15% PE + 85% examen
Actualiteit bijhouden!! 2 testen ook op examen 1 actualiteitsvraag
2de zit 100% schriftelijk examen
Hoofdstuk 1: De strafwet
1. Wat is Strafrecht?
1.1 Het strafrecht is publiek recht
Het is de overheid die d.m.v. het Openbaar Ministerie een persoon ter
verantwoording roept omdat hij de normen die in deze maatschappij gesteld zijn,
in het strafrecht overtreden heeft.
Het slachtoffer is geen partij in het strafproces, maar maakt het burgerlijk luik uit
als de partij die schadevergoeding eist!!
1.2 Welke gedragingen zijn strafbaar?
In het strafrecht gaat het om menselijke gedragingen:
• Actieve gedraging (bv. diefstal) of het nalaten een bepaalde handeling
te stellen (bv. nalaten hulp te bieden aan persoon in nood)
• Een gedraging die op zich niet strafbaar is, maar die strafbaar wordt door
het ongewilde gevolg (bv. verkeersongeval met verwondingen omwille van
ernstig gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg; een zware fout)
• Het gaat altijd om gedragingen van mensen dieren zijn niet strafbaar
1.3 Onder welke voorwaarden?
• De wet bepaalt welke elementen aanwezig moeten zijn opdat een
gedraging een misdrijf uitmaken.
• Misdrijf: al de elementen die in de wet opgesomd staan, moeten aanwezig
zijn.
• Bv. valsheid in geschriften (art. 451 Sw.):
De wet stelt dat valsheid in geschriften enkel strafbaar is als ze gepleegd
is met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden. = intentie moet
er zijn om iemand schade toe te brengen!
1.4 In welke omstandigheden?
• Verschillende gedragingen kunnen al dan niet strafbaar zijn, zwaarder of
minder zwaar strafbaar zijn naargelang de omstandigheden waarin ze zich
voordoen.
• De straffen na dezelfde feiten variëren naargelang de omstandigheden:
(zie handboek p. 33 en later in cursus)
1
, - Wettige verdediging (art. 14 Sw.)
- Uitlokking (art. 103 Sw.)
- Verzwarende bestanddelen bv. Politieagent duwen of slaan bij
aanhouding
= verzwaren een straf, rechter moet hier rekening mee houden
- Persoon met een openbare functie
- Verzwarende factoren bv.voorbedachtheid
= verzwaren een straf, rechter kan hier rekening mee houden
- Overige
1.5 Tegenover welke personen?
De hoedanigheid van de dader en het slachtoffer maken dikwijls een verschil
uit in het strafrecht:
Bv. slachtoffer is een gehandicapt persoon, minderjarig of een persoon met een
maatschappelijke functie: straffen zijn zwaarder!
Misdrijven gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie of
met een openbare functie, gepleegd naar aanleiding van de uitvoering van die
functie, maken dikwijls een verzwarend bestanddeel uit voor verschillende
misdrijven (Welke personen: art. 79 Sw.)
1.6 Sancties en/of maatregelen
-Onderscheid tussen strafrecht en moraal
Strafrecht bevat gedragingen die door de wet als strafbaar
bepaald worden
- Sancties: evolutie van straf (repressief) naar sanctie (preventie en
herstel)
- Uitgangspunt nieuwe Strafwetboek:
Vrijheidsberoving = ‘ultimum remedium’ (laatste redmiddel)
Doel: er wordt uitgegaan dat elke straf aangepast moet zijn aan de
persoon van de veroordeelde
Strafniveaus (8) waarbinnen de rechter kan werken om een
aangepaste straf uit te spreken
Ook nieuwe maatregelen of straffen zoals dienstverleningsstraf (niet
hetzelfde als werkstraf) en verlengde opvolging
(mogelijke stelling over materieel vs formeel strafrecht op examen!!)
1.7 Welke publiekrechtelijke organen zijn bevoegd en op welke
manier?
Strafrecht = materieel strafrecht + strafprocesrecht
Materieel strafrecht = geheel van rechtsregels waardoor bepaalde
gedragingen strafbaar worden gesteld en worden gesanctioneerd
sancties: strafwetboek (Sw.) + bijzondere strafwetten
2
, formeel strafrecht = Strafprocesrecht = strafprocedure = strafvordering =
het geheel van regels betreffende de opsporing, de vervolging en berechting van
personen die verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd (alles over
de procedure)
beschreven in het wetboek van strafvordering (Sv.)
