Thema verstedelijking en ruimtelijke ordening
Uiteenlopende leefomgeving, omtrent woonplaats
- Morfologie: Lintbebouwing en
bebouwde kern: geconcentreerde bewoning <-> verspreide bewoning: erbuiten
-factoren:
grootte (inw. of opp.)
ligging (‘kernen’ die ver of dicht van elkaar liggen)
aard en uitzicht (eengezins-, appartements-, eenvoudige woning)
bevolking (oud/jong)
omgeving (schoon, groen, rommelig)
functie v kern (industrie, handel, wonen, recreatie, onderwijs, zorgsector, weiland,
akkerland, natuur, bos, duinen, heide,… )
voorzieningen (bakker, sporthal, horeca, cultuur)
verkeer (evt. openbaar vervoer)
Morfologische structuur
= het voorkomen van bebouwing (opp., verkeer, industrie) zichtbaar in het landschap.
Bodemgebruikskaarten voor het belang v.d. bebouwing alsook de ruimtelijke verschillen.
Bebouwde perceel: opp. bouw/ totale opp., inclusief tuinen.
Plattelands bebouwde kern Verstedelijkte bk Stedelijke bk
Klein bevolkingsaantal Tussenvorm naar Groot bevolkingsaantal
Klein opp. #inwoners, opp. Met klein Veel interne
centrum. verschillen/functies
-handelswijken,
woonwijken, oudere of
nieuwere staat.
Met extra onderverdeling:
Kleine-regionale-grote stad
Stijging aandeel bebouwde opp. België oorzaken:
- Stijgende bevolking OOSTKANT > WESTKANT
- Meer kleinere huishoudens REGIONALE VERSCHILLEN
Singles, echtscheidingen VLAANDEREN >>> WALLONIË
- Grotere huizen met tuin
- Vergrijzing
Woningtype: gesloten, halfopen, open bebouwing, appartement
Functionele uitrusting
-woonfunctie, handelsfunctie, dienstenfunctie: dienstverlening (bevolking maakt gebruik),
tewerkstellingsfunctie (zoals fabrieken en kantoren)
-hiërarchie van kernen
Hoe groter de kern, hoe meer functies
-Een stad heeft invloed op haar omgeving: verzorgingsgebied of invloedssfeer.
Uiteenlopende leefomgeving, omtrent woonplaats
- Morfologie: Lintbebouwing en
bebouwde kern: geconcentreerde bewoning <-> verspreide bewoning: erbuiten
-factoren:
grootte (inw. of opp.)
ligging (‘kernen’ die ver of dicht van elkaar liggen)
aard en uitzicht (eengezins-, appartements-, eenvoudige woning)
bevolking (oud/jong)
omgeving (schoon, groen, rommelig)
functie v kern (industrie, handel, wonen, recreatie, onderwijs, zorgsector, weiland,
akkerland, natuur, bos, duinen, heide,… )
voorzieningen (bakker, sporthal, horeca, cultuur)
verkeer (evt. openbaar vervoer)
Morfologische structuur
= het voorkomen van bebouwing (opp., verkeer, industrie) zichtbaar in het landschap.
Bodemgebruikskaarten voor het belang v.d. bebouwing alsook de ruimtelijke verschillen.
Bebouwde perceel: opp. bouw/ totale opp., inclusief tuinen.
Plattelands bebouwde kern Verstedelijkte bk Stedelijke bk
Klein bevolkingsaantal Tussenvorm naar Groot bevolkingsaantal
Klein opp. #inwoners, opp. Met klein Veel interne
centrum. verschillen/functies
-handelswijken,
woonwijken, oudere of
nieuwere staat.
Met extra onderverdeling:
Kleine-regionale-grote stad
Stijging aandeel bebouwde opp. België oorzaken:
- Stijgende bevolking OOSTKANT > WESTKANT
- Meer kleinere huishoudens REGIONALE VERSCHILLEN
Singles, echtscheidingen VLAANDEREN >>> WALLONIË
- Grotere huizen met tuin
- Vergrijzing
Woningtype: gesloten, halfopen, open bebouwing, appartement
Functionele uitrusting
-woonfunctie, handelsfunctie, dienstenfunctie: dienstverlening (bevolking maakt gebruik),
tewerkstellingsfunctie (zoals fabrieken en kantoren)
-hiërarchie van kernen
Hoe groter de kern, hoe meer functies
-Een stad heeft invloed op haar omgeving: verzorgingsgebied of invloedssfeer.