Studieoverzicht — HOC's & WPO's
Examen: 15 vragen HOC + 5 vragen WPO = 20 MC vragen (10 punten)
1
,DEEL 1 — HOC: THEORETICI (15 examenvragen)
Inleiding
WAT IS PERSOONLIJKHEID?
Een patroon van relatief permanente karaktertrekken (traits) en unieke kenmerken die zowel voor
consistentie als individualiteit zorgen in het gedrag van een persoon.
6 DIMENSIES OM THEORETICI TE VERGELIJKEN
Determinisme Alles is al bepaald ↔ Vrije keuze
Pessimisme Negatief ↔ Optimisme: groei is mogelijk
Causaliteit Gedrag verklaren via verleden ↔ Teleologie: via toekomstige doelen
Onbewust Onbewuste processen centraal ↔ Bewuste motivatie
Biologie Biologische/genetische basis ↔ Sociale/culturele invloeden
Uniek Iedereen is uniek ↔ Similariteit: universele kenmerken
CRITERIA VOOR EEN ZINVOLLE THEORIE
• Genereert onderzoek
• Is falsifieerbaar
• Organiseert gekende data
• Leidt het handelen (praktisch bruikbaar)
• Is intern consistent
• Is spaarzaam (zo eenvoudig mogelijk)
2
, Sigmund Freud
Psychodynamisch • 1856–1939
Kern: onbewuste seksuele en agressieve driften sturen gedrag via een voortdurende strijd tussen id,
ego en superego.
3 Structuren van de geest
ID Plezierprincipe • onmiddellijk • onbewust • primitief
EGO Realiteitsprincipe • bemiddelt • rationeel • ENIGE die angst ervaart
Idealistisch principe • geweten + ego-ideaal • normen & waarden van
SUPEREGO
ouders/maatschappij
METAFOOR
Id = kranen open | Superego = kranen dicht | Ego = zoekt tussenoplossing
2 DRIFTEN
Eros/Libido Seksuele drift — plezier, sensueel genot, ook vrijetijdsbesteding, kunst…
Thanatos Agressieve/destructieve drift — vernietiging, zelfbeschadiging, verslaving
3 SOORTEN ANGST (ENKEL EGO ERVAART ANGST)
Neurotisch (id↔ego) · Moreel (superego↔ego) · Realistisch (externe wereld)
8 Verdedigingsmechanismen (werken onbewust)
Onderdrukt ervaringen/impulsen naar het onbewuste. Speelt een rol bij ALLE andere
Repressie ★ basis
mechanismen!
Tegengesteld gedrag stellen aan wat je voelt. Bv: seksuele gevoelens voor leraar →
Reactieformatie
vijandig gedrag
Verplaatsing Gevoelens op ander persoon/object richten. Bv: baas frustreert je → thuis ontploffen
Fixatie Blijven hangen in een ontwikkelingsstadium door te veel angst voor de volgende stap
Regressie Terug infantiel gedrag stellen. Bv: kind plaatst bed na trauma
Projectie Eigen onaanvaardbare gevoelens zien bij anderen. Extreme vorm = paranoia
Positieve eigenschappen van anderen incorporeren. Typisch bij tieners die helden
Introjectie
bewonderen
Sublimatie ★ Agressieve/seksuele impulsen omzetten naar sociaal waardevolle activiteiten. ENIGE
sociaal met sociale waarde!
3