ALGEMEEN SCHEMA AANVULLEN
1 Inleiding
1.1 Aard van de filosofische vraagstelling
Vraagstelling altijd een vraag naar ‘wie is de mens?’
Opvoeden – we hebben allemaal een visie op opvoeding
Vanzelfsprekend? – vraag gekoppeld aan opvoeden: ‘Wie is de mens?’ lijkt ook een
vanzelfsprekendheid
Vandaag: in de lijn dat er een verantwoordelijkheid ligt bij de ouders
Sociale problemen koppelen aan opvoeding – MAAR is opvoeding wel zo vanzelfsprekend
Opvoeding en sociale problemen lijken samen te hangen
Vaststellen dat elke vraag zal terugvallen op de vraag ‘wie of wat is de mens?’
Ouders natuurlijke opvoeders + aangewezen opvoeders + deskundige opvoeders
Armoede en delinquentie oplossen ?
Opvoedingsproblemen – vraag naar de mens, het kind, de zorg <-> sociale problemen vraag
naar de mens
Filosofische vragen – vragen naar iets of wat die vanzelfsprekend lijkt, menen te kennen
‘de mens’ ‘opvoeden’ – nog niet voorstellen dat we er iets moeten over vragen
Het gekende MAAR is dat wel zo ?
o Kennen we dat dat we menen te kennen? En wat is het dan wel?
Filo wil weten hoe dingen ‘echt’ zijn, aan de oorsprong in de verbazing blijven steken
Nog iets aan vast uit die vraag volgt nog een vraag – Wat is kennen dan eigenlijk?
Filosofie stelt zichzelf altijd in vraag – geven geen antwoorden op de vragen naar die
vanzelfsprekendheden, maar stelt zichzelf in vraag
Wat is dan onderzoek? Waarop steunt dat onderzoek?
Hoe is iets oorspronkelijk of echt ? MAAR vanuit het idee dat we daar nooit aankunnen, aan het
‘echte’ of ‘oorspronkelijke’
DUS dubbel: zowel noodzakelijkheid als onmogelijkheid
Onderwerp lijkt vanzelfsprekend
Stelt altijd zichzelf in vraag, vraag naar zichzelf
DUS een noodzakelijkheid als een nood
NW, Socioloog,.. stellen ook die vragen MAAR zij gaan starten vanuit een zekerheid, een
basisstelling
Filosoof: basisschema’s/zekerheden zelf in vraag stellen – vraag naar de fundamenten
Filosofie – gekenmerkt door allesomvattende pretentie alles in vraag stellen DUS het antwoord
kan geen mindere pretentie hebben dan over alles te gaan
1
,Fundament – grond, zekerheid, draagvlak – elke tijdsperiode een ander fundament
Punt dat je niet meer ziet van waaruit je begint te denken (huis – je ziet de funderingen niet
MAAR we kunnen niet zonder)
Filo: punt van waaruit de mens over zichzelf en over alle aspecten van de wereld zal
nadenken + verhoudingen van de mens tot de wereld (politieke, economische, sociale
verhoudingen)
Filosofie blijft hierin steken <-> andere wetenschappen
1.2 Filosofie en orthopedagogie
Belang van inzicht in de begrippen, concepten, woorden
Juiste definities kunnen hanteren
Spreken, nadenken – beginnen met definiëren van begrippen die voor iedereen
vanzelfsprekend zijn – niemand denkt precies hetzelfde
Alle woorden en concepten – glibberige begrippen – kind nu is geen kind in de
middeleeuwen
Inzicht hebben in het historische aspect van de begrippen – historische blik niet vergeten
Woorden zijn niet vanzelfsprekend – ook al lijkt dat zo
Betekenisverschuiving van woorden – waarom is dat zo ?
WAAROM ? Altijd die vraag stellen
Zonder historische context altijd opnieuw het warm water uitvinden
Voorbeeld: opvoeding – bepaald mensbeeld aan vast maakbaarheid van de mens = illusie ?
‘Mens kun je maken’ – kneedbaarheid door opvoeding, technologie, onderwijs…
Vandaag zeker ook: maakbaarheid van de mens gebeurt vanuit idee dat de mens beter kan
gemaakt worden – typisch modern
o Doel in de verte waar we naartoe moeten denken
o Modern – begint eind 16-17e E
Moderniteit NW en techniek komen op – filosoof Michel Foucault (20 e E)
Op basis van de NW de bevolking normaliseren – binnen bepaald stramien krijgen
De wereld rondom ons en de mens beheersbaar maken – vanuit statistiek en NW
‘Normaliseren’ door NW en techniek
o Norm aannemen als de ware norm opdelen in normale en niet-normale mensen
(18e E)
De grote opsluiting
o Niet normalen proberen opvoeden tot normalen, terug het idee van beter worden –
iedereen disciplineren
o Sparta – ander opvoedingsmodel – baby’s doden MAAR geen normaliseringsproces,
fundament is ook anders dan hier (18 e E)
o Reeks procedures om greep te krijgen op individu door wetenschap en techniek
Normaliseringsproces van Foucault – vanaf de moderniteit = het beheersbaar maken van de
werkelijkheid en van de mens
Waarom normalisering? versterkte en hield machtsstructuren in de hand
2
,Existentiële dementie van filo – betrekking op het leven van de mens – nooit theoretische
vraagstukken
Wat is de mens en wat is het kennen van die mens?
Altijd aanleren, gedrag veranderen
Wie is de mens en wat is de kennis = belangrijkste vragen in deze cursus
Altijd de kritische reflex hanteren
1.3 Vraag naar het fundament
Op welke manier is het fundament verschoven, want kern = vraag stellen naar de grond,
fundament
Fundament – punt van waaruit we iets aanvaardbaar vinden
Ligt niet vast
Vinden we het aanvaardbaar om mensen met beperking op te sluiten ? Om hen in therapie
te nemen – veranderd heel vaak
o Waarden die de redelijkheid bepalen van onze beslissingen
Vandaag: veel te snel beslist vanuit een (voor)oordeel
o Waarde aan vast
o Vooronderstelde redelijkheid – student moet kritisch nadenken over dit, van onze
gemeenschap – visie op zz, de ander, opvoeding, mens in de samenleving
Voortschrijdend inzicht – zich ontwikkelend inzicht
We kunnen daar niet goed tegen – we oordelen graag
‘In het begin van corona waren mondmaskers niet nodig maar nu wel ?’
o Inzichten door de tijd
o MAAR wij oordelen graag, alsof iets vast moet liggen
Moraliserend – ervan uitgaan dat ons standpunt gegrond is in de werkelijkheid
Alsof het vastligt wat goed en kwaad is – mensen zeggen dit op een bepaald moment in de
tijd EN kan altijd wijzigen DUS we moeten twijfel kunnen aanvaarden + noodzakelijk
Wat juist is ligt niet vast – kunnen verdragen dat de werkelijkheid onderhevig is aan
verandering
2 manieren kiezen, spreken beslissen
1. Oordelen (vb. Bart de Pauw) (dan ga je ervan uit dat goed en kwaad vastligt)
2. Voortschrijdend inzicht (dat ontwikkelt, voortschrijdend is) (Waarom gebeurt dit nu? Het
gebeurd al eeuwen) (bevestigen dat twijfel belangrijk is)
Filosofie – we moeten verschillende richtingen aangeven om dat inzicht te bereiken
Kritisch zijn ?
Niet: ‘uw eigen mening geven over iets’
MAAR afstand nemen van datgene wat vanzelfsprekend lijkt te zijn
Deze cursus afstandname + bijdragen tot kritische reflectie de wereld in vraag stellen + onze
kritiek ertegenover
3
, 1.4 Het historisch ontstaan van de filosofie
Filosofie is een historisch gebeuren
Westerse cultuur – de manier waarop wij naar de wereld kijken
Dominant, bepaalde denkstructuur die terug te brengen is naar de eerste Griekse filosoof
Wanneer is filosofie begonnen en wat is dat precies?
5e E VC ontstaan filosofie – bepalend tot op vandaag
Wat is dat ? Wat is hier typisch aan ?
Aanname/axioma naar voor schuiven
Startpunt waaruit de rest kan worden opgebouwd, zeker in zichzelf, niet te bewijzen
De zelfontdekking van de logos als de plaats van de waarheid = axioma van de filosofie, essentie
(=het westerse denken ontstaat met een inzicht in een fundamentele differentiatie tussen het zien
(zintuigelijke waarneming) en het spreken) – weg naar de waarheid in het spreken en niet in het zien
(veranderlijk)
Logos = rede, redenering, verstand, logica, taal (alles wat te maken heeft met spreken) – de
mens ontdekt in zijn eigen verstand/in zijn eigen spreken de plaats van de waarheid
Waarheid = woord dat maar ontstaat in 5 e E VC met Plato in deze betekenis: eeuwig en
onveranderlijk iets – de mens ontdekt in zijn eigen verstand/in zijn eigen spreken iets van
een eeuwig en onveranderlijk karakter
Zelfontdekking = iets ontdekt zichzelf – logos ontdekt zichzelf als de plaats van de waarheid
DUS met ons verstand/taal iets kunnen we iets begrijpen dat vast ligt
Filosofie <-> religie
Niet in graad van intelligentie MAAR wel het feit dat filo een fundamenteel verlangen heeft
naar antwoord op vragen en religie dit soms weet op te schorten tot in het oneindige
Plaats van de waarheid is in je eigen verstand
5e E VC ‘waarheid’ ontstaat MAAR hoe was dat dan ervoor? Waar ging de mens ten rade om een
antwoord te vinden om zijn wereld te begrijpen?
Antieke Griekenland
o Orakels (= tempelcomplexen met priesteres)
Orakel van Delphi
Priesteres (Pythia) in tempelcomplex – boven gat in de grond waar luchtstormen uitkwamen
– de natuur zelf of de Goden zelf die spraken
Mensen beluisteren wat Goden zeggen uit de mond van het orakel
Vraag?
Priesters van Apollo – Apollo is God van licht, inzicht
o DUS als we iets niet weten – weten de Goden het – ze zien wat wij niet zien
o Vragen in ontvangst voorleggen aan Pythia (priesteres boven luchtstroom)
o Priesters luisteren en komen terug met antwoord voor de vraagsteller
o MAAR de vraagsteller moest het antwoord nog interpreteren - raadselachtig antw
4
1 Inleiding
1.1 Aard van de filosofische vraagstelling
Vraagstelling altijd een vraag naar ‘wie is de mens?’
Opvoeden – we hebben allemaal een visie op opvoeding
Vanzelfsprekend? – vraag gekoppeld aan opvoeden: ‘Wie is de mens?’ lijkt ook een
vanzelfsprekendheid
Vandaag: in de lijn dat er een verantwoordelijkheid ligt bij de ouders
Sociale problemen koppelen aan opvoeding – MAAR is opvoeding wel zo vanzelfsprekend
Opvoeding en sociale problemen lijken samen te hangen
Vaststellen dat elke vraag zal terugvallen op de vraag ‘wie of wat is de mens?’
Ouders natuurlijke opvoeders + aangewezen opvoeders + deskundige opvoeders
Armoede en delinquentie oplossen ?
Opvoedingsproblemen – vraag naar de mens, het kind, de zorg <-> sociale problemen vraag
naar de mens
Filosofische vragen – vragen naar iets of wat die vanzelfsprekend lijkt, menen te kennen
‘de mens’ ‘opvoeden’ – nog niet voorstellen dat we er iets moeten over vragen
Het gekende MAAR is dat wel zo ?
o Kennen we dat dat we menen te kennen? En wat is het dan wel?
Filo wil weten hoe dingen ‘echt’ zijn, aan de oorsprong in de verbazing blijven steken
Nog iets aan vast uit die vraag volgt nog een vraag – Wat is kennen dan eigenlijk?
Filosofie stelt zichzelf altijd in vraag – geven geen antwoorden op de vragen naar die
vanzelfsprekendheden, maar stelt zichzelf in vraag
Wat is dan onderzoek? Waarop steunt dat onderzoek?
Hoe is iets oorspronkelijk of echt ? MAAR vanuit het idee dat we daar nooit aankunnen, aan het
‘echte’ of ‘oorspronkelijke’
DUS dubbel: zowel noodzakelijkheid als onmogelijkheid
Onderwerp lijkt vanzelfsprekend
Stelt altijd zichzelf in vraag, vraag naar zichzelf
DUS een noodzakelijkheid als een nood
NW, Socioloog,.. stellen ook die vragen MAAR zij gaan starten vanuit een zekerheid, een
basisstelling
Filosoof: basisschema’s/zekerheden zelf in vraag stellen – vraag naar de fundamenten
Filosofie – gekenmerkt door allesomvattende pretentie alles in vraag stellen DUS het antwoord
kan geen mindere pretentie hebben dan over alles te gaan
1
,Fundament – grond, zekerheid, draagvlak – elke tijdsperiode een ander fundament
Punt dat je niet meer ziet van waaruit je begint te denken (huis – je ziet de funderingen niet
MAAR we kunnen niet zonder)
Filo: punt van waaruit de mens over zichzelf en over alle aspecten van de wereld zal
nadenken + verhoudingen van de mens tot de wereld (politieke, economische, sociale
verhoudingen)
Filosofie blijft hierin steken <-> andere wetenschappen
1.2 Filosofie en orthopedagogie
Belang van inzicht in de begrippen, concepten, woorden
Juiste definities kunnen hanteren
Spreken, nadenken – beginnen met definiëren van begrippen die voor iedereen
vanzelfsprekend zijn – niemand denkt precies hetzelfde
Alle woorden en concepten – glibberige begrippen – kind nu is geen kind in de
middeleeuwen
Inzicht hebben in het historische aspect van de begrippen – historische blik niet vergeten
Woorden zijn niet vanzelfsprekend – ook al lijkt dat zo
Betekenisverschuiving van woorden – waarom is dat zo ?
WAAROM ? Altijd die vraag stellen
Zonder historische context altijd opnieuw het warm water uitvinden
Voorbeeld: opvoeding – bepaald mensbeeld aan vast maakbaarheid van de mens = illusie ?
‘Mens kun je maken’ – kneedbaarheid door opvoeding, technologie, onderwijs…
Vandaag zeker ook: maakbaarheid van de mens gebeurt vanuit idee dat de mens beter kan
gemaakt worden – typisch modern
o Doel in de verte waar we naartoe moeten denken
o Modern – begint eind 16-17e E
Moderniteit NW en techniek komen op – filosoof Michel Foucault (20 e E)
Op basis van de NW de bevolking normaliseren – binnen bepaald stramien krijgen
De wereld rondom ons en de mens beheersbaar maken – vanuit statistiek en NW
‘Normaliseren’ door NW en techniek
o Norm aannemen als de ware norm opdelen in normale en niet-normale mensen
(18e E)
De grote opsluiting
o Niet normalen proberen opvoeden tot normalen, terug het idee van beter worden –
iedereen disciplineren
o Sparta – ander opvoedingsmodel – baby’s doden MAAR geen normaliseringsproces,
fundament is ook anders dan hier (18 e E)
o Reeks procedures om greep te krijgen op individu door wetenschap en techniek
Normaliseringsproces van Foucault – vanaf de moderniteit = het beheersbaar maken van de
werkelijkheid en van de mens
Waarom normalisering? versterkte en hield machtsstructuren in de hand
2
,Existentiële dementie van filo – betrekking op het leven van de mens – nooit theoretische
vraagstukken
Wat is de mens en wat is het kennen van die mens?
Altijd aanleren, gedrag veranderen
Wie is de mens en wat is de kennis = belangrijkste vragen in deze cursus
Altijd de kritische reflex hanteren
1.3 Vraag naar het fundament
Op welke manier is het fundament verschoven, want kern = vraag stellen naar de grond,
fundament
Fundament – punt van waaruit we iets aanvaardbaar vinden
Ligt niet vast
Vinden we het aanvaardbaar om mensen met beperking op te sluiten ? Om hen in therapie
te nemen – veranderd heel vaak
o Waarden die de redelijkheid bepalen van onze beslissingen
Vandaag: veel te snel beslist vanuit een (voor)oordeel
o Waarde aan vast
o Vooronderstelde redelijkheid – student moet kritisch nadenken over dit, van onze
gemeenschap – visie op zz, de ander, opvoeding, mens in de samenleving
Voortschrijdend inzicht – zich ontwikkelend inzicht
We kunnen daar niet goed tegen – we oordelen graag
‘In het begin van corona waren mondmaskers niet nodig maar nu wel ?’
o Inzichten door de tijd
o MAAR wij oordelen graag, alsof iets vast moet liggen
Moraliserend – ervan uitgaan dat ons standpunt gegrond is in de werkelijkheid
Alsof het vastligt wat goed en kwaad is – mensen zeggen dit op een bepaald moment in de
tijd EN kan altijd wijzigen DUS we moeten twijfel kunnen aanvaarden + noodzakelijk
Wat juist is ligt niet vast – kunnen verdragen dat de werkelijkheid onderhevig is aan
verandering
2 manieren kiezen, spreken beslissen
1. Oordelen (vb. Bart de Pauw) (dan ga je ervan uit dat goed en kwaad vastligt)
2. Voortschrijdend inzicht (dat ontwikkelt, voortschrijdend is) (Waarom gebeurt dit nu? Het
gebeurd al eeuwen) (bevestigen dat twijfel belangrijk is)
Filosofie – we moeten verschillende richtingen aangeven om dat inzicht te bereiken
Kritisch zijn ?
Niet: ‘uw eigen mening geven over iets’
MAAR afstand nemen van datgene wat vanzelfsprekend lijkt te zijn
Deze cursus afstandname + bijdragen tot kritische reflectie de wereld in vraag stellen + onze
kritiek ertegenover
3
, 1.4 Het historisch ontstaan van de filosofie
Filosofie is een historisch gebeuren
Westerse cultuur – de manier waarop wij naar de wereld kijken
Dominant, bepaalde denkstructuur die terug te brengen is naar de eerste Griekse filosoof
Wanneer is filosofie begonnen en wat is dat precies?
5e E VC ontstaan filosofie – bepalend tot op vandaag
Wat is dat ? Wat is hier typisch aan ?
Aanname/axioma naar voor schuiven
Startpunt waaruit de rest kan worden opgebouwd, zeker in zichzelf, niet te bewijzen
De zelfontdekking van de logos als de plaats van de waarheid = axioma van de filosofie, essentie
(=het westerse denken ontstaat met een inzicht in een fundamentele differentiatie tussen het zien
(zintuigelijke waarneming) en het spreken) – weg naar de waarheid in het spreken en niet in het zien
(veranderlijk)
Logos = rede, redenering, verstand, logica, taal (alles wat te maken heeft met spreken) – de
mens ontdekt in zijn eigen verstand/in zijn eigen spreken de plaats van de waarheid
Waarheid = woord dat maar ontstaat in 5 e E VC met Plato in deze betekenis: eeuwig en
onveranderlijk iets – de mens ontdekt in zijn eigen verstand/in zijn eigen spreken iets van
een eeuwig en onveranderlijk karakter
Zelfontdekking = iets ontdekt zichzelf – logos ontdekt zichzelf als de plaats van de waarheid
DUS met ons verstand/taal iets kunnen we iets begrijpen dat vast ligt
Filosofie <-> religie
Niet in graad van intelligentie MAAR wel het feit dat filo een fundamenteel verlangen heeft
naar antwoord op vragen en religie dit soms weet op te schorten tot in het oneindige
Plaats van de waarheid is in je eigen verstand
5e E VC ‘waarheid’ ontstaat MAAR hoe was dat dan ervoor? Waar ging de mens ten rade om een
antwoord te vinden om zijn wereld te begrijpen?
Antieke Griekenland
o Orakels (= tempelcomplexen met priesteres)
Orakel van Delphi
Priesteres (Pythia) in tempelcomplex – boven gat in de grond waar luchtstormen uitkwamen
– de natuur zelf of de Goden zelf die spraken
Mensen beluisteren wat Goden zeggen uit de mond van het orakel
Vraag?
Priesters van Apollo – Apollo is God van licht, inzicht
o DUS als we iets niet weten – weten de Goden het – ze zien wat wij niet zien
o Vragen in ontvangst voorleggen aan Pythia (priesteres boven luchtstroom)
o Priesters luisteren en komen terug met antwoord voor de vraagsteller
o MAAR de vraagsteller moest het antwoord nog interpreteren - raadselachtig antw
4