​ institutioneel aanpakken: instellingen inrichten om vrijheid duurzaam te
beschermen
=> ontwikkeling liberale staat (19e eeuw)


2 De idee van ‘de staat’
De oorsprong van de staat ligt al bij de ‘leenrecht’
Men wordt zich bewust van het feit dat er iemand nodig is die het samenleven waarborgt en
zo chaos en geweld te vermijden
-​ enkele zaken voor nodig:
-​ persoon / instelling die de macht heeft om bevelen op te leggen
-​ persoon / instelling heeft het gezag en maakt de wet die op iedereen van
toepassing is
-​ vb. Koning zegt: ‘Ik ben de wet’ = mijn beslissing is de wet want
iedereen wordt geacht het te volgen
-​ persoon / instelling bezit het geweldmonoplie

-​ theorie voor nodig:
-​ (16e-17e eeuw): nadenken en een concept vormen van ‘de staat’
-​ wie/wat als staat beschouwen en waarom?
=> afhankelijk van welk standpunt men inneemt: Middeleeuwen -
Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis - Moderne / Hedendaagse
geschiedenis


2.1 Middeleeuwen
Mediëvisten: moderne staat = opvolger ME standenvertegenwoordiging en leenrecht
-​ ME samenleving = opgebouwd uit 3 standen (dragen elk op eigen manier bij aan de
maatschappij)
-​ zij die bidden (clerus)
-​ zij die strijden (ridders)
-​ zij die werken (derde stand)
-​ die 3 standen zorgen voor de organisatie van de maatschappij: vertegenwoordigers
van die groepen vormen ‘de natie’ (de maatschappij)


9

, -​ bestaan verschillen qua graad van autonomie tussen bepaalde gebieden of steden
-​ verschillende territoria (koninkrijken/vazal dommen) waar een heerser heerst,
zijn gezag wordt verkregen door de Vorst die op zijn beurt zijn gezag krijgt
van God
-​ vorst regeert bij gratie Gods, volgens contract met drie standen = uitdrukking van
‘Gods gewilde orde’
-​ de vorst moet erop toezien dat de orde in stand wordt gehouden
-​ tyrannie = verbreken contract → recht op weerstand
-​ als de vorst zich niet zou houden aan Gods gewilde orde en zelf de werking
van de maatschappij zou aanpassen
-​ adel en clerus mogen weerstand bieden en de vorst afzetten of vermoorden
(= collectieve weerstand)
-​ al is dit niet de bedoeling; gericht op het behoud van de
maatschappelijke orde

contractuele opvatting, gestoeld op leenrecht
-​ idee van relatie leenheer - leenman (structureert vanaf 10de tot 18de eeuw ME
samenleving)
-​ terbeschikkingstelling leen (grond, kasteel, huis) door vorst aan vazal
(=leenman) (levensonderhoud)
-​ in ruil: vazal (=leenman) staat vorst bij (raad en daad)
-​ geeft leenheer geld, voorzien in militaire hulp
-​ = oorspronkelijk privaatrechtelijke relatie (persoonlijke), economisch en militair
gegeven → wordt publiekrechtelijk gegeven (stuurt machtsrelaties)
-​ alle vazallen van 1 leenheer samenvoegen kunnen druk uitoefenen en
zeggen: wij willen meer garanties: ‘u mag niet bepalen wie onze erfgenaam
is’, ‘het stuk grond mag niet naar u teruggaan’
-​ versnippering territorium (achterleen)
-​ leenmannen kunnen zelf leenmannen hebben: ‘lappendeken’


2.2 Vroegmoderne / nieuwe geschiedenis
Liberale staten = opvolgers vroegmoderne staat
Tijdens vroegmoderne / nieuwe geschiedenis: notie van soevereiniteit wetgever
-​ Middeleeuwen: vorstelijke machtsconsolidatie → centrale staat
-​ vorstelijke machtsconsolidatie (steeds meer leenheren die macht
consolideren)
-​ zij gaan de macht centraliseren (via vb.,oorlogen steeds meer macht en
territorium toe-eigenen): centrale staat
-​ 16de - 17de eeuw: religieuze spanningen → religie komt los van publiekrecht
-​ religieuze oorlogen: Spanje vs Nederland (katholiek vs protestantisme),
Calvinisme (Frankrijk), …
-​ macht niet meer exclusief bij vorst: ook bij vertegenwoordigers v.h. volk
Tijdens 17de eeuw: verdere ontwikkeling naar idee van “état souverain”
-​ vb. oa John Locke: “de bevolking moet naast de koning een stem krijgen, ze moeten
zelf mee besturen”: idee van volksvergaderingen (parlement)
ook nieuwe begrippen duiken op
-​ ‘natie’: in de 17de eeuw, maar pas juridische betekenis vanaf Franse Revolutie


10

Documentinformatie

Geüpload op
22 mei 2026
Aantal pagina's
158
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€15,06
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
LdmyrUA

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
LdmyrUA Universiteit Antwerpen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
6
Lid sinds
6 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
15
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen