Les 1
1. Het Concept: De Strafrechtsketen en de Trechter
Om justitie te begrijpen, gebruiken we twee beelden: de ketting en de trechter.
• De Keten (4 Echelons): Justitie is een ketting van 4 schakels die op elkaar volgen. Wat
in de ene stap gebeurt, heeft gevolg voor de volgende.
1. Opsporing: Politie.
2. Vervolging: Openbaar Ministerie (Parket).
3. Straftoemeting: Rechter.
4. Strafuitvoering: Gevangenis, justitiehuizen, etc.
• De Trechter (Instroom - Doorstroom - Uitstroom): Er komen heel veel misdrijven
binnen, maar er blijven er op het einde maar heel weinig over die echt gestraft
worden.
o Cijfers: Van de 700.000 zaken bij het parket, leiden er maar 18.000 tot een
effectieve celstraf.
o Dark Number: Dit zijn de misdrijven die nooit worden aangegeven of ontdekt.
Die zitten dus niet in de trechter.
Figuur 1: Hoe je erin komt, hoe doorstroomt, hoe eruit
1
,2. De Geschiedenis: De Slingerbeweging (Daad vs. Dader)
Hoe we straffen is door de eeuwen heen veranderd. Dit noemen we de slingerbeweging:
soms kijken we naar de daad (het feit), soms naar de dader (de persoon).
A. Ancien Régime (tot 18e eeuw)
• Focus: Vergelding en afschrikking (algemene preventie).
• Kenmerken: Wrede straffen, marteling. De koning had alle macht en besliste
willekeurig.
B. De Verlichting (18e - 19e eeuw) - Reactie op wreedheid
• Focus: De Daad.
• Filosofie: De mens is rationeel en heeft een vrije wil. Je kiest ervoor om een misdrijf
te plegen, dus moet je gestraft worden.
• Kenmerken: Vaste straffen voor vaste feiten (Proportionaliteit). Iedereen gelijk voor
de wet. De rechter mag niet zelf kiezen, hij past enkel de wet toe ("La bouche de la
loi").
C. Positivisme (2de helft 19e eeuw)
• Focus: De Dader.
• Filosofie: De mens heeft géén vrije wil (gedetermineerd). Hij is "ziek" of wordt
beïnvloed door zijn omgeving/biologie.
• Vergelding = zinloos? Focus op bijzondere preventie en resocialisatie (sanctie)
D. Sociaal Verweer (2de helft 19e eeuw)
• De mens is vrij, maar niet iedereen → eclecticisme van Prins.
• Doel: De maatschappij beschermen (verweren) en de dader behandelen. Geen straf,
maar een "maatregel" (bv. opsluiting tot je genezen bent).
o ‘Normale’ delinquenten versus andere delinquenten, straffen versus
maatregelen (“geestesgestoorden en jeugdigen”)
E. Nieuw Sociaal Verweer (Na WOII)
• Focus: Resocialisatie (terug in de maatschappij brengen).
• Kenmerken: Aandacht voor de mens, maar met respect voor rechten en wetten
(mensenrechten). We proberen de dader te helpen en sociale vangnetten te bouwen.
2
,3. De ‘logica’ van de strafrechtsketen- de echelons
Echelon 1: Opsporing (De Politie)
• De politie stelt vast en schrijft Processen-Verbaal (PV).
• Geen autonomie: De politie mag niet zelf beslissen wat er met een zaak gebeurt. Zij
hebben geen sepotrecht. Ze moeten alles doorsturen naar het Openbaar Ministerie.
Echelon 2: Vervolging (Het Openbaar Ministerie / OM)
Het OM (het parket) is de spilfiguur van justitie. Zij leiden het onderzoek en maken de
keuzes.
• Twee soorten onderzoek:
1. Opsporingsonderzoek (90%): Het OM leidt dit zelf.
2. Gerechtelijk onderzoek (10%): Geleid door een Onderzoeksrechter. Dit
gebeurt bij zware feiten (als er bv. een huiszoeking of telefoontap nodig is).
• Opportuniteitsbeginsel: Het OM mag beslissen om niet te vervolgen.
o Technisch sepot: Er is geen bewijs of de dader is onbekend.
o Beleidssepot: Het is "niet opportuun" (niet nuttig) om te vervolgen. Dit
gebeurt in 65-70% van de zaken!
▪ Kan vervolgen maar wil niet, want gaat een negatieve actie hebben op
hele zaak
▪ Verdachte is jong en nog geen eerdere dingen gedaan, inpakt
gaat veel negatiever zijn als je wel aanpakt
• Alternatieven: Om de rechter niet te overbelasten, kan het OM zelf straffen via een
Minnelijke Schikking (boete betalen) of bemiddeling.
Echelon 3: Straftoemeting (De Rechter)
Als de zaak toch doorgaat, komt ze bij de rechter.
• Symboliek: De blinddoek (onpartijdig), de weegschaal (afwegen), het zwaard (vonnis
vellen).
• De Koorddanser: De rechter moet balanceren tussen twee principes:
1. Gelijkheidsbeginsel: Gelijke monniken, gelijke kappen.
2. Individualisering: De straf aanpassen aan de persoon van de dader.
3
, • Dispariteit (Probleem): Het risico dat twee verschillende rechters voor hetzelfde feit
een totaal andere straf geven (bv door gender/afkomst). Dit proberen we te
vermijden, maar rechters hebben veel vrijheid.
Echelon 4: Strafuitvoering (De Gevangenis)
Dit is het "kneusje" van justitie (weinig geld en aandacht).
Wordt de logica van de strafrechtketen gevolgd? NEEN → anders is alles overbevolkt
• Geschiedenis van de gevangenis:
o Vroeger: Rasphuizen/workhouses (niet als “straf” →werken).
o Villain XIIII: Gevangenis moet opvoeden door arbeid ("Luiheid is de oorzaak
van alle kwaad").
o Lieven Bauwens: Gevangenis als fabriek (winst maken, uitbuiting).
o Edouard Ducpétiaux: De celstraf zoals nu (afzondering in cel om tot inkeer te
komen, morele verbetering), panopticon, arbeid kan moraliteit herstellen.
o Penitentiaire hervormingen onder Emile Vandervelde: Vervaeck, introductie
van wetenschap (antropologie) in de gevangenis om gevangenen te
classificeren.
• Huidig probleem: Overbevolking. Er zijn meer dan 10.000 gevangenen, maar te
weinig plaatsen.
• Twee oplossingen (de strijd tussen ministers):
1. Expansionisme: Gevangenissen bijbouwen (helpt vaak maar kort).
2. Reductionisme: Minder mensen naar de cel sturen (gebruik van enkelband,
werkstraf, etc.).
Gebrek aan lange termijnvisie, we kijken enkel op korte termijn
o We bouwen gevangenissen bij→ hoe meer je bijbouwt, hoe
meer je volsteekt.
o Oplossing? → trechter aanpassen
4
,4. Structuur en Hervormingen
Versnippering van het beleid
België is ingewikkeld. Justitie is versnipperd over verschillende niveaus:
• Federaal: De "grote" justitie (rechtbanken, gevangenissen, wetboek).
• Gemeenschappen (Vlaams): De "zachte" sector (justitiehuizen, enkelbanden,
jeugdhulp).
• Gevolg: Samenwerking loopt soms mank.
Crisis als motor voor verandering
Grote veranderingen komen er vaak pas na een ramp.
• De zaak Dutroux (jaren '90): De ontsnapping en fouten leidden tot de Witte Mars.
• Gevolg: Het Octopusakkoord (1998). Dit zorgde voor een eengemaakte politie, een
sterker Openbaar Ministerie en eindelijk aandacht voor het slachtoffer in de
procedure.
5. Examen
• Voorbeeldvraag: "Leg uit hoe de slingerbeweging tussen daad en dader zichtbaar is
in de geschiedenis van het strafrecht." (Hier moet je dan de evolutie van Verlichting
naar Sociaal Verweer uitleggen).
• Vanaf welke periode voeren we beleid, wat is beleidvoeren en geef de geschiedenis
ervan
5
, Deel 1: Historische en actuele ontwikkelingen binnen de Belgische strafrechtsbedeling
Een blik op de geschiedenis van de strafrechtsbedeling
Een blik op de geschiedenis van de strafrechtsbedeling
Om het strafrecht te begrijpen, kijken we naar de enge definitie van criminaliteit: alles wat
de wet strafbaar stelt. Wat we strafbaar vinden, verandert door de tijd heen (overspel). Het
strafrecht is niet "neutraal": het bepaalt wat de maatschappij wel of niet accepteert
(normerende functie) en helpt die regels te bewaken (conserverende functie). Het
strafrecht is altijd een gevolg van de politieke en economische situatie van die tijd.
1. STRAFRECHT EN HANDHAVING IN DE 14e-17e eeuw
In deze periode draaide alles om productie en arbeid.
• Wie werd gestraft? Mensen die niet werkten (bedelaars, landlopers, thuislozen)
werden als gevaarlijk voor de maatschappij gezien.
• Hoe werd gestraft? In het begin was de straf gericht op fysiek leed: brandmerken,
foltering, verbanning of de doodstraf.
• De verandering: Men maakte een onderscheid tussen 'valide' armen (die konden
werken) en 'echte' behoeftigen. De overheid begon armenzorg te gebruiken om
mensen te disciplineren en de arbeidsmarkt te regelen.
• Eerste vormen van opsluiting: In de 17e eeuw ontstonden instellingen zoals het
Rasphuis (Amsterdam) en Workhouses (Engeland). Hier was arbeid verplicht om
mensen te "heropvoeden" tot gehoorzame arbeiders.
2. STRAFRECHT TIJDENS HET ANCIEN REGIME (17e en 18e eeuw)
In deze tijd was de koning de bron van het recht.
• De Koning centraal: Een misdrijf werd gezien als een persoonlijke aanval op de
koning. De straf moest zijn macht herstellen en was daarom extreem gruwelijk
(radbraken, publieke geselingen) om anderen af te schrikken.
• Geheime procedure: Het onderzoek was inquisitoir: de rechter was ook de
aanklager, alles gebeurde in het geheim en de verdachte had nauwelijks rechten.
Foltering was een legaal middel om een bekentenis af te dwingen.
6
,3. STRAFRECHT TIJDENS DE VERLICHTING (18e eeuw)
Filosofen gaven kritiek op de willekeur van de koning. Men ging geloven in de rationele
mens en het sociaal contract: burgers geven een stukje vrijheid af aan de staat in ruil voor
veiligheid.
• Magna Charta van het strafrecht: Er kwamen drie basisregels:
1. Legaliteitsbeginsel: Je mag alleen gestraft worden voor iets wat vooraf in de
wet stond. De rechter is slechts de "mond van de wet" (la bouche de la loi).
2. Proportionaliteitsbeginsel: De straf moet in verhouding staan tot de ernst
van het misdrijf.
3. Subsidiariteitsbeginsel: Strafrecht is het laatste middel (ultimum remedium).
• Cesare Beccaria: Hij was een belangrijke denker die pleitte voor humane straffen, de
rechten van verdediging en de afschaffing van de doodstraf.
4. DE FRANSE REVOLUTIE: DE WORTELS VAN HET KLASSIEKE STRAFRECHT
De Franse Revolutie (1789) zorgde voor een breuk met de macht van de koning en legde de
basis voor de moderne rechtsstaat. Men wilde een moderne rechtsstaat waarin burgers
beschermd werden tegen willekeurige straffen. In deze periode ontstonden 3 wetboeken:
• Code Lepeletier (1791): Schafte het geheime onderzoekssysteem af en voerde de
jury in, zodat burgers zelf over schuld konden oordelen.
• Code Merlin (1795): Stond bekend om milde straffen, maar werkte met vaste
straffen (de rechter mocht de strafmaat niet zelf bepalen).
• Code Pénal (1810): Napoleon voerde een minimum- en maximumstraf in, waardoor
de rechter voor het eerst een marge kreeg om te beslissen. Hij voerde echter ook
weer een aantal wrede lijfstraffen in.
België: Na onze onafhankelijkheid in 1830 bleven we de wetten van Napoleon gebruiken, tot
we in 1867 ons eigen Strafwetboek kregen, maar dat was nog steeds heel sterk gebaseerd
op deze Franse basis.
4.1 Het Belgische gevangeniswezen in deze periode
Twee figuren bepaalden hoe onze gevangenissen eruitzagen:
• Vilain XIIII (Heropvoeding door arbeid): Hij geloofde dat luiheid de oorzaak was van
misdaad. In zijn tuchthuis in Gent moesten gevangenen verplicht werken om een
stiel te leren en zo te resocialiseren.
7
, • Edouard Ducpétiaux (Isolatie en meditatie): Hij vond dat arbeid niet genoeg was;
gevangenen moesten moreel verbeteren. Hij voerde het cellulair systeem in:
gevangenen zaten dag en nacht alleen in hun cel om na te denken en te bidden
(meditatie). Zijn gevangenissen werden gebouwd volgens het panoptisch concept:
vanuit één centraal punt kon men alle cellen zien.
5. HET POSITIVISME: DE GEDETERMINEERDE MENS (2e helft 19e eeuw)
Het positivisme geloofde niet meer in de vrije wil.
• Gedetermineerd: De mens wordt gestuurd door factoren waar hij niets aan kan
doen, zoals genen, opvoeding of milieu.
• Focus op de dader: Men keek niet naar de daad, maar naar de gevaarlijkheid van de
persoon. De straf werd een "behandeling" om de dader te genezen of te
resocialiseren.
5.1. De Italiaanse school
Cesare Lombroso gelooft dat criminaliteit aangeboren is. Je herkent criminelen aan hun
uiterlijk (zoals een grote kaak of schedelvorm). Volgens hen is een crimineel een ander soort
mens dat eigenlijk "achtergebleven" is in de evolutie (oermens).
5.2. De Franse milieuschool
Lacassagne en Tarde waren het totaal niet eens met de Italianen. Zij zeiden dat niemand als
misdadiger geboren wordt maat dat criminaliteit een sociaal verschijnsel is. Je wordt geen
misdadiger door je genen, maar door de slechte omgeving (het milieu) waarin je opgroeit.
5.3. De biosociale school
Adolphe Prins kiest voor de middenweg. Zij geloofden dat het niet "óf het lichaam óf de
omgeving" is, maar een combinatie van alles; je lichaam, je karakter én de maatschappij. De
overheid moet de samenleving beschermen door al deze oorzaken tegelijk aan te pakken.
6. HET SOCIAAL VERWEER: EEN NEOKLASSIEKE BENADERING
Adolphe Prins zocht een middenweg tussen de vrije wil en het determinisme. Hij vond dat
de maatschappij zich moest beschermen (sociaal verweer) tegen gevaarlijke daders.
• Gevolg: Straffen moesten geindividualiseerd worden (aangepast aan de persoon).
• Wetgeving: Onder zijn invloed kwamen de Wet Lejeune (1888) voor voorwaardelijke
invrijheidstelling en de Wet op de Kinderbescherming (1912), waarbij jongeren niet
meer voor de gewone strafrechter kwamen.
8
,6.1. Penitentiaire hervormingen onder Emile Vandervelde
Minister Vandervelde wilde de gevangenis menselijker maken.
• Geen isolatie meer: De verplichte stilte en het dragen van een kap werden
afgeschaft.
• Individuele aanpak: Hij richtte de Antropologische Dienst op om gevangenen
medisch en psychologisch te onderzoeken en hen de juiste behandeling te geven.
• Arbeid: Gevangenen moesten een eerlijk loon krijgen en arbeid werd gezien als een
manier om terug in de maatschappij te keren.
7. HET NIEUW SOCIAAL VERWEER: DE WELVAARTS - EN VERZORGINGSSTAAT
Na WO II geloofde men sterk dat mensen konden veranderen.
• Resocialisatie: Het hoofddoel van straffen was niet langer alleen opsluiten, maar de
dader helpen om terug in de maatschappij te passen. Men gebruikte
wetenschappen (psychologie) om een straf op maat te maken die precies paste bij de
problemen van de dader.
• Tweesporenstelsel: Er was een onderscheid tussen:
1. "Normale" daders: Zij kregen een gewone straf volgens het strafrecht.
2. Jongeren en geestesgestoorden: kregen een maatregel zoals opvoeding of
internering in plaats van een straf.
• Hervormingen Piet Vermeylen: Hij introduceerde de Probatiewet (1964), waardoor
daders voorwaarden konden krijgen in plaats van een celstraf.
7.1. Reacties op het nieuw sociaal verweer
Vanaf de jaren '70 kwam er kritiek op dit systeem:
• Onvoorspelbaar: Door te veel te focussen op de persoon, wist men niet meer welke
straf bij welke daad hoorde.
• Net-widening: Men ging meer mensen controleren die vroeger misschien geen straf
zouden krijgen.
• Verschillende visies:
o Abolitionisme: Het strafrecht moet afgeschaft worden omdat het niets
oplost. Straffen maakt volgens hen het probleem gewoon groter.
o Restorative Justice: Focus op herstel van schade tussen dader en slachtoffer.
9
, o Justice model/Neorealisme: "Nothing works"; men pleit voor een terugkeer
naar strenger straffen, verantwoordelijkheid en strikte wettelijke regels.
België als federale staat (p39-46)
Sinds de jaren 1970 is België veranderd van een unitaire staat (waar alles vanuit één punt
werd beslist) naar een federale staat,. Dit betekent dat de macht verdeeld is over
verschillende niveaus die elk hun eigen bevoegdheden hebben. Je moet dus naar zowel het
federale als het deelstatelijke niveau kijken om de hele strafrechtsketen te begrijpen.
In België hebben we drie bestuursniveaus met eigen krachten,:
• Het Federale niveau (voor heel België).
• De Gemeenschappen (Vlaams, Frans en Duitstalig).
• De Gewesten (Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk).
Hoewel Justitie vroeger één groot blok was, hebben de staatshervormingen (vooral de 6de
staatshervorming tussen 2011 en 2014) ervoor gezorgd dat bepaalde taken nu bij de
deelstaten liggen, zoals de justitiehuizen en de opvolging van daders.
1. HET FEDERALE NIVEAU
Op dit niveau is de Federale Minister van Justitie bevoegd voor het hele land. Deze minister
beslist over de organisatie van rechtbanken, het gevangeniswezen en welke daden strafbaar
zijn. De minister wordt bijgestaan door een kabinet = beleidscel (experts die advies geven)
en de administratie, FOD Justitie.
Hieronder zie je de ministers van de afgelopen jaren en hun belangrijkste actiepunten:
• Koen Geens (2015-2020): Hij wilde de gevangenispopulatie verlagen
(reductionisme). Hij zag de gevangenis als het allerlaatste middel (ultimum
remedium). Hij introduceerde de Potpourri-wetten om justitie sneller te maken en
werkte aan een nieuw Strafwetboek.
• Vincent Van Quickenborne (2020-2024): Zijn motto was "menselijker, sneller en
straffer" (MSS). Hij zette sterk in op digitalisering (bijvoorbeeld dossiers digitaal
inkijken) en de uitbouw van detentiehuizen voor korte straffen. Ook heeft hij sterk
ingezet op de hervorming van het seksueel strafrecht.
• Paul Van Tigchelt (2023-2025): Hij volgde Van Quickenborne op en zorgde ervoor dat
het nieuwe Strafwetboek in april 2024 werd gepubliceerd (met geplande
inwerkingtreding in 2026).
10