CRIMINALITEIT EN POLITIEK
Kristof Verfaillie, 2025-2026
LES 1: HISTORIEK EN ACHTERGRONDEN
OVERZICHT
Chronologisch overzicht strafrechtelijk beleid in brede zin 1830-1980: inhoudelijke en
vormelijke evoluties
1. Een eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)
2. Transformatie naar een daderbeleid (1875-1945)
3. Een (al te) ambitieus daderbeleid met menselijk gelaat (1945-1980)
STRAFRECHTELIJK BELEID <> CRIMINELE POLITIEK
Strafrechtelijk beleid: keuzes gericht op de werking van de strafrechtsbedeling
o Het proces dat gaat van politieke keuzes tot aan politie, parket,
rechterlijke macht, strafuitvoering
o Geen mogelijkheid om eigen beleid te voeren: men kan geen eigen
keuzes maken
Beleid = actoren toelaten om eigen keuzes te maken
Niet bestaand; OM, procureur, .. kunnen geen beleid voeren, maar
OR moest voor elk soort misdrijf gevorderd worden
Criminele politiek: keuzes gericht op (het optimaliseren van) de reactie op
criminaliteit (en ander afwijkend gedrag)
o De strafrechtsbedeling is maar één instrument in de maatschappelijke
reactie op deviantie
o Die reactie kan andere doelen hebben dan louter bestraffend, repressief of
handhavend (vb. preventie)
o Veel ruimer dan strafrechtelijk beleid
1. EIGEN STRAFWET EN HANDHAVINGSAPPARAAT (1830-1875)
EEN LAND IN DE STEIGERS
Een nieuw land zoekt positie (bescherming veiligheid van de staat) in woelige
sociaaleconomische tijden
o Tegelijkertijd wemelt het er van spionnen en proberen allerlei machten
invloed uit te oefenen
o Zeer turbulente periode met wantrouwen, dynamieken, sociaaleconomisch
slechte toestanden, armoede en schrijnende omstandigheden (waar
handhaving sterk op afgestemd is)
Nieuw land: geen strafwetboek, geen gerechtelijke organisaties, … → Behoud van
Napoleontisch wetboek van strafvordering (1808) en strafrecht (1810): Discussie
over de doodstraf? Straf = reactie op een misdrijf, niet op persoon;
Gevangenisstraf in isolatie m.o.o. morele verbetering (Ducpétiaux) – Strafwetboek
Haus (1867) gebaseerd op 1810 maar minder vergelding (geen lijfstraffen maar
, wel nog doodstraf, verzachtende omstandigheden met grotere discretionaire
ruimte voor strafrechters)
o Aanwezige structuren zijn slechts een kopie van het franse
strafrechtsysteem
ECONOMISCH LIBERALISME, LAISSEZ FAIRE EN NACHTWAKERSTAAT
WETGEVER ALS ACTOR VAN HET STRAFRECHTELIJK BELEID
Reactie op Ancien régime
Discussie over lijfstraffen en doodstraffen: verder doen of niet?
Heersend idee over criminaliteit: morele keuzes die kwaadaardig zijn
Nood aan een formeel kader voor reactie op criminaliteit (misdrijf, straf en
handhaving)
o Een systeem waar de crimineel tot inkeer komt
o In cellulaire regimes, waar ze door afzondering tot morele inkeer kunnen
bekomen
Systeem als reactie op een misdrijf, niet als reactie op de persoon
Fase van het ‘tot inkeer komen’ (en dus de duur dat je in de
gevangenis wordt geplaatst) hangt af van het soort misdrijf dat je
hebt gepleegd
Elke vorm van preventie heeft geen plaats binnen dit systeem
Rol van de overheid: absoluut beperken tot minimum (laisser faire): moeten
enkel ervoor zorgen dat economie draait en spelregels gerespecteerd worden
o Nachtwakerstaat
o Openbare veiligheid, defensie (leger, gendarmerie), burgerwacht,
gemeentepolitie
o Hoofdzakelijk op Franse leest geschoeid systeem; d.w.z. geen
beleidsruimte, geen opsporingsonderzoek en geen opportuniteitsprincipe
(policy implementing en instrumenteel)
Drijvende kracht van het beleid dat wél bestaat = de wetgever
o In een nieuw België is er nood aan een definitie van wat strafbaar is en hoe
ze dat gaan aanpakken
o Minister van Justitie beperkte rol in strafrechtelijk beleid: niemand die het
beleid ontwikkeld en uitrold
DE KLASSIEKE SCHOOL
De wetgever als centrale actor hangt samen met een aantal principes die we belangrijk
vinden
1. Mensen hebben een vrije wil en maken hun eigen rationele keuzes, hoewel ze een
natuurlijke neiging hebben tot het nastreven van eigenbelang en plezier.
2. Mensen hebben bepaalde natuurlijke rechten, waaronder het recht op leven,
vrijheid en eigendom.
3. Overheden zijn er voor en door burgers om deze rechten te beschermen, er is een
sociaal contract tussen degenen die regeren en degenen die geregeerd worden.
, 4. Burgers geven slechts een deel van hun natuurlijke rechten op ten voordele van
de staat die hen moet beschermen tegen het natuurlijke eigenbelang van
individuen.
5. Focus op het duidelijk omschrijven van criminaliteit en de aanpak ervan, d.w.z.
dat wetgevers het proces vastleggen voor het vaststellen van schuld en het
bepalen van de straf.
6. Criminaliteit is een inbreuk op het sociaal contract; daarom is criminaliteit een
morele overtreding tegen de samenleving.
7. Straf is alleen gerechtvaardigd om het sociaal contract te behouden. Het doel van
de straf is afschrikking. Straffen moeten proportioneel zijn.
8. Alle mensen hebben gelijke rechten en moeten gelijk worden behandeld voor de
wet.
Zeer filosofisch, klassiek liberaal model met een centraal moreel homo
economicus denken
Mensbeeld dat bepalend gaat zijn voor de reactie op criminaliteit
2. TRANSFORMATIE NAAR EEN DADERBELEID (1875-1945)
a. Een interventionistische overheid
b. Een beleid van sociaal verweer
c. De uitvoerende macht als actor van strafrechtelijk beleid
EEN INTERVENTIONISTISCHE OVERHEID
1875: aantal nieuwe socio-economische en politieke omwentelingen in Europa terwijl
Europa stilaan vorm begint te krijgen (vb ontstaan van landen als Duitsland, Italië)
Revolutionaire sfeer aanwezig
o Eerste werken Marx
Aanklacht van schrijnende toestanden van onze steden
Levenskwaliteit, maar ook criminaliteit
We zien een evolutie naar een meer interventionistische overheid (!)
Hangt samen met de opkomst van nieuwe mensdenkbeelden
o Ontwikkelingen waarin ook de ontluikende wetenschap (positivisme –
Comte, Darwin, Spencer) een belangrijke rol speelt (vb. de criminele
antropologie en de Franse milieuschool)
o Evolueren naar een deterministisch mensbeeld
Onder het idee dat mensen vrije individuen zijn die zelf kiezen voor
hun gedrag
Ofwel in termen van de homo economicus, ofwel als een morele
kwalificatie (ze kiezen ervoor omdat ze slecht zijn)
Dit leidt tot spanningen leidt met de uitgangspunten van de klassieke school; de
schuldnotie ruimt plaats voor de notie van gevaar. De persoon(lijkheid) van de
delinquent komt centraal te staan.
o Deterministisch = geen verantwoording, geen schuldlozing
o Focus op de dader, niet op de daad
, EEN BELEID VAN SOCIAAL VERWEER
Nieuwe manieren van te denken over daad / straf
Adolphe Prins (1845-1919)
Uitgangspunt: het klassiek strafrecht en de klassieke strafrechtsbedeling
beschikken niet over efficiënte middelen om de massale criminaliteit en
recidivisme van die tijd tegen te gaan
Bij liberale denkers en politici ontstaat het idee van de gevaarsnotie
o Als je weet dat A leidt tot X, krijgen we het idee dat we X kunnen verlijden
o Als mensen de speelbal zijn van invloeden, moeten we iets aan die invloed
doen
o Progressief-liberale visie: de maatschappij heeft het recht zich te verweren
tegen gevaarlijke mensen (gevaarsnotie!).
Er zijn individuen (categorieën van mensen) die niet meer individueel
aansprakelijk kunnen gesteld worden, en dus niet meer kunnen worden gestraft
o Schuld = iets wat gebeurt als je iets gedaan hebt + daarvoor hebt gekozen
o Gevaar = een risico dat iets gaat gebeuren
Omwille van het deterministisch mensbeeld vormt een risico op dat
gevaar al een risico voor de samenleving, ookal is iets nog niet
gebeurd
Omwille van gevaarlijkheid: onderworpen worden aan maatregelen die niet
strafrechtelijk zijn
o bv. landlopers, daklozen, ‘administratieve voogdij voor
minderjarigen/geestesgestoorden’
o Bv. jongeren die zich crimineel gedragen moeten uit het milieu worden
gehaald en onderworpen worden aan opvoedkundige maatregelen
Gevaarnotie -> preventieve maatregelen/ vroegtijdig optreden!
DE UITVOERENDE MACHT ALS BELEIDSACTOR
De uitvoerende macht (ministers) wordt steeds belangrijker als actor in een
strafrechtelijk beleid
Wanneer de aanpak van criminaliteit aandacht krijgt voor omgevingsfactoren en
voor de persoonlijkheid van de dader, ontstaat de notie “preventie” en bijgevolg
de mogelijke betrokkenheid van andere beleidsdomeinen bij het strafrechtelijk
beleid (zie ook sociale wetgeving).
Risico op een heel erg instrumenteel gebruik van het strafrecht waarbij regels en
handhaving worden ingezet in functie van de politieke objectieven van de
overheid die het op dat moment voor het zeggen heeft. De notie gevaarlijkheid
laat potentieel een verregaande interventie toe van de overheid in het leven van
burgers.
o Schrijnende omstandigheden zorgt voor ontstaan van nieuwe politieke
krachten (vb socialistische partij) → politiek turbulent klimaat waarin het
idee van gevaar ingezet wordt tegen politieke tegenstanders , zo dat het
strafrecht daarvoor ingezet kan worden
3. EEN (AL TE) AMBITIEUS DADERBELEID MET MENSELIJK GELAAT (1945-
80)
a. Alles wordt beter, voor iedereen!
Kristof Verfaillie, 2025-2026
LES 1: HISTORIEK EN ACHTERGRONDEN
OVERZICHT
Chronologisch overzicht strafrechtelijk beleid in brede zin 1830-1980: inhoudelijke en
vormelijke evoluties
1. Een eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)
2. Transformatie naar een daderbeleid (1875-1945)
3. Een (al te) ambitieus daderbeleid met menselijk gelaat (1945-1980)
STRAFRECHTELIJK BELEID <> CRIMINELE POLITIEK
Strafrechtelijk beleid: keuzes gericht op de werking van de strafrechtsbedeling
o Het proces dat gaat van politieke keuzes tot aan politie, parket,
rechterlijke macht, strafuitvoering
o Geen mogelijkheid om eigen beleid te voeren: men kan geen eigen
keuzes maken
Beleid = actoren toelaten om eigen keuzes te maken
Niet bestaand; OM, procureur, .. kunnen geen beleid voeren, maar
OR moest voor elk soort misdrijf gevorderd worden
Criminele politiek: keuzes gericht op (het optimaliseren van) de reactie op
criminaliteit (en ander afwijkend gedrag)
o De strafrechtsbedeling is maar één instrument in de maatschappelijke
reactie op deviantie
o Die reactie kan andere doelen hebben dan louter bestraffend, repressief of
handhavend (vb. preventie)
o Veel ruimer dan strafrechtelijk beleid
1. EIGEN STRAFWET EN HANDHAVINGSAPPARAAT (1830-1875)
EEN LAND IN DE STEIGERS
Een nieuw land zoekt positie (bescherming veiligheid van de staat) in woelige
sociaaleconomische tijden
o Tegelijkertijd wemelt het er van spionnen en proberen allerlei machten
invloed uit te oefenen
o Zeer turbulente periode met wantrouwen, dynamieken, sociaaleconomisch
slechte toestanden, armoede en schrijnende omstandigheden (waar
handhaving sterk op afgestemd is)
Nieuw land: geen strafwetboek, geen gerechtelijke organisaties, … → Behoud van
Napoleontisch wetboek van strafvordering (1808) en strafrecht (1810): Discussie
over de doodstraf? Straf = reactie op een misdrijf, niet op persoon;
Gevangenisstraf in isolatie m.o.o. morele verbetering (Ducpétiaux) – Strafwetboek
Haus (1867) gebaseerd op 1810 maar minder vergelding (geen lijfstraffen maar
, wel nog doodstraf, verzachtende omstandigheden met grotere discretionaire
ruimte voor strafrechters)
o Aanwezige structuren zijn slechts een kopie van het franse
strafrechtsysteem
ECONOMISCH LIBERALISME, LAISSEZ FAIRE EN NACHTWAKERSTAAT
WETGEVER ALS ACTOR VAN HET STRAFRECHTELIJK BELEID
Reactie op Ancien régime
Discussie over lijfstraffen en doodstraffen: verder doen of niet?
