Examen:
- MV: moeilijk + door elkaar
- Open vragen: inzicht + casussen
Evaluatie:
Periodegebonden – schriftelijk examen: 100%
• Meerkeuzevragen (in uitdagende vorm)
• Open vragen
ü Inzichtsvragen
ü Toepassingsvragen
ü Gebruik van niet-geannoteerd wetboek is
toegelaten (conform wetboekenreglement).
104 pg zelfstudie komen erbij!!!!!!
Stuk 1: burgerlijk procesrecht
1
,DEEL I. INLEIDING
HOOFDSTUK 1: AARD EN FUNCTIE
AFDELING 1: SITUERING
̶ Doel/opdracht/voorwerp van het burgerlijk procesrecht
̶ Het handhaven van de rechten, het beschermen van de
rechten, het sanctioneren van rechten.
̶ Er worden allemaal subjectieve rechten toegekend. U kunt een
overeenkomst afsluiten en in een ideale wereld zal de andere partij die
overeenkomst naleven. Maar gebeurt dat niet? Heeft u een methode
nodig om naar de rechtbank te stappen en om die andere partij tot
naleving te dwingen
̶ Formeel recht
̶ Geeft aan hoe je kan omgaan met jouw inhoudelijke rechten
̶ materieel recht: geeft je inhoudelijk een recht
̶ Nut
̶ Afdwingbaarheid van rechten: geen rechtsstaat zonder
procesrecht
̶ Waarborg van naleving van de wet
het houdt ook verband met het verzekeren van de rechtsstaat
AFDELING 2: . BEGRIPSOMSCHRIJVING
‘Rechter spreekt recht’
Geen rechten scheppen, maar bevestigen
het gaat niet. Per definitie of alleen over een rechtvaardigheidstoetsing, maar over
rechtmatigheidstoetsing en burgerlijke rechter moet een rechtmatige beslissing
nemen. Idealiter wordt die ook als rechtvaardig geconcipieerd. Er zijn bepaalde
correctie mechanismen die een grondslag vinden in de rechtvaardigheid. Maar een
rechtvaardige beslissing als dusdanig, en dat is natuurlijk ook weer moeilijk te
vertalen naar de buitenwereld, is geen doelstelling. Het gaat over Rechtmatigheid is
ook echt iets wat u voor de rest van uw leven moet voor ogen hebben. Het gaat over
rechtmatigheid. Dat is wat de rechter in de eerste plaats doet.
Materiële waarheid v. formele waarheid
2
, - Idealiter sluit de rechterlijke beslissing zoveel als mogelijk aan bij wat we dan
noemen de materiële waarheid, de werkelijke waarheid. Maar. We kunnen nu
niet eenmaal tot op het bot gaan in iedere procedure. We kunnen niet voor
ieder klein geschil een oneindige bewijsvoering voeren om te vinden van wat
is er nu uiteindelijk gebeurd? Men moet die proportionaliteit toets doorvoeren
en daarom zeggen we En wat een rechter doet is spreken over de formele
waarheid zoals die naar voren gebracht wordt door de bewijsstukken van de
partijen. En natuurlijk, idealiter sluit die zo veel als mogelijk aan bij de
materiële waarheid, maar als dusdanig is dat geen garantie.
Definitie:
- Rechter (organiek) beslecht
o Een rechtsprekende handeling kan alleen maar worden gesteld
door een rechter. (onafhankelijk en onpartijdig)
o Die hoeft niet per se tot de rechterlijke macht te behoren. Het kan ook
in principe een private rechter zijn die de partijen hebben aangewezen.
Een arbiter in het kader van arbitrage. Maar het is een rechter die
beslecht. We zullen straks dat contrasterend ten opzichte van de
minnelijke geschillen oplossing.
- aan de hand van rechtsregelen (materieel),
o Aan de hand van het subjectieve materiële recht of maar veel
uitzonderlijker aan de hand van de regels die partijen
onderling zijn overeengekomen (bv arbitrage)
- met respect voor een aantal essentiële procedurele waarborgen
(formeel),
o bv wapengelijkheid, tegensprekelijk, …
- op een bindende wijze een conflict (<-> gezag van gewijsde)
o zie later
Vereiste van een (rechts)geschil
Geen exclusiviteit van de rechterlijke macht
bv minnelijke schikking, onderhandelingen, …
evolutie:
̶ ‘Talio’-principe (oog om oog, tand om tand)
̶ Procesvoering als ‘geciviliseerd geweld’ (Storme & Capelleti,
1980)
‒ We gaan nog steeds ten strijde trekken, maar we houden
ons wel aan een aantal spelregels en het procesrecht
vormt die spelregels.
̶ ‘Appropriate Dispute Resolution’
nu:
3
, Oké, we zitten in een procedure, maar we hebben toch
ook bepaalde plichten ten opzichte van elkaar, ook al
staan we lijnrecht tegenover elkaar
Appropriate Dispute Resolution: het is niet meer.
Procesvoering of geen procesvoering, We nemen afstand van dit
binaire model: we gaan kijken van in welke gevallen is de
procesvoering en dan die rechtsprekende handeling de beste
oplossing? En soms zijn andere modellen beter
Recht op toegang tot de rechter (o.m. art. 6 EVRM): verbod
eigenrichting (art. 5 Ger.W.)
- Fundamentaal recht
- Uit art 5 volgt ook: En artikel vijf Gerechtelijk Wetboek mag de rechter niet
aan rechts weigering doen. Hoe complex het ook is, hoe moeilijk het ook is.
Kan de rechter niet eens een vonnis schrijven van ik weet het niet Trek uw
plan. Die zal een beslissing moeten nemen.
AFDELING 3: RECHTERLIJKE MACHT
̶ organieke betekenis (derde staatsmacht)
̶ binnen de 2 lijnen zijn de organieke (Gwh, RvS, … niet wel in
de functionele betekenis)
̶ functionele betekenis – recht spreken - niet exclusief
door die constellatie dat we met een Grondwettelijk Hof zitten. Een Hof
van Cassatie en een Raad van State. Heb je ook wel het risico dat ze
elkaar gaan beginnen tegenspreken, waardoor het bij een constellatie
komt dat de ene iets zegt en de andere zegt iets totaal anders.
4