Hoofdstuk 1: Psychologie als wetenschap
WAT IS PSYCHOLOGIE (EN WAT IS HET NIET)
Psychologie = breed veld met veel specialismen, maar eigk de wetenschap van gedrag en mentale
processen
- Wetmatigheden ontdekken die menselijk gedrag sturen; extern of interne factoren, mentale
processen
Psychologie is niet
Louter speculatie over de menselijke natuur (de grieken en de middeleeuwen – emoties zijn
verbonden met de functie van de organen)
Een verzameling van volkswijsheden over gedrag waarvan iedereen weet dat ze juist zijn
Het is niet grotendeels bezig met psychische problemen en behandelingen en ook niet hetzelfde als
psychiatrie
Psychologie betwist ongefundeerd uitspraken van pseudowetenschappelijke aard
Pseudowetenschap = elke poging om fenomenen uit de natuurlijke wereld te verklaren die niet
gebaseerd is op emperische observatie of op de wetenschappelijke methode
- Voorbeeld is grafolofie = handschrift ~ gedrag astrologie
Wat doen psychologen?
2 categorieën: fundamentele en toegepaste psychologie
Fundamenteel of onderzoekspsychologen
• Onderzoek over het brede domein van de psychologie (basisprocessen)
• Werken voor bedrijven of overheid (vlaams instituut, verkeersveiligheid)
• Geven les
Toegepaste psychologie
Het gebruiken van kennis uit de fundamentele psychologie om problemen op te lossen
Arbeid en organisatie HR sector, selectieprocessen, welzijn werknemers
Sport Ondersteunen zelfvertrouwen, emotieregulatie - topsport
School CLB, schoolvaardigheid testen, leerstoornissen
Welke rol speelt gedrag in gezondheid, wisselwerking somatisch
Gezondheid
functioneren en mentale gezondheid (bv chronische aandoening)
Mentale problemen, stoornissen, diagnosticeren ervan, interventies,
Klinisch
therapie, …
Intersectie psycho en justitie: als iemand beklaagde is in rechtszaak en
Forensisch twijfel of die mentaal wel juist was; processen in gevangenissen,
daderprofilering
Optimaal
Problematisch
functioneren en School
functioneren
welbevinden
! klinische psychologie ≠ psychiatrie
1
,Een klinisch psycholoog is geen psychiater
Een psychiater heeft een langere
opleiding; biologische aspecten =
klemtoon
METHODEN VAN ONDERZOEK IN DE PSYCHOLOGIE
Hoe verwerven psychologen nieuwe kennis?
Wetenschappelijke methoden om nieuwe ideeën empirisch te testen
Empirisch onderzoek = een onderzoeksbenadering die steunt op directe of indirecte waarnemingen
(observatie) als onderzoeksgegevens
- = meten
- Niet speculatie of gezagsargument
Wetenschappelijke methode = 5-staps proces voor empirisch onderzoek van een hypothese in
omstandigheden → vertekening en vooroordelen uitsluiten
Doel = ontwikkelen/evalueren van omvattende verklaring voor gedrag en mentale processen =
wetenschappelijke theorieën
Hypothese-ontwikkeling Uitspraak die een bepaalde wetmatigheid over gedrag beschrijft
Operationalisering
- Vertaling hypothese in voorspelling, met bepaling exacte
procedures om experimentele condities en metingen van
resultaten vast te leggen
Onafhankelijke variabele
Specifieke voorspelling
- Variabele door onderzoeker gemanipuleerd; niet afhankelijk
van variabele 2
Controle of randomisatie
- Door toeval mensen verdelen (niet zelf kiezen)
- Andere factoren cte houden
Gegevens/data
- Verzamelde informatie voor testen hypothese
Objectieve data verzamelen Afhankelijke variabele
- Gemeten resultaat van een studie; de responsen van
deelnemers
Gebaseerd op statistische analyse: aanhouden of verwerpen
Analyseren van resultaten hypothese
- Is het effect “significant”
Publiceren, bekritiseren, en “Toets” door collega onderzoekers = peer review
repliceren van de resultaten Repliceren, verfijnen, weerleggen
2
,Types van verklarend psychologisch onderzoek
1. Gevalsstudies
- Gedetailleerde studie van 1 individu → geen vergelijking → geen causaliteitsuitspraak
- Freud
2. Correlationele studies
- Geen causaliteitsuitspraak
- Wel verbandsuitspraak
o
o Sterkte van een correlatie
o Richting van een correlatie
3. Experimentele methode
- In een experiment manipuleren van de werkelijkheid → doel = causaliteit achterhalen
- Begrippen
o Onafhankelijke variabele: gemanipuleerd
▪ Experimentele condities
▪ Controleconditie
o Afhankelijke: gedragseffect
o Controle over storende factoren
▪ Alles gelijk, behalve onafhankelijke
▪ Randomisatie
▪ Voorkomen vertekening
3
, (Controle van) Vertekeningen
Vertekening door observator vs Vertekening door verwachtingen
Rosentahl experiment:
- 1- jaars moesten gedragsproefjes uitvoeren met ratten: trainen om weg te vinden in doolhof
- Tegen de helft werd gezegd dat de ratten goed en slim waren, tegen de andere helft dat de
ratten dom en slecht waren
o Het waren allemaal dezelfde nest ratten!
- Ratten die 'dom' zijn → minder goed doen
- 'slim' → betere prestatie
Labo zin experiment:
- Ze moesten van 10 woorden een zin maken
- Helft mensen: zinnen hadden te maken met ouderdom
- Andere helft: niks te maken met ouderdom
- Mensen zinnen over ouderdom wandelen trager naar buiten dan de andere
Vertekeningen → effect op ontwerpen van studie, data-verzameling of interpretatie resultaten ➔ alles
in werk stellen om storende variabelen te controleren
Blinde controle
- Deelnemer kent hypothese niet
- Deelnemer weet niet in welke condities hij zit (bv placebo behandeling)
o Moeilijkheden door bijwerkingen
o Moeilijk bij psychotherapeutisch onderzoek
Dubbel-blinde controle
- Onderzoeker weet de hypothese ook niet
- Onderzoeker weet niet in welke conditie het individu zit
o Al helemaal niet mogelijk bij psychotherapie
Validiteit van een onderzoek
Interne validiteit van een studie
- Kan het effect toegeschreven worden aan een onafh. variabele? → oorzaak-gevolg conclusies
- Verkrijgt een andere onderzoeker dezelfde resultaten?
Externe validiteit
Gelden de conclusies ook bij: andere personen, manipulatie, afhankelijke meting, context?
4
WAT IS PSYCHOLOGIE (EN WAT IS HET NIET)
Psychologie = breed veld met veel specialismen, maar eigk de wetenschap van gedrag en mentale
processen
- Wetmatigheden ontdekken die menselijk gedrag sturen; extern of interne factoren, mentale
processen
Psychologie is niet
Louter speculatie over de menselijke natuur (de grieken en de middeleeuwen – emoties zijn
verbonden met de functie van de organen)
Een verzameling van volkswijsheden over gedrag waarvan iedereen weet dat ze juist zijn
Het is niet grotendeels bezig met psychische problemen en behandelingen en ook niet hetzelfde als
psychiatrie
Psychologie betwist ongefundeerd uitspraken van pseudowetenschappelijke aard
Pseudowetenschap = elke poging om fenomenen uit de natuurlijke wereld te verklaren die niet
gebaseerd is op emperische observatie of op de wetenschappelijke methode
- Voorbeeld is grafolofie = handschrift ~ gedrag astrologie
Wat doen psychologen?
2 categorieën: fundamentele en toegepaste psychologie
Fundamenteel of onderzoekspsychologen
• Onderzoek over het brede domein van de psychologie (basisprocessen)
• Werken voor bedrijven of overheid (vlaams instituut, verkeersveiligheid)
• Geven les
Toegepaste psychologie
Het gebruiken van kennis uit de fundamentele psychologie om problemen op te lossen
Arbeid en organisatie HR sector, selectieprocessen, welzijn werknemers
Sport Ondersteunen zelfvertrouwen, emotieregulatie - topsport
School CLB, schoolvaardigheid testen, leerstoornissen
Welke rol speelt gedrag in gezondheid, wisselwerking somatisch
Gezondheid
functioneren en mentale gezondheid (bv chronische aandoening)
Mentale problemen, stoornissen, diagnosticeren ervan, interventies,
Klinisch
therapie, …
Intersectie psycho en justitie: als iemand beklaagde is in rechtszaak en
Forensisch twijfel of die mentaal wel juist was; processen in gevangenissen,
daderprofilering
Optimaal
Problematisch
functioneren en School
functioneren
welbevinden
! klinische psychologie ≠ psychiatrie
1
,Een klinisch psycholoog is geen psychiater
Een psychiater heeft een langere
opleiding; biologische aspecten =
klemtoon
METHODEN VAN ONDERZOEK IN DE PSYCHOLOGIE
Hoe verwerven psychologen nieuwe kennis?
Wetenschappelijke methoden om nieuwe ideeën empirisch te testen
Empirisch onderzoek = een onderzoeksbenadering die steunt op directe of indirecte waarnemingen
(observatie) als onderzoeksgegevens
- = meten
- Niet speculatie of gezagsargument
Wetenschappelijke methode = 5-staps proces voor empirisch onderzoek van een hypothese in
omstandigheden → vertekening en vooroordelen uitsluiten
Doel = ontwikkelen/evalueren van omvattende verklaring voor gedrag en mentale processen =
wetenschappelijke theorieën
Hypothese-ontwikkeling Uitspraak die een bepaalde wetmatigheid over gedrag beschrijft
Operationalisering
- Vertaling hypothese in voorspelling, met bepaling exacte
procedures om experimentele condities en metingen van
resultaten vast te leggen
Onafhankelijke variabele
Specifieke voorspelling
- Variabele door onderzoeker gemanipuleerd; niet afhankelijk
van variabele 2
Controle of randomisatie
- Door toeval mensen verdelen (niet zelf kiezen)
- Andere factoren cte houden
Gegevens/data
- Verzamelde informatie voor testen hypothese
Objectieve data verzamelen Afhankelijke variabele
- Gemeten resultaat van een studie; de responsen van
deelnemers
Gebaseerd op statistische analyse: aanhouden of verwerpen
Analyseren van resultaten hypothese
- Is het effect “significant”
Publiceren, bekritiseren, en “Toets” door collega onderzoekers = peer review
repliceren van de resultaten Repliceren, verfijnen, weerleggen
2
,Types van verklarend psychologisch onderzoek
1. Gevalsstudies
- Gedetailleerde studie van 1 individu → geen vergelijking → geen causaliteitsuitspraak
- Freud
2. Correlationele studies
- Geen causaliteitsuitspraak
- Wel verbandsuitspraak
o
o Sterkte van een correlatie
o Richting van een correlatie
3. Experimentele methode
- In een experiment manipuleren van de werkelijkheid → doel = causaliteit achterhalen
- Begrippen
o Onafhankelijke variabele: gemanipuleerd
▪ Experimentele condities
▪ Controleconditie
o Afhankelijke: gedragseffect
o Controle over storende factoren
▪ Alles gelijk, behalve onafhankelijke
▪ Randomisatie
▪ Voorkomen vertekening
3
, (Controle van) Vertekeningen
Vertekening door observator vs Vertekening door verwachtingen
Rosentahl experiment:
- 1- jaars moesten gedragsproefjes uitvoeren met ratten: trainen om weg te vinden in doolhof
- Tegen de helft werd gezegd dat de ratten goed en slim waren, tegen de andere helft dat de
ratten dom en slecht waren
o Het waren allemaal dezelfde nest ratten!
- Ratten die 'dom' zijn → minder goed doen
- 'slim' → betere prestatie
Labo zin experiment:
- Ze moesten van 10 woorden een zin maken
- Helft mensen: zinnen hadden te maken met ouderdom
- Andere helft: niks te maken met ouderdom
- Mensen zinnen over ouderdom wandelen trager naar buiten dan de andere
Vertekeningen → effect op ontwerpen van studie, data-verzameling of interpretatie resultaten ➔ alles
in werk stellen om storende variabelen te controleren
Blinde controle
- Deelnemer kent hypothese niet
- Deelnemer weet niet in welke condities hij zit (bv placebo behandeling)
o Moeilijkheden door bijwerkingen
o Moeilijk bij psychotherapeutisch onderzoek
Dubbel-blinde controle
- Onderzoeker weet de hypothese ook niet
- Onderzoeker weet niet in welke conditie het individu zit
o Al helemaal niet mogelijk bij psychotherapie
Validiteit van een onderzoek
Interne validiteit van een studie
- Kan het effect toegeschreven worden aan een onafh. variabele? → oorzaak-gevolg conclusies
- Verkrijgt een andere onderzoeker dezelfde resultaten?
Externe validiteit
Gelden de conclusies ook bij: andere personen, manipulatie, afhankelijke meting, context?
4