PERSONEN- EN
FAMILIERECHT
Willemien Salomez
Samenvatting van de cursus en de PowerPointpresentaties.
Willemien Salomez
[E-mailadres]
,
,Inleiding
2
, Hoofdstuk 1. Situering
Het personen- en familierecht bestaat uit twee nauw met elkaar verbonden onderdelen: het
personenrecht en het familierecht. Het personenrecht regelt het statuut van de persoon en
diens rechtspositie in de maatschappij, terwijl het familierecht zich richt op de juridische
verhoudingen binnen de familie, zoals die tussen partners, ouders, kinderen en andere
verwanten. Beide domeinen zijn in de praktijk sterk met elkaar verweven, zodat een strikte
scheiding niet altijd mogelijk of wenselijk is.
De cursus biedt een bondige inleiding tot het Belgische personen-, familie- en
relatievermogensrecht en behandelt deze materies op een geïntegreerde manier, volgens de
verschillende fasen van de menselijke levensloop. Daarbij komen achtereenvolgens thema’s
aan bod zoals afstamming en adoptie, naam en geslacht, het statuut van minderjarigen,
huwelijk en samenwoning, evenals de bescherming van meerderjarigen. Die opbouw volgens
levensfasen is vooral didactisch bedoeld: niet elk onderwerp hoort immers uitsluitend thuis in
één bepaalde fase van het leven. Zo kunnen bijvoorbeeld naam en geslacht in de loop van het
leven veranderen, komen ook hoogbejaarden in aanmerking voor beschermingsmaatregelen
en zijn adoptie en afstamming niet louter aan de geboorte verbonden.
Binnen dat geheel neemt ook het huwelijk een belangrijke plaats in, niet alleen als persoonlijke
relatie, maar eveneens als bron van vermogensrechtelijke gevolgen. Het
huwelijksvermogensrecht omvat de regels die de vermogensrechtelijke verhoudingen tussen
echtgenoten onderling en tegenover derden beheersen, zowel tijdens het huwelijk als bij de
ontbinding ervan. Daarbij slaat het begrip “vermogen” enkel op de financiële en economische
aspecten die rechtstreeks met goederen en eigendomsverhoudingen verband houden, en dus
niet op louter persoonlijke aspecten van het huwelijk of op elementen zoals alimentatie.
De vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk worden niet in de eerste plaats beheerst
door het algemene verbintenissen- en overeenkomstenrecht, maar door een bijzondere
regeling, namelijk het huwelijksvermogensrecht als lex specialis. Voor zover die bijzondere
regeling geen antwoord biedt, blijft het algemene recht wel aanvullend van toepassing.
Volgens de cursus is zo’n bijzondere regeling in elk geval nodig om de interne verhoudingen
tussen echtgenoten op een billijke manier te organiseren. Over de vraag of ook een extern
werkend huwelijksvermogensrecht noodzakelijk is in de verhouding tot derden, bestaat meer
twijfel, aangezien het gemeen verbintenissen- en overeenkomstenrecht daar in bepaalde
gevallen al kan volstaan.
Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen het primair en het secundair huwelijksstelsel.
Het primair huwelijksstelsel bevat de eenvormige en dwingende minimumregels die voor alle
echtgenoten gelden, zowel op persoonlijk als op vermogensrechtelijk vlak en zowel in hun
onderlinge verhouding als in hun verhouding tot derden. Het secundair
huwelijksvermogensrecht regelt vervolgens meer specifiek de vermogensrechtelijke
betrekkingen tussen echtgenoten en tegenover derden. Echtgenoten kunnen vóór of tijdens
het huwelijk op bepaalde punten van die wettelijke regeling afwijken door middel van een
huwelijkscontract, waarin zij een conventioneel huwelijksvermogensstelsel vastleggen. Het
wettelijk stelsel blijft dan aanvullend gelden voor alles wat niet uitdrukkelijk in dat contract is
geregeld. De cursus is bijgehouden tot 1 december 2024.
3
FAMILIERECHT
Willemien Salomez
Samenvatting van de cursus en de PowerPointpresentaties.
Willemien Salomez
[E-mailadres]
,
,Inleiding
2
, Hoofdstuk 1. Situering
Het personen- en familierecht bestaat uit twee nauw met elkaar verbonden onderdelen: het
personenrecht en het familierecht. Het personenrecht regelt het statuut van de persoon en
diens rechtspositie in de maatschappij, terwijl het familierecht zich richt op de juridische
verhoudingen binnen de familie, zoals die tussen partners, ouders, kinderen en andere
verwanten. Beide domeinen zijn in de praktijk sterk met elkaar verweven, zodat een strikte
scheiding niet altijd mogelijk of wenselijk is.
De cursus biedt een bondige inleiding tot het Belgische personen-, familie- en
relatievermogensrecht en behandelt deze materies op een geïntegreerde manier, volgens de
verschillende fasen van de menselijke levensloop. Daarbij komen achtereenvolgens thema’s
aan bod zoals afstamming en adoptie, naam en geslacht, het statuut van minderjarigen,
huwelijk en samenwoning, evenals de bescherming van meerderjarigen. Die opbouw volgens
levensfasen is vooral didactisch bedoeld: niet elk onderwerp hoort immers uitsluitend thuis in
één bepaalde fase van het leven. Zo kunnen bijvoorbeeld naam en geslacht in de loop van het
leven veranderen, komen ook hoogbejaarden in aanmerking voor beschermingsmaatregelen
en zijn adoptie en afstamming niet louter aan de geboorte verbonden.
Binnen dat geheel neemt ook het huwelijk een belangrijke plaats in, niet alleen als persoonlijke
relatie, maar eveneens als bron van vermogensrechtelijke gevolgen. Het
huwelijksvermogensrecht omvat de regels die de vermogensrechtelijke verhoudingen tussen
echtgenoten onderling en tegenover derden beheersen, zowel tijdens het huwelijk als bij de
ontbinding ervan. Daarbij slaat het begrip “vermogen” enkel op de financiële en economische
aspecten die rechtstreeks met goederen en eigendomsverhoudingen verband houden, en dus
niet op louter persoonlijke aspecten van het huwelijk of op elementen zoals alimentatie.
De vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk worden niet in de eerste plaats beheerst
door het algemene verbintenissen- en overeenkomstenrecht, maar door een bijzondere
regeling, namelijk het huwelijksvermogensrecht als lex specialis. Voor zover die bijzondere
regeling geen antwoord biedt, blijft het algemene recht wel aanvullend van toepassing.
Volgens de cursus is zo’n bijzondere regeling in elk geval nodig om de interne verhoudingen
tussen echtgenoten op een billijke manier te organiseren. Over de vraag of ook een extern
werkend huwelijksvermogensrecht noodzakelijk is in de verhouding tot derden, bestaat meer
twijfel, aangezien het gemeen verbintenissen- en overeenkomstenrecht daar in bepaalde
gevallen al kan volstaan.
Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen het primair en het secundair huwelijksstelsel.
Het primair huwelijksstelsel bevat de eenvormige en dwingende minimumregels die voor alle
echtgenoten gelden, zowel op persoonlijk als op vermogensrechtelijk vlak en zowel in hun
onderlinge verhouding als in hun verhouding tot derden. Het secundair
huwelijksvermogensrecht regelt vervolgens meer specifiek de vermogensrechtelijke
betrekkingen tussen echtgenoten en tegenover derden. Echtgenoten kunnen vóór of tijdens
het huwelijk op bepaalde punten van die wettelijke regeling afwijken door middel van een
huwelijkscontract, waarin zij een conventioneel huwelijksvermogensstelsel vastleggen. Het
wettelijk stelsel blijft dan aanvullend gelden voor alles wat niet uitdrukkelijk in dat contract is
geregeld. De cursus is bijgehouden tot 1 december 2024.
3