LES 1: DIGITAL MEDIA AND TECHNOLGOGY
INTRODUCTION TO DIGITAL MEDIA & TECHNOLOGIES
- Digitale media zijn integrale delen van ons dagelijks leven -> al vele domeinen
geïnfiltreerd (work live, sociale leven, entertainment)
- Begrijpen wat de impact ervan vereist een analyse van sociale, culturele en
politieke contexten
o Sociaal: al deze technologieën functioneren niet in een sociaal vacuüm; wij
gebruiken ze, wij interageren ermee = zonder gebruikers zouden digitale
media nutteloos zijn.
o Culturele context: de digitale media die wij gebruiken zijn volledig anders
dan bijvoorbeeld in China.
o Politieke context: platforms/sociale media zijn zeer machtig; ze
beïnvloeden verkiezingen, vrije meningsuiting, en welke inhoud/nieuws we
mogen zien.
- De sociale wetenschappen streven ernaar de relatie tussen technologie en
samenleving te begrijpen
o Hoe beïnvloeden ze elkaar?
o Hoe evolueren ze samen?
THE DIGITAL ENVIRONMENT
Digitale media zijn zeer alomtegenwoordig (bijv. computers, smartphones, enz.)
o We nemen het voor vanzelfsprekend aan (we realiseren het ons alleen
wanneer het afwezig is)
Mediatisering: de toenemende aanwezigheid van media in alle aspecten van het
leven
o Een toenemende temporele (op elk moment van de dag), ruimtelijke (waar
je ook bent) en sociale verspreiding van gemedieerde communicatie
Digitale conditie: een staat waarin computernetwerken "de belangrijkste
infrastructuur zijn geworden voor vrijwel alle aspecten van het leven"
Digitale technologie hervormt hoe we informatie produceren, distribueren en consumeren
Dit daagt traditionele concepten van democratie, werk en macht uit
- Alles begon in de jaren 80: mensen begonnen hun persoonlijke computers te
krijgen.
- 1990-2000: het internet (oprichters van het internet: Timothy en Robert).
- 2000-2010: smartphones, cloud, mobiel en big data (sociale mediaplatformen).
- 2010-2020: intelligente technologieën.
,Het percentage mensen in België met een internetverbinding -> 95% van de huishoudens
heeft een internetverbinding
NIEUWE VS. OUDE MEDIA
Wat zijn nieuwe media? Aanvankelijk -> term die in 1990-2000 werd gebruikt
om te verwijzen naar nieuwe ICT-technologieën (pc, hardware) – om ze te
onderscheiden van oude media. ->Probleem: we blijven "nieuwe
media" zeggen.
o Problematisch: nieuwe media zijn niet meer nieuw (een laptop is geen
nieuw medium meer).
o Als je het hebt over nieuwe media: een lineaire evolutie waarbij nieuwe
media beter zijn dan oude media.
Remediatie: vaak vervangen nieuwe media oude media niet, maar herwerken of
veranderen ze naar een ander formaat (bijv. de e-reader heeft fysieke boeken niet
getransformeerd in e-books -> ze hebben boeken niet vervangen).
Identiteitscrisis en domesticatie
o Nieuwe media worden vaak geconfronteerd met onzekerheid en betwiste
betekenissen bij hun introductie.
o Na verloop van tijd worden ze genormaliseerd en geïntegreerd in het
dagelijks leven ("domesticatie").
Zombie media: mediatechnologieën die "dood" waren, worden weer tot leven
gebracht met nieuwe betekenissen (bijv. vinylplaten, polaroidcamera).
Digitale media = om de bredere maatschappelijke impact van digitale media te
begrijpen, moeten we verder kijken dan de technische aspecten van digitale media.
Belangrijke kenmerken die deze technologieën onderscheiden van oude
mediatechnologieën: convergent, hypertextueel, gedistribueerd,
alomtegenwoordig, algoritmisch, asymmetrisch, en zowel vergankelijk als
permanent.
1. Convergent
o Digitale media combineren verschillende soorten inhoud op één enkel
platform -> tekst, audio, visueel.
o Apparaten zoals computers en smartphones vervullen meerdere functies
(TV, radio, rekenmachine, etc.) => universele machines.
o Media productie en consumptie vereisen niet langer specifieke hardware.
2. Hypertextueel
o Hypertext = een tekst die links (hyperlinks) bevat naar andere inhoud, wat
gemakkelijke toegang en navigatie mogelijk maakt.
o Hypertexts op het web bieden een aanpasbare, niet-lineaire leeservaring
(>< traditionele boeken).
o Gebruikers kunnen tussen verschillende soorten inhoud springen (bijv.
tekst, video) binnen één platform.
3. Gedistribueerd
o Traditionele massamedia waren gecentraliseerd en unidirectioneel – één
groot nieuwsbedrijf (omroep) dat het nieuws naar al onze televisiestations
, stuurt -> digitale media volgen een gedistribueerd model, met duizenden
onderling verbonden knooppunten (informatie op servers).
o Met door gebruikers gegenereerde inhoud op sociale media creëren
gebruikers nu ook zelf inhoud.
o Horizontale communicatie via mediaplatformen.
4. Alomtegenwoordig
o Mobiele technologieën stellen mensen in staat op elk moment en vanuit
elke locatie informatie te benaderen en te posten.
o Hierdoor maken ze real-time, locatie-gebaseerde interacties en
communicatie mogelijk.
o Mogelijkheid om onze sociale netwerken uit te breiden en aan te passen.
o Een hulpmiddel om sociale banden te versterken.
5. Algoritmisch
o Elk surfgedrag dat we online vertonen, kan worden gevolgd en
gecommercialiseerd.
o De meeste digitale technologieën zijn gebaseerd op algoritmen.
o Gegevens van ons gedrag en onze interacties (= DATAFICATIE) worden
geanalyseerd en vervolgens gebruikt om beslissingen te nemen.
o Ze zijn echter niet neutraal of objectief.
o Veel algoritmen worden aangedreven door machine learning, waarbij
mensen bijdragen aan het trainen van deze algoritmen.
6. Asymmetrisch
o Ongelijke balans van informatie en macht in relatie tot grote bedrijven:
digitale media worden gedomineerd door enkele grote bedrijven
(onevenwichtige machtsverdeling).
o Gebruikers hebben geen toegang tot de informatie die deze bedrijven
verzamelen.
o Digitale media zijn black boxes (we weten niet welke gegevens ze
verzamelen, alles is verborgen) die de onderliggende operaties verbergen.
o Digitale media kunnen worden gebruikt voor massale surveillance (sociaal
en politiek toezicht).
7. Vergankelijk of permanent?
o Verschillende media hebben verschillende duur en persistentie.
o Meestal is de opslag van digitale media van korte duur.
o Digitale software wordt vaak geüpdatet en evolueert, waardoor het op
lange termijn bewaren van data uitdagend is.
o MAAR: digitale berichten en chats kunnen nog jaren worden opgeslagen
(dus wees voorzichtig met wat je deelt).
Digitale infrastructuren = digitale media zijn gebouwd op wereldwijde netwerken van
onderling verbonden knooppunten, niet gecentraliseerd.
Twee dingen hangen hiermee samen: digitale media & het internet zijn:
o Een redundant systeem: de mogelijkheid om informatie via meerdere
paden te verzenden (bijv. in geval van een storing, een alternatieve route).
o Open systeem: traditionele media waren gesloten – iedereen met toegang
tot een telefoon kan er toegang toe krijgen.
Digitale infrastructuren bestaan uit 4 lagen:
, 1. Fysiek (hardware): kabels, satellieten, servers, antennes.
2. Logisch (software): de software voor websites, sociale media.
3. Inhoudslaag (content layer): alle informatie die wordt geproduceerd en
uitgewisseld binnen digitale media.
4. Juridische laag ( legal layer) : wetten en beleidsregels over de werking van digitale
netwerken en het gedrag van hun gebruiker
Hoe kijken we naar technologie en samenleving (perspectief vanuit de sociale
wetenschappen)? -> 3 hoofdtheorieën/benaderingen:
Technologisch determinisme – technologie wordt gezien als een onafhankelijk iets
dat de samenleving vormt, dat sociale interacties, economische structuren en
culturele normen beïnvloedt = technologie is iets externs dat een sterke impact
op ons heeft.
Sociale constructie van technologie -> maatschappelijke waarden, behoeften en
keuzes beïnvloeden de ontwikkeling en betekenis van technologie, wat de vorm en
functie ervan bepaalt (voorbeeld: polarisatie in onze samenleving -> polarisatie
vindt plaats op maatschappelijk niveau en ze zullen technologie
dienovereenkomstig gebruiken -> technologie wordt gevormd door hoe mensen
denken).
Co-evolutie van technologie en samenleving -> technologie en samenleving
beïnvloeden elkaar wederzijds
A DAY IN THE LIFE WITH DIGITAL MEDIA – MEDIA USE IN AN ORDINARY DAY
- Dit hoofdstuk onderzoekt hoe media is geïntegreerd in de routine van een
gewone dag, van ochtend tot avond.
- Richt zich op hoe digitale media, vooral smartphones, dagelijkse navigatie en
routines transformeren.
- Voerde interviews met 50 diverse Noorse respondenten.
- Onderzoekt de spanningen tussen digitale verbinding en ontkoppeling in het
dagelijks leven.
Mediagebruik wordt vaak als vanzelfsprekend beschouwd en de werkelijke waarde ervan
wordt pas gerealiseerd als het afwezig is -> onderzoek Berelson 1945 in New York, waar
er een staking was en de stad een paar dagen zonder krant zat -> hoe ervaren mensen
het gebrek aan informatie + het gemis van de rituele troost en sociale verbinding die
kranten tijdens een staking bieden.
MEDIA USE CAN BE MEANINGFUL AND MUNDANE AT THE SAME TIME:
Vergelijkbare patronen waargenomen in moderne studies.
Mensen voeren ritueel mediagebruik uit om de orde van de wereld te bevestigen
voordat ze hun dag vervolgen – we zijn mensen die ongeveer geïnformeerd zijn –
vaag en af en toe monitoraal.
Vertrouwen op digitale media voor praktische zaken (GPS, rekenmachine,
agenda).
Smartphones zijn het centrale platform geworden voor al deze dagelijkse rituelen.
Mediagebruik kan zowel alledaags als betekenisvol zijn, omdat het door
routinematige handelingen zoals het controleren van de telefoon richting geeft
aan belangrijke levenssferen.
De betekenis van media ligt in de integratie ervan in het dagelijks leven, niet
alleen in de geconsumeerde inhoud.