• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 120 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Recht 14/20

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 120 pagina's

In deze samenvatting behandel ik het boek, de PowerPoints en mijn lesnotities. Ik behaalde een 14/20 voor dit vak.

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING RECHT
SHAUNI CATRYSSE




1

, Deel 1: Inleiding tot het recht


HOOFDSTUK 1: ALGEMENE
INLEIDING
1. VERANTWOORDING
Wat is recht?

 Recht is zaak van alle burgers
 Iedereen wordt met recht geconfronteerd
 Iedereen wordt geacht de wet te kennen
 Recht niet gelijk aan moraal (wat juist of fout is)
o Moraal is gericht op geestelijke vervolmaking v/d mens als individu en
streeft niet naar een ordening v/h maatschappelijk leven
 Recht niet gelijk aan godsdienstige regels
o Maar godsdienst beïnvloedt wel recht, denk maar aan betaalde feestdagen
die eigenlijk kerkelijke feestdagen zijn

2. HET BEGRIP RECHT

2.1 ALGEMEEN

Wat is recht?

 Een geheel van algemeen geldende normatieve regels
o Verbodsbepalingen – gebodsbepalingen – normen die toelating bevatten –
organieke regels
o Dwingend recht – aanvullend recht
o Algemene normen – individuele normen
 Normen die de ordening van het maatschappelijk leven beogen
 Door de staat opgelegde of ontvangen en bekrachtigde normen
 Afdwingbare normen

2.2 EEN GEHEEL VAN ALGEMEEN GELDENDE NORMATIEVE REGELS


2.2.1 VERBODS-, GEBODS-, TOELATINGS- EN ORGANIEKE REGELS
 Verbod: je mag niet -> vooral in het strafrecht
 Gebod: je moet
 Toelating: je mag
o bv een huis verhuren, verbouwen, afbreken en niemand mag iets
ondernemen om dit tegen te houden
 Organiek: regels die gaan over organisatie
o Bv: vanaf wnnr mag je een huiszoeking doen, het aantal
volksvertegenwoordigers, …




2

,2.2.2 AANVULLEND OF DWINGEND RECHT
Je moet dus weten of je bij verbod, gebod, toelating en organieke regels er mag van
afwijken of niet -> aanvullend of dwingend

Dwingende bepalingen = moeten nageleefd worden door elk rechtssubject -> niet-
naleving = sanctie

 De regels die de openbare orde aanbelangen
 De regels die sommige groepen van zwakkere personen beschermen
o Bv een zwangere vrouw mag niet ontslaan worden vanaf dat ze het tegen
haar baas verteld heeft

Openbare orde = de rechtsregel die de essentiële belangen van de staat of v/d
gemeenschap raakt of die i/h privaatrecht de juridische grondslagen bepaalt waarop de
maatschappij berust, zoals de economische orde, de morele orde, de sociale orde of de
orde v/h leefmilieu.

Relatieve nietigheid = De handeling is niet automatisch ongeldig (zoals bij absolute
nietigheid), maar kan ongeldig worden verklaard als iemand met een persoonlijk belang
dat vraagt.

Aanvullend recht = ze gelden enkel voor de rechtssubjecten dat voor zover zij geen
andere regeling getroffen hebben. Je hebt dus als rechtssubject de keuze om de
aanvullende bepalingen van de wet te volgen zonder dat je dit expliciet moet
overeenkomen.

-> bestaat als vangnet, je kan er van afwijken
-> bv: Twee partijen sluiten verkoopovereenkomst, maar er is geen wnnr afgesproken
voor de levering, de wet zegt: “de verkoper moet leveren binnen een redelijk termijn”


2.2.3 ALGEMENE OF INDIVIDUELE NORMEN
Algemene normen = gelden voor alle rechtssubjecten die zich in dezelfde feitelijke
omstandigheden bevinden

Vb: de koning is strafrechtelijk en burgerrechtelijk onschendbaar, als hij zijn vrouw
vermoord kunnen we hem niks maken. Maar we kunnen hem wel afzetten en dan kan hij
vervolgd worden.

Individuele normen = hebben weinig betrekking op bepaald rechtssubject

2.3 DOOR DE STAAT OPGELEGDE OF ONTVANGEN EN BEKRACHTIGDE NORMEN

Het recht vormt het normenstelsel v/d staat.

Een staat = een entiteit die beschikt over een bevolking, een grondgebied en een
regering die gezag uitoefent en die bovendien soeverein en onafhankelijk is.

Soeverein = de staat heeft het hoogste gezag

De wet is voor de overheid het meest voor de hand liggende middel om normen uit te
vaardigen.

Sommige normen ontstaan door rechtssubjecten zelf, namelijk door gewoonte en niet
door overheden.

3

,  Een herhaaldelijke gedraging van rechtssubjecten
 Door overheid erkende of opgelegde sanctie

Daarnaast blijkt ten slotte dat er eveneens rechtsregels gecreëerd worden door de
rechtspraak doordat de rechterlijke macht op haar terrein een deel van de openbare
macht uitoefent.

2.4 AFDWINGBARE NORMEN

Het is noodzakelijk voor de overheid om een systeem van afdwingbaarheid op te stellen,
voor mochten rechtsregels niet vrijwillig nageleefd worden.

Deze herstellende beteugeling is kenmerkend voor het privaatrecht en dient dus om de
schade te vergoeden.

Bestraffende beteugeling = bij inbreuken op strafrechtelijk sanctionerende regels

2.5 NORMEN DIE DE ORDENING V/H MAATSCHAPPELIJK LEVEN BEOGEN

De mens is een individueel en sociaal wezen:

 Individueel omdat hij in eerste plaats zo veel mogelijk van zijn eigen materiële en
geestelijke aspiraties tracht te bereiken, waardoor hij in conflict komt met zijn
medeburgers, die elk voor zich, dezelfde doeleinden nastreven
 Sociaal omdat de mens vr het bereiken van zijn zelfontwikkeling, de andere nodig
heeft




4

Inhoudsopgave

  1. 01 1. Verantwoording 2
  2. 02 2. Het begrip recht 2
    1. 2.1 Algemeen 2
    2. 2.2 Een geheel van algemeen geldende normatieve regels 2
    3. 2.3 Door de staat opgelegde of ontvangen en bekrachtigde normen 3
    4. 2.4 Afdwingbare normen 4
    5. 2.5 Normen die de ordening v/h maatschappelijk leven beogen 4
  3. 03 1. Algemeen 5
  4. 04 2. Privaatrecht – Publiekrecht 5
    1. 2.1 Het publiekrecht 5
    2. 2.2 Het privaatrecht 6
    3. 2.3 Enkele gemengde takken 6
  5. 05 3. Supranationaal recht versus nationaal recht 7
  6. 06 4. Objectief recht versus subjectief recht 7
    1. 4.1 Publieke subjectieve rechten 7
    2. 4.2 Burgerlijke subjectieve rechten 7
    3. 4.3 Rechtsmisbruik 7
  7. 07 5. Materieel versus formeel recht 7
  8. 08 1. Inleiding 8
  9. 09 2. Wetgeving sensu lato (materiële wet) 8
    1. 2.1 Onderscheid tussen formele en materiële wet 8
    2. 2.2 Internationale verdragen en secundair internationaal recht 8
    3. 2.3 De Grondwet (Gw.) 9
    4. 2.4 De wet (sensu stricto) 9
    5. 2.5 Decreten en ordonnanties 10
    6. 2.6 Koninklijke besluiten 11
    7. 2.7 Ministeriële besluiten 11
    8. 2.8 Besluit van een deelregering 11
    9. 2.9 Provinciaal en gemeentelijk reglement 11
  10. 10 3. Rechtspraak 12
  11. 11 4. De rechtsleer 13
  12. 12 1. Algemene beginselen 14
    1. 1.1 Parlementaire democratie 14
    2. 1.2 Scheiding van machten 14
    3. 1.3 Rechtsstaat 15
    4. 1.4 Erfelijke constitutionele monarchie 15
    5. 1.5 Federale staat 15
  13. 13 2. Federale politieke instellingen 16
    1. 2.1 Het parlement 16
    2. 2.2 De regering 18
  14. 14 3. Regionale politieke instellingen 20
    1. 3.1 De gemeenschappen 20
    2. 3.2 De gewesten 22
    3. 3.3 Beginselen van de bevoegdheidsverdeling 23
  15. 15 1. Inleiding 25
    1. Enkele gerechtelijke functies 25
    2. Onderscheid burgerlijke zaken en strafzaken 25
  16. 16 2. Privaatrechtelijk procesrecht 26
    1. 2.1 Procedure in eerste aanleg 26
    2. 2.2 Rechtsmiddelen 26
  17. 17 3. Gewone gerechtelijke instellingen: rechtbanken en hoven 28
    1. 3.1 Bevoegdheid van de rechtbanken 28
    2. 3.2 Organisatie van de rechtbanken over het Belgisch grondgebied 29
  18. 18 4. Bijzondere instellingen: Raad van State – Grondwettelijk Hof 34
    1. 4.1 Grondwettelijk Hof 34
    2. 4.2 Raad van State 34
  19. 19 1. Begrip en soorten personen 36
    1. 1.1 Begrip 36
    2. 1.2 Soorten 36
    3. 1.3 Ontstaan en beëindiging van de persoonlijkheid 36
  20. 20 2. Staat van de persoon 36
    1. 2.1 Begrip en verkrijging 36
    2. 2.2 Kenmerken van staat 37
    3. 2.3 Elementen van staat 37
    4. 2.4 Persoonlijke publiciteit 41
  21. 21 1. Wie is familie? - Graad van verwantschap en aanverwantschap 42
  22. 22 2. Huwelijk 42
    1. 2.1 Begrip 42
    2. 2.2 Voorwaarden 43
    3. 2.3 Sancties bij het niet naleven van de voorwaarden 43
    4. 2.4 Vorm 43
    5. 2.5 Gevolgen van het huwelijk: het primair stelstel 43
  23. 23 3. Feitelijke scheiding en echtscheiding 44
    1. 3.1 Feitelijke scheiding versus echtscheiding 44
    2. 3.2 Dringende maatregelen 44
    3. 3.3 Vormen van echtscheiding 44
  24. 24 4. Samenwoning buiten het huwelijk 45
    1. 4.1 Wettelijke samenwoning 45
    2. 4.2 Feitelijke samenwoning 45
  25. 25 5. Relatie tussen ouders en kinderen 45
    1. 5.1 Afstamming 45
    2. 5.2 Ouderlijk gezag 45
  26. 26 6. Onderhoudsplicht en omgangsrecht 46
    1. 6.1 Onderhoudsverplichting 46
    2. 6.2 Omgangsrecht 46
  27. 27 1. Huwelijksvermogensrecht 47
    1. 1.1 Inleiding 47
    2. 1.2 Het wettelijk stelsel 47
    3. 1.3 Huwelijksovereenkomsten 50
  28. 28 2. Het vermogensrecht van wettelijke samenwoners 51
  29. 29 3. Het vermogensrecht van feitelijke samenwoners 51
  30. 30 1. Begrip en soorten van goederen 52
  31. 31 2. Roerende en onroerende goederen 52
    1. 2.1 Onroerende goederen 52
    2. 2.2 Roerende goederen 53
    3. 2.3 Belang v/h onderscheid tussen roerende en onroerende goederen 53
    4. 2.4 Onroerende publiciteit 53
  32. 32 3. Gebruiks- en verbruiksgoederen 53
  33. 33 4. Lichamelijke en onlichamelijke goederen 54
  34. 34 5. Publieke en private goederen 54
  35. 35 6. Voorbeeld van een auto 54
  36. 36 1. Begrip, kenmerken en soorten 55
  37. 37 2. Verkrijgingswijzen van zakelijke rechten 56
  38. 38 3. Eigendomsrecht 56
    1. 3.1 Begrip en samenstelling 56
    2. 3.2 Bescherming van het eigendom 56
    3. 3.3 Beperkingen aan het eigendomsrecht 57
  39. 39 4. Mede-eigendom 57
  40. 40 5. Vruchtgebruik 57
    1. 5.1 Begrip 57
    2. 5.2 Kenmerken 58
    3. 5.3 Totstandkoming 58
    4. 5.4 Rechten en plichten van de vruchtgebruiker 58
    5. 5.5 Rechten en plichten van de blote eigenaar 60
    6. 5.6 Beëindigen van het vruchtgebruik 60
    7. 5.7 Recht van bewoning 60
  41. 41 6 + 7 + 8 60
  42. 42 1. Begrippen en voorwaarden om te erven 62
  43. 43 2. Technieken: Wie zijn wettelijke erfgenamen? 62
    1. 2.1 Erfrechtelijke orde 62
    2. 2.2 Lijn 62
    3. 2.3 Graad 63
    4. 2.4 Koving 63
    5. 2.5 Plaatsvervulling 63
  44. 44 3. Concrete uitwerking van de technieken 63
    1. 3.1 Er zijn erfgenamen in de eerste orde 63
    2. 3.2 Er zijn erfgenamen in de tweede orde 63
    3. 3.3 er zijn erfgenamen in de derde orde 63
    4. 3.4 Er zijn erfgenamen in de vierde orde 63
    5. 3.5 Er zijn geen erfgenamen 63
  45. 45 4. De situatie v/d langstlevende echtgenoot en de langstlevende wettelijk samenwoner 64
    1. 4.1 De langstlevende echtgenoot met afstammelingen 64
    2. 4.2 64
    3. 4.3 64
    4. 4.4 Wettelijk samenwonenden 64
  46. 46 5. Aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap 64
    1. 5.1 Zuiver aanvaarden van de nalatenschap 64
    2. 5.2 Verwerpen van de nalatenschap 64
    3. 5.3 Aanvaarden van de nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving 65
    4. 5.4 Onbeheerde nalatenschap 65
  47. 47 1. Schenking 67
    1. 1.1 Definitie en voorwaarden 67
    2. 1.2 Vorm 67
    3. 1.3 Enkele bijzondere schenkingsvormen 68
  48. 48 2. testament 69
    1. 2.1 Definitie – Onderscheid tussen schenking en testament 69
    2. 2.2 Vorm 69
    3. 2.3 Inhoud 69
    4. 2.4 Reservataire erfgenamen 70
  49. 49 1. Rechtshandelingen 72
    1. 1.1 contracten 72
  50. 50 2. Rechtsfeiten 78
  51. 51 1. Modaliteiten van de verbintenis 80
  52. 52 2. Verbintenissen met pluraliteit van voorwerpen of subjecten 80
    1. 2.1 80
    2. 2.2 Verbintenissen met pluraliteit van subjecten 80
  53. 53 3. Overdracht van verbintenissen 80
  54. 54 4. Nakoming van de verbintenis: betaling 80
  55. 55 5. Niet-nakoming van de verbintenis 81
  56. 56 6 + 7 81
  57. 57 1. Aansprakelijkheid voor eigen daad 82
  58. 58 2. Aansprakelijkheid van andermans daad 83
    1. 2.1 Aansprakelijkheid van titularissen v/h gezag over de persoon van minderjarigen 83
    2. 2.2 Aansprakelijkheid van personen belast met het toezicht van anderen 83
    3. 2.3 Aansprakelijkheid v/d aansteller 84
  59. 59 3. Aansprakelijkheid voor dieren en zaken 84
  60. 60 1. Basisregels 85
  61. 61 2. Pluraliteit van aansprakelijken 85
  62. 62 3. Causale onzekerheid – Proportionele aansprakelijkheid 86
  63. 63 1. Begrip 89
  64. 64 2. Precontractuele informatieverplichtingen 89
  65. 65 3. Geldigheidsvoorwaarden 90
    1. 3.1 Bekwaamheid 90
    2. 3.2 Voorwerp 90
  66. 66 4. Vorm en bewijs 90
  67. 67 5. Verplichtingen v/d verkoper 92
    1. 5.1 Levering v/d zaak 92
    2. 5.2 Vrijwaringsplicht 92
    3. 5.3 Bijzondere regelingen 94
  68. 68 6. Verplichtingen van de koper 94
    1. 6.1 In ontvangst nemen v/d gekochte zaak 94
    2. 6.2 Prijs betalen 94
  69. 69 7. Beëindiging v/d koopovereenkomst 95
  70. 70 1. Definitie, kenmerken en soorten 96
  71. 71 2. Gemene huur 97
    1. 2.1 Algemeenheden 97
    2. 2.2 Verplichtingen v/d verhuurder 97
    3. 2.3 Verplichtingen v/d huurder 98
    4. 2.4 Duur en beëindiging 99
  72. 72 3. Woninghuur 99
    1. 3.1 Toepassingsgebied 99
    2. 3.2 Informatieverplichtingen 99
    3. 3.3 Vorm 100
    4. 3.4 Financiële aspecten 100
    5. 3.5 Duur en opzeggingsregeling 100
    6. 3.6 Verhuur studentenkamers (studentenhuur) 100
  73. 73 4. Handelshuur 101
    1. 4.1 Toepassingsgebied 101
  74. 74 1. Bewijs door een ondergetekend geschrift 104
    1. 1.1 Authentieke akte 104
    2. 1.2 Onderhandse akte 105
  75. 75 2. Getuigenbewijs 105
  76. 76 3. Bewijs door vermoedens 105
    1. 3.1 Het wettelijk vermoeden 105
    2. 3.2 Het feitelijk vermoeden: 106
  77. 77 4. Bewijs door bekentenis 106
  78. 78 5. De eed 106
  79. 79 1. Begrip, belang, ontstaan en soorten 108
  80. 80 2. Borgtocht 108
    1. 2.1 Begrip en vorm 108
    2. 2.2 Aard v/d borgtocht 109
    3. 2.3 Gevolgen v/d borgtoch tussen schuldeiser en borg 109
    4. 2.4 Gevolgen v/d borgtocht tussen hoofdschuldenaar en borg 109
    5. 2.5 109
  81. 81 1. Begrip 112
  82. 82 2. Soorten 112
  83. 83 3. Tenietgaan 112
  84. 84 1. Schorsing van de verjaring 117
  85. 85 2. Stuiting van de verjaring 117
  86. 86 wat? 118
  87. 87 om benoemd te worden tot gerechtsdeurwaarder 118
  88. 88 Voorwaarden (nieuwe statuut 7/1/2014) 119
  89. 89 2 misvattingen 119
  90. 90 vaststelling overspel 119
  91. 91 Random info 120

Documentinformatie

Geüpload op
12 april 2026
Aantal pagina's
120
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€9,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
4
Laatst verkocht
5 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen