JOURNALISTIEK EN INFORMATIE
LES 1+ 2: INLEIDING EN NIEUWSECOLOGIE: NIEUWSMODELLEN, SPELERS
IN HET VELD VAN DE MEDIACONCENTRATIE
Wat is nieuws? Toepassing:
Veel nieuwsapps: politieke partijen lanceren nieuwsapps: is dit nieuws? -> de apps zijn
terug te vinden in de categorie ‘nieuws’ en staan dus naast die van effectieve
nieuwsmedia zoals De Morgen, HLN.. ( We vinden het belangrijk als nieuwsconsument
om gefilterd nieuws te bekijken: bij nieuws van politieke partijen is dit niet het geval
( zowel positief als negatief)) -> nieuws vanuit specifieke invalshoeken
Partisan press: specifieke vorm van berichtgeving bevat informatie maar is
gekleurd vanuit een duidelijk politiek standpunt (geen puur nieuws, wel
informatie)
Wat betekent de opkomst van dit soort nieuws apps voor bestaande nieuwsapps? Opent
nieuwe deur naar gekleurde informatie
Wat is nieuws?
Mensen hebben noden en willen deze bevredigen door het zoeken van informatie, dit is
heel afhankelijk van zeer specifieke informatie (U&G)
COMMUNICATIEPROCES
Communicatieproces: het proces waardoor een zender bewustzijnsinhoud overdraagt of
deelt of tracht over te dragen aan een of meer ontvangers en dit door middel van een
kanaal, signalen en tekens (Fauconnier)
6 elementen:
1. Zender
2. Bewustzijnsinhoud (je wilt iets dat in je hoofd zit verspreiden maar je moet dat
eerst omvormen tot een duidelijke boodschap via soort vertaalslag) <->niet heel
neutraal
3. Kanaal (verbinding tss zender en ontvanger)
4. Signalen
5. Tekens (houden een beperking in)
6. Ontvanger
Fasen van communicatieproces
1. Coderen (realiteit opdelen in stukjes)
2. Tekens omzetten in signalen
3. Door kanaal sturen naar ontvanger
4. Ontvanger decodeert en interpreteert
Zorgt onderweg voor problemen: slechte verbinding, vertraging, tegenstrijdige
informatie, culturele ruis,… -> communicatie niet geslaagd
Bij alle soorten bij communicatie -> ook bij nieuwsoverdracht
,Waar kan het mis gaan?
7 soorten selectieprocessen
1. Selectief uitzenden (de zender laat bv bepaalde zaken niet aanbod komen:
ideologische invloeden van de zender)
2. Selectieve kennisname (je krijgt maar delen van het verhaal volledig mee)
3. Selectieve aandacht (er is te veel info waardoor we niet alles kunnen volgen: wat
is belangrijk voor ons en wat niet- journalist moet gids zijn die aantoont wat het
waard is te bekijken)
4. Selectieve waarneming (niet iedereen pikt hetzelfde op: iedereen heeft eigen
achtergrond en sommige gaan gevoeliger zijn voor bepaalde woordkeuzes: ook
ideologische rol maar uit kant van de waarnemer)
5. Selectief onthouden ( onthouden op lange termijn gebeurd ook op framing manier,
op basis van je eigen achtergrondkennis blijven bepaalde dingen hangen)
6. Selectief aanvaarden ( afhankelijk van eigen achtergrond)
7. Selectief over dingen praten ( afhankelijk van je interesses)
COMMUNICATIEMODELLEN
1. Boodschap (zender) -> effect (ontvanger) = almacht van de media model
• Zender-ontvangermodel
• Geen perfecte model!
