DIDACTIEK WERO
WELKE ELEMENTEN HEB JE NODIG VOOR EEN GOEDE WERO-LES?
ENKELE GRONDPRINCIPES VAN GOED NATUURONDERWIJS
NATUURONDERWIJS MOET KANSEN BIEDEN TOT VERWONDERING EN BEWONDERING
Kinderen hebben een spontane belangstelling voor, zijn heel snel verwonderd over heel wat
zaken
Door verwondering op te wekken en tot bewondering te komen, kom je tot beleving!
Jij creëert kansen tot verwondering en bewondering:
o Stel gerichte vragen
Wat zie je?
Wees eens stil, heb je het ook gehoord?
…
o Vertel zelf niet eerst over datgene wat te zien valt. Laat de kinderen zoeken en ontdekken
o Probeer een dialoog te krijgen.
Praat niet te veel
Geef de kinderen de kans om zelf vragen te stellen en antwoorden te bedenken
Pak niet (te veel) met je kennis uit
Let op: wat volwassenen mooi/vies vinden, zullen kinderen ook mooi/vies vinden (= imitatie)
DE WERKELIJKHEID MOET ALS UITGANGSPUNT GENOMEN WORDEN
Beste manier is de directe waarneming betere begripsvorming. Indien dit niet mogelijk is, zorg
je telkens voor een alternatief: video of film
Waarnemen is niet alleen zien, alle zintuigen zoveel mogelijk betrekken. En aandacht voor kleine
als grote dingen
o Vb. les rond ‘de ananas’?
Voelen, proeven, ruiken, intensief kijken
DE KINDEREN MOETEN BIJ NATUURONDERWIJS ACTIEF ZIJN
Kinderen moeten zelf waarnemen, zelf experimenteren en zelf denken
Zoveel mogelijk zintuigen gebruiken
Nadien, waarnemingen vergelijken, ordenen, bespreken,…
Actief betrekken:
o Ga met een groep over een sloot en help elkaar
o Je komt aan een hek en je laat er eerst iedereen overheen kruipen. Als laatste doe je het
hek open en je loopt er gewoon door
NATUURONDERWIJS MOET KINDEREN AANSPOREN OM VERANTWOORDELIJK OM TE GAAN
MET MENS, DIER EN OMGEVING
Verantwoordelijkheid voor mens, dier en omgeving
o Ga zelf liggen om iets te bekijken
o Loop vooraan als je je met de groep een weg baant doorheen de prikplanten
,NATUURONDERWIJS MAG GEEN VAK APART ZIJN
Bijvoorbeeld. Inhouden uit het rekenonderwijs tijdens een slootonderzoek integreren
ELKE LES MOET DE 3 H’S BEVATTEN
HOOFD
Hoe werkt de natuur?
Welke functies heeft de natuur?
o Natuur als bron
o Holistische visie
o Esthetische en ethische waarden
Hoe komt het dat de natuur is zoals ze is?
o Wetenschappelijk leren denken
Begripsontwikkeling!
HART
Zorgzaamheid
o Respect voor natuur
o Hoe zich gedragen
Betrokkenheid
Verantwoordelijkheid
Verwondering
Vormingsaspecten!
HANDEN
Het leren van zorgvaardigheid
Het gericht leren waarnemen met alle zintuigen
Het gericht leren onderzoeken (vanuit onderzoeksvragen)
Het leren omgaan met materialen
Het leren discussiëren, keuzes leren maken, samenwerken
Onderzoeksvaardigheden!
VERWERVEN MET OUTDOOR EDUCATION
Defoor L. Oriënteren op natuur Pagina 2 van 88
,ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE EN NATUURONDERWIJS
KLEUTERKLAS
Geen duidelijk onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid (egocentrisme)
o Wat ik leuk vind, zal die poes ook wel leuk vinden
Animisme = natuur krijgt menselijke kenmerken
o Slappe bloem, de bloem is verdrietig
Motorisch ingesteld
o Spelen
o Ontdekken met de handen
Vooral waarnemen, vele prikkels opdoen
EERSTE GRAAD
Onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid (afname egocentrisme)
Basis causale redenering
o Als ik geen water geef, gaat de plant dood
Spelen in de natuur krijgt een meer sociale functie
o Natuurspel met reglement
o Vooral gericht op spel
Zoek het niet te ver om hen iets te laten ontdekken
o Sluit een buitenpracticum af met een verrassing, een wedstrijdje, een spel of een schat
die gevonden wordt
TWEEDE GRAAD
De werkelijkheid primeert
Sociale ontwikkeling groeit verder
o Groepswerk
o Verantwoordelijkheid
o Zorg dragen voor de natuur
Natuur als gebruiksnatuur:
o Zaken voor de natuur maken en van de natuur gebruiken
DERDE GRAAD
Willen gehoord worden (mini-volwassenen)
o In actie komen
Sociale en morele ontwikkeling breidt uit
o Nadenken over wat er zal gebeuren
o Verantwoordelijkheid, milieuproblematiek, discussiëren
Onderzoeken in binnen- (experimenten) of in buitenpracticum (zwerftochten met veldwerk- en
observatieopdrachten)
Defoor L. Oriënteren op natuur Pagina 3 van 88
, 5-STAPPEN VAN EEN WERO-LES
Didactiek WERO-didactiek
Inleiding Introductie
Vrije exploratie
Midden Onderzoeksfase
Rapportagefase
Slot Verankering in een breder perspectief: verdieping/engagement
INTRODUCTIE
Nieuwsgierigheid prikkelen (vanuit hun leefwereld,…)
Nieuwsgierigheid voor het onderwerp opwekken
Concentratie opwekken
Herhalen wat reeds gebeurd is
(VRIJE) EXPLORATIE
Zicht krijgen op wat kinderen reeds weten en nog willen weten over het onderwerp van de les
o Polsen naar de problemen binnen dit onderwerp
ONDERZOEKSFASE
Doelgericht op zoek gaan naar de antwoorden
o OLG
o Aanschouwelijk werken
o Opzoekwerk
o Groepswerk
RAPPORTAGE
Klassikaal verwerken van de vragen uit de onderzoeksfase
VERANKERING IN EEN BREDER PERSPECTIEF: VERDIEPING/ENGAGEMENT
Inzichten uitbreiden
o Verbreden en verdiepen
Niet-beantwoorde vragen uit vrije exploratie oplossen
Actief afsluiten
Gericht op hun engagement
Defoor L. Oriënteren op natuur Pagina 4 van 88