OVER ONDERWIJS
Inzichten, praktijken en kritieken
Jannick Demanet, Mieke Van Houtte & Marc Vermeulen (Red.)
,Hoofdstuk 1: Onderwijs als ordevraagstuk
1.2 SOCIALE ORGANISATIE VAN LEREN
Sociologen spreken liever over ‘de sociale organisatie van leren’ omdat:
- Bij het woord onderwijs denken we al snel aan scholen en diploma's, maar dat is slechts één
manier waarop een samenleving ervoor zorgt dat nieuwkomers, zoals kinderen en migranten,
kennis en vaardigheden ontwikkelen.
- de manier waarop een samenleving het leren organiseert hangt altijd samen met bredere
maatschappelijke ontwikkelingen.
De sociale organisatie van leren is nooit los te zien van de bredere economische en maatschappelijke
context waarin ze ontstaat. Historisch onderzoek toont aan dat ze sterk verwant is aan wat sociologen
de dominante economische productiemodus noemen: de organiserende principes die op een gegeven
moment bepalen hoe goederen en diensten worden voortgebracht.
De eerste grote omslag was de industriële revolutie. Ambachtelijke werkplaatsen maakten plaats voor
fabrieken. Efficiëntie werd het hoogste goed: productieprocessen werden opgesplitst in afzonderlijke,
herhaalbare stappen (vb: de lopende band) zodat grote hoeveelheden goederen tegen lage kosten
konden worden geproduceerd. Door massaproductie werden producten onderling (bijna) identiek. Dit
denken in termen van input, proces en output werd zo dominant dat het zich verspreidde naar vrijwel
alle domeinen van de samenleving en dus ook naar het onderwijs.
Na de industriële revolutie volgde een tweede omslag: de verschuiving naar een diensteneconomie.
Waar fabrieken draaien op standaardisering, vereisen diensten iets anders, namelijk het inspelen op
de specifieke wensen van individuele klanten. Tegelijk zette een langdurige trend van individualisering
door: mensen wilden steeds meer zelf kunnen kiezen. De oude organisatieprincipes van
massaproductie begonnen te wringen.
Dat leidde tot een derde fase: de opkomst van massa-maatwerk. De uitdaging werd: hoe lever je
maatwerk op de schaal en met de efficiëntie van massaproductie? Het antwoord lag in het modulair
opbouwen van producten en diensten zoals een zorgverzekering die uit standaardonderdelen op maat
wordt samengesteld. Ook in het onderwijs dook dit principe op, in de vorm van gepersonaliseerd leren,
modulaire opleidingen en onderwijs-op-maat.
Inmiddels tekent zich een vierde verschuiving af: die naar een kenniseconomie. Niet de productie van
goederen of de levering van standaarddiensten, maar het creëren, delen en toepassen van kennis staat
centraal. Dit vraagt om andere vaardigheden dan vorige tijdperken: kritisch denken, samenwerken, en
het vermogen om te blijven leren. Ook die verschuiving laat haar sporen na in de sociale organisatie
van leren. De discussie over wat scholen precies moeten bijbrengen, is nog lang niet beslecht.
VIER SOCIALE ORDES
Een sociale organisatie van leren moet antwoord geven op drie grote vragen:
- wat moet er worden onderwezen (het curriculum)
- hoe moet dat worden gedaan (de inrichting van het onderwijsproces)
- en voor wie is welke vorm van leren (selectie en onderwijskansen).
,Daarnaast is er een vierde, meest sociologische vraag: wie of wat bepaalt de antwoorden op die drie
vragen. Dit is het vraagstuk van governance. Bij governance gaat het om de manier waarop belangen
en opvattingen van verschillende groepen mensen via rollen en regels op elkaar worden afgestemd.
De sociale orde definieert de aard van de sociale relaties tussen mensen. Wat binnen de ene sociale
orde gepast en wenselijk is, kan binnen andere sociale orde juist ongepast en onwenselijk zijn. Er zijn
vier fundamentele sociale ordes: Overheid, Markt, Organisatie en Primaire sociale orde (pso). Samen
vormen ze het zogenoemde OMOP-model.
Geconstrueerd Spontaan
Overheid Markt
Algemeen gezag Onpersoonlijk o.b.v. ruil
Organisatie Primaire sociale orde (pso)
Specifiek gezag Persoonlijk
In een primaire sociale orde zijn relaties persoonlijk en affectief (zoals gezinnen en hechte
vriendengroepen). Deze orde ontwikkelt vaak eigen impliciete gedragsregels. De markt draait juist om
onpersoonlijke ruilrelaties, waarbij vraag en aanbod via het prijsmechanisme op elkaar worden
afgestemd. De overheid is een geconstrueerde orde die anoniem en algemeen gezag uitoefent. Daar
gelden de regels voor iedereen, zonder aanzien des persoons. De hulp die je via de overheid krijgt, is
niet afhankelijk van persoonlijke vriendschap of ruilhandel. De relatie is niet vrijwillig. Je kan je niet
onttrekken aan het algemene gezag. De sociale orde van de organisatie lijkt op de overheid, maar het
gezag is specifieker en de deelname is vrijwillig. Je kan ontslag nemen of krijgen.
CONSTELLATIES VAN SOCIALE ORDES
In de middeleeuwen waren de relaties tussen mensen langdurig, multifunctioneel en wederkerig. In de
afgelopen eeuw werden meer en meer taken die vroeger bij pso zaten nu overgenomen door grote
organisaties. De verschuiving naar een meer geconstrueerde samenleving gaat ten koste van het sociaal
kapitaal.
In de praktijk werken meerdere sociale ordes tegelijkertijd in op dezelfde situatie. Zo functioneert een
professionele leergemeenschap van leraren het best als ze kenmerken heeft van een pso, met echte
samenwerking en een gevoel van erbij horen. Maar ze opereert tegelijk binnen de context van een
organisatie. Schoolbesturen kunnen de voorwaarden scheppen, maar ze kunnen niet afdwingen dat
leraren daadwerkelijk als gemeenschap gaan functioneren. Het samenspel tussen sociale ordes bepaalt
uiteindelijk hoe de sociale organisatie van leren eruitziet.
EEN SOCIOLOGISCHE BRIL: SOCIALE ORGANISATIE VAN LEREN EN SOCIALE ORDES
De sociologische bril combineert de vier sociale ordes met de specifieke vorm die een sociale
organisatie van leren aanneemt. Het samenspel tussen sociale ordes geeft antwoord op de governance-
vraag: wie of wat bepaalt de antwoorden op vraagstukken rond het curriculum, de inrichting van het
onderwijs, en selectie en de verdeling van onderwijskansen?
, Dat samenspel verandert door de tijd en verschilt tussen landen en landsdelen. In de middeleeuwen
was de overheid nog nauwelijks ontwikkeld. In die tijd draaide het in samenlevingen om de primaire
sociale orde, een spontane orde. Dat vond zijn weerslag in de sociale organisatie van leren: zonen
leerden van hun vaders, dochters van hun moeders, en rond ambachten ontstonden gilden. Binnen de
gilden waren arbeid, onderwijs en sociale zekerheid met elkaar vervlochten. De pso drukte zo een grote
stempel op de sociale organisatie van leren in de middeleeuwen.
De industriële revolutie bracht daar verandering in. Door de massaproductie en de groeiende noodzaak
dat de hele bevolking kon lezen en schrijven, kwamen de geconstrueerde ordes van organisatie en
overheid veel dominanter te staan in de sociale organisatie van leren. De overheid nam het curriculum
steeds meer in handen, en onderwijs werd gezien als een nationaal belang. Sociologen stellen aan de
hand van deze bril drie samenhangende vragen:
1) hoe hangt het relatieve belang van sociale ordes samen met maatschappelijke ontwikkelingen
2) hoe beïnvloedt de combinatie van sociale ordes de sociale organisatie van leren
3) hoe werken sociale ordes op elkaar in?
1.3 TERUGKIJKEN: MARKT EN OVERHEID
MAATSCHAPPELIJKE CONTEXT
Na de Tweede Wereldoorlog groeide de rol van de overheid sterk. Er werd een uitgebreide
verzorgingsstaat opgebouwd, met sociale vangnetten voor ziekte, werkloosheid en ouderdom. Rond
de jaren tachtig nam de kritiek op de overheid toe. Oliecrises hadden geleid tot recessie en
bezuinigingen, terwijl individualisering en culturele diversiteit de behoefte aan maatwerk vergrootten,
iets waar de overheid structureel minder goed in is. De blik verschoof naar de markt. Dit gedachtegoed
kreeg namen als Reaganisme en Thatcherisme, en verspreidde zich wereldwijd onder het motto: markt
waar het kan, overheid waar het moet.
OVERHEID, MARKT EN DE SOCIALE ORGANISATIE VAN LEREN
Overheid en markt
De overheid is een geconstrueerde orde en beschikt over drie instrumenten: financieren, verschaffen
en reguleren. De Vlaamse overheid oefent vooral via financiering en regulering invloed uit op het
onderwijs.
De markt is een sociale orde en werkt via
- concurrentie tussen aanbieders
- vrije keuze voor consumenten
- het prijsmechanisme.
Het marktmechanisme zoekt steeds een evenwicht tussen vraag en aanbod door middel van stijgende
of dalende prijzen. De concurrentie tussen aanbieders bepaalt hoe er geproduceert wordt. Het
prijsmechanisme vormt de koppeling tussen wat mensen willen en wat de samenleving produceert.
Het mechanisme zoekt steeds naar evenwicht, zonder ingrijpen van buitenaf. Hierdoor is het
marktmechanisme uiterst dynamisch.
Minder overheid, meer markt
Als een overheid meer ruimte wil bieden aan de markt, kan ze:
- privatiseren: een deel van het onderwijs wordt direct door consumenten of bedrijven betaald.
- Uitbesteden: ze draagt wel de kosten, maar verschaft niet zelf het product of dienst.