1. Eigenbelgang of rekening houden met anderen?
- Om van een dilemma te spreken moet er een spanningsveld zijn tussen jou en
andere
- Sociale dilemma’s: kenmerken
o Sociaal dilemma: een situatie waarin een conflict ervaren wordt tussen
het vervullen van egoïstische motieven en het collectieve belang, waarbij
egoïsme het voordeligst is voor het individu, maar aanzienlijke collectieve
kosten met zich meebrengt
o Het individu maakt het meeste winst als hij/zij enkel het eigenbelang
nastreeft
o Als elk individu voor zichzelf de meest lonende keuze maakt, heeft dit
nadeel voor de anderen
o De schade die veroorzaakt wordt door het natreven van het eigenbelang
aan het collectief is groter dan de waarde die het niet-coöperatieve
individu wint
1.1. Gevangenendilemma
= Een onderzoeksparadigma dat gemengde motieven schept. Deelnemers worden
aangemoedigd tot samenwerking door beloningen, maar worden verleid tot competitie
door nog grotere beloningen
= de meest bestudeerde dillemasituatie, waarin spelers de rol van gevangene spelen en
kunnen kiezen tussen coöperatie (zwijgen) en competitie (bekennen). De spelers
moeten gelijktijdig kiezen en zijn niet op de hoogte van elkaar keuze
- Gevangenendilemmaspel (GDS)
o Als de gevangenen samenwerken (niet bekennen) worden ze beide matig
beloond: elk krijgt 1j straf
o Als ze competitief reageren (bekennen) verliezen ze beide: 5j straf voor
beide
o Als een van beide samenwerkt (niet bekent) krijgt de gevangen die zwijgt
19j straf maar de verklikker krijgt helemaal geen straf
1
,Brondilemma
= een situatie waarbij iedereen onbeperkt aanspraak kan maken op een
gemeenschappelijk bron, die hierdoor dreigt uitgeput te geraken omdat ze zichzelf niet
of onvoldoende opnieuw kan genereren.
We zitten met 2 gevangen die apart verhoord worden en de ene weet niet wat de andere
doet en de politie probeert aan een bekentenis te komen. Wanneer je bekent krijg je straf
vermindering. Je kan coöperatief(niet bekennen ) zijn of competitief(wel bekennen) zijn.
1 van de zake wat je meteen kan zien is het idee dat wnr mensen coöperatief zijn dat
voor het systeem het beste is. Als de gevangenen samenwerken (niet bekennen) worden
ze beide matig beloond: elk krijgt 1j straf. Als ze competitief reageren (bekennen)
verliezen ze beide: 5j straf voor beide . Als een van beide samenwerkt (niet bekent) krijgt
de gevangen die zwijgt 10j straf maar de verklikker krijgt helemaal geen straf. Bij een
sociaal dilemma is de winst van persoon x kleiner dan de schade van persoon y. of je
elkaar vertrouwt bepaald de keuze van de personen en de uitkomsten ervan.
➔ In het gevangenendilemma moeten 2 gevangen kiezen tussen eigenbelang en het
collectieve belang. Een complicerende factor hierbij is dat hun uitkomst
afhankelijk is van de andere gevangene. De gevangene vaart er het best bij
wanneer hij of zo egoïstisch is (de individuele straf), maar op het collectieve
niveau (de gezamenlijke straf) zijn beide gevangenen het meest gebaat bij
coöperatief gedrag.
- Herhaalde aanbiedingen
o Effectieve strategieën:
▪ Tit fort at: imitatie van zet van de tegenpartij (let op bij competitie)
2
, • = het beantwoorden van de acties van de tegenpartij met
een soortgelijke actie, waardoor coöperatie beantwoord
wordt met coöperatie en competitie met competitie
• Als jij coöperatief bent ben ik dat ook OF als jij competitief
bent, ben ik dat ook
• De reproductiviteit( op dezelfde manier reageren) is groter
bij competitie dan bij coöperatief, je kan hierdoor haat
spiralen van krijgen
▪ Win-stay, lose-shift: winnen-blijven, verliezen-veranderen
• = strategie gebaseerd op het principe van conditionering,
waarbij we coöpereren of competitief ageren zolang dit
lonend is, maar overstappen op een andere strategie
wanneer we te weinig verdienen.
1.2. Middelendilemma’s
- Commons dilemma
o Beperkte rijkdommen die zichzelf niet opnieuw generen: olie, steenkool,
oerwouden, ozonlaag, vis,… → grondstoffen die we allemaal bezitten als
maatschappij en dan wordt overgebruikt totdat de uitputting bedreigd
o Veelvuldig gebruik levert op korte termijn een persoonlijk voordeel maar
op langere termijn lijdt iedereen eronder
- Brenchner (1977)
o Bak met 24 of 48 lichtjes, die elk een punt voorstellen
o Wie 150 punten haalt, krijgt 3 uur course credit
o Regeneratie bron afhankelijk van graad van uitputting
Je hebt een grote(48 lichtjes) en een kleine bron (24 lichtjes) en elk lichtje staat voor een
punt. Iedereen mocht na elkaar kiezen hoeveel punten ze wou. Reintegratie: een bron
3