Heersend idee over criminaliteit: morele keuzes die kwaadaardig zijn
Nood aan een formeel kader voor reactie op criminaliteit (misdrijf, straf en
handhaving)
o Een systeem waar de crimineel tot inkeer komt
o In cellulaire regimes, waar ze door afzondering tot morele inkeer kunnen
bekomen
Systeem als reactie op een misdrijf, niet als reactie op de persoon
Fase van het ‘tot inkeer komen’ (en dus de duur dat je in de
gevangenis wordt geplaatst) hangt af van het soort misdrijf dat je
hebt gepleegd
Elke vorm van preventie heeft geen plaats binnen dit systeem
Rol van de overheid: absoluut beperken tot minimum (laisser faire): moeten
enkel ervoor zorgen dat economie draait en spelregels gerespecteerd worden
o Nachtwakerstaat
o Openbare veiligheid, defensie (leger, gendarmerie), burgerwacht,
gemeentepolitie
o Hoofdzakelijk op Franse leest geschoeid systeem; d.w.z. geen
beleidsruimte, geen opsporingsonderzoek en geen opportuniteitsprincipe
(policy implementing en instrumenteel)
Drijvende kracht van het beleid dat wél bestaat = de wetgever
o In een nieuw België is er nood aan een definitie van wat strafbaar is en hoe
ze dat gaan aanpakken
o Minister van Justitie beperkte rol in strafrechtelijk beleid: niemand die het
beleid ontwikkeld en uitrold
DE KLASSIEKE SCHOOL
De wetgever als centrale actor hangt samen met een aantal principes die we belangrijk
vinden
1. Mensen hebben een vrije wil en maken hun eigen rationele keuzes, hoewel ze een
natuurlijke neiging hebben tot het nastreven van eigenbelang en plezier.
2. Mensen hebben bepaalde natuurlijke rechten, waaronder het recht op leven,
vrijheid en eigendom.
3. Overheden zijn er voor en door burgers om deze rechten te beschermen, er is een
sociaal contract tussen degenen die regeren en degenen die geregeerd worden.
, 4. Burgers geven slechts een deel van hun natuurlijke rechten op ten voordele van
de staat die hen moet beschermen tegen het natuurlijke eigenbelang van
individuen.
5. Focus op het duidelijk omschrijven van criminaliteit en de aanpak ervan, d.w.z.
dat wetgevers het proces vastleggen voor het vaststellen van schuld en het
bepalen van de straf.
6. Criminaliteit is een inbreuk op het sociaal contract; daarom is criminaliteit een
morele overtreding tegen de samenleving.
7. Straf is alleen gerechtvaardigd om het sociaal contract te behouden. Het doel van
de straf is afschrikking. Straffen moeten proportioneel zijn.
8. Alle mensen hebben gelijke rechten en moeten gelijk worden behandeld voor de
wet.
Zeer filosofisch, klassiek liberaal model met een centraal moreel homo
economicus denken
Mensbeeld dat bepalend gaat zijn voor de reactie op criminaliteit
2. TRANSFORMATIE NAAR EEN DADERBELEID (1875-1945)
a. Een interventionistische overheid
b. Een beleid van sociaal verweer
c. De uitvoerende macht als actor van strafrechtelijk beleid
EEN INTERVENTIONISTISCHE OVERHEID
1875: aantal nieuwe socio-economische en politieke omwentelingen in Europa terwijl
Europa stilaan vorm begint te krijgen (vb ontstaan van landen als Duitsland, Italië)
Revolutionaire sfeer aanwezig
o Eerste werken Marx
Aanklacht van schrijnende toestanden van onze steden
Levenskwaliteit, maar ook criminaliteit
We zien een evolutie naar een meer interventionistische overheid (!)
