KRACHTIGE LEEROMGEVING F2
Hoofdstuk 1: reageren op storend gedrag en onoplettendheid
Doelen kennisniveau:
Je kan de TT ‘minst ingrijpende interventie’ toelichten en beargumenteren waarom
deze aanpak wenselijk is.
Je kan de 6 mogelijke interventies aan de hand van voorbeelden uitleggen.
Wanneer leerlingen storen gedrag vertonen reageer je niet preventief, maar curatief. Je gaat de
verstoring snel een helt toe roepen en het leerproces daarbij zo min mogelijk onderbreken.
Minst ingrijpende interventie = op het juiste moment op de minst ingrijpende manier reageren
op storend gedrag van leerlingen
• Gevolg: flow van de les minimaal beïnvloed + maximaliseren lestijd
• Waarom:
o Iedere lln moet zoveel mogelijk kunnen doorwerken/ luisteren naar de instructie
o Restfractie van aandacht (= een deel van de aandacht blijft focussen op de
tussenkomst, ook wanneer deze interactie al voorbij is)
o De aandacht van de lln richten op het lesdoel/ de leerinhoud, NIET op het
storend gedrag
• Voorkomt dat leerlingen defensief reageren of zich voor schut gezet voelen
Onderscheid 6 soorten interventies gerangschikt van minst ingrijpend naar meest ingrijpend:
( !! geen stappenplan !!)
1. Non-verbale tussenkomst
2. Positieve groepscorrectie
3. Anonieme individuele correctie
4. Persoonlijke individuele correctie
5. Vliegensvlugge publieke correctie
6. Consequentie
1
,Astrid Destoop 2025-2026
1.1. Non-verbale tussenkomst
Lichaamstaal is belangrijk! Als leerkracht communiceer je voor 93% op een non-verbale manier.
• Lichaamshouding
• Mate van oogcontact kunnen je woorden versterken of afzwakken
• Mimiek
• Kledij
Licht storend of onaandachtig gedrag: haal de leerling d.m.v. je lichaamstaal terug bij de les
• zonder de klas te storen
• zonder de aandacht van de andere leerlingen te vestigen op het ongepaste gedrag
Je doet terwijl gewoon verder met de les.
Dit doe je door: oogcontact (even blijven staren), wenkbrauwen optrekken, je ongemerkt naar de
leerling begeven, hem of haar eventueel licht aanraken, je stemtoon plots wat veranderen, even
zwijgen...
LET OP: een warme en speelse ondertoon blijft hierbij belangrijk!
Merk steeds op wat ervoor, achter en naast je gebeurt en reageer meteen. Corrigeer meteen!
1.1.1. Waarnemen van beginnend ongewenst gedrag
Merk beginnend ongewenst gedrag snel op!
• Dwing jezelf om rond te kijken naar alle leerlingen in de klas (TT radar)
• Durf te zien! (al lijkt het soms makkelijker om het niet te zien en dus ook niet te moeten
ingrijpen)
1.2. Positieve gedachten
Richt de aandacht NIET op ongewenste gedrag MAAR verwoord je positieve verwachtingen!
Bv. iedereen kijkt naar voor naar het bord. Ik wil alle wisbordjes zien. Zorg ervoor dat al het
nodige materiaal op de bank ligt.
• Combineer dit met een non-verbale tussenkomst
• Je herhaal (positieve formulering) nog eens het gedrag dat je wilt zien
1.3. Anonieme individuele correctie
Op een anonieme manier aan dat niet alle leerlingen nog niet aan je verwachtingen voldoen.
Bv. er zijn nog 3 leerlingen die nog niet al het nodige op hun bank hebben liggen. Er zijn nog
steeds 2 leerlingen aan het babbelen.
• Combineer dit met een non-verbale tussenkomst
1.4. Persoonlijke individuele correctie
Spreek zo onopvallend mogelijk een leerling aan.
• Geef alle lln een korte opdracht en stap rustig naar de lln in kwestie
o Zet je op ooghoogte met de lln
o Fluister wat je verwacht met de nadruk op de oplossing
• Geef op dezelfde manier ook vaak complimenten (zo weten andere kinderen niet of het
om een correctie of een compliment gaat)
2
,Astrid Destoop 2025-2026
1.5. Vliegensvlugge correctie
Spreek de lln (snel) aan, ook al hoort de hele klas dat.
• Vestig de aandacht zo kort mogelijk op de leerling
• Benadruk het gewenste gedrag
• Zorg voor een warme ondertoon om gezichtsverlies bij de lln te vermijden
Bv. Arthur, ik zou willen dat jij ook aan de oefeningen begint
1.6. Consequentie
1.6.1. Waarschuwen en straffen
Je kan als leerkracht een waarschuwing geven: als… dan…. (tot hier en niet verder)
• Leerlingen zullen testen of je het meent, doe dus ook waarvoor je gewaarschuwd hebt
als het nodig is
• Zorg ervoor dat de waarschuwing haalbaar is én pedagogisch verantwoord
Straffen (een sanctie geven) is altijd een uiterste maatregel. Aanmoedigen en stapsgewijs het
gewenst gedrag aanleren, verdient altijd de voorkeur!
Als straffen de enige optie is: kies een straf die effectief én efficiënt is.
• De lln moet er iets van leren
• De lln moet gestimuleerd worden om ander (gewenst) gedrag te laten zien
! Zorg ervoor dat je als leerkracht ook rustig blijft + blijf vriendelijk en kordaat + verlies jezelf niet
in emoties !
1.6.2. Omgeving veranderen
Storend gedrag van leerlingen kan ook beïnvloed of voorkomen worden door
• De omgeving te veranderen
• Storende situatiefactoren uit te schakelen
Bv. klasopstelling veranderen, leerling plaats veranderen, weinig gerief op de bank te laten liggen
1.6.3. Gesprek
Houd een individueel gesprek NA de les.
• Geen gezichtsverlies voor de lln
• Beide partijen zijn rustiger
• Geef de lln eerst het woord. Kom tot een echt gesprek. De kans is dan groot dat de
oorzaak van het probleemgedrag duidelijk wordt
Een probleemoplossend gesprek met heel de klas kan bij conflicten ook efficiënt zijn. Dit leidt
tot wederzijds aanvaarden en respecteren.
3
, Astrid Destoop 2025-2026
Hoofdstuk 2: component ‘onderwijsleermiddelen’
Doelen kennisniveau:
Je kan toelichten hoe we het werkgeheugen optimaal benutten tijdens het inzetten van
bepaalde onderwijsleermiddelen.
Je kan de voor- en nadelen van onderwijsleermiddelen (digitale media, methodes, het
bord, de klaswanden, werkbladen) uitleggen en voorbeelden geven van hoe je deze
leermiddelen op een doordachte en doelgerichte manier kan inzetten.
2.1. Wat verstaan we onder ‘onderwijsleermiddelen’
Onderwijsleermiddel = alle materialen die door de leerkracht en/ of leerlingen doelgericht
worden gebruikt ter ondersteuning van het leerproces.
• Nooit een doel op zich, maar een middel om je doel te bereiken!
• Kunnen helpen om de leerlingen te activeren tijdens de verschillende lesfasen
Onderscheid 2 delen:
• Onderwijsmiddel = de onderwijzer gebruikt deze middelen om de doelen te bereiken en
het onderwijsleerproces te bevorderen.
• Leermiddel = het heeft als doel om de zelfstandigheid, de activiteit en de
zelfwerkzaamheid van de leerlingen te bevorderen.
! houdt bij de keuze van de onderwijsleermiddelen rekening met de andere didactische
componenten (beginsituatie en lesdoelen) !
2.2. Optimaal benutten van het werkgeheugen
2.2.1. De cognitieve belastingstheorie
Het schema toont hoe informatie door het geheugen beweegt, en de cognitieve
belastingstheorie legt uit hoe we die stroom zo moeten vormgeven dat het werkgeheugen niet
overloopt en leerlingen sterke, duurzame schema’s kunnen opbouwen.
De intrinsieke belasting = de complexiteit van de leerinhoud bepaalt
hoe zwaar het werkgeheugen belast wordt.
De extrinsieke belasting = alle bijkomende prikkels die in het
werkgeheugen terecht komen en die niet bijdragen tot het verwerken
van de leerinhoud.
4