Inleiding
Elke week krijgen we twee teksten -> op blackboard!!! zeer belangrijk, afdrukken?
Deze teksten zijn ook de cursus, dus eigenlijk wel belangrijk voor examens!!!
Les 1:
We doen niet aan politiek, we bestuderen de politiek.
Waar komen we vandaan? - tekst De Winter en Baudewyns
● Luidden verkiezingen 2007 begin van een nieuwe periode in de Belgische politiek in?
● Vragen mbt de Belgische politiek:
- Waar blijft Belgische compromiscultuur?
- Leidt federalisering niet tot matiging eisen?
- Waar blijft de post natiestaat tijdsgeest?
Waarom deze vragen?
Lang durende regeringsvorming, desondanks recente staatshervormingen. Zijn nu bijna 20 jaar
verder en toch nog interessant voor ons:
● Zijn een staatshervorming verder en zitten nog in soortgelijke logica: hoe moet het
verder met die Belgische politiek?
- De pandemie heeft daar interessante nieuwe elementen aan toegevoegd
- De politieke omslag in het Franstalig partijpolitiek landschap eveneens
● Tekst geeft een goed overzicht van waar we vandaan komen: Belgische politieke
geschiedenis in een notendop!
Belgische politieke geschiedenis in 3 luiken:
● 1830-1963: van onafhankelijkheid tot taalwetten (begin federalisering)
- Vlaanderen economisch, financieel en bestuurskundig marginaal
- Strijd Vlamingen vooral voor erkenning Vlaamse gemeenschap & taal als
integraal deel van België
- Strijd aangewakkerd na WOI
➔ Algemeen enkelvoudig stemrecht (1919) faciliteerde opkomst partijen:
Frontpartij na WOI, Vlaams Nationaal Verbond vanaf 1936
- Strijd gecompromitteerd na WOII
➢ Vervolg 1830-1963
● Taalwetten: graduele erkenning Nederlands, ook als bestuurlijke taal
- rechtbank (1873), administratie (1878), publieke scholen (1883), leger
(1887), onderwijs in het algemeen (muv het hoger onderwijs) (1895)
- Wet gelijke status talen (1898) en afschaffing Frans voor officiële
communicatie in Vlaanderen (1932)
- Vastleggen taalgrens (1962-3) – zie ook verdere colleges!
1
, ● 1963-1995: federalisering
- Omslag machtsverhoudingen Nederlandstaligen - Franstaligen
➔ economische dominantie Vlaanderen
➔ numerieke meerderheid parlement vanaf 1965 (zetels/kieskring op
basis van volkstelling)
- Nederlandstaligen blijven echter attitude minderheid aannemen
➔ willen federalisering culturele materie ipv hun gewicht centraal uit te
spelen
- Reactie Waals middenveld
➔ tegen groeiende greep Vlaanderen op de politiek
➔ republikeinse rode strekking voor regionalisering
- Brusselse reactie vooral op tweetaligheid gericht
➔ Brusselse Franstalige elite wil geen (doorgedreven) tweetaligheid
➢ Vervolg 1963-1995
● Opkomst etno regionalistische partijen
● Splitsing traditionele partijen
- versterkt centrum vliedende tendens
- opeenvolging staatshervormingen vormen België om tot een federatie
- ontstaan nieuw politiek systeem met nieuwe politieke logica en
dynamiek
- zero sum wordt win/win?
● Sinds 1995: post-federaliseringsfase
- Herziening conflict:
- Onopgeloste problemen winnen aan belang
➔ Faciliteitengemeenten, verfransende (verengelsende) eentalige
gemeenten rondom Brussel, BHV, statuut Vlamingen in Brussel
➔ Door ruimte op de agenda en uitkristalliseren van deze problemen
- Socio-economische problemen winnen aan belang
➔ Socio-economische kwesties: interpersoonlijke solidariteit
➔ Rol budgettaire krapte (oa ingegeven door steeds stijgende kost sociale
zekerheid)!
Herpositionering actoren
● Afkalving VU leidt tot versplintering Nederlandstalig partijlandschap (itt Franstalig
partijlandschap)
- Opbod Nederlandstalige partijen rond communautaire issues
(‘recent’ heropleving en vervolgens dominantie NVA)
● Versterkt tot uiting in Vlaamse executieve (later regering)
● Versterkt door ontkoppeling verkiezingen
- Asymmetrische regeringen à communautaire competitie
● Kloof Nederlandstalige politieke elite en publieke opinie (meer dan in Franstalig België)
2
,Stand van zaken 2007
● Traditionele consensusstrategie werkt minder goed:
● Zero sum games minder gemakkelijk om te zetten naar win win situaties gezien
budgettaire krapte
- Ook: niet meer gemakkelijk bevoegdheden over te hevelen zonder zware
gevolgen
● Geen structurele communicatie
● Versnipperd Nederlandstalig partijlandschap -> communautair opbod:
- Resoluties Vlaams parlement 1999:
➔ Twee grote gemeenschappen/deelstaten die twee andere meebesturen;
verregaande fiscale en financiële autonomie; overheveling residuaire
bevoegdheden naar regio’s; recht op eigen grondwet; verregaande
overheveling resterende bevoegdheden
- Maddens doctrine
- Vraag om onafhankelijkheid
Quo vadis Belgica?
● Stelt verdere overheveling bevoegdheden Nederlandstalige politieke elite tevreden?
- Of komt er een verdere en finale ontmanteling van België?
● Behoudende krachten
- Brussel
- Opdeling schuld
- Terughoudendheid EU en haar lidstaten (cf Catalonië, Brexit)
- Vlaamse economie export georiënteerd
● Waar staan we bijna 20 jaar later?
- Belang supra- & internationale niveau: Oekraïne, TrumpII (Groenland, NAVO)
Algemene conclusie
● Ontwikkeling Belgische politiek kan grofweg in drie fasen gedeeld worden
● Huidige kwesties hebben historische wortels
● Alle federaties zijn complex, maar België is zeer complex door dubbel niveau deelstaten
en complexe verdeling bevoegdheden
● Maakt het systeem instabiel, leidt tot permanente spanningen
● Oplossing 1: verbeteren federaal systeem
- Vergt switch politieke mentaliteit/dynamiek
● Oplossing 2: echte confederatie/onafhankelijkheid
- Vergt moeilijke politieke stappen (Brussel, staatsschuld, EU, ….)
3
, Les 2:
Politieke partijen in BE
Particratie: een politiek systeem waar partijen beslissen - afgeleide van democratie
Belang politieke partijen
Verstrengeling politiek en politieke partijen
● Was niet altijd zo: partijen zijn een modern fenomeen
Partijen als hoofdrolspelers
● Mobiliseren burgers
● Kanaliseren eisen, voorkeuren burgers
● Sturen (parlement en regering georganiseerd via partijpolitieke lijnen)
Meer specifiek voor België: partitocracy/particratie
● Partijen zijn belangrijkste politieke speler, niet de burgers
Belgisch partijlandschap
Traditionele partijen:
● Drie partijfamilies: christendemocraten, socialisten, liberalen
● Ruggengraat Belgisch partijlandschap (traditioneel grootste partijen, belangrijk in
samenstelling coalities)
‘Nieuwe’ partijen:
● Regionalisten, groenen, radicaal rechts en radicaal links
● Muv N-VA positie traditionele partijen tot op heden niet kunnen overnemen
- Maar zie ook VB op lokaal niveau sinds de verkiezingen van 2024 (Ninove)
1. Liberalen (eerste ontstaan)
● 1846 om sterker tegen klerikale krachten op te treden
● Ondervond vanaf 1893 concurrentie socialisten in de steden
- Versterkt door invoering proportioneel kiesstelsel 1899 (= als een partij
20% van de stemmen krijgt, krijgt dan ook ongeveer 20% van de zetels.)
● Na WOII: minder belangrijke coalitiepartner voor christendemocraten +
schoolpact (1958)
- PVV/PLP: economisch liberalisme
- trage maar gestage groei: -> 1999 leidende rol
● 1972: splitst in twee partijen door druk in Brussel
- 1979 PRL, gemeenschappelijke lijsten met FDF 1995 tot 2011,
omvorming tot MR in 2003
- Bitste strijd met PS in Brussel: lang dominant, PS wint in 2004, MR in
2009, PS in 2014 en 2019, MR weer in 2024
- Idem Wallonië: steekt PS in 2024 voorbij
- 1992 Open VLD, incorporatie Vlaamse accenten, ontwikkelt ethisch
progressieve lijn
- 2026 Anders, opvang implosie na verkiezingen 2024: klemtoon
economisch liberalisme: ontvetten, ontplooien, ondernemen
4