evolutie gaat samen met cultuur (vuur maken, koken)
elk gedrag --> geëvolueerd in samenspel met omgeving
1
BA = biologische antropologie
INLEIDING
- waar houdt de BA1 zich mee bezig
fysologische antropologie
- natuurwetenschappelijke benadering van de mens
- we kijken naar de mens als soort
- grondlegger van moderne synthese: Theodosius Dobzhansky (WOII)
➔ niets in de biologie is logisch, tenzij men het bekijkt in het licht vd
evolutie
ANTROPOLOGIE EN DIENS SUBVELDEN
antropologie in de ‘4-field approach’
- studie van de mensheid in al diens vormen
- cross-cultureel en holistisch
vier velden:
cultureel
- de studie van menselijke samenlevingen
- vooral in cross- culturele context
- etnologie
- etnografie
linguïstisch
- studie van (on)geschreven taal, geschiedenis en gebruik in culturen
- linguïstische vorm: grammaticale regels
- linguïstische functie: waarom spreken wij?
- hypothese van R. Dunbar: roddel (reputatie) en grooming (verzorging, cf
vlooien bij mensapen)
- sociale context waarin taal ontwikkelde?
- taal heeft biologische functies
- vorm van interageren
- roddels = sociale lijm
1
, - taal = bioculturele parasiet (Vandevelde, 2025)
archeologie
- artefacten (van stenen vuistbijlen tot zwaarden)
➔ zegt iets over cognitieve capaciteiten die maker heeft gehad
- wat de mens heeft nagelaten
- materiële cultuur (van grotschilderingen tot SMAK en A.I.)
biologische antropologie
— een biologische antropoloog is elke wetenschapper die de menselijke soort
vanuit evolutionair perspectief bestudeert
— sarah hrdy = feministische biologie
reikwijdte van de biologische antropologie:
(1) paleoantropologie
• de studie van de fossiele overblijfselen v voorouderlijke mensachtigen & hun
naaste verwanten (primaten)
• onderzoek begint met veldwerk
• studie gebeurt in musea en universitaire labo’s
(2) skeletale biologie:
• de studie vh menselijke skelet & de patronen en processen v menselijke groei,
fysiologie en ontwikkeling.
• antropometrici:
➔ 1ste generatie v biologische antropologen
➔ metingen vh menselijk lichaam (gemiddelden, variaties)
(3) paleopathologie (paleo + pathos + logos)
• ziekten in oude menselijke populaties (bacteriën en virussen)
• menselijke resten in archeologische context
➔ bv: sporen van infecties op botten en schedels
(4) forensische antropologie (zie ook bijlage in handboek!)
• menselijke overblijfselen in legale (forensische) context!
• oorlogsmisdrijven (genocide)moord:
➔ doodsoorzaak en sporenonderzoek (DNA-revolutie in forensische
context)
• verkrachting (‘rape kit’)
2
,(5) primatologie
• niet-menselijke primaten en hun anatomie, genetica, gedrag en ecologie
• PIONIERS: Jane Goodall (Chimps in het GOMBE instituut) en Diane Fossey
(Gorillas)
• diep inzicht in gelijkenissen en verschillen
• invloedrijk en belangrijk voor de studie van (anti)sociaal gedrag: R.
Wrangham, F. De Waal, C. Van Schaik
• Jane Goodall, onderzocht chimpansees
niet-menselijke primaten --> evolutionair aangepast aan sociaal leven (‘groepsleven’)
- voor & nadelen
➔ de voordelen moeten groter geweest zijn, anders zou men niet in groep
leven
sekseverschillen!
sekse = biologisch geslacht, door gameten bepaald (gender: sociologisch begrip)
(6) menselijke biologie
• menselijke groei en ontwikkeling
• adaptatie aan extreme omgevingsomstandigheden
• voedingsantropologie:
➔ studie van de samenhang tussen dieet, cultuur en evolutie: co-evolutie
➔ variaties tussen individuen en groepen
(7) biomedische antopologie
• effecten van vervuiling, giftige stoffen (lood, drugs ) op de menselijke groei (en
cognitieve afwijkingen)
• moleculaire antropologie
= genetische benadering van evolutionaire wetenschap:
➔ populaties (ethnische groepen) als genenpoel (gene pool) met kleine
allelische variatieverschillen tussen (en binnen) mensen en niet-
menselijke primaten (genfrequenties)
➔ doordenker: wat betekent het om 98% verwant te zijn met een
chimpanzee, terwijl je maar 50% verwant bent met je broer of zus?
= 98% gaat over DNA op chromosonen. 50% met broer/zus gaat over 50%
v 0,1 % (gaat over 2 verschillende dingen)
3
, cultuur differentieert mensen van andere dieren
biologie produceert cultuur, maar cultuur kan biologie beïnvloeden
DE OORSPRONG VAN DE MODERNE BIO-ANTROPOLOGIE
- vrij jonge wetenschap
- ontdekkingen van fossiele homininen (= geslachtsgroep vd familie v
mensachtigen)
- darwin's ‘on the origin of species’
- oude benaming: ‘physical anthropology’
- in de eerste helft van de 20ste eeuw vooral bezig met antropometrie (lichaam,
constitutie en cranium)
- monogenisme-polygenisme debat (één ‘ras’ vs verschillende ‘rassen’ als
afzonderlijke scheppingen)
- ‘nieuwe’ fysische antropologie
- gebaseerd op de ‘neo-darwinistische synthesis’ van genetica, anatomie,
ecologie, en gedrag met evolutietheorie van darwin
- paleo-antropologie
- nieuwe dateertechnieken (archeo-genetica). vandaag zeer multidisciplinair
- inzichten veranderen zeer snel
- moderne synthese -> combi genetische inzichten + inzichten v Darwin
HS 2: EVOLUTIE, SELECTIE EN ADAPTATIE
INLEIDING
- jaren 1920 (‘roaring twenties’)
- hevige strijd tussen wetenschap en creationisme
➔ mensen die geloven in letterlijke creatie v scheppingsverhaal
- verbod op het lesgeven over evolutietheorie in VS
- ‘the scopes trial’:
➔ proces tegen de leerkracht john scopes, die de evolutietheorie
onderrichtte
4