1Situering & begrippenkader
Psychodiagnostiek
Definitie
Het proces waarbij gestandaardiseerde metingen &
observatietechnieken worden toegepast om cognitieve
vaardigheden, persoonlijkheid & emotioneel functioneren te
evalueren
Gegevensverzameling
Een verzameling, ordering & verwerking v relevante gegevens
vanuit de hulp- of zorgvraag
Meer dan testen! Psychologisch inzicht, observatievermogen &
gesprekstechnieken vr grondige evaluatie
Psychologische instrumenten (4)
Psychodiagnosticus = professionele testgebruiker
Zelfrapportage- Prestatietests Projectieve tests Situational
tests judgement tests
Vragenlijsten/ Tests waarbij Tests die Realistische
interviews individuen dubbelzinnige scenario's
waarin specifieke taken stimuli (inktvlek) waarbij
individuen uitvoeren, zoals gebruiken om individuen het
vragen over puzzels oplossen onderliggende meest geschikte
zichzelf of gedachten en antwoord
beantwoorden. geheugenoefeni gevoelens te moeten kiezen.
ngen doen onthullen. (TAT)
Onderdelen psychologische instrumenten
Kwalificatie:
Instrumenten moeten worden gebruikt door gekwalificeerde en
opgeleide professionals testuitgeverijen voorzien vaak eigen
kwalificatietabel
Integratie:
Testresultaten moeten worden gebruikt in combinatie met andere
informatiebronnen voor een vollediger begrip van het individu.
Beperkingen:
, Instrumenten beoordelen vaak slechts één aspect van functioneren.
Testresultaten kunnen worden beïnvloed door cultuur, taal en
sociaaleconomische status.
Kritisch denkproces
Tegenwoordig nadruk meer op kritisch denkvermogen dan op testgebruik
» Wetenschappelijke modellen (bv. De Bruyn) helpen het denkproces
te stroomlijnen
Onderdelen kritisch denkproces
Hypothesevorming:
- Formuleren van goede onderzoekshypothesen
Observatie:
- Observeren buiten de context van gestandaardiseerde tests
Interpretatie:
- Resultaten kwaliteitsvol & contextueel interpreteren
De opstelling
1. Gegevensverzameling:
= verzamelen v info via gesprekken, observaties, instrumenten
2. Integratie:
= samenbrengen v verschillende infobronnen
3. Interpretatie:
= analyseren & betekenis geven ad verzamelde geg
4. Rapportage:
= opstellen ve psychologisch rapport met bevindingen &
aanbevelingen
Doelstellingen van psychodiagnostiek
Diagnosestelling:
= Classificeren van psychische stoornissen en aandoeningen
Behandelplanning:
= Identificeren van sterke en zwakke punten voor gerichte interventies
Begeleiding:
= Ondersteunen bij school- of arbeidsloopbaan door identificatie v
interesse
Competentiemeting:
= In kaart brengen v vaardigheden & competenties op de werkvloer
, Doelstellingen over verschillende departementen (klinisch, s&p,
a&o)
Kenmerken van kwaliteitsvol onderzoek (3)
1. Integratie v bronnen (bv. Info v cliënt & personen uit diens
omgeving)
2. Meerdere methoden (bv combinatie gesprekken – observatie –
tests)
3. Contextuele benadering (bv aandacht vr context & culturele
factoren)
2Belang van het psychodiagnostisch
denkproces
2.2Alledaags impliciet diagnosticeren = onbewust & spontaan
beoordelen van gedrag, vaak zonder systematische analyse
2.2.1Attributietheorie: interne OF externe attributie
Intern/ impliciet:
= Je legt de oorzaak van het gedrag bij de persoon zelf
Extern/ expliciet:
= Het gedrag van iemand toeschrijven aan factoren buiten de persoon
(situatie, toeval…)
2.2.2Risico’s impliciete diagnostiek
Cognitieve foutenbronnen:
= Automatische, vaak onbewuste denkpatronen die leiden tot
vertekende interpretaties van gedrag of situaties ontstaan:
brein wil snel & efficiënt oordelen, is daarom vaak onnauwkeurig
Nefaste invloed op percepties en beslissingen
Ongewapend oordeel
2.2.3Hulp voor impliciete diagnostiek
- Wetenschappelijke modellen
- Bewustzijn van onze automatische attributies en deze kritisch
evalueren
2.2.3Foutenbronnen & hun oorzaken
Heuristieken
, = Denkstrategieën die we gebruiken om snel en efficiënt beslissingen
te nemen of problemen op te lossen
Algoritmen
= Stapsgewijze instructies of regels die een probleem oplossen of een
taak uitvoeren/ een vaste procedure die je helpt om iets
systematisch aan te pakken
Voorbeeld cliënt met angststoornis:
* Heuristiek buikgevoel volgen/ ervaring er is sprake van
angststoornis
* Algoritme wat zijn verschillende criteria – bevragingen – in welke
maten… vaststelling
* Professionals = heuristieken/ pas afgestudeerden = algoritmen
5 denkfouten als oorzaak voor de foutbronnen
Beschikbaarheidsheuristiek:
= De neiging om frequentie of waarschijnlijkheid te overschatten op
basis van hoe gemakkelijk voorbeelden in het geheugen op te
roepen zijn
Gambler’s fallacy (gokkersfout)
= De misvatting dat willekeurige gebeurtenissen elkaar beïnvloeden
(bv. geloven dat na een reeks verliezen je meer kans hebt op winst)
Base rate verwaarlozing:
= Het onderschatten/ negeren v statistische informatie ten gunste van
specifieke, anekdotische gevallen bij het maken van beoordelingen
Confirmatiebias:
= Neiging van mensen om info te zoeken, interpreteren & onthouden
die hun bestaande overtuigingen bevestigt, terwijl ze tegenstrijdige
informatie negeren
Representativiteitsheuristiek:
= Mentale shortcut waarbij we beoordelen of iets tot een categorie
behoort o.b.v. hoe representatief of typisch het lijkt voor de
categorie
2.2.4Gevolgen van impliciete diagnostiek
Beperkt inzicht in cognitieve valkuilen: