• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 103 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Macro-economie 18/20 | VUB | 2025/2026 | prof. Van Langenhove

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 103 pagina's

Dit is een samenvatting van de slides van professor Van Langenhove aan de VUB. De slides zijn beknopter geschreven en de samenvatting bevat ook notities van in de les + verduidelijking bij ingewikkelde concepten. Ik heb enkel met deze samenvatting gewerkt en behaalde een 18/20 in eerste zit.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Macro-Economie
Professor Van Langenhove




1

,Deel 1: Basisconcepten
H0: Inleiding
Wat is macro-economie
Macro-economie = studie van de economie van een land, maatschappij of regio
als geheel
Geaggregeerde variabelen: berekend over de huishoudens of individuen in een
geografisch gebied (als geheel)
 Output of inkomen (bbp), Inflatie, Korte- en langetermijnrente, Vermogen

Macro-economisch onderzoek  breed!  nood aan onderverdeling
1. Basisconcepten in de macro-economie
2. Lange termijn: groeitheorie
3. Korte termijn: conjunctuurtheorie
4. Andere macro-economische onderwerpen

Macro-economische modellen
Macro-economisch onderzoek bevat:
 Empirische modellen: deze modellen vertrekken vanuit empirische data en
trekken daar conclusies uit
 Theoretische modellen: bouwen een model vanuit logisch denken, en
toetsen dit aan de empirische data
 Beide benaderingen zijn complementair en communiceren met elkaar!
De waarden van exogene variabelen worden buiten het model bepaald
 Waarden en onderliggende processen zijn een gegeven
De waarden van endogene variabelen worden in het model bepaald  wil men
verklaren
 Zij vertegenwoordigen de output/uitkomst van het model

Voorbeeld: model van vraag en aanbod voor pizza
 stijging inkomen  vraag hoeveelheid pizza stijgt
 evenwichtsprijs en -hoeveelheid stijgt




 inputprijzen stijgen  minder hoeveelheid pizza
aangeboden per prijs  verhoogt evenwichtsprijs en
verlaagt -hoeveelheid


Macro-economische modellen verschillen door (1) de bestudeerde endogene
variabelen, (2) de opgenomen exogene variabelen
 Dezelfde endogene variabelen kunnen andere voorspellingen/ concl
opleveren hou in gedachte de:
o Modelaannames, de endogene en exogene variabelen

2

, o Vragen die model beantwoord en vragen die die niet beantwoord
Korte geschiedenis vh macro-economisch denken (niet zo
belangrijk)
Vóór de jaren 1930 (‘klassieke visie’)
 Geaggregeerde productie hangt volledig af van aanbodzijde-dynamieken
(verschuivingen in de AS-curve)
o Gedreven door schokken in de inputs; arbeid, kapitaal en
techonologie
o Schommelingen werden als irrelevant beschouwd
 Beleidsmakers moeten simpelweg volledige prijs- en loonflexibiliteit
garanderen: er is geen nood aan (discretionair) budgettair of monetair
beleid!
Voorbeeld negatieve technologieschok




Jaren 1930– Grote Depressie
en ‘geboorte van de macro-economie’
 Grote Depressie: werkloosheidsgraden in de VS rond 25%, Amerikaanse
productie daalde met bijna 30%, met verspreiding naar andere landen
 Dit daagde de klassieke visie uit
o stond geen structurele werkloosheid toe zolang prijzen en lonen
flexibel waren
o ondanks dalende prijzen en lonen bleef de werkloosheid stijgen en
bleef de Amerikaanse productie dalen
 Beleidsmakers hadden nood aan theorieën en beleidsaanbevelingen om
economie te “maken”
 macro-economie ontstond als een apart vakgebied binnen de economie
tijdens de Grote Depressie
 John Maynard Keynes’ publicatie van de General Theory (1936) wordt vaak
gezien als de echte geboorte van de macro-economische wetenschap
o Animal spirits en volatiele bedrijfsinvesteringen creëren
conjunctuurcycli
o Geaggregeerde vraag (AD-curve) is relevant!
o Budgettair en monetair beleid zijn nodig om de economie te
stabiliseren
o Prijzen en lonen zijn niet flexibel, maar gedeeltelijk rigide

Keynesiaanse visie: geaggregeerde vraag (AD-curve) is belangrijk
Jaren 1940–1960– ‘naoorlogse Keynesiaanse synthese’
Na WOII werden Keynes’ conjunctuurtheorieën uitgebreid en geformaliseerd:
 IS-LM-model (Hicks, Modigliani): een model van de vraagzijde
 Phillipscurve (1958): inflatie en werkloosheid
 Post-Keynesianisme: meer radicale interpretatie van Keynes’ theorie


3

,Bovendien begonnen economen met het construeren van geformaliseerde
modellen van LT-groei:
 Solow-model (1956) & Swan-model (1956)


Naoorlogse synthese: IS-LM-model (links) en de phillipscurve (rechts)




Uitdagingen voor het Keynesianisme (jaren 1970)

 Stagflatie: hoge inflatie en lage economische groei/hoge werkloosheid ⇒
Keynesiaanse Phillipscurve-theorieën konden dit niet verklaren
 Monetarisme en Milton Friedman: kwantiteitstheorie van geld, permanente-
inkomen-hypothese, de Lucas-kritiek
o Inflatie = een monetair fenomeen ⇒ Phillipscurve
o Consumptie gedreven door permanent inkomen, niet besteedbaar
inkomen
o Econometrische Keynesiaanse modellen zijn structureel onjuist

Kwantitatieve modellen van de conjunctuurcyclus (jaren 1980–...)
 Reële conjunctuurcyclus (RBC)-modellen: kwantitatieve modellen waarin
conjunctuurcycli worden gedreven door aanbodzijde-schokken (bijv.
Kydland & Prescott, 1982)
 Nieuw-Keynesiaanse (NK) modellen: uitbreiding van de RBC-modellen met
Keynesiaanse elementen, voornamelijk loon- en prijsrigiditeiten (bijv. Gali,
2008)
Moderne conjunctuurmodellen (jaren 2010–...)
 Nieuw-Keynesiaanse modellen konden de Global Financial Crisis van 2008–
2009 niet verklaren
o Introductie van financiële fricties en ’behavioral’ elementen in het
Nieuw-Keynesiaanse denkkader
 Heterogene-agent NK-modellen: de verdeling van inkomen en vermogen is
belangrijk voor conjunctuurdynamieken en de impact van vraag- en
aanbodzijde-schokken
Moderne langetermijngroeitheorieën (jaren 1980–...)
 Endogene groeitheorie: endogene technologische vooruitgang (Romer,
1990), menselijk kapitaal (Mankiw-Romer-Weil-model), Schumpeteriaanse
creatieve destructie-dynamieken
 Klimaatgroeimodellen: uitbreidingen van langetermijngroeimodellen door
het opnemen van broeikasgasemissies en klimaatschade (bijv. Nordhaus-
modellen)




4

,Twee conclusies
1. Macro-economisch onderzoek volgt macro-economische ontwikkelingen in de
echte wereld
 Grote Depressie in de jaren 1930, Stagflatie in de jaren 1970, Global
Financial Crisis van 2008–2009, Stijgende ongelijkheden sinds de jaren
1980–1990
2. Macro-economisch onderzoek is verbonden met de stand van wiskundige
methoden en computationele infrastructuur

Elke stap in de evolutie van de macro-economie vereiste meer geavanceerde
wiskundige oplossingsmethoden & meer uitgebreide rekenkracht.


H1: Nationaal inkomen
Aanbod van goederen en diensten
Bbp = totale geldwaarde van de g&d1 geproduceerd in een land
Productie vereist twee productiefactoren: arbeid (L) en kapitaal (K)
 Arbeid = L : fysieke en mentale inspanning van werknemers
 Kapitaal = K: productiefabrieken, IT-infrastructuur, enz.
 De productiefunctie: Y =F(K,L)

Gangbare eigenschappen van productiefuncties:
1. Constante schaalopbrengsten: een verdubbeling van beide inputs
verdubbelt de output
F(zK,zL) = zF(K,L) voor elke z > 0
2. Positieve marginale producten: een verhoging van een input verhoogt de
output




3. Afnemende marginale producten: de toename in productie door het
verhogen van arbeid of kapitaal daalt naarmate de arbeids- of
kapitaalvoorraad hoger is




Cobb-douglas-productiefunctie:


waarbij:
 A =totale factorproductiviteit (technologie)
 α =kapitaalaandeel in het inkomen (typisch ≈ 0,25)
1
Goederen en diensten

5

,  1 −α =arbeidsaandeel in het inkomen (typisch ≈ 0,75)  residu
Deze productiefunctie voldoet aan: constante schaalopbrengsten & afnemende
MP
Inkomen over de productiefactoren
De waarde van geproduceerde g&d (bbp) is gelijk aan het nationaal inkomen.
 Nationaal inkomen wordt gecreëerd door L en K inkomen hieronder
verdeeld
o Arbeidsaandeel en kapitaalaandeel
 Nationaal inkomen = totale waarde productie
Empirische meting:
 “Aandeel van arbeid en kapitaal in het nationaal inkomen is constant over
tijd”
o Klopt na WOII voor ontwikkelde landen
o AI kan in de toekomst de factoraandelen veranderen
Het kapitaalaandeel in het nationaal inkomen:
 Het kapitaalaandeel bedraagt ongeveer 25%
sinds WOII. Het arbeidsaandeel wordt berekend
als het residu (= ongeveer 75%)
 Die stabiliteit zie je vooral bij de united state
 Voor 1920 zien we dat kapitaalaandeel hoger ligt



Theoretische modellen:
Wat bepaalt hoeveel van het nationaal inkomen naar arbeid gaat en hoeveel naar
kapitaal?
 Contrasterende visies op de drijvende krachten (2 hypothesen):
1. Marginale productiviteitstheorie: Elk productiefactor krijgt een
vergoeding gelijk aan zijn MP
Formule: Kapitaalinkomen= MPK * K Arbeidsinkomen = MPL * L

toepassing in Cobb-douglas productiefunctie:
Kapitaalinkomen = αY Arbeidsinkomen = (1 − α)Y
 Obv data WOII geldt: α =0.25, 1−α=0.75
 Aandeel bepaalt door de marginale producten v L en K
 Inkomensverdeling is stabiel en wordt bepaald door technologie en
productiviteit

2. Machts- en onderhandelingsmodel: Verdeling ook bepaald door
machtsdynamieken en politieke krachten
Er bestaat een afwijking a tussen de opbrengsten voor kapitaal en arbeid en hun
respectievelijke marginale producten:
Kapitaalinkomen = (MPK ×a)×K Arbeidsinkomen = (MPL
×1/a)×L

Als a > 1, zal kapitaal hoger worden vergoed dan zijn MPK zou voorspellen.
Omgekeerd zal de vergoeding van arbeid lager zijn dan zijn MPL zou voorspellen.
Als a < 1, geldt de omgekeerde redenering.



6

Inhoudsopgave

  1. 01 H0: Inleiding 2
    1. Wat is macro-economie 2
    2. Macro-economische modellen 2
    3. Korte geschiedenis vh macro-economisch denken (niet zo belangrijk) 3
  2. 02 H1: Nationaal inkomen 5
    1. Aanbod van goederen en diensten 5
    2. Inkomen over de productiefactoren 6
    3. Vraag naar goederen en diensten 7
  3. 03 H2: Het monetaire systeem 8
    1. Wat is geld? 8
    2. Geldcreatie 8
    3. Financiële beleidsschokken 12
    4. De grote depressie 13
    5. De global financial crisis 15
    6. Belangrijkste conclusies 15
  4. 04 H3: Inflatie 17
    1. Wat is inflatie 17
    2. Nominale en reële rentes 17
    3. Welk inflatieniveau is wenselijk? 17
    4. Wat drijft inflatie? 19
    5. Hyperinflatie-episodes 21
    6. Belangrijkste conclusies 22
  5. 05 H4: De open economie 23
    1. Inleiding 23
    2. Internationale stromen van goederen en kapitaal 24
    3. Wisselkoersen 24
    4. Een eenvoudig model: kleine open economie 25
    5. Belangrijkste conclusies 30
  6. 06 H5: De arbeidsmarkt 31
    1. Opsplitsing vd beroepsbevolking 31
    2. Natuurlijke en conjuncturele werkloosheid 31
    3. Wie zijn de structureel werklozen 32
    4. Arbeidsmarkten in de VS versus Europa 33
    5. Belangrijkste conclusies 34
  7. 07 H6: Kapitaalaccumulatie en groei – basis solow model 36
    1. Empirisch feit 1 36
    2. Empirisch feit 2 36
    3. Bbp per capita VS andere maatstaven 37
    4. Het basis Solow-model 37
    5. Verschillen in bbp per capita-niveaus 39
    6. Verschillen in bbp per capita-groeipercentages 40
    7. Tussenstand: basis solow-model 41
    8. Gulden regel-niveau van kapitaal 41
    9. Belangrijkste conclusies 42
  8. 08 Hd 7: geavanceerd Solow-model: bevolkingsgroei & technologische vooruitgang 44
    1. Basis Solow-model 44
    2. Bevolkingsgroei 44
    3. Technologische vooruitgang 48
    4. Overzicht: geavanceerd Solow-model 51
    5. Uitbreidingen vd Solow-model 52
    6. Belangrijkste conclusies 54
  9. 09 Hd 8 inleiding tot macro-economische fluctuaties 55
    1. Lange termijn VS korte termijn 55
    2. Conjunctuurcycli 56
    3. AD-AS-kader 58
    4. Schokken binnen het AD-AS-kader 61
    5. De rol van monetair en budgettair beleid 61
    6. Kernpunten 63
  10. 10 Hd 9: geaggregeerde vraag: IS-LM-model 65
    1. Inleiding 65
    2. Keynesiaanse cross theory 65
    3. Budgettaire multiplicatoren 67
    4. IS-curve 68
    5. Liquiditeitsvoorkeurtheorie 70
    6. LM-curve 71
    7. IS-LM-model 73
    8. Uitbreidingen vh IS-LM-model 73
    9. Belangrijkste conclusies 74
  11. 11 De AD-curve 74
    1. Inleiding 74
    2. Van IS-LM-model naar AD-curve 74
    3. Schokken in de IS-curve 75
    4. Schokken in de LM-curve 76
    5. Belangrijkste conclusies 76
  12. 12 Hd11: Conjunctuurfluctuaties in een gesloten economie 78
    1. Overzicht 78
    2. Kortetermijn AS-curve 78
    3. Terugkoppeling tsn vraag- en aanbodzijde 79
    4. Budgettaire multiplicatoren opnieuw 80
    5. LT AS-curve 81
    6. Het IS-LM-AD-AS-model 81
    7. Belangrijkste conclusies 82
  13. 13 Hd 12: Toepassingen vh IS-LM-AD-AS-model 83
    1. Grote depressie vd jaren 1930 83
    2. Great inflation vd jaren 1970 85
    3. Tijdperk v onconventioneel monetair beleid 86
    4. Belangrijkste conclusies 87
  14. 14 Hd 13: open economie; Mundell-Fleming model & IS-LM-BP model 88
    1. Inleiding 88
    2. Mundell-Fleming model 88
    3. Kleine open economie met vlottende wisselkoersen 90
    4. Kleine open economie met vaste wisselkoersen 92
    5. IS-LM-BP model 93
    6. Conclusie 96
  15. 15 Gesloten economie toepassingen: IS-LM-BP model 97
    1. Valutacrisis voor landen met vaste wisselkoersen 97
  16. 16 Geaggregeerd aanbod en moderne phillipscurve 98
    1. Prijzenmodel 98
    2. Phillipscurve 99
    3. Beleidsafweging 100
    4. Inflatieverwachtingen 101
    5. Belangrijkste conclusies 103

Documentinformatie

Geüpload op
15 mei 2026
Bestand laatst geupdate op
1 juni 2026
Aantal pagina's
103
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
11
Laatst verkocht
5 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen