GEZONDHEIDSPROMOTIE
STAP 1: ENKEL INTERVENTIEDOELSTELLING
De interventiedoelstelling is de laatste taak binnen stap 1. Je formuleert een specifieke doelstelling die je met de interventie wil bereiken,
gebaseerd op de literatuurstudie en eventueel eigen onderzoek.
Een goede interventiedoelstelling beantwoordt vijf vragen:
1. Welk gezondheidsprobleem en/of gedrag wil je veranderen?
2. Bij welke doelgroep wil je iets veranderen?
3. In welke setting wil je iets veranderen?
4. Hoeveel wil je veranderen?
5. Binnen welke termijn wil je het veranderen?
Op die manier is de doelstelling SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden).
Let op: in stap 1 worden enkel de algemene interventiedoelstellingen geformuleerd (voor het gezondheidsprobleem, gedrag, kwaliteit
van leven of omgeving). De specifieke gedragsdoelen (performance objectives) en de matrix met veranderdoelen komen pas in stap 2.
Voorbeeld: "Binnen twaalf maanden na de start van het programma is het percentage motorrijders (18-65 jaar) dat consequent
oordoppen draagt tijdens elke motorrit in Vlaanderen gestegen van 14% naar minimaal 25%."
, OPSTELLEN VRAGENLIJSTEN
Bij een Needs Assessment moet je soms zelf onderzoek doen via kwantitatief onderzoek (vragenlijsten) of kwalitatief onderzoek
(interviews).
Kwantitatieve vragenlijsten = gebruik je wanneer je voornamelijk zicht wil krijgen op specifieke cijfers (beschrijvende statistiek) of het in
kaart brengen van verbanden.
Kwalitatief onderzoek = (semigestructureerde interviews) gebruik je om nieuwe fenomenen in kaart te brengen waarover nog weinig
bekend is.
Bestaande instrumenten voor kwaliteit van leven:
• SF-36: meet kwaliteit van leven aan de hand van 8 domeinen
• WHOQOL-BREF: internationaal erkend meetinstrument met 4 domeinen (fysiek, psychisch, sociaal, omgeving)
• EQ-5D: korte vragenlijst met 5 domeinen, vaak gebruikt in economische evaluaties
Determinanten in kaart brengen kan via een vragenlijst gebaseerd op bestaande theoretische modellen zoals het ASE-model, Health
Belief Model of de Theory of Planned Behavior.
De determinanten uit het gedragswiel die je bevraagt zijn: fysieke competenties, psychische competenties, automatische drijfveren en
reflectieve drijfveren.
BELANGRIJKE AANDACHTSPUNTEN BIJ VRAGENLIJSTEN
• De vragenlijst moet de relevante determinanten meten voor jouw specifieke doelgroep en gedrag
• Je meet zowel relevantie (sterkte van de associatie met gedrag) als veranderbaarheid (kan de determinant beïnvloed worden?)
• Gebruik een legende met + en - symbolen om de score aan te geven
• De argumentatie voor relevantie en veranderbaarheid moet gebaseerd zijn op literatuur of onderzoek, niet op buikgevoel
STAP 1: ENKEL INTERVENTIEDOELSTELLING
De interventiedoelstelling is de laatste taak binnen stap 1. Je formuleert een specifieke doelstelling die je met de interventie wil bereiken,
gebaseerd op de literatuurstudie en eventueel eigen onderzoek.
Een goede interventiedoelstelling beantwoordt vijf vragen:
1. Welk gezondheidsprobleem en/of gedrag wil je veranderen?
2. Bij welke doelgroep wil je iets veranderen?
3. In welke setting wil je iets veranderen?
4. Hoeveel wil je veranderen?
5. Binnen welke termijn wil je het veranderen?
Op die manier is de doelstelling SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden).
Let op: in stap 1 worden enkel de algemene interventiedoelstellingen geformuleerd (voor het gezondheidsprobleem, gedrag, kwaliteit
van leven of omgeving). De specifieke gedragsdoelen (performance objectives) en de matrix met veranderdoelen komen pas in stap 2.
Voorbeeld: "Binnen twaalf maanden na de start van het programma is het percentage motorrijders (18-65 jaar) dat consequent
oordoppen draagt tijdens elke motorrit in Vlaanderen gestegen van 14% naar minimaal 25%."
, OPSTELLEN VRAGENLIJSTEN
Bij een Needs Assessment moet je soms zelf onderzoek doen via kwantitatief onderzoek (vragenlijsten) of kwalitatief onderzoek
(interviews).
Kwantitatieve vragenlijsten = gebruik je wanneer je voornamelijk zicht wil krijgen op specifieke cijfers (beschrijvende statistiek) of het in
kaart brengen van verbanden.
Kwalitatief onderzoek = (semigestructureerde interviews) gebruik je om nieuwe fenomenen in kaart te brengen waarover nog weinig
bekend is.
Bestaande instrumenten voor kwaliteit van leven:
• SF-36: meet kwaliteit van leven aan de hand van 8 domeinen
• WHOQOL-BREF: internationaal erkend meetinstrument met 4 domeinen (fysiek, psychisch, sociaal, omgeving)
• EQ-5D: korte vragenlijst met 5 domeinen, vaak gebruikt in economische evaluaties
Determinanten in kaart brengen kan via een vragenlijst gebaseerd op bestaande theoretische modellen zoals het ASE-model, Health
Belief Model of de Theory of Planned Behavior.
De determinanten uit het gedragswiel die je bevraagt zijn: fysieke competenties, psychische competenties, automatische drijfveren en
reflectieve drijfveren.
BELANGRIJKE AANDACHTSPUNTEN BIJ VRAGENLIJSTEN
• De vragenlijst moet de relevante determinanten meten voor jouw specifieke doelgroep en gedrag
• Je meet zowel relevantie (sterkte van de associatie met gedrag) als veranderbaarheid (kan de determinant beïnvloed worden?)
• Gebruik een legende met + en - symbolen om de score aan te geven
• De argumentatie voor relevantie en veranderbaarheid moet gebaseerd zijn op literatuur of onderzoek, niet op buikgevoel