1
,INLEIDING TOT INTERNATIONAAL EN EUROPEES RECHT
2
, INLEIDING TOT INTERNATIONAAL EN EUROPEES RECHT
INLEIDING
1. ALGEMENE OPMERKINGEN OVER DE CURSUS
1.1. INTERGOUVERNEMENTELE ORGANISATIES VS. EUROPESE UNIE
INTERGOUVERNEMENTELE ORGANISATIES (IGO)
• Intergouvernementele organisaties
o Samenwerking tussen staten.
o Beslissingen zijn doorgaans gebaseerd op afspraken tussen staten.
o De afspraken zijn vaak niet rechtstreeks bindend voor burgers.
• Voorbeeld: VN.
o Geen binding: Kunnen lidstaten niet binden; geen soevereiniteit afgestaan.
o Aanbevelingen: Afspraken zijn aanbevelingen (soft law); relevant als vorm van
statenpraktijk; men moet niet.
o Juridische waarde: Vraag: verwijst resolutie naar gewoonterecht? Indien ja, bindend.
o Opinio iuris: Hoe weten? Stemmingsgedrag (aanvaarding omdat men denkt dat men moet);
opinio iuris kan in tekst verwerkt zijn; resoluties kunnen bijdragen aan gewoonterecht;
herhaalde unanieme resoluties kunnen gewoonterecht worden; resoluties kunnen gebruikt in
juridische argumentatie.
o Interne werking: Resolutie over interne werking organisatie is bindend.
o AV-resoluties: Resoluties AV zijn aanbevelingen en niet bindend.
Uitzonderingen intern: Interne beslissingen AV wel bindend (bv. toetreding nieuw lid:
VR-advies, AV-stemming met 2/3 meerderheid; besluiten bindend; aanstellingen
bindend).
o Evolutie soft law: Aanbevelingen kunnen evolueren; meer staten scharen zich erachter; soft
law kan leiden tot nieuwe statenpraktijk of worden opgenomen in verdragen zodat het hard
law wordt.
o VR-resoluties: Resoluties VN-VR als uitzondering op niet-bindende kracht; wanneer VR
optreedt conform art. 7 (Hoofdstuk VII) kan dat bindend zijn.
o Art. 39–41: VN gaat na of er een vredebreuk is; bij schending vrede kan VN toestemming
geven aan staten om geweld te gebruiken, of zelfs verplichten.
o Soevereiniteit: Op vlak vrede/veiligheid hebben landen stukje soevereiniteit afgegeven aan
VN.
LET OP: De VN is intergouvernementeel (niet-bindende aanbevelingen); maar de
Veiligheidsraad is supranationaal die wel bindend kan beslissen.
o Nogmaals intern: Wanneer het gaat over interne beslissingen van AV dan zijn deze wel
bindend, bvb …
• Overdracht van soevereiniteit – intergouvernementeel
• Pure intergouvernementele organisaties
o Geven enkel adviezen.
o Kunnen niet bindend optreden.
o Geen afstand van soevereiniteit.
SUPRANATIONALE ORGANISATIES
Europese Unie
o Supranationale organisatie.
o Lidstaten hebben bepaalde bevoegdheden overgedragen aan de EU.
o EU-instellingen kunnen regels maken die rechtstreeks invloed hebben binnen lidstaten.
Supranationale organisaties
o Uitzonderlijk: Dit is eerder uitzonderlijk.
o Soevereiniteit afgestaan: Staten hebben een stuk soevereiniteit afgestaan.
3
, INLEIDING TOT INTERNATIONAAL EN EUROPEES RECHT
o Binding: Besluiten zijn bindende regels, geen aanbevelingen.
o Voorbeeld EU: Verordeningen bindend voor alle staten, ook tegenstemmers.
Overdracht van soevereiniteit – supranationaal
o Supranationale organisaties
o Staten staan wel een deel van hun soevereiniteit af.
o Deze organisaties kunnen bindend optreden.
2. ARRESTEN EN TEKSTEN DIE GEKEND MOETEN ZIJN
Tijdens het examen moet je vier teksten kennen:
o 2 arresten van het Internationaal Gerechtshof (IGH)
o 2 arresten van het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU)
Wat moet je bij deze teksten kunnen:
o Feiten
Je moet weten waarover de zaak gaat.
De feiten kunnen uitleggen en toelichten.
o Geschil tussen de partijen
Kunnen uitleggen waarover de partijen het niet eens zijn.
Meestal zijn er verschillende conflictpunten.
Je moet kunnen uitleggen:
▫ Wat partij A beweert.
▫ Wat partij B beweert.
▫ Welke tegenstrijdige visie zij hebben.
o Beslissing van het Hof
Het Hof kan:
▫ Partij A volgen
▫ Partij B volgen
▫ Een eigen oplossing formuleren die afwijkt van beide standpunten.
o Motiveringsplicht
Het Hof moet altijd motiveren waarom het tot een bepaalde beslissing komt.
De uitspraak bevat dus:
▫ De argumentatie van de partijen
▫ De analyse van het Hof
▫ De redenering die leidt tot het eindbesluit
o Complexiteit van internationale rechtspraak
Internationale zaken zijn vaak complexer dan nationale zaken.
Rechters kunnen een eigen mening formuleren in afzonderlijke opinies.
Bijvoorbeeld: een rechter kan schrijven “De uitspraak is X, maar persoonlijk ben ik
van mening dat…”
▫ Dit gebeurt omdat: de meerderheid beslist, maar individuele rechters een
afwijkende opinie mogen formuleren…
o Examenvraag
Er komt minstens één vraag over de arresten of het advies.
Dit is minstens 1 vraag op maximum 4 vragen.
Aanbeveling: Deze arresten best studeren tijdens de paasvakantie.
4