Hoofdstuk 1: Inleiding
Reproductie en ontwikkeling: evolutieve context
Reproductie is kenmerkend voor het leven en is onlosmakelijk verbonden met biologische evolutie.
Morfologie wordt gekenmerkt door variatie. Over grote taxa reflecteert duidelijk het proces van
adaptatie door natuurlijke selectie.
Frequentiedistributies van de kenmerken tonen hoe de variaties zich binnen de populatie
manifesteert. Indien een bepaald kenmerk voordelig is en een genetische basis heeft, zal de
oorspronkelijke frequentiedistributie van dit kenmerk verschuiven. Dergelijke verschuiving
representeert evolutie en adaptatie. Genetische variatie voor het relevante kenmerk binnen de
populatie en opeenvolgende generatiewisselingen zijn hierbij essentieel.
Bij aseksuele reproductie blijft de variatie beperkt tot mutaties. Seksuele reproductie resulteert bij elke
generatiewisseling in veel grotere potentiële genetische veranderingen.
Bronnen van-variatie
FT
Plasticiteit : wanneer veranderende omgevingsfactoren tijdens de ontwikkeling
vormveranderingen veroorzaken, kan zowel biotisch als abiotisch zijn. Het vermogen om
plastisch te reageren is wel genetisch bepaald
Vb.: Dwerggroei bij vissen wanneer ze in beperkte ruimte worden opgekweekt
Aseksuele reproductie
Bij aseksuele reproductie blijft variatie beperkt, toch kan ze volstaan om op fluctuerende
omgevingsfactoren te reageren. Het voordeel van aseksuele voortplanting is dat het ‘goedkoop’ is.
Seksuele reproductie
Seksuele reproductie is veel kostelijker, er moeten gameten worden aangemaakt, er moet in
secundaire geslachtskenmerken worden geïnvesteerd en vaak energetisch kostelijke gedragspatronen
moeten worden uitgevoerd. Bovendien nemen bij éénslachtigen de mannetjes niet deel aan de
populatiegroei. Een uitweg voor dit probleem vormen de hermafrodieten en tweeslachtigen.
Parthenogenese kan het probleem van nutteloze mannetjes omzeilen. Minstens de genetische variatie
ten g evolge van ‘random allelen combinatie’ gaat in dit geval verloren .In stabiele omstandigheden of
in gebieden waar er weinig of geen competitie voor hulpbronnen is , lijkt aseksuele VP aangewezen.
Enkele definities
Dit schema stelt de levenscyclus van opeenvolgende generaties voor. Dit wordt ook de ontogonie
genoemd en omvat zowel de reproductieve cyclus als de post -reproductieve fase.
De embryogenese : omvat de periode tussen fertilisatie en het ogenblik in de ontwikkeling waarop
belangrijke bouwplanelementen en organen zijn
gevormd . Dit is de meest gevoelige periode van de
ontwikkeling. Bij de mens neemt dit 8 -9 weken in
beslag, het embryo is nauwelijks 3cm en weegt
ongeveer 3g. Wat volgt is de foetale periode van
intense groei die duurt tot de geboorte. De
ontwikkeling van organismen met eieren met weinig
dooier wordt vaak gekenmerkt door een larvale
vrijlevende periode gevold door een metamorfose
tot juveniel .
Reproductie en ontwikkeling: evolutieve context
Reproductie is kenmerkend voor het leven en is onlosmakelijk verbonden met biologische evolutie.
Morfologie wordt gekenmerkt door variatie. Over grote taxa reflecteert duidelijk het proces van
adaptatie door natuurlijke selectie.
Frequentiedistributies van de kenmerken tonen hoe de variaties zich binnen de populatie
manifesteert. Indien een bepaald kenmerk voordelig is en een genetische basis heeft, zal de
oorspronkelijke frequentiedistributie van dit kenmerk verschuiven. Dergelijke verschuiving
representeert evolutie en adaptatie. Genetische variatie voor het relevante kenmerk binnen de
populatie en opeenvolgende generatiewisselingen zijn hierbij essentieel.
Bij aseksuele reproductie blijft de variatie beperkt tot mutaties. Seksuele reproductie resulteert bij elke
generatiewisseling in veel grotere potentiële genetische veranderingen.
Bronnen van-variatie
FT
Plasticiteit : wanneer veranderende omgevingsfactoren tijdens de ontwikkeling
vormveranderingen veroorzaken, kan zowel biotisch als abiotisch zijn. Het vermogen om
plastisch te reageren is wel genetisch bepaald
Vb.: Dwerggroei bij vissen wanneer ze in beperkte ruimte worden opgekweekt
Aseksuele reproductie
Bij aseksuele reproductie blijft variatie beperkt, toch kan ze volstaan om op fluctuerende
omgevingsfactoren te reageren. Het voordeel van aseksuele voortplanting is dat het ‘goedkoop’ is.
Seksuele reproductie
Seksuele reproductie is veel kostelijker, er moeten gameten worden aangemaakt, er moet in
secundaire geslachtskenmerken worden geïnvesteerd en vaak energetisch kostelijke gedragspatronen
moeten worden uitgevoerd. Bovendien nemen bij éénslachtigen de mannetjes niet deel aan de
populatiegroei. Een uitweg voor dit probleem vormen de hermafrodieten en tweeslachtigen.
Parthenogenese kan het probleem van nutteloze mannetjes omzeilen. Minstens de genetische variatie
ten g evolge van ‘random allelen combinatie’ gaat in dit geval verloren .In stabiele omstandigheden of
in gebieden waar er weinig of geen competitie voor hulpbronnen is , lijkt aseksuele VP aangewezen.
Enkele definities
Dit schema stelt de levenscyclus van opeenvolgende generaties voor. Dit wordt ook de ontogonie
genoemd en omvat zowel de reproductieve cyclus als de post -reproductieve fase.
De embryogenese : omvat de periode tussen fertilisatie en het ogenblik in de ontwikkeling waarop
belangrijke bouwplanelementen en organen zijn
gevormd . Dit is de meest gevoelige periode van de
ontwikkeling. Bij de mens neemt dit 8 -9 weken in
beslag, het embryo is nauwelijks 3cm en weegt
ongeveer 3g. Wat volgt is de foetale periode van
intense groei die duurt tot de geboorte. De
ontwikkeling van organismen met eieren met weinig
dooier wordt vaak gekenmerkt door een larvale
vrijlevende periode gevold door een metamorfose
tot juveniel .