Thema: rechten voor personen met een handicap
Het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
De Verenigde Naties keurden het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap goed.
Belgie ondertekende het gedrag in 2009.
Door dit verdrag verbinden partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat personen met een handicap hun
rechten op voet van gelijkheid met alle andere burgers kunnen uitoefenen.
• Idee: Niet de handicap vormt het probleem, wel de onaangepastheid van de maatschappij
aan de noden van personen met een handicap, waardoor zij hun grondrechten niet
kunnen doen gelden.
• Bedoeling: wegwerken van belemmeringen voor personen met een handicap op vlak van
onderwijs, werkgelegenheid, vervoer, infrastructuur…
Eigen definitie van personen met handicap: personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of
zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten
volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving
Deel 1: Rechten op het vlak van tewerkstelling
1. Evolutie
In 1990 werd het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een handicap opgericht. In 2006
werd het omgevormd tot het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).
Hierdoor werd de concrete uitvoering van de specifieke opleidings-en tewerkstellingsmaatregelen
voor personen met een handicap overgedragen van het VAPH naar de VDAB.
De erkenning van een handicap door het VAPH is wel nog steeds een mogelijke manier om in
aanmerking te komen voor de maatregelen die worden toegekend door de VDAB.
2. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap
De missie: de bevordering van de maatschappelijke integratie en de participatie aan de samenleving van
personen met een handicap door ondersteuning te verlenen waardoor ze hun autonomie en kwaliteit van leven
kunnen optimaliseren.
Uitgangspunten: het zelfbeschikkingsrecht, de keuzevrijheid, de mogelijkheden en de ervaringsdeskundigheid
van de persoon met een handicap en zijn leefomgeving.
De kerntaken van het VAPH zijn;
1) de organisatie van de ondersteuning van personen met een handicap en van de leefomgeving waarin zij
verblijven
2) het specificeren van de criteria met het oog op de afbakening van de doelgroep van personen met een
handicap, het organiseren van de indicatiestelling en van de toewijzing
3) de toeleiding van meerderjarige personen met een handicap naar niet-rechtstreeks toegankelijke zorg
en ondersteuning
De ondersteuning van het VAPH kan op 2 manieren gebeuren;
a) Individuele tussenkomsten
• personen met een handicap kunnen tussenkomsten krijgen voor allerlei aanpassingen (aan de
woning, aan een auto) en hulpmiddelen die de sociale integratie verhogen
• meerderjarige personen met een handicap kunnen een persoonsvolgend budget krijgen
waarmee zij hun zorg zelf kunnen organiseren
• minderjarige personen kunnen een persoonlijk assistentiebudget krijgen
b) Voorzieningen
Het VAPH erkent en subsidieert tal van instellingen en diensten o.a.. Multifunctionele centra, dienst
thuisbegeleiding, dienst ondersteuningsplan,…
,Op het vlak van tewerkstelling ligt de ondersteuning dus niet bij het VAPH maar wel bij de VDAB.
3. Het arbeidsmarktbeleid ten aanzien van mensen met een handicap
Er is sturing van het arbeidsmarktgebeuren door de overheid. Er is zowel een actief als een passief beleid
mogelijk;
Passief beleid Aan personen die (tijdelijk) geen inkomen kunnen verwerven op de arbeidsmarkt een
andere bron van inkomen bezorgd adhv arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
• Ziekte- en invaliditeitsuitkering
• Inkomensvervangende tegemoetkoming (ev samen met een
integratietegemoetkoming)
Actief beleid Men wil maatregelen treffen om de personen met een beperking toch te laten deelnemen
op de arbeidsmarkt.
Er zijn drie vormen van overheidssturing.
1) Regulerende sturing
De overheid probeert het gedrag van de verschillende actoren op de arbeidsmarkt
te beïnvloeden. De verhoudingen worden gestuurd door ‘geboden en verboden’,
door ‘materiële of immateriële prikkels’ en door ‘procedures’.
Vb. de quota voor verplichte tewerkstelling voor mensen met een beperking
(enkel verplicht voor de overheid) en de anti‐discriminatiewetgeving…
2) Compenserende sturing
Het doel, de arbeidsintegratie van personen met een handicap, wordt nagestreefd
door hulp te beiden waar zich problemen voordoen. Men gaat ervan uit dat de
werkgevers wel bereid zijn personen met een handicap tewerk te stellen, maar
daarbij ondersteuning nodig hebben.