Hangt samen met de opkomst van nieuwe mensdenkbeelden
o Ontwikkelingen waarin ook de ontluikende wetenschap (positivisme –
Comte, Darwin, Spencer) een belangrijke rol speelt (vb. de criminele
antropologie en de Franse milieuschool)
o Evolueren naar een deterministisch mensbeeld
Onder het idee dat mensen vrije individuen zijn die zelf kiezen voor
hun gedrag
Ofwel in termen van de homo economicus, ofwel als een morele
kwalificatie (ze kiezen ervoor omdat ze slecht zijn)
Dit leidt tot spanningen leidt met de uitgangspunten van de klassieke school; de
schuldnotie ruimt plaats voor de notie van gevaar. De persoon(lijkheid) van de
delinquent komt centraal te staan.
o Deterministisch = geen verantwoording, geen schuldlozing
o Focus op de dader, niet op de daad
, EEN BELEID VAN SOCIAAL VERWEER
Nieuwe manieren van te denken over daad / straf
Adolphe Prins (1845-1919)
Uitgangspunt: het klassiek strafrecht en de klassieke strafrechtsbedeling
beschikken niet over efficiënte middelen om de massale criminaliteit en
recidivisme van die tijd tegen te gaan
Bij liberale denkers en politici ontstaat het idee van de gevaarsnotie
o Als je weet dat A leidt tot X, krijgen we het idee dat we X kunnen verlijden
o Als mensen de speelbal zijn van invloeden, moeten we iets aan die invloed
doen
o Progressief-liberale visie: de maatschappij heeft het recht zich te verweren
tegen gevaarlijke mensen (gevaarsnotie!).
Er zijn individuen (categorieën van mensen) die niet meer individueel
aansprakelijk kunnen gesteld worden, en dus niet meer kunnen worden gestraft
o Schuld = iets wat gebeurt als je iets gedaan hebt + daarvoor hebt gekozen
o Gevaar = een risico dat iets gaat gebeuren
Omwille van het deterministisch mensbeeld vormt een risico op dat
gevaar al een risico voor de samenleving, ookal is iets nog niet
gebeurd
Omwille van gevaarlijkheid: onderworpen worden aan maatregelen die niet
strafrechtelijk zijn
o bv. landlopers, daklozen, ‘administratieve voogdij voor
minderjarigen/geestesgestoorden’
o Bv. jongeren die zich crimineel gedragen moeten uit het milieu worden
gehaald en onderworpen worden aan opvoedkundige maatregelen
Gevaarnotie -> preventieve maatregelen/ vroegtijdig optreden!
DE UITVOERENDE MACHT ALS BELEIDSACTOR
De uitvoerende macht (ministers) wordt steeds belangrijker als actor in een
strafrechtelijk beleid
Wanneer de aanpak van criminaliteit aandacht krijgt voor omgevingsfactoren en
voor de persoonlijkheid van de dader, ontstaat de notie “preventie” en bijgevolg
de mogelijke betrokkenheid van andere beleidsdomeinen bij het strafrechtelijk
beleid (zie ook sociale wetgeving).
Risico op een heel erg instrumenteel gebruik van het strafrecht waarbij regels en
handhaving worden ingezet in functie van de politieke objectieven van de
overheid die het op dat moment voor het zeggen heeft. De notie gevaarlijkheid
laat potentieel een verregaande interventie toe van de overheid in het leven van
burgers.
o Schrijnende omstandigheden zorgt voor ontstaan van nieuwe politieke
krachten (vb socialistische partij) → politiek turbulent klimaat waarin het
idee van gevaar ingezet wordt tegen politieke tegenstanders , zo dat het
strafrecht daarvoor ingezet kan worden
3. EEN (AL TE) AMBITIEUS DADERBELEID MET MENSELIJK GELAAT (1945-
80)
a. Alles wordt beter, voor iedereen!