KINDEREN IN ONTWIKKELING
INLEIDING IN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Nature-nuture-debat:
= De vraag stellen of de veranderingen die we bij het kind zien, veroorzaakt worden door
een aangeboren mechanisme of veeleer door leren of combinatie?
Nature = aard, verwijzing naar genetische code (bv. invloed van hormonen op de
ontwikkeling, bovengrens van de intelligentie)
Nuture = opvoeding omgeving, onderwijs (bv. invloed van vrienden)
Sensitieve periode:
Aanleren van vaardigheden is soms gebonden aan een bepaalde periode. Binnen die
periode zijn invloeden van de omgeving het sterkst voelbaar te maken met de
plasticiteit van de hersenen
Voorbeelden:
Wanneer kinderen voor de leeftijd van ongeveer 12 jaar onvoldoende in
aanraking komen met taal, worden talige vaardigheden moeilijker aangeleerd
Voor 3 jaar is een kind extra gevoelig voor het ontwikkelen van een goede
hechting. Een uitgestelde of verstoorde hechting binnen die periode (bv.
verwaarlozing/mishandeling) nafaste invloed op de emotionele ontwikkeling
en het emotionele gedrag
Verschil tussen kwalitatief en kwantitatief:
Kwalitatief: de benadering veronderstelt dat elk stadium nieuwe vaardigheden bevat
stapjes
Kwantitatief: eigenschappen worden sterker of zwakker (snelheid is afhankelijk van
domein tot domein) vloeiend
Hoe wordt ontwikkeling van kinderen in periodes ingedeeld?
De ontwikkeling van kinderen wordt ingedeeld in leeftijdsgebonden periodes, omdat
kinderen op bepaalde leeftijden typische vaardigheden en veranderingen
doormaken. Elke periode heeft dus eigen kenmerken en eigen onderzoeksvragen
Periode Leeftijd Kenmerkende ontwikkelingsvragen
Prentale periode Voor de Lichamelijke ontwikkeling van de foetus
geboorte
Babyperiode 0 – 18 Hechting, vroege sociale vaardigheden, motoriek
maanden
Peuterperiode 18 Taalontwikkeling, denken, sociale ontwikkeling
maanden –
3 jaar
Kleuterperiode 3 – 6 jaar Taal, sociale vaardigheden, emoties reguleren,
aanvankelijk rekenen
Lagereschoolperiode 6 – 12 jaar Schoolse vaardigheden (lezen, schrijven,
rekenen), vriendschappen
Adolescentie 12 – 20 jaar Identiteit, emotionele ontwikkeling, abstract
denken
In de ontwikkelingspsychologie wordt soms ook naar de ontwikkeling van een kind
gekeken door het centraal stellen en beschrijven van het algemene
ontwikkelingsverloop
,Sandra De2Schrijver
Ontwikkelingsopgaven:
= psychologische taken waarbij je kijkt hoe een kind omgaat met problemen en met
verwachtingen uit de omgeving
Verband tussen opvoedingstaken en ontwikkelingsopgaven:
Opvoedingstaken en ontwikkelingsopgaven hangen nauw samen:
Ontwikkelingsopgaven beschrijven wat een kind op een bepaalde leeftijd moet leren of
aankan, terwijl opvoedingstaken aangeven welke ondersteuning volwassenen
moeten bieden om dat mogelijk te maken
Leeftijd Ontwikkelingsopgave Opvoedingstaak
0 – 2 jaar Veilige hechting Sensitief en responsief reageren, veilige
opvouwen basis beiden de ouder helpt het kind zijn
ontwikkelingsopgave te behalen
2 – 6 jaar Leren omgaan met Sociale interactie toelaten en begeleiden
leeftijdsgenootjes de opvoeder creëert kansen om deze
vaardigheden te oefenen
6 – 12 jaar Leren lezen, schrijven en Onderwijs geven, schoolse prestaties
rekenen ondersteunen de opvoedingstaak sluit
rechtstreeks aan bij wat het kind moet leren
Opvoedingstaken zijn afgestemd op de ontwikkeling van het kind. Ze zorgen ervoor dat
het kind de vaardigheden kan ont ontwikkelen die typisch zijn voor zijn leeftijdsfase
Algemene kernideeën:
Psychodynamische benaderingen:
Focus op wisselwerking tussen onbewuste en omgeving
Ervaringen kindertijd van belang voor sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
Freud, Erikson vertrekken vanuit deze benadering
Dromen interpreteren, kindertekeningen analyseren, vrije associatie, …
Probleem: lastig wetenschappelijk te staven
Behaviorisme (of leertheorieën):
Focus op ervaringen en meetbaar gedrag (geen dromen, gedachten, verlangens)
Voor onderwijs: aandacht voor de effecten van straf en beloningen en
conditionering
Klassieke conditionering: het individu leert een toekomstige gebeurtenis
vooropstellen. Het is een vorm van leren waarbij een oorspronkelijk neutrale
gebeurtenis wordt verbonden met iets anders, wat een reflex uitlokt.
Operante conditionering: men leert dat gedrag aanleiding geeft tot een
bepaald gevolg (instrumenteel leren)
Cognitief-wetenschappelijke benadering:
Wat zijn de denkprocessen die schuilgaan achter gedrag (hoe onthouden,
waarnemen, informatie verwerken, denken …)
Conditionering krijgen minder (geen) aandacht
Soms gelijkenis met werking computer (= informatieverwerkingsbenadering)
Onderwijs: hoe moeten instructies worden gegeven zodat leren optimaal wordt?
Systeembenadering:
Vraag: hoe kan de ontwikkeling van kind tot kind sterk verschillen?
Focus op interactie kind – omgeving elke ontwikkeling is uniek geen
gemiddeld gedrag!
o Bv: kind op school en kind thuis kan zich anders voordoen
persoonlijkheid?
, Sandra De3Schrijver
o Bv: rekeninterventie geven vertrekkende van wat het kind reeds kan
Voorbeelden: Bronfenbrenner – Vygotsky – DST
Neurowetenschappelijke benadering:
Verbanden zoeken tussen functies van de hersenen en gedrag, soms
hersenfuncties in beeld brengen
o Bv: rol van hersenfuncties onderzoeken ADHD, dyscalculie
o Bv: lateralisatie in de hersenen effect op leren, rekenen, schrijven
2. LICHAMELIJKE FUNCTIES EN GEZONDHEID
4 groeiprincipes:
1. Cefalocaudaal: het kind groeit van hoofd naar voeten (van kop naar staart). Het
kind zal eerst waarneming ontwikkelen voor het kan lopen of stappen, de armen
groeien eerder dan de benen, enz.
2. Proximodistaal: de ontwikkeling gaat van het centrum van hert lichaam naar
buiten toe. Eerst de ontwikkeling van de romp, daarna de armen en benen. Armen
groeien eerder waarna de handen en de vingers volgen.
3. Hiëraarchisch intergratieprincipe: eenvoudige vaardigheden ontwikkelen
afzonderlijk. Nadien worden ze samengebracht tot complexere vaardigheden.
Losstaande vingerbewegingen moeten bv. eerst ontwikkeld zijn voor het kind een
speld zal kunnen oppakken.
4. Onafhankelijke systemen: de groei van verschillende lichaamssystemen niet
noodzakelijk gelijklopen. De ontwikkeling van de lengte van het kind loopt bv. niet
gelijk met de ontwikkeling van de hersenen.
Lichaamsverhoudingen:
Baby:
o Hoofd 25% van de volledige lichaamslengte
o Snelle groei te zien
Peuters/kleuters:
o Groei hoofd neemt af 20%
o Nek/hals duidelijker zichtbaar
o Romp goed gegroeid
Lagere school:
o Hoofd 15%
o 1m15 – 20kg op 6jarige leeftijd
o Groei van benen en voeten
o Spierkracht neemt toe
o Melktanden verdwijnen
Adolescentie:
o Grote lichamelijke veranderingen – pubertijd/secundaire-primaire
geslachtskenmerken/ rol van geslachtshormonen