Vb. beroepsrevalidatie en beroepsopleiding, aanvullende inkomensondersteuning
voor de werknemers, loonkostensubsidies en aanpassingen van de werkplek en
informatie, bemiddeling en begeleiding zowel voor werkgevers als werknemers.
3) Vervangende sturing
Wanneer men er niet in slaagt om personen met een arbeidshandicap op de
reguliere markt aan het werk te krijgen, dan zijn er voor sommige groepen nog
mogelijkheden in arbeidsplaatsen die de overheid speciaal voor deze doelgroep
creëert. Dit zijn o.a.. de maatwerkbedrijven.
4. De regulerende sturing
4.1. De quota voor tewerkstelling van personen met een beperking
Bepaalde wetten verplichten bepaalde overheidsdiensten om een bepaald percentage personen met
een beperking in dienst te hebben (3 % voor de federale en de Vlaamse overheid).
Ook voor de lokale besturen (gemeenten en provincies) geldt de verplichting dat minstens 2 % van
het totale aantal betrekkingen binnen het bestuur moeten vervuld worden door personen met een
arbeidshandicap.
Het probleem met deze quota is dat deze enkel gelden voor het overheidspersoneel. In de privé-sector
zijn in België geen quota opgelegd voor de indienstneming van personen met een beperking.
Een tweede probleem is dat er nauwelijks gesanctioneerd wordt als de quota niet gehaald worden.
,4.2. De anti-discriminatiewetgeving
Wat betreft antidiscriminatieregelingen worden er wetten gemaakt door de overheid maar ook in het
sociaal overleg worden er afspraken gemaakt in collectieve arbeidsovereenkomsten ( cao’s ).
• Cao: betreffende het bezoldigingspeil van de werknemers met een handicap. Doel om ervoor te zorgen
dat werknemers met een handicap lonen krijgen die gelijkwaardig zijn aan de lonen die van toepassing
zijn op het personeel waartoe de gehandicapte werknemer behoort.
• Cao: waarin bepaalt wordt dat de aanwervend werkgever sollicitanten niet op een discriminerende
wijze mag behandelen op basis van o.a. een handicap.
Van overheidswege is er de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van
discriminatie. In deze wet staat dat elke vorm van discriminatie verboden is. Onder discriminatie wordt
onder andere gezien een weigering om redelijke aanpassingen te treffen ten voordele van
een persoon met een handicap
Onder redelijke aanpassingen worden verstaan: passende maatregelen die in een concrete situatie en
naargelang de behoefte worden getroffen om een persoon met een handicap in staat te stellen
toegang te hebben tot, deel te nemen aan en vooruit te komen in de aangelegenheden waarop deze
wet van toepassing is, tenzij deze maatregelen een onevenredige belasting vormen voor de persoon
die deze maatregelen moet treffen.
Wanneer deze belasting in voldoende mate wordt gecompenseerd door bestaande maatregelen in het
kader van het gevoerde overheidsbeleid ( vb. financiële tegemoetkoming voor de werkgever ) inzake
personen met een handicap, mag zij niet als onevenredig worden beschouwd.
Personen met een handicap kunnen een rechtszaak aanspannen als ze van oordeel zijn dat ze
volgens de bepalingen van deze wet gediscrimineerd werden en ze kunnen zich daarbij laten bijstaan
door Unia ( centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding ).
5. Compenserende sturing
Heeft drie grote doelstellingen voor ogen:
1) De productiecapaciteiten van personen met een handicap verhogen, bv. door beroepsrevalidatie,
beroepsopleiding en competentieontwikkeling.
2) De productie‐eisen aanpassen aan de mogelijkheden van personen met een handicap, bv. door steun
aan werkgevers om de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomgeving aan te passen.
3) Het ‘matching’ proces tussen productiecapaciteiten en productie‐eisen verbeteren, bv. Door
informatieverschaffing aan werknemers en werkgevers, screening en oriëntering, bemiddeling,
trajectbegeleiding en loopbaanbegeleiding.
Om deze doelstellingen te bereiken worden alle acties uitgevoerd door of onder regie van de VDAB, die hiervoor
particuliere diensten erkent en financiert.
5.1. Arbeidsbeperking
Om in aanmerking te komen voor de maatregelen en/of begeleiding van de VDAB dient er een
arbeidsbeperking of gezondheidsprobleem aanwezig te zijn.
Het is de VDAB die beslist of je beperking erkend wordt als arbeidsbeperking. Pas dan heb je recht op
maatregelen en begeleiding.
Een arbeidsbeperking is een aandoening van cognitieve, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard,
waardoor u het moeilijk hebt om werk te vinden of om uw job uit te voeren. Voorbeelden zijn autisme,
slechthorendheid, slechtziendheid, epilepsie, een spierziekte, chronische depressie…
5.2. Maatregelen en begeleiding
Onderscheid tussen begeleidingsmaatregelen en bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen
(BTOM ).
, 5.2.1. Begeleidingsmaatregelen
5.2.1.1. Extra begeleiding via de VDAB
Bepaalde mensen hebben recht op extra begeleiding via de VDAB (gratis).
• Mensen met gezondheidsproblemen, uitkering, tegemoetkoming (na arbeidsongeval of beroepsziekte),
ambtenaren met een medisch pensioen… die terug aan de slag willen
Begeleiding
• Kijken welke job het best bij je past, voltijds of deeltijd, wat de gevolgen zijn voor je ev. Uitkering
• Bedrijfsstage doen
• Extra opleidingen volgen
• Hulp met vacatures en solliciteren
• Kijken of er recht is op BTOM’s
5.2.1.2. Het gespecialiseerd team bemiddeling (GTB)
Een GTB is een door de VDAB erkende vereniging die gespecialiseerde trajectbepaling- en begeleiding aanbiedt
aan de werkzoekende met een arbeidsbeperking of gezondheidsprobleem.
Ze proberen die mensen via een intensief, planmatig en gefaseerd traject naar een plaats op de arbeidsmarkt te
begeleiden. Het traject wordt op maat uitgestippeld en houdt rekening met de beperkingen en mogelijkheden
van elk individu. De doorstroming kan naar het normaal economisch circuit zijn, en naar het maatwerkbedrijf of
binnen de AMA WSE. Soms adviseren een opleiding of sollicitatietraining.
De GTB doet ook aan arbeidsonderzoek (vroeger de GA: gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdienst) : ze geven
advies bij de keuze van een geschikt beroep of werk. Na een gedegen onderzoek wordt besproken voor welke
jobs je best solliciteert. Ze geven ook advies over de tewerkstellingsondersteunende maatregelen waarop je
beroep kan doen. Dit doen ze voor alvorens het traject tot begeleiding op de arbeidsmarkt uit te voeren.
5.2.1.3. GLOW
GLOW is een afkorting voor groeien en leren op de werkvloer. Met verschillende vormen van werkplekleren
kunnen langdurig werkzoekenden en niet-beroepsactieven die aan de slag willen gaan, maar voor dat om
allerlei redenen niet lukt, stap voor stap hun competenties en zelfvertrouwen laten groeien en een job leren.
Er is een ruim aanbod: werkervaringsstage, gemeenschapsdienst, beroepsverkennende stage, opleidingsstage,
IBO of IBO+ (individuele beroepsopleiding voor kwetsbare werkzoekenden), taalcoaching.
Voor het aanbieden van deze dienstverlening doet VDAB een beroep op partnerorganisaties. Zij stippelen
samen met de werkzoekende een traject naar werk uit.
GLOW vervangt de GOB’s ( gespecialiseerde opleidings-, begeleidings-, en bemiddelingscentra ). Alle
nog lopende GOB-trajecten zijn eind december 2024 volledig uitgedoofd.
5.2.1.4. De gespecialiseerde jobcoaches
Het is ook mogelijk om gratis een gespecialiseerde jobcoach aan te vragen bij de VDAB. In dit geval werkt de
werknemer al bij een werkgever. De werkgever moet deze jobcoach aanvragen.
De jobcoach bekijkt welke noden die persoon heeft om zijn job goed uit te oefenen en zoekt een oplossing. Hij
helpt bijvoorbeeld ook om een werkplekaanpassing aan te vragen. Bovendien begeleidt de coach de werkgever
en collega’s zodat zij weten hoe ze rekening moeten houden met de situatie van de werknemer.
5.2.2. Bijzondere Tewerkstellingsondersteunende Maatregelen (BTOM)
Bij de plaatsing in een job kunnen verschillen BTOM’s worden ingezet.
