Neurologie = specialisme van diagnostiek en behandeling van ziekte van hersenen, ruggenmerg
en perifere zenuwen
1. Veel voorkomende symptomen binnen neurologie
Kunnen toepassen bij de pathologieën !!
Overzicht tussen verschillende symptomen door volgende indeling in categorieën:
• Hogere cerebrale functies
• Stoornissen in gedrag en persoonlijkheidsveranderingen
• Stoornissen ter hoogte van hersenzenuwen
• Stoornissen in motoriek
• Gevoelsstoornissen
1.1. Hogere cerebrale functies
Functies die rol spelen in gewaarworden, waarnemen en overdenken van de buitenwereld
Bewustzijn
Desoriëntatie in tijd/ruimte/ persoon
Stoornis in aandacht en concentratie
Taalstoornissen
Apraxie
Neglect
Geheugenstoornissen
1.1.1. Bewustzijn !!!
= toestand van besef van jezelf en omgeving
• Stelt ons in staat om zintuigelijke informatie waar te nemen
• Intern te verwerken
• Doelgericht reageren
Drie niveaus:
1. Opnemen van prikkels ( sensorische waarneming )
Registreren van externe ( of interne ) prikkels via de zintuigen:
- Visueel ( zien = ogen )
- Auditief ( horen = oren )
- Tactiel ( voelen = huid )
- Olfactorisch ( ruiken = neus )
- Gustatief ( proeven = mond/tong )
Prikkels worden door zenuwen naar hersenen gestuurd → worden daar verwerkt
2. Verwerken van informatie ( cognitieve verwerking )
Interpreteert het brein de binnengekomen prikkels
Geheugen, aandacht en denken spelen hierbij een rol
- Herkennen van wat er wordt opgenomen ( wat hoor ik? )
- Betekenis geven aan de prikkel ( dat is het geluid van een auto )
- Beoordeling of iets belangrijk, gevaarlijk of interessant is
, Verwerking kan automatisch of bewust gebeuren
- Automatisch: herkennen van geur van vers brood
- Bewust: actief nadenken over een moeilijke vraag
3. Reactie ( gedragsmatige respons )
Op basis van verwerking kiest het lichaam/ geest een reactie
- Fysieke reactie ( weglopen van gevaar, iemand groeten )
- Verbale reactie ( iets zeggen of roepen )
- Mentale reactie ( nadenken, beslissingen nemen )
Reactie kan instinctief zijn ( reflex ) OF bewust gekozen
Bewustzijnsdaling:
Een verandering in de helderheid van het bewustzijn. Belangrijk van nagaan hoe lang de
bewustzijnsdaling al bestaat. De diepte van de bewustzijnsdaling kan variëren.
Somnolent:
Slaperig, maar de zorgontvanger is wekbaar en geeft min of meer adequate antwoorden.
Stupor:
Bewustzijnsdaling, geen gesprek mogelijk, maar reageert wel op toegediende prikkels zoals
knijpen.
Coma: de zorgontvanger reageert niet op pijnprikkels.
Meten van bewustzijnsdaling → Glasgow Coma Schaal of EMV – schaal
➔ Hoe lager de score, hoe lager het bewustzijn
1.1.2. Desoriëntatie in tijd, plaats en persoon
ZO is niet op de hoogte van situatie en zichzelf in termen van tijd, plaats en eigen persoon
Bv; dementie
1.1.3. Stoornis in aandacht en concentratie
• Niet goed concentreren + snel afgeleid + moeilijk om opdrachten af te werken
• Onvermogen om gericht te blijven op een ervaring/ activiteit waar men mee bezig is
• Bv; ADHD
•
1.1.4. Taalstoornissen
= Afasie = veroorzaakt door hersenletsel waarbij spreken, begrijpen, lezen ( alexie ) en schrijven
( agrafie ) verstoord is
Onderscheid:
1) Motorische afasie ( = afasie van Broca )
o Begrip = Oké Taal/spreken = niet oké
2) Sensorische afasie ( = afasie van Wernicke )
o Spraak = oké Begrip = niet oké ( haalt woorden door elkaar → wartaal )
3) Gemengde afasie
, 1.1.5. Apraxie
ZO is niet meer in staat om dagelijkse taken uit te voeren: koken, aankleden, douchen,…
➔ Complexe, aangeleerde, doelgerichte bewegingen die bij gezonde mensen automatisch
verlopen
➔ Bv; tandenborstel gebruiken als mes
1.1.6. Neglect
“ verwaarlozing “
Geen aandacht voor 1 kant van het lichaam en voor de omgeving aan die kant
Hersenen verwerken wat iemand aan 1 kant ziet, hoort of voelt niet goed.
1.1.7. Geheugenstoornissen
Stoornissen in korttermijngeheugen en/of lang termijngeheugen ( bv; dementie, CVA, delier, … )
1.2. Stoornissen in gedrag en persoonlijkheidsveranderingen
1.2.1. Organisch psychosyndroom
Kenmerken
- Bradyfrenie ( vertraging van psychisch tempo )
- Snel psychisch vermoeid
- Emotionele labiliteit ( stemmingswisselingen, snel boos,.. )
- Matige aandacht en slechte concentratie
1.2.2. Frontaal syndroom
Oorzaak: stoornis in frontaalkwab van de hersenen → globale remming van de psychische
functies
• Bradyfrenie ( vertraging psychisch tempo )
• Vertraagd handelen
• Perseveratie ( herhalen van eerder gegeven antwoord of uitgevoerde motorische
opdrachten )
• Weinig initiatief
• Ontremming – decorumverlies ( ongepast sociaal gedrag bv; boeren, neuspeuteren,… )
1.2.3. Hyperesthetisch – emotioneel syndroom
Snel in tranen uitbarsten, algemene moeheid en prikkelbaarheid
1.3. Stoornissen ter hoogte van de hersenzenuwen
Liggen in willekeurig zenuwstelsel → perifeer zenuwstelsel
1.3.1. Anosmie
Niet meer kunnen ruiken => beschadiging beide reukzenuwen
, 1.3.2. Stoornissen in het zien
Halfzijdig gezichtsveld valt uit
➔ Doordat liggende zenuwbanen in de hersenen beschadigd zijn
Hemianopsie
➔ Ieder oog is een stukje gezichtsveld kwijt/ uitgevallen = wazig
➔ Centraal beeld blijft gespaard
Diplopie Dubbelzien
Isocorie Gelijke grootte van pupillen
Anisocorie Ongelijke grootte van pupillen
Miose Vernauwing van de pupillen
Mydriase Verwijding van de pupillen
Nystagmus Onwillekeurige, ritmische beweging van de oogbollen
Controle van de pupillen:
• Lichtreactie
• Gelijkheid
• Grootte
+ +
Lichtreactie
- -
=
< Gelijkheid ( isocore of anisocore )
>
Normaal
Grootte van pupil
Myose
Mydrease
1.3.3. Scheefstand van de mond
Bij beschadiging van Nervus Facialis: scheefstand mond
Mogelijk samen met volgende symptomen:
• Beide ogen die niet gesloten kunnen worden
• Knipperen met de ogen blijft achter/ langzamer aan verlamde kant
1.3.4. Doofheid
= signaalfunctie → neuroloog contacteren ( beschadiging nervus acusticus )
1.3.5. Evenwichtsstoornissen
Draaierigheid, duizeligheid of onzekerheid bij lopen of andere bewegingen
Vertigo = draaiduizeligheid