KLINISCHE SYMPTOMEN
HOOFDSTUK 22 – AROUSAL, ACTIVATIE EN AANDACHT
Klinische kenmerken:
Somnolentie • Slaperigheid
• Op sterke prikkels wordt cognitief gereageerd, maar wel beperkt via een
woord of het uitvoeren van een eenvoudige opdracht.
Klinische kenmerken:
• Herhalende, plotse en onbedwingbare slaapaanvallen van voorbijgaande
Narcolepsie aard, die vaak optreden tijdens zittende bezigheden, ondanks voldoende
slaap ’s nachts.
• Plots en kortdurend (enkele min) karakter van de aanvallen.
Synoniemen → flauwvallen, reflexsyncope
Klinische kenmerken:
Syncope
• Kortdurende bewusteloosheid van enkele sec – min
Klinische kenmerken:
Lethargie • Geleidelijke/snelle overgang naar slaaptoestand bij gebrek aan stimulatie.
• Ontwaken treedt enkel op na luide geluiden of krachtig schudden.
Klinische kenmerken:
• Zonder rechtstreekse stimulatie bevindt de persoon zich grootste deel van
Stupor de tijd in slaaptoestand.
Patiënt zit er als het ware als verdoofd bij, staart wezenloos voor zich uit en
beweegt of spreekt niet.
Klinische kenmerken:
• Persoon is alert maar vrijwel volledig verlamd.
Locked-in syndroom • Ogen kunnen nog worden gesloten en verticaal worden bewogen waardoor
ze voor de patiënt de enige mogelijkheid zijn om in contact te treden met de
buitenwereld.
Klinische kenmerken:
• Er is een min of meer complete corticale uitval (decorticatie) bij intacte
hersenstamfuncties.
Pervasieve • GCS < 8, bij een normale ademhaling, bloeddruk, lichaams- temperatuur en
vegetatieve toestand slaap-waakritme.
• Personen kunnen als reactie op een plotseling geluid of pijnprikkel de ogen
openen en vertonen motorische activiteit zoals tandenknarsen, geeuwen,
kreunen en dwanghuilen.
Klinische kenmerken:
• Het cerebrale rustmetabolisme bedraagt 50% van het normale (wat
Coma overeenkomt met personen die zich in een diepe anesthesie bevinden).
• Pt bevindt zich in een slaapachtige niet wekbare toestand.
• Elk bewust besef van interne en externe prikkels is afwezig.
Pagina 1
, Klinische kenmerken:
Klinisch hersendood • Er is sprake van een irreversibele beschadiging van het hersenweefsel (met
een stilstand van de intracerebrale circulatie).
Klinische kenmerken:
• Geleidelijke terugkeer van een slaap-waakritme.
Minimale
• Gericht contact blijft wel onmogelijk of heel moeilijk.
bewustzijnstoestand
• Minimaal oogcontact en opvolgen van eenvoudige opdrachten (bijv. in hand
knijpen)
Klinische kenmerken:
• Rapportage van veranderde zintuiglijke gevoeligheid of drempels,
identificatie of discriminatie van zintuiglijke stimuli waardoor niet-
Sensorische hypo- en nociceptieve sensorische prikkels als overweldigend (d.w.z.
hypersensitiviteit overgevoeligheid) of ondermaats (d.w.z. zintuiglijke onder-gevoeligheid)
ervaren worden.
• Pijnlijke gewaarwording bij niet-pijnlijke/nociceptieve stimuli (allodynie).
Klinische kenmerken:
• Aanwezigheid van een irreële abnormale angst en aanhoudend subjectief
lijden of belemmering van het sociaal functioneren.
Angst • Aanwezigheid van lichamelijke en psychische klachten, zoals gevoelens van
angst, rusteloos gevoel, buikpijn, vermoeidheid, moeite met concentreren,
prikkelbaarheid, piekeren, gespannen spieren, slaapproblemen (bijv. moeite
met in slaap vallen of moeite met doorslapen) en een sterke neiging tot het
vermijden van specifieke situaties of gedragingen.
Klinische kenmerken:
• Ontkoppeling tussen gebeurtenis en de overweldigende bewuste
gevoelsmatige beleving hierbij → dissociatie treedt vaak op tijdens- en na het
meemaken van aanhoudende dreiging en komt derhalve vaak voor bij
traumagerelateerde stoornissen, zoals PTSS en de borderline-
persoonlijkheidsstoornis.
• Een verminderde integratie van sensorische stimuli.
• Aanwezigheid van gevoel van subjectieve onthechting, waardoor
Dissociatie overweldigende emoties en pijn gedempt worden.
• Aanwezigheid van depersonalisatie en derealisatie, wat wordt omschreven
als een ervaren ‘afstand’ van wat er met hen gebeurd is.
• Afwezigheid van bewuste herinneringen en ervaren emoties van de
bedreigende of traumatische ervaring.
• Verhoogde parasympathische activering, verminderde aandacht en arousal,
en soms verminderde spierspanning. In extreme situaties kan een
vasovagale reactie optreden, wat leidt tot flauwvallen of bewustzijnsverlies
Klinische kenmerken:
Psychogene
• Aanwezigheid van klinische kenmerken van lethargie of stupor.
hyporesponsiviteit of
aresponsiviteit • Voelbare weerstand tegen het passief openen van de oogleden, gevolgd door
het snel sluiten van de oogleden bij geforceerd openen.
Klinische kenmerken:
Delier • (sub)acuut verlaagd bewustzijnsniveau met cognitieve controle- en
‘monitoring’-stoornissen zoals aandachts- en concentratie-stoornissen en
ontregelingen van de algemene mentaal cognitief-affectieve status
Pagina 2
, (desoriëntatie, verwardheid, geheugen-stoornissen en perceptiestoornissen
met wanen en hallucinaties) en het affect (angst, manie, agressiviteit).
• Op gedragsmatig vlak kunnen apathie en agitatie elkaar afwisselen.
Synoniem → pseudobulbair affect
Klinische kenmerken:
Pathologische lach- of • Plotse onvrijwillige lachbuien.
huilbuien Afwezigheid van een subjectief gevoel van vrolijkheid tijdens de lachbui.
• Plotse onvrijwillige huilbuien.
Afwezigheid van een subjectief gevoel van droefheid tijdens de lachbui.
Synoniem → pseudodepressie
Klinische kenmerken:
• Vermindering in intrinsieke motivatie om bepaalde activiteiten uit te voeren,
zoals aangetoond door een van de volgende signalen:
o Verlies van initiatief.
Abulie o Sufheid en traagheid.
o Verlies van spontaniteit.
o Afwezigheid van krachtinspanning.
o Onbewogenheid.
• Een vermindering in interesse voor (bijv. apathie, onverschilligheid) en tijd
gespendeerd aan activiteiten die voorheen als plezierig ervaren werden.
Klinische kenmerken:
• Onvermogen tot initiatie (spontaan of op vraag) van bewegingen van
Akinesie
gezicht, romp en ledematen.
• Afwezigheid van betekenisvolle interacties met de omgeving
Klinische kenmerken:
• Inaccurate onmiddellijke reproductie van informatie verdeeld in gelijkaardige
Verminderde
afzonderlijke informatie-eenheden.
aandachtspan
• Betrekkelijk goede onmiddellijke reproductie van informatie tot de laatste of
de twee laatste informatie-eenheden toegevoegd worden.
Klinische kenmerken:
• Onvermogen om 2 taken tegelijkertijd op accurate wijze te volbrengen.
• Betrekkelijk goede uitvoering van iedere taak afzonderlijk.
Stoornis in verdeelde
• Vermindering in prestatie bij de ene taak wanneer een 2e taak wordt
aandacht
toegevoegd.
• Betrekkelijk goede uitvoering van de originele taak voor de toevoeging van de
2e taak
Klinische kenmerken:
• Verminderd vermogen om aandacht specifiek te richten op bepaalde
elementen van de stimulusconfiguratie (bijv. kleur, een bepaalde letter,
Stoornis in gerichte spatiale positie, enz.).
aandacht • Toegenomen afleidbaarheid en een frequent verplaatsen van de aandacht
weg van de stimulus of taak naar willekeurige interne (bijv. gedachten) of
externe (bijv. achtergrondgeluiden, visuele stimuli) stimuli die irrelevant zijn
voor de uitvoering van de taak.
Pagina 3
HOOFDSTUK 22 – AROUSAL, ACTIVATIE EN AANDACHT
Klinische kenmerken:
Somnolentie • Slaperigheid
• Op sterke prikkels wordt cognitief gereageerd, maar wel beperkt via een
woord of het uitvoeren van een eenvoudige opdracht.
Klinische kenmerken:
• Herhalende, plotse en onbedwingbare slaapaanvallen van voorbijgaande
Narcolepsie aard, die vaak optreden tijdens zittende bezigheden, ondanks voldoende
slaap ’s nachts.
• Plots en kortdurend (enkele min) karakter van de aanvallen.
Synoniemen → flauwvallen, reflexsyncope
Klinische kenmerken:
Syncope
• Kortdurende bewusteloosheid van enkele sec – min
Klinische kenmerken:
Lethargie • Geleidelijke/snelle overgang naar slaaptoestand bij gebrek aan stimulatie.
• Ontwaken treedt enkel op na luide geluiden of krachtig schudden.
Klinische kenmerken:
• Zonder rechtstreekse stimulatie bevindt de persoon zich grootste deel van
Stupor de tijd in slaaptoestand.
Patiënt zit er als het ware als verdoofd bij, staart wezenloos voor zich uit en
beweegt of spreekt niet.
Klinische kenmerken:
• Persoon is alert maar vrijwel volledig verlamd.
Locked-in syndroom • Ogen kunnen nog worden gesloten en verticaal worden bewogen waardoor
ze voor de patiënt de enige mogelijkheid zijn om in contact te treden met de
buitenwereld.
Klinische kenmerken:
• Er is een min of meer complete corticale uitval (decorticatie) bij intacte
hersenstamfuncties.
Pervasieve • GCS < 8, bij een normale ademhaling, bloeddruk, lichaams- temperatuur en
vegetatieve toestand slaap-waakritme.
• Personen kunnen als reactie op een plotseling geluid of pijnprikkel de ogen
openen en vertonen motorische activiteit zoals tandenknarsen, geeuwen,
kreunen en dwanghuilen.
Klinische kenmerken:
• Het cerebrale rustmetabolisme bedraagt 50% van het normale (wat
Coma overeenkomt met personen die zich in een diepe anesthesie bevinden).
• Pt bevindt zich in een slaapachtige niet wekbare toestand.
• Elk bewust besef van interne en externe prikkels is afwezig.
Pagina 1
, Klinische kenmerken:
Klinisch hersendood • Er is sprake van een irreversibele beschadiging van het hersenweefsel (met
een stilstand van de intracerebrale circulatie).
Klinische kenmerken:
• Geleidelijke terugkeer van een slaap-waakritme.
Minimale
• Gericht contact blijft wel onmogelijk of heel moeilijk.
bewustzijnstoestand
• Minimaal oogcontact en opvolgen van eenvoudige opdrachten (bijv. in hand
knijpen)
Klinische kenmerken:
• Rapportage van veranderde zintuiglijke gevoeligheid of drempels,
identificatie of discriminatie van zintuiglijke stimuli waardoor niet-
Sensorische hypo- en nociceptieve sensorische prikkels als overweldigend (d.w.z.
hypersensitiviteit overgevoeligheid) of ondermaats (d.w.z. zintuiglijke onder-gevoeligheid)
ervaren worden.
• Pijnlijke gewaarwording bij niet-pijnlijke/nociceptieve stimuli (allodynie).
Klinische kenmerken:
• Aanwezigheid van een irreële abnormale angst en aanhoudend subjectief
lijden of belemmering van het sociaal functioneren.
Angst • Aanwezigheid van lichamelijke en psychische klachten, zoals gevoelens van
angst, rusteloos gevoel, buikpijn, vermoeidheid, moeite met concentreren,
prikkelbaarheid, piekeren, gespannen spieren, slaapproblemen (bijv. moeite
met in slaap vallen of moeite met doorslapen) en een sterke neiging tot het
vermijden van specifieke situaties of gedragingen.
Klinische kenmerken:
• Ontkoppeling tussen gebeurtenis en de overweldigende bewuste
gevoelsmatige beleving hierbij → dissociatie treedt vaak op tijdens- en na het
meemaken van aanhoudende dreiging en komt derhalve vaak voor bij
traumagerelateerde stoornissen, zoals PTSS en de borderline-
persoonlijkheidsstoornis.
• Een verminderde integratie van sensorische stimuli.
• Aanwezigheid van gevoel van subjectieve onthechting, waardoor
Dissociatie overweldigende emoties en pijn gedempt worden.
• Aanwezigheid van depersonalisatie en derealisatie, wat wordt omschreven
als een ervaren ‘afstand’ van wat er met hen gebeurd is.
• Afwezigheid van bewuste herinneringen en ervaren emoties van de
bedreigende of traumatische ervaring.
• Verhoogde parasympathische activering, verminderde aandacht en arousal,
en soms verminderde spierspanning. In extreme situaties kan een
vasovagale reactie optreden, wat leidt tot flauwvallen of bewustzijnsverlies
Klinische kenmerken:
Psychogene
• Aanwezigheid van klinische kenmerken van lethargie of stupor.
hyporesponsiviteit of
aresponsiviteit • Voelbare weerstand tegen het passief openen van de oogleden, gevolgd door
het snel sluiten van de oogleden bij geforceerd openen.
Klinische kenmerken:
Delier • (sub)acuut verlaagd bewustzijnsniveau met cognitieve controle- en
‘monitoring’-stoornissen zoals aandachts- en concentratie-stoornissen en
ontregelingen van de algemene mentaal cognitief-affectieve status
Pagina 2
, (desoriëntatie, verwardheid, geheugen-stoornissen en perceptiestoornissen
met wanen en hallucinaties) en het affect (angst, manie, agressiviteit).
• Op gedragsmatig vlak kunnen apathie en agitatie elkaar afwisselen.
Synoniem → pseudobulbair affect
Klinische kenmerken:
Pathologische lach- of • Plotse onvrijwillige lachbuien.
huilbuien Afwezigheid van een subjectief gevoel van vrolijkheid tijdens de lachbui.
• Plotse onvrijwillige huilbuien.
Afwezigheid van een subjectief gevoel van droefheid tijdens de lachbui.
Synoniem → pseudodepressie
Klinische kenmerken:
• Vermindering in intrinsieke motivatie om bepaalde activiteiten uit te voeren,
zoals aangetoond door een van de volgende signalen:
o Verlies van initiatief.
Abulie o Sufheid en traagheid.
o Verlies van spontaniteit.
o Afwezigheid van krachtinspanning.
o Onbewogenheid.
• Een vermindering in interesse voor (bijv. apathie, onverschilligheid) en tijd
gespendeerd aan activiteiten die voorheen als plezierig ervaren werden.
Klinische kenmerken:
• Onvermogen tot initiatie (spontaan of op vraag) van bewegingen van
Akinesie
gezicht, romp en ledematen.
• Afwezigheid van betekenisvolle interacties met de omgeving
Klinische kenmerken:
• Inaccurate onmiddellijke reproductie van informatie verdeeld in gelijkaardige
Verminderde
afzonderlijke informatie-eenheden.
aandachtspan
• Betrekkelijk goede onmiddellijke reproductie van informatie tot de laatste of
de twee laatste informatie-eenheden toegevoegd worden.
Klinische kenmerken:
• Onvermogen om 2 taken tegelijkertijd op accurate wijze te volbrengen.
• Betrekkelijk goede uitvoering van iedere taak afzonderlijk.
Stoornis in verdeelde
• Vermindering in prestatie bij de ene taak wanneer een 2e taak wordt
aandacht
toegevoegd.
• Betrekkelijk goede uitvoering van de originele taak voor de toevoeging van de
2e taak
Klinische kenmerken:
• Verminderd vermogen om aandacht specifiek te richten op bepaalde
elementen van de stimulusconfiguratie (bijv. kleur, een bepaalde letter,
Stoornis in gerichte spatiale positie, enz.).
aandacht • Toegenomen afleidbaarheid en een frequent verplaatsen van de aandacht
weg van de stimulus of taak naar willekeurige interne (bijv. gedachten) of
externe (bijv. achtergrondgeluiden, visuele stimuli) stimuli die irrelevant zijn
voor de uitvoering van de taak.
Pagina 3