Het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
De Verenigde Naties keurden het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap goed.
Belgie ondertekende het gedrag in 2009.
Door dit verdrag verbinden partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat personen met een handicap hun
rechten op voet van gelijkheid met alle andere burgers kunnen uitoefenen.
• Idee: Niet de handicap vormt het probleem, wel de onaangepastheid van de maatschappij
aan de noden van personen met een handicap, waardoor zij hun grondrechten niet
kunnen doen gelden.
• Bedoeling: wegwerken van belemmeringen voor personen met een handicap op vlak van
onderwijs, werkgelegenheid, vervoer, infrastructuur…
Eigen definitie van personen met handicap: personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of
zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten
volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving
Deel 1: Rechten op het vlak van tewerkstelling
1. Evolutie
In 1990 werd het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een handicap opgericht. In 2006
werd het omgevormd tot het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).
Hierdoor werd de concrete uitvoering van de specifieke opleidings-en tewerkstellingsmaatregelen
voor personen met een handicap overgedragen van het VAPH naar de VDAB.
De erkenning van een handicap door het VAPH is wel nog steeds een mogelijke manier om in
aanmerking te komen voor de maatregelen die worden toegekend door de VDAB.
2. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap
De missie: de bevordering van de maatschappelijke integratie en de participatie aan de samenleving van
personen met een handicap door ondersteuning te verlenen waardoor ze hun autonomie en kwaliteit van leven
kunnen optimaliseren.
Uitgangspunten: het zelfbeschikkingsrecht, de keuzevrijheid, de mogelijkheden en de ervaringsdeskundigheid
van de persoon met een handicap en zijn leefomgeving.
De kerntaken van het VAPH zijn;
1) de organisatie van de ondersteuning van personen met een handicap en van de leefomgeving waarin zij
verblijven
2) het specificeren van de criteria met het oog op de afbakening van de doelgroep van personen met een
handicap, het organiseren van de indicatiestelling en van de toewijzing
3) de toeleiding van meerderjarige personen met een handicap naar niet-rechtstreeks toegankelijke zorg
en ondersteuning
De ondersteuning van het VAPH kan op 2 manieren gebeuren;
a) Individuele tussenkomsten
• personen met een handicap kunnen tussenkomsten krijgen voor allerlei aanpassingen (aan de
woning, aan een auto) en hulpmiddelen die de sociale integratie verhogen
• meerderjarige personen met een handicap kunnen een persoonsvolgend budget krijgen
waarmee zij hun zorg zelf kunnen organiseren
• minderjarige personen kunnen een persoonlijk assistentiebudget krijgen
b) Voorzieningen
Het VAPH erkent en subsidieert tal van instellingen en diensten o.a.. Multifunctionele centra, dienst
thuisbegeleiding, dienst ondersteuningsplan,…
,Op het vlak van tewerkstelling ligt de ondersteuning dus niet bij het VAPH maar wel bij de VDAB.
3. Het arbeidsmarktbeleid ten aanzien van mensen met een handicap
Er is sturing van het arbeidsmarktgebeuren door de overheid. Er is zowel een actief als een passief beleid
mogelijk;
Passief beleid Aan personen die (tijdelijk) geen inkomen kunnen verwerven op de arbeidsmarkt een
andere bron van inkomen bezorgd adhv arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
• Ziekte- en invaliditeitsuitkering
• Inkomensvervangende tegemoetkoming (ev samen met een
integratietegemoetkoming)
Actief beleid Men wil maatregelen treffen om de personen met een beperking toch te laten deelnemen
op de arbeidsmarkt.
Er zijn drie vormen van overheidssturing.
1) Regulerende sturing
De overheid probeert het gedrag van de verschillende actoren op de arbeidsmarkt
te beïnvloeden. De verhoudingen worden gestuurd door ‘geboden en verboden’,
door ‘materiële of immateriële prikkels’ en door ‘procedures’.
Vb. de quota voor verplichte tewerkstelling voor mensen met een beperking
(enkel verplicht voor de overheid) en de anti‐discriminatiewetgeving…
2) Compenserende sturing
Het doel, de arbeidsintegratie van personen met een handicap, wordt nagestreefd
door hulp te beiden waar zich problemen voordoen. Men gaat ervan uit dat de
werkgevers wel bereid zijn personen met een handicap tewerk te stellen, maar
daarbij ondersteuning nodig hebben.
Vb. beroepsrevalidatie en beroepsopleiding, aanvullende inkomensondersteuning
voor de werknemers, loonkostensubsidies en aanpassingen van de werkplek en
informatie, bemiddeling en begeleiding zowel voor werkgevers als werknemers.
3) Vervangende sturing
Wanneer men er niet in slaagt om personen met een arbeidshandicap op de
reguliere markt aan het werk te krijgen, dan zijn er voor sommige groepen nog
mogelijkheden in arbeidsplaatsen die de overheid speciaal voor deze doelgroep
creëert. Dit zijn o.a.. de maatwerkbedrijven.
4. De regulerende sturing
4.1. De quota voor tewerkstelling van personen met een beperking
Bepaalde wetten verplichten bepaalde overheidsdiensten om een bepaald percentage personen met
een beperking in dienst te hebben (3 % voor de federale en de Vlaamse overheid).
Ook voor de lokale besturen (gemeenten en provincies) geldt de verplichting dat minstens 2 % van
het totale aantal betrekkingen binnen het bestuur moeten vervuld worden door personen met een
arbeidshandicap.
Het probleem met deze quota is dat deze enkel gelden voor het overheidspersoneel. In de privé-sector
zijn in België geen quota opgelegd voor de indienstneming van personen met een beperking.
Een tweede probleem is dat er nauwelijks gesanctioneerd wordt als de quota niet gehaald worden.
,4.2. De anti-discriminatiewetgeving
Wat betreft antidiscriminatieregelingen worden er wetten gemaakt door de overheid maar ook in het
sociaal overleg worden er afspraken gemaakt in collectieve arbeidsovereenkomsten ( cao’s ).
• Cao: betreffende het bezoldigingspeil van de werknemers met een handicap. Doel om ervoor te zorgen
dat werknemers met een handicap lonen krijgen die gelijkwaardig zijn aan de lonen die van toepassing
zijn op het personeel waartoe de gehandicapte werknemer behoort.
• Cao: waarin bepaalt wordt dat de aanwervend werkgever sollicitanten niet op een discriminerende
wijze mag behandelen op basis van o.a. een handicap.
Van overheidswege is er de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van
discriminatie. In deze wet staat dat elke vorm van discriminatie verboden is. Onder discriminatie wordt
onder andere gezien een weigering om redelijke aanpassingen te treffen ten voordele van
een persoon met een handicap
Onder redelijke aanpassingen worden verstaan: passende maatregelen die in een concrete situatie en
naargelang de behoefte worden getroffen om een persoon met een handicap in staat te stellen
toegang te hebben tot, deel te nemen aan en vooruit te komen in de aangelegenheden waarop deze
wet van toepassing is, tenzij deze maatregelen een onevenredige belasting vormen voor de persoon
die deze maatregelen moet treffen.
Wanneer deze belasting in voldoende mate wordt gecompenseerd door bestaande maatregelen in het
kader van het gevoerde overheidsbeleid ( vb. financiële tegemoetkoming voor de werkgever ) inzake
personen met een handicap, mag zij niet als onevenredig worden beschouwd.
Personen met een handicap kunnen een rechtszaak aanspannen als ze van oordeel zijn dat ze
volgens de bepalingen van deze wet gediscrimineerd werden en ze kunnen zich daarbij laten bijstaan
door Unia ( centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding ).
5. Compenserende sturing
Heeft drie grote doelstellingen voor ogen:
1) De productiecapaciteiten van personen met een handicap verhogen, bv. door beroepsrevalidatie,
beroepsopleiding en competentieontwikkeling.
2) De productie‐eisen aanpassen aan de mogelijkheden van personen met een handicap, bv. door steun
aan werkgevers om de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomgeving aan te passen.
3) Het ‘matching’ proces tussen productiecapaciteiten en productie‐eisen verbeteren, bv. Door
informatieverschaffing aan werknemers en werkgevers, screening en oriëntering, bemiddeling,
trajectbegeleiding en loopbaanbegeleiding.
Om deze doelstellingen te bereiken worden alle acties uitgevoerd door of onder regie van de VDAB, die hiervoor
particuliere diensten erkent en financiert.
5.1. Arbeidsbeperking
Om in aanmerking te komen voor de maatregelen en/of begeleiding van de VDAB dient er een
arbeidsbeperking of gezondheidsprobleem aanwezig te zijn.
