Hoofdstuk 1. Algemene principes goederenrecht
Deel I. Wat is goederenrecht?
Onderscheid tussen patrimoniale en extra patrimoniale rechten:
Patrimoniale rechten (in geld waardeerbaar) = de zakelijke recht en,
vorderingsrechten en intellectuele rechten.
o Voorb’en zakelijke rechten: eigendomsrecht, vruchtgebruik,
Onderscheid hypotheek,…
is belangrijk!!
o Voorb’en vorderingsrechten (verbintenissenrecht): recht op betaling v/e
schuld, recht op levering v/e goed,…
o Voorb’en intellectuele rechten: octrooi, auteursrecht, merkenrecht,…
Extra patrimoniale rechten (niet in geld waardeerbaar) = dit zijn de
persoonlijkheidsrechten en de familiale rechten.
o Voorb’en familiale rechten: recht om te trouwen, scheiden, adopteren,…
o Voorb’en persoonlijkheidsrechten: rechten op een (goede) naam,
verwerking persoonsgegevens, afbeelding,…
De term ‘goederenrecht’ is eigenlijk correcter dan ‘zakenrecht’: goed
(lichamelijk en onlichamelijk) zaak (ongeveer lichamelijk)
Vroeger sprak het BW over “zaken”. In de praktijk werden “zaak” en “goed”
vaak als hetzelfde gebruikt. Tegenwoordig zegt het recht: we hebben zakelijke
rechten, maar we spreken liever over “goederen” dan over “zaken”.
o Goed (art. 3.41 BW) = ‘alle voorwerpen die vatbaar zijn voor toe-eigening
met inbegrip van de vermogensrechten’.
o Zaak = ‘al wat bestaat, met uitzonderingen van de mens’. Bijv. aandelen,
bitcoins, IT-rechten,…
Sommige verbintenissen gaan mee met het goed en gaan over op de nieuwe
eigenaar (verbonden a/d hoedanigheid v/d eigenaar v/h goed), terwijl andere
verbintenissen persoonlijk zijn en niet overdraagbaar zijn omdat ze aan de
persoon v/d schuldenaar verbonden blijven.
Twee groepen:
1. Eigenlijke zakelijke rechten of zakelijke hoofdrechten: eigendom, mede-
eigendom, vruchtgebruik, erfpacht, opstal, recht van gebruik, recht van
bewoning, rechten van de aangelanden van waterlopen en erfdienstbaarheden
2. Accessoire zakelijke rechten of zakelijke zekerheidsrechten: hypotheek en pand
gaan we NIET behandelen.
Art. 3.3 BW = het numerus clausus-beginsel: je kan zelf geen zakelijke rechten
creeëren, het zijn enkel en alleen degene die staan neergeschreven in het BW.
Deel II. Algemene kenmerken van zakelijke rechten
1
, Het volgrecht (art. 3.4 BW) wilt zeggen dat een recht aan een zaak blijft
“vastzitten” en dus meeverhuist met de zaak, ongeacht in wiens eigendom het
zit.
Het recht van voorrang (art. 3.4 BW) wilt zeggen dat een schuldeiser eerst
wordt betaald voor andere schuldeisers. Zakelijk recht heeft voorrang op
vorderingsrecht.
o Het recht v. voorrang doorbreekt de regel v/d pondspondsgewijze
verdeling onder schuldeisers, omdat bevoorrechte schuldeisers eerst
worden betaald. De ponds-pondsgewijze verdeling wilt zeggen dat de
schuldeisers evenredig betaald worden.
Anterioriteitsbeginsel (art. 3.4 BW) geldt voor zakelijke rechten onderling,
men gaat kijken wie het oudste zakelijke recht heeft, want die gaat voor!!
Het specialiteitsbeginsel (art. 3.8 BW): individualisatie is steeds vereist, je
moet het voorwerp waarop het zakelijk recht (volledig) op rust, altijd kunnen
identificeren.
Zakelijke subrogatie wilt zeggen dat het recht overgaat op het vervangende
goed.
o Het oorspronkelijk object van het zakelijk recht gaat juridisch of materieel
verloren
o Het geldt enkel voor de titularis van het zakelijk recht
o Bijv. een auto met vruchtgebruik (oorspronkelijk een object) – auto
gestolen (verzekeringsuitkering) – het vruchtgebruik gaat men
verplaatsen nr de verzekeringsuitkering.
o Zowel het oorspronkelijke object als het in de plaats tredende object
moeten steeds individualiseerbaar zijn geweest.
o Het is een subsidiaire rechtsfiguur, want het wordt pas gebruikt als er
geen andere oplossing is!
Deel III. Onderverdeling van goederen: algemeen
Alle goederen zijn hetzij roerend, hetzij onroerend (art. 3.46 BW).
Onroerende goed = niet verplaatsbaar (moet je publiceren in een register)
Examen!!!
(vaak zwaarder belast).
Roerend goed = verplaatsbaar (moet nooit worden gepubliceerd) (kan je
makkelijker in beslag nemen) (bijv. computer).
Het belang van het onderscheid ligt in (1) de publiciteit regel: alle onroerende
goederen moeten gepubliceerd worden, roerende goederen niet! en (2) verkrijgende
verjaring regel: eigendom kan worden verkregen door langdurig en onafgebroken
bezit.
Bijzondere categorie van roerende goederen: de registergoederen. Bijv. schepen,
vliegtuigen, treinen,... Hoewel ze roerend zijn, zijn ze onderworpen een hypothecaire
inschrijving, wat hun vergelijkbaar maakt met onroerende goederen.
2