Module 1 neuro-anatomie
De concepten van biopsychologie toelichten.
Biopsychologie = subdiscipline van de psychologie die het biologische mechanisme bestudeert van menselijk
gedrag, handelen en denken.
De verschillende anatomische onderdelen van het centrale zenuwstelsel en de
ondersteunende structuren aanduiden en hun functies toelichten.
Centrale zenuwstelsel (=hersenen & ruggenmerg): verwerking en controle
• Cerebrum = de grote hersenen, is verdeeld in 2 hemisferen door de fissura longitudinale cerebri (zijn
diep in de hersenen wel verbonden via de corpus callosum/ hersen balk).
❖ Basale kernen: betrokken bij het sturen bewegingen, motoriek, gewoontevorming en
beloningssysteem.
= kernen van grijze stof diep in de hemisferen.
❖ Thalamus: filter de zintuigelijk informatie.
❖ Hypothalamus: regelt de secretie van hormonen en de homeostase, lichaamstemperatuur,
honger/dorst en circadiaans ritme.
❖ Hemisferen (= telencephalon)
❖ 4 kwabben/ lobben = verdeeld door sulci
1. Frontale kwab (= voorhoofdskwab) = persoonlijkheid, motivatie, onderdrukking van gedrag,
redeneren en plannen.
2. Pariëtaal kwab (= wandkwab) = verwerken van signalen uit spieren en gewrichten en
coördineert integratie van zintuigelijke indrukken.
3. Temporaal kwab (= slaapkwab) = verbale geheugen, spraak en gehoor.
4. Occipitaal kwab (= achterhoofd kwab) = ontvangt, integreert en verwerkt visuele informatie.
• Diëncephalon = de tussenhersenen
❖ Epithalamus
❖ Thalamus
❖ Hypothalamus
• Hersenstam: regelt de vitale functies en is belangrijk voor het bewustzijn.
❖ Mesencephalon = middenhersenen, verantwoordelijk voor de visuele en auditieve reflexen.
❖ Pons = de brug, verbindt hersenstam met de kleine hersenen.
❖ Medulla oblongata = verlengde merg
• Cerebellum = de kleine hersenen, heeft 2 functies:
1. Het controleren van evenwicht en houding.
2. Het programmeren en aanpassen van bewegingen.
• Ruggenmerg: verbindt de hersenen met het lichaam.
Perifere zenuwstelsel (= zenuwen): informatie doorgeven.
• Hersen- /craniale zenuwen = 12 paar
• Ruggenmerg-/spinale zenuwen = 31 paar
, ❖ Ruggenmergszenuwen:
→ 8 paar cervicale
→ 12 paar thoracale
→ 5 paar lumbale
→ 5 paar sacrale
→ 1 paar cacygeale
❖ Plexus/ zenuwvlecht:
→ Cervicale plexus
→ Brachiale plexus
→ Lumbale plexus
→ Sacrale plexus
• Opgesplitst in 2:
1. Somatische efferente zenuwstelsel: bewuste aansturing van skeletspieren.
2. Autonome efferente zenuwstelsel: reguleert automatisch het gladde spierweefsel, de hartspieren,
de klieren en het vetweefsel.
Ondersteunende structuren:
• Schedel: dient als mechanische bescherming.
• Wervelkolom: dient als mechanische bescherming.
❖ 24 wervels
❖ Heiligbeen
❖ Staartbeen
• Meningen = 3 lagen
1. Dura mater
2. Arachnoidea
3. Pia mater
• Hersenholtes/ ventrikels = zijn gevuld met cerebrospinale vocht en bekleed met ependymcellen.
❖ 2 Laterale ventrikels
❖ 3de ventrikel
❖ 4de ventrikel
• Cerebrospinale vloeistof (= CSV): dient voor bescherming en voedings- & afvaltransport.
• Bloedvoorziening = cerebrale circulatie.
❖ 2 halsslagaders
❖ Vertebrale slagaders
Limbisch systeem (= emotionele hersenen): speelt een rol bij onze emoties en ons geheugen
• Amygdala: herkent gevaar, helpt bij het uitdrukken van emoties en koppelt emoties aan
herinneringen.
• Hippocampus: betrokken bij leren en het omzetten van korttermijnherinneringen naar
langetermijngeheugen.
• Cingulate cortex: emotionele evaluatie en aandacht.
• Septum: beloning en plezier.
, Autonome zenuwstelsel en het effect op de verschillende organen toelichten.
Autonome zenuwstelsel: werkt automatisch
• (Ortho)Sympathisch zenuwstelsel: fight & flight, activeert bij stress en maakt energie vrij.
❖ Functies:
→ Pupildilatatie
→ Vasoconstrictie bloedvaten
→ Vrijmaken van energiereserve
• Parasympatisch zenuwstelsel: rest & digest, activeert bij lichamelijke en geestelijke rust.
❖ Functies:
→ Pupilconstrictie
→ Activatie spijsvertering
→ Opslaan van energiereserve
De 12 hersenzenuwen benoemen (= naam, nummer en functie)
Hersenzenuwen:
1. Nervus olfactorius = sensorische zenuw verbonden met het cerebrum.
2. Nervus opticus = sensorische zenuw die visuele informatie via de chiasma opticum en de thalamus
naar de occipitale hersenkwab geleidt.
3. Nervus oculomotorius = motorische zenuw die verschillend extrinsieke oogspieren aanstuurt.
4. Nervus trachlearis = motorische zenuw die verschillend extrinsieke oogspieren aanstuurt.
5. Nervus trigeminus = sensorische-motorische zenuw
❖ Geleid sensorische informatie van het hoofd en aanzicht naar de hersenen
❖ Stuurt de motorische kauwspieren aan.
❖ 3 takken:
→ Nervus ophthalmuis = sensorische informatie van bovenste deel van het aanzicht.
→ Nervus maxillaris = sensorische informatie van middelste deel van het aanzicht.
→ Nervus mondibularis = sensorische informatie van onderste deel van het aanzicht.
6. Nervus abducens = motorische zenuw die verschillende extrinsieke oogspieren aanstuurt.
7. Nervus facialis = sensorische-motorische zenuw
❖ Sensorische zenuw die smaakzintuigen van het voorste 2/3 deel van de tong geleidt.
❖ Motorische zenuw die de spieren van het aanzicht aanstuurt.
8. Nervus vestibulococlearis = sensorische zenuw die uit twee delen bestaat:
❖ Pars vestibularis = geleidt informatie van het evenwichtsorgaan.
❖ Pars cochlearis = geleidt geluidsinformatie van het slakkenhuis.
9. Nervus glossopharyngeus = sensorische-motorische zenuw
❖ Geleidt smaakzintuigen van het achterste 1/3 deel van de tong en registreert bloeddruk en de
concentratie van bloedgassen.
❖ Stuurt keelspieren aan.
10. Nervus vagus = sensorische-motorische zenuw
❖ Geleidt signalen vanuit de oorschelp, gehoorgang, diafragma, smaakreceptoren, slokdarm,
luchtwegen en ingewanden in de buik- en bekenholte.
❖ Parasympatisch zenuwstelsel.