(mogelijke stelling over materieel vs formeel strafrecht op examen!!)
2. Legaliteitsbeginsel!! (art. 1, Sw.)
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat alleen de wet kan bepalen welke
gedragingen strafbaar zijn én welke straffen daarop staan. Het is één van de
belangrijkste basisprincipes van het strafrecht.
DOEL de bescherming van het individu en de rechtsonderhorige, tegen de
willekeur van de overheid.
Dit beginsel bestaat uit twee onderdelen:
2.1 Nullum crimen sine lege = Geen misdrijf zonder wet.
een gedraging is pas strafbaar als ze in de wet beschreven staat.
2.2 Nullum poena sine lege = Geen straf zonder wet.
de rechter moet de wet volgen en toepassen, hij mag niet strenger zijn dan in
de wet voorzien.
D.w.z. slechts bestraffing voor misdrijf als bij wet voorzien dat het een
misdrijf uitmaakt en als er straf voorzien is voor overtreding misdrijf. +
dat de rechter zich hier ook aan moet houden en niet van mag afwijken.
BELANGRIJK OP EXAMEN!!!!!
grondwetartikelen niet kennen voor examen!!
2.3. Gevolgen legaliteitsbeginsel:
De bronnen van het strafrecht enkel terug te vinden in de wet (de
gwoonte kan geen bron van strafrecht zijn)
De strafwet moet strikt geïnterpreteerd worden (rechter mag niet
afwijken)
zoals het in de wet staat moet het ook toegepast worden
De strafwet kan niet terugwerken in de tijd (de regels van NU gelden)
De Belgische strafwet enkel van toepassing op het Belgisch
grondgebied (ongeacht nationaliteit)
Voorbeelden zie HB p36
3. De niet-retroactiviteit van de strafwet (art. 2 Sw.)
= De niet-terugwerkende kracht in de tijd
Aanduiden!
3
, - Een strengere strafwet kan niet retroactief toegepast worden.
zou anders ingaan tegen legaliteitsbeginsel: het is onmogelik feiten te
bestraffen die op het ogenblik dat ze begaan werden nog niet als misdrijf
omschreven en dus niet strafbaar waren.
-Een mildere strafwet kan wel retroactief toegepast worden.
volgens Art. 2, Sw. Wordt de mildste straf toegepast
Is een gedraging strafbaaren met welke straffen?
men moet uitgaan van het tijdstip van de feiten:
- Bedoelde gedraging toen in de wet bepaald als misdrijf? feiten strafbaar
- Bedoelde gedraging toen nog niet in de wet bepaald als misdrijf feiten
niet strafbaar
4. De werking van de strafwet in de ruimte (art. 3 en 4 Sw.)
Ruimtelijke gelding van de strafwet wordt bepaald door het
territorialiteitsbeginsel
Territorialiteitsbeginsel:
- Voor misdrijven, gepleegd in België geldt de Belgische strafwet, ongeacht
de nationaliteit van de pleger van het misdrijf;
- Een afwijking hiervan is enkel mogelijk als het in de wet bepaald is. (bv.
Terrorisme-misdrijf)
Voor alle misdrijven, gepleegd op Belgisch grondgebied, geldt de
Belgische strafwet.
4.1 Misdrijven gepleegd in België
Wat is het grondgebied van het Rijk?
- Het eigenlijk territorium
- De territoriale zee
- Vreemde schepen in Belgische havens
- Misdrijven begaan aan boord van Belgische schepen
- Het luchtruim boven het Belgisch grondgebied en de territoriale wateren
- Misdrijven begaan door personen verbonden aan het Belgisch leger in het
buitenland
- Ambassades, consulaten en gebouwen van internationale of
supranationale instellingen in België gelegen
4.2 Misdrijven gepleegd buiten België
Ze zijn strafbaar in België bij uitzondering én als dat zo in de wet
voorzien is (cf. legaliteitsbeginsel): cf. art. 6 tot 14 VT Sv.:
- Misdrijven tegen de Staat en zijn functioneren (Boek II, Titel 8)
- De dubbele incriminatie (dubbele inbeschuldigingsstelling)
Voor bepaalde misdrijven geldt een universalisme, art. 10ter VT Sv. (cf. OPO
Strafvordering)
4