Het is de VDAB die beslist of je beperking erkend wordt als arbeidsbeperking. Pas dan heb je recht op
maatregelen en begeleiding.
Een arbeidsbeperking is een aandoening van cognitieve, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard,
waardoor u het moeilijk hebt om werk te vinden of om uw job uit te voeren. Voorbeelden zijn autisme,
slechthorendheid, slechtziendheid, epilepsie, een spierziekte, chronische depressie…
5.2. Maatregelen en begeleiding
Onderscheid tussen begeleidingsmaatregelen en bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen
(BTOM ).
, 5.2.1. Begeleidingsmaatregelen
5.2.1.1. Extra begeleiding via de VDAB
Bepaalde mensen hebben recht op extra begeleiding via de VDAB (gratis).
• Mensen met gezondheidsproblemen, uitkering, tegemoetkoming (na arbeidsongeval of beroepsziekte),
ambtenaren met een medisch pensioen… die terug aan de slag willen
Begeleiding
• Kijken welke job het best bij je past, voltijds of deeltijd, wat de gevolgen zijn voor je ev. Uitkering
• Bedrijfsstage doen
• Extra opleidingen volgen
• Hulp met vacatures en solliciteren
• Kijken of er recht is op BTOM’s
5.2.1.2. Het gespecialiseerd team bemiddeling (GTB)
Een GTB is een door de VDAB erkende vereniging die gespecialiseerde trajectbepaling- en begeleiding aanbiedt
aan de werkzoekende met een arbeidsbeperking of gezondheidsprobleem.
Ze proberen die mensen via een intensief, planmatig en gefaseerd traject naar een plaats op de arbeidsmarkt te
begeleiden. Het traject wordt op maat uitgestippeld en houdt rekening met de beperkingen en mogelijkheden
van elk individu. De doorstroming kan naar het normaal economisch circuit zijn, en naar het maatwerkbedrijf of
binnen de AMA WSE. Soms adviseren een opleiding of sollicitatietraining.
De GTB doet ook aan arbeidsonderzoek (vroeger de GA: gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdienst) : ze geven
advies bij de keuze van een geschikt beroep of werk. Na een gedegen onderzoek wordt besproken voor welke
jobs je best solliciteert. Ze geven ook advies over de tewerkstellingsondersteunende maatregelen waarop je
beroep kan doen. Dit doen ze voor alvorens het traject tot begeleiding op de arbeidsmarkt uit te voeren.
5.2.1.3. GLOW
GLOW is een afkorting voor groeien en leren op de werkvloer. Met verschillende vormen van werkplekleren
kunnen langdurig werkzoekenden en niet-beroepsactieven die aan de slag willen gaan, maar voor dat om
allerlei redenen niet lukt, stap voor stap hun competenties en zelfvertrouwen laten groeien en een job leren.
Er is een ruim aanbod: werkervaringsstage, gemeenschapsdienst, beroepsverkennende stage, opleidingsstage,
IBO of IBO+ (individuele beroepsopleiding voor kwetsbare werkzoekenden), taalcoaching.
Voor het aanbieden van deze dienstverlening doet VDAB een beroep op partnerorganisaties. Zij stippelen
samen met de werkzoekende een traject naar werk uit.
GLOW vervangt de GOB’s ( gespecialiseerde opleidings-, begeleidings-, en bemiddelingscentra ). Alle
nog lopende GOB-trajecten zijn eind december 2024 volledig uitgedoofd.
5.2.1.4. De gespecialiseerde jobcoaches
Het is ook mogelijk om gratis een gespecialiseerde jobcoach aan te vragen bij de VDAB. In dit geval werkt de
werknemer al bij een werkgever. De werkgever moet deze jobcoach aanvragen.
De jobcoach bekijkt welke noden die persoon heeft om zijn job goed uit te oefenen en zoekt een oplossing. Hij
helpt bijvoorbeeld ook om een werkplekaanpassing aan te vragen. Bovendien begeleidt de coach de werkgever
en collega’s zodat zij weten hoe ze rekening moeten houden met de situatie van de werknemer.
5.2.2. Bijzondere Tewerkstellingsondersteunende Maatregelen (BTOM)
Bij de plaatsing in een job kunnen verschillen BTOM’s worden ingezet.