2. Beperkt effecten model: Lasswell
•
Control
research -
> content
research -
> medium
research -
> audience research -> effects research
3. Cultivatie theorie: culturele indicatoren project: inhouden bekijken van wat we
te zien krijgen op televisie -> we krijgen boodschappen binnen en die laten ideeën
groeien in onze hoofden, zo wordt een werkelijkheid in ons hoofd gecreëerd
(medium: the medium is the message), de boodschap zorgt ervoor dat we zaken
meekrijgen die we anders niet zouden meekrijgen
4. Shannon en weaver: 6 componenten
• Voegden het element van
ruis (noice) toe, er zit
storing op de lijn
• Waren ingenieurs en
bekeken het heel erg
technisch
• Feedback loop is cruciaal
, 5. Model van Maletzke
Model van Maletzke: communicator(zender) stuurt boodschap de wereld in (message)
aan de hand van bepaald medium en komt uit bij receiver (ook weer feedbackloop
aanwezig)
- Communicator en receiver hebben zeer veel kenmerken -> bijv. Zelfbeeld
van de journalist in kwestie bekijken (neemt hij veel risico’s, is hij kritisch,
…)
o Link tussen medium en ontvanger: selection from content ->
ontvanger speelt actieve rol
o Tussen communicator en medium: pressure of constraint from
the message -> boodschap draagt een bepaalde druk (er spelen
vaak verschillende belangen) hoe je brengt is afwisselend van
de invalshoek die je aan bod laat komen en verzender die je gaat
vertegenwoordigen
De morgen vs. De tijd rond boerenprotest
- De tijd: focussen op economisch, financieel aspect (vroeger andere naam)
o “boerenprotesten viseren opnieuw Antwerpse haven” – focus op haven
want speelt cruciale factor in buitenlandse handel en importeren =
economisch
- De Morgen: op eerste pagina’s niets over boerenprotesten
Zelfde aanbod zelfde dag, maar andere focus
KRITIEK OP ALMACHT MEDIAMODEL
Informatie die je wil doorgeven als journalist komt niet altijd terecht bij ontvanger
zoals bedoeld werd -> komt door achtergrondfactoren bij zender en ontvanger
(identiteit, leeftijd, achtergrond, opleiding) = ruis en concurrerende boodschappen
, ‘BEPERKTE KARAKTER’ VAN MEDIA-EN NIEUWSEFFECTEN
Verschillende beperkingen:
1. Beperkte richting (status quo) -> gedragsverandering kan niet zomaar bereikt
worden (bv: verslag van wat er misgaat op vlak van klimaat – weerstand tegen
sociale verandering: neiging om status quo te behouden – beperkt effect van
boodschappen)
2. Beperkte grootte (minder dan gehoopt) -> nieuwseffecten werken maar stuk door
op ontvangers -> niet alle informatie onthouden
3. Beperkt bereik (niet iedereen) -> nieuwsmerken spreken bepaald publiek aan, dus
niet iedereen bereiken (beperkt op vlak van regio bijvoorbeeld – wordt op
verschillende manieren geframed)
4. Beperkte situatie (boodschappen die vaak herhaald worden gaan beter blijven
hangen -> hoe vaker je wordt blootgesteld aan mediaboodschappen hoe meer
effect)
5. Beperkt object (kennis, mening, gedrag)
6. Beperkte tijdspanne: berichten blootstellen aan publiek zorgt voor korte termijn
effect -> wat werkt op lange termijn?
Dus, heel veel beperkingen
TWO-STEP FLOW OF COMMUNICATION
- Lazarsfleld, Katz
- Case: erie county studie, verkiezingen en impact debatten/media
- Opinieleiders (laag tussen massamedia en ontvangers) daar gaat een doorsnee
publiek zich naar richten: persoonlijke relaties van belang
o (bv: als je auto gaat kopen ga je automatisch op zoek naar iemand die daar
iets meer over weet en met meer competentie, kennis naar media
boodschappen gaat kijken en interpreteren)
o Persoonlijkheid: wie
o Competentie/kennis: wat men weet
o Positie binnen sociaal netwerk: wie men kent
MULTI-STEP FLOW OF COMMUNICATION
Van media via een kanaal naar opinieleiders en die gaan naar hun volgers communiceren
-> ze gaan informatie bewerken en volgers informeren -> van volgers weer andere
mensen aanspreken..
Opinieleiders en volgers kunnen ook onderling met elkaar communiceren (twee experten
die hun visie weergeven)
Men kan ook terug in het proces, andersom beïnvloeden
… NAAR EEN NIEUWSECOLOGIE-MODEL
Te vergelijken met ui (laagjes) -> om verschillende
mediasystemen met elkaar te vergelijken
LES 1+ 2: INLEIDING EN NIEUWSECOLOGIE: NIEUWSMODELLEN, SPELERS
IN HET VELD VAN DE MEDIACONCENTRATIE
Wat is nieuws? Toepassing:
Veel nieuwsapps: politieke partijen lanceren nieuwsapps: is dit nieuws? -> de apps zijn
terug te vinden in de categorie ‘nieuws’ en staan dus naast die van effectieve
nieuwsmedia zoals De Morgen, HLN.. ( We vinden het belangrijk als nieuwsconsument
om gefilterd nieuws te bekijken: bij nieuws van politieke partijen is dit niet het geval
( zowel positief als negatief)) -> nieuws vanuit specifieke invalshoeken
Partisan press: specifieke vorm van berichtgeving bevat informatie maar is
gekleurd vanuit een duidelijk politiek standpunt (geen puur nieuws, wel
informatie)
Wat betekent de opkomst van dit soort nieuws apps voor bestaande nieuwsapps? Opent
nieuwe deur naar gekleurde informatie
Wat is nieuws?
Mensen hebben noden en willen deze bevredigen door het zoeken van informatie, dit is
heel afhankelijk van zeer specifieke informatie (U&G)
COMMUNICATIEPROCES
Communicatieproces: het proces waardoor een zender bewustzijnsinhoud overdraagt of
deelt of tracht over te dragen aan een of meer ontvangers en dit door middel van een
kanaal, signalen en tekens (Fauconnier)
6 elementen:
1. Zender
2. Bewustzijnsinhoud (je wilt iets dat in je hoofd zit verspreiden maar je moet dat
eerst omvormen tot een duidelijke boodschap via soort vertaalslag) <->niet heel
neutraal
3. Kanaal (verbinding tss zender en ontvanger)
4. Signalen
5. Tekens (houden een beperking in)
6. Ontvanger
Fasen van communicatieproces
1. Coderen (realiteit opdelen in stukjes)
2. Tekens omzetten in signalen
3. Door kanaal sturen naar ontvanger
4. Ontvanger decodeert en interpreteert
Zorgt onderweg voor problemen: slechte verbinding, vertraging, tegenstrijdige
informatie, culturele ruis,… -> communicatie niet geslaagd
Bij alle soorten bij communicatie -> ook bij nieuwsoverdracht
,Waar kan het mis gaan?
7 soorten selectieprocessen
1. Selectief uitzenden (de zender laat bv bepaalde zaken niet aanbod komen:
ideologische invloeden van de zender)
2. Selectieve kennisname (je krijgt maar delen van het verhaal volledig mee)
3. Selectieve aandacht (er is te veel info waardoor we niet alles kunnen volgen: wat
is belangrijk voor ons en wat niet- journalist moet gids zijn die aantoont wat het
waard is te bekijken)
4. Selectieve waarneming (niet iedereen pikt hetzelfde op: iedereen heeft eigen
achtergrond en sommige gaan gevoeliger zijn voor bepaalde woordkeuzes: ook
ideologische rol maar uit kant van de waarnemer)
5. Selectief onthouden ( onthouden op lange termijn gebeurd ook op framing manier,
op basis van je eigen achtergrondkennis blijven bepaalde dingen hangen)
6. Selectief aanvaarden ( afhankelijk van eigen achtergrond)
7. Selectief over dingen praten ( afhankelijk van je interesses)
COMMUNICATIEMODELLEN
1. Boodschap (zender) -> effect (ontvanger) = almacht van de media model
• Zender-ontvangermodel
• Geen perfecte model!
2. Beperkt effecten model: Lasswell
•
Control
research -
> content
research -
> medium
research -
> audience research -> effects research
3. Cultivatie theorie: culturele indicatoren project: inhouden bekijken van wat we
te zien krijgen op televisie -> we krijgen boodschappen binnen en die laten ideeën
groeien in onze hoofden, zo wordt een werkelijkheid in ons hoofd gecreëerd
(medium: the medium is the message), de boodschap zorgt ervoor dat we zaken
meekrijgen die we anders niet zouden meekrijgen
4. Shannon en weaver: 6 componenten
• Voegden het element van
ruis (noice) toe, er zit
storing op de lijn
• Waren ingenieurs en
bekeken het heel erg
technisch
• Feedback loop is cruciaal
, 5. Model van Maletzke
Model van Maletzke: communicator(zender) stuurt boodschap de wereld in (message)
aan de hand van bepaald medium en komt uit bij receiver (ook weer feedbackloop
aanwezig)
- Communicator en receiver hebben zeer veel kenmerken -> bijv. Zelfbeeld
van de journalist in kwestie bekijken (neemt hij veel risico’s, is hij kritisch,
…)
o Link tussen medium en ontvanger: selection from content ->
ontvanger speelt actieve rol
o Tussen communicator en medium: pressure of constraint from
the message -> boodschap draagt een bepaalde druk (er spelen
vaak verschillende belangen) hoe je brengt is afwisselend van
de invalshoek die je aan bod laat komen en verzender die je gaat
vertegenwoordigen
De morgen vs. De tijd rond boerenprotest
- De tijd: focussen op economisch, financieel aspect (vroeger andere naam)
o “boerenprotesten viseren opnieuw Antwerpse haven” – focus op haven
want speelt cruciale factor in buitenlandse handel en importeren =
economisch
- De Morgen: op eerste pagina’s niets over boerenprotesten
Zelfde aanbod zelfde dag, maar andere focus
KRITIEK OP ALMACHT MEDIAMODEL
Informatie die je wil doorgeven als journalist komt niet altijd terecht bij ontvanger
zoals bedoeld werd -> komt door achtergrondfactoren bij zender en ontvanger
(identiteit, leeftijd, achtergrond, opleiding) = ruis en concurrerende boodschappen
, ‘BEPERKTE KARAKTER’ VAN MEDIA-EN NIEUWSEFFECTEN
Verschillende beperkingen:
1. Beperkte richting (status quo) -> gedragsverandering kan niet zomaar bereikt
worden (bv: verslag van wat er misgaat op vlak van klimaat – weerstand tegen
sociale verandering: neiging om status quo te behouden – beperkt effect van
boodschappen)
2. Beperkte grootte (minder dan gehoopt) -> nieuwseffecten werken maar stuk door
op ontvangers -> niet alle informatie onthouden
3. Beperkt bereik (niet iedereen) -> nieuwsmerken spreken bepaald publiek aan, dus
niet iedereen bereiken (beperkt op vlak van regio bijvoorbeeld – wordt op
verschillende manieren geframed)
4. Beperkte situatie (boodschappen die vaak herhaald worden gaan beter blijven
hangen -> hoe vaker je wordt blootgesteld aan mediaboodschappen hoe meer
effect)
5. Beperkt object (kennis, mening, gedrag)
6. Beperkte tijdspanne: berichten blootstellen aan publiek zorgt voor korte termijn
effect -> wat werkt op lange termijn?
Dus, heel veel beperkingen
TWO-STEP FLOW OF COMMUNICATION
- Lazarsfleld, Katz
- Case: erie county studie, verkiezingen en impact debatten/media
- Opinieleiders (laag tussen massamedia en ontvangers) daar gaat een doorsnee
publiek zich naar richten: persoonlijke relaties van belang
o (bv: als je auto gaat kopen ga je automatisch op zoek naar iemand die daar
iets meer over weet en met meer competentie, kennis naar media
boodschappen gaat kijken en interpreteren)
o Persoonlijkheid: wie
o Competentie/kennis: wat men weet
o Positie binnen sociaal netwerk: wie men kent
MULTI-STEP FLOW OF COMMUNICATION
Van media via een kanaal naar opinieleiders en die gaan naar hun volgers communiceren
-> ze gaan informatie bewerken en volgers informeren -> van volgers weer andere
mensen aanspreken..
Opinieleiders en volgers kunnen ook onderling met elkaar communiceren (twee experten
die hun visie weergeven)
Men kan ook terug in het proces, andersom beïnvloeden
… NAAR EEN NIEUWSECOLOGIE-MODEL
Te vergelijken met ui (laagjes) -> om verschillende
mediasystemen met elkaar